Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Arrest Van Het Grondwettelijk Hof van --
← Terug naar "Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 Bij arrest van 28 juni 2016 in zake de nv « Pellikaanbouw » tegen de vereniging van mede-eigenaars « Résidence Jardins de Babylone » en anderen, waarvan de expeditie « Schenden de artikelen 1792 en 2270 van het Burgerlijk Wetboek de artikelen 10 en 11 van de Grondw(...)"
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 Bij arrest van 28 juni 2016 in zake de nv « Pellikaanbouw » tegen de vereniging van mede-eigenaars « Résidence Jardins de Babylone » en anderen, waarvan de expeditie « Schenden de artikelen 1792 en 2270 van het Burgerlijk Wetboek de artikelen 10 en 11 van de Grondw(...) Avis prescrit par l'article 74 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 Par arrêt du 28 juin 2016 en cause de la SA « Pellikaanbouw » contre l'association des copropriétaires « Résidence Jardins de Babylone » et autres, dont l'expédition est parvenu « Les articles 1792 et 2270 du Code civil violent-ils les articles 10 et 11 de la Constitution, int(...)
GRONDWETTELIJK HOF COUR CONSTITUTIONNELLE
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 Avis prescrit par l'article 74 de la loi spéciale du 6 janvier 1989
Bij arrest van 28 juni 2016 in zake de nv « Pellikaanbouw » tegen de Par arrêt du 28 juin 2016 en cause de la SA « Pellikaanbouw » contre
vereniging van mede-eigenaars « Résidence Jardins de Babylone » en l'association des copropriétaires « Résidence Jardins de Babylone » et
anderen, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op
11 juli 2016, heeft het Hof van Beroep te Brussel de volgende autres, dont l'expédition est parvenue au greffe de la Cour le 11
juillet 2016, la Cour d'appel de Bruxelles a posé la question
prejudiciële vraag gesteld : préjudicielle suivante :
« Schenden de artikelen 1792 en 2270 van het Burgerlijk Wetboek de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in die zin geïnterpreteerd dat deze bepalingen voorzien in een vervaltermijn van tien jaar die afwijkt van de gemeenrechtelijke verjaringsregel voor persoonlijke rechtsvorderingen (destijds artikel 2262 van het Burgerlijk Wetboek en thans artikel 2262bis, § 1, van het Burgerlijk Wetboek), zodat de rechtsvordering van een opdrachtgever die te maken heeft met een ernstig gebrek dat de stevigheid van het gebouw in gevaar brengt, minder gunstig wordt behandeld dan de rechtsvordering van de opdrachtgever die bij de voorlopige oplevering-aanvaarding een opmerking heeft gemaakt over een zichtbaar gebrek dat de stevigheid van het gebouw niet in gevaar brengt of van de opdrachtgever die zich beklaagt over een verborgen gebrek dat de stevigheid van het gebouw niet in gevaar brengt ? ». Die zaak is ingeschreven onder nummer 6477 van de rol van het Hof. De griffier, « Les articles 1792 et 2270 du Code civil violent-ils les articles 10 et 11 de la Constitution, interprétés en ce sens que ces dispositions prévoient un délai de forclusion de dix ans qui déroge au droit commun de la prescription pour les actions personnelles (à l'époque l'article 2262 du Code civil et actuellement l'article 2262bis, § 1er, du Code civil), de sorte que l'action d'un maître d'ouvrage qui porte sur un vice majeur affectant la stabilité du bâtiment est traitée moins favorablement que l'action du maître d'ouvrage qui a, lors de la réception provisoire-acceptation, fait une observation concernant un vice apparent qui n'affecte pas la stabilité du bâtiment ou du maître d'ouvrage qui se plaint d'un vice caché qui n'affecte pas la stabilité du bâtiment ? ». Cette affaire est inscrite sous le numéro 6477 du rôle de la Cour. Le greffier,
F. Meersschaut F. Meersschaut
^