Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Arrest Van Het Grondwettelijk Hof van --
← Terug naar "Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 Bij arrest van 20 februari 2014 in zake het openbaar ministerie tegen U.K. en anderen, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 3 maart 2014, hee « Schenden artikel 2bis van de voorafgaande titel van het Wetboek van strafvordering en artikel 2, (...)"
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 Bij arrest van 20 februari 2014 in zake het openbaar ministerie tegen U.K. en anderen, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 3 maart 2014, hee « Schenden artikel 2bis van de voorafgaande titel van het Wetboek van strafvordering en artikel 2, (...) Avis prescrit par l'article 74 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 Par arrêt du 20 février 2014 en cause du ministère public contre U.K. et autres, dont l'expédition est parvenue au greffe de la Cour le 3 mars 2014, la Cour d'appel de Liège a p « Les articles 2bis du titre préliminaire du Code de procédure pénale et 2, 1°, de la loi-programme(...)
GRONDWETTELIJK HOF COUR CONSTITUTIONNELLE
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 Avis prescrit par l'article 74 de la loi spéciale du 6 janvier 1989
januari 1989 Bij arrest van 20 februari 2014 in zake het openbaar ministerie tegen Par arrêt du 20 février 2014 en cause du ministère public contre U.K.
U.K. en anderen, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is
ingekomen op 3 maart 2014, heeft het Hof van Beroep te Luik de et autres, dont l'expédition est parvenue au greffe de la Cour le 3
volgende prejudiciële vraag gesteld : mars 2014, la Cour d'appel de Liège a posé la question préjudicielle suivante :
« Schenden artikel 2bis van de voorafgaande titel van het Wetboek van « Les articles 2bis du titre préliminaire du Code de procédure pénale
strafvordering en artikel 2, 1°, van de programmawet van 27 december et 2, 1°, de la loi-programme du 27 décembre 2006 interprétés en tant,
2006, in die zin geïnterpreteerd, voor het eerste artikel, dat het de pour le premier, qu'il oblige les cours et tribunaux à procéder à la
hoven en rechtbanken ertoe verplicht een lasthebber ad hoc aan te désignation d'un mandataire ad hoc dès l'instant où il existe un
wijzen zodra er een belangenconflict bestaat en, voor het tweede conflit d'intérêts et, pour le second, que les honoraires de ce
artikel, dat de erelonen van die lasthebber ad hoc, meestal een mandataire ad hoc, généralement avocat, doivent être qualifiés comme
advocaat, moeten worden aangemerkt als verweerkosten die niet kunnen
worden opgenomen in de gerechtskosten in strafzaken, de artikelen 10 frais de défense non susceptibles d'être inclus dans le frais de
en 11 van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 6.3, onder c), justice répressive violent-ils les articles 10 et 11 de la
van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, aangezien, in Constitution lus en combinaison avec l'article 6, 3c, de la Convention
het geval waarin de vervolgde rechtspersoon financieel in gebreke européenne des droits de l'homme dès lors qu'en cas de défaillance
blijft, de lasthebber ad hoc die door de hoven en rechtbanken is aangewezen om de strafrechtelijke verdediging van die persoon te verzekeren, geen tegemoetkoming ten laste van de Staat zal kunnen verkrijgen, terwijl de erelonen van de andere gerechtelijke lasthebbers in de regel ten laste worden genomen door de Staat of terwijl de wetgever een aanvullend systeem heeft ingevoerd om het hoofd te bieden aan de insolvabiliteit van de beschermde persoon, waardoor aldus een billijke en adequate vergoeding van de door de gerechtelijke lasthebber verrichte prestaties wordt verzekerd ? ». Die zaak is ingeschreven onder nummer 5869 van de rol van het Hof. De griffier, financière de la personne morale poursuivie, le mandataire ad hoc désigné par les cours et tribunaux pour assurer la défense pénale de cette personne ne pourra obtenir une intervention à charge de l'Etat alors que les honoraires des autres mandataires de justice sont, en règle, pris en charge par l'Etat ou que le législateur a mis place un système subsidiaire pour parer l'insolvabilité de la personne protégée assurant de la sorte une juste et adéquate rémunération des prestations accomplies par le mandataire de justice ? ». Cette affaire est inscrite sous le numéro 5869 du rôle de la Cour. Le greffier,
P.-Y. Dutilleux P.-Y. Dutilleux
^