Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Arrest Van Het Grondwettelijk Hof van --
← Terug naar "Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof Bij arrest van 18 oktober 2002 in zake R. Derksen, tegen het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen, waarvan de expeditie « Schendt artikel 104, derde en zesde lid, van het Gerechtelijk Wetboek gelezen in samenhang met ar(...)"
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof Bij arrest van 18 oktober 2002 in zake R. Derksen, tegen het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen, waarvan de expeditie « Schendt artikel 104, derde en zesde lid, van het Gerechtelijk Wetboek gelezen in samenhang met ar(...) Avis prescrit par l'article 74 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 sur la Cour d'arbitrage Par arrêt du 18 octobre 2002 en cause de R. Derksen, contre l'Institut national d'assurances sociales pour travailleurs indépendants, dont l'expédition e « L'article 104, alinéas 3 et 6, du Code judiciaire, lu en combinaison avec l'article 81, alinéas 4(...)
ARBITRAGEHOF COUR D'ARBITRAGE
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 Avis prescrit par l'article 74 de la loi spéciale du 6 janvier 1989
januari 1989 op het Arbitragehof sur la Cour d'arbitrage
Bij arrest van 18 oktober 2002 in zake R. Derksen, tegen het Par arrêt du 18 octobre 2002 en cause de R. Derksen, contre l'Institut
Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen,
waarvan de expeditie ter griffie van het Arbitragehof is ingekomen op national d'assurances sociales pour travailleurs indépendants, dont
22 oktober 2002, heeft het Arbeidshof te Antwerpen de volgende l'expédition est parvenue au greffe de la Cour d'arbitrage le 22
octobre 2002, la Cour du travail d'Anvers a posé la question
prejudiciële vraag gesteld : préjudicielle suivante :
« Schendt artikel 104, derde en zesde lid, van het Gerechtelijk « L'article 104, alinéas 3 et 6, du Code judiciaire, lu en combinaison
Wetboek gelezen in samenhang met artikel 81, vierde en zevende lid, avec l'article 81, alinéas 4 et 7, du Code judiciaire, viole-t-il les
van het Gerechtelijk Wetboek, de artikelen 10 en 11 van de articles 10 et 11 de la Constitution coordonnée, lus en combinaison
gecoördineerde Grondwet, samengelezen met, eensdeels, artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden en, anderdeels, artikel 14.1 van het Internationaal Verdrag inzake de burgerrechten en politieke rechten, doordat in de betwistingen voor de arbeidsrechtbank omtrent de hoedanigheid van werknemer of van zelfstandige geen uitspraak wordt gedaan door een kamer, nadat ze zo is aangevuld dat ze buiten één rechter in de arbeidsrechtbank bestaat uit twee rechters in sociale zaken benoemd als zelfstandige en aangevuld met twee rechters in sociale zaken benoemd respectievelijk als werkgever en als werknemer, en doordat in de betwistingen voor het Arbeidshof omtrent dezelfde hoedanigheid geen uitspraak wordt gedaan door een kamer, nadat ze zo is samengesteld dat ze buiten twee raadsheren in het Arbeidshof en één raadsheer in sociale zaken, benoemd als zelfstandige, aangevuld wordt met twee raadsheren in sociale zaken, respectievelijk benoemd als werkgever en als werknemer ? » Die zaak is ingeschreven onder nummer 2539 van de rol van het Hof. De griffier, avec, d'une part, l'article 6 de la Convention de sauvegarde des droits de l'homme et des libertés fondamentales et, d'autre part, l'article 14.1 du Pacte international relatif aux droits civils et politiques, en ce que dans les litiges portés devant le tribunal du travail au sujet de la qualité de travailleur salarié ou de travailleur indépendant, il n'est pas statué par une chambre, après avoir été complétée de manière à comprendre, outre un seul juge au tribunal du travail, deux juges sociaux nommés au titre d'indépendant et deux juges sociaux nommés respectivement au titre d'employeur et de travailleur, et en ce que dans les litiges portés devant la cour du travail au sujet de la même qualité, il n'est pas statué par une chambre, après avoir été composée de manière à être complétée, en plus de deux conseillers à la cour du travail et d'un seul conseiller social, nommé au titre d'indépendant, par deux conseillers sociaux, nommés respectivement au titre d'employeur et de travailleur ? » Cette affaire est inscrite sous le numéro 2539 du rôle de la Cour. Le greffier,
L. Potoms. L. Potoms.
^