Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Arrest Van Het Grondwettelijk Hof van --
← Terug naar "Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof Bij arrest van 20 augustus 2001 in zake het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn van Namen tegen F. Corentin, waarvan de expeditie ter gr « Voert artikel 2, § 1, eerste lid, 2°, van de wet van 7 augustus 1974 tot instelling van het(...)"
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof Bij arrest van 20 augustus 2001 in zake het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn van Namen tegen F. Corentin, waarvan de expeditie ter gr « Voert artikel 2, § 1, eerste lid, 2°, van de wet van 7 augustus 1974 tot instelling van het(...) Avis prescrit par l'article 74 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 sur la Cour d'arbitrage Par arrêt du 20 août 2001 en cause du centre public d'aide sociale de Namur contre F. Corentin, dont l'expédition est parvenue au greffe de la Cour d'arb « L'article 2, § 1 er , alinéa 1 er , 2°, de la loi du 7 août 1974 institua(...)
ARBITRAGEHOF COUR D'ARBITRAGE
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 Avis prescrit par l'article 74 de la loi spéciale du 6 janvier 1989
januari 1989 op het Arbitragehof sur la Cour d'arbitrage
Bij arrest van 20 augustus 2001 in zake het openbaar centrum voor Par arrêt du 20 août 2001 en cause du centre public d'aide sociale de
maatschappelijk welzijn van Namen tegen F. Corentin, waarvan de Namur contre F. Corentin, dont l'expédition est parvenue au greffe de
expeditie ter griffie van het Arbitragehof is ingekomen op 22 augustus la Cour d'arbitrage le 22 août 2001, la Cour du travail de Liège a
2001, heeft het Arbeidshof te Luik de volgende prejudiciële vraag gesteld : posé la question préjudicielle suivante :
« Voert artikel 2, § 1, eerste lid, 2°, van de wet van 7 augustus 1974 « L'article 2, § 1er, alinéa 1er, 2°, de la loi du 7 août 1974
tot instelling van het recht op een bestaansminimum, geïnterpreteerd instituant le droit à un minimum de moyens d'existence, interprété
als slechts rechtgevend op een bestaansminimum toegekend als verhoogde comme n'ouvrant le droit au minimum de moyens d'existence accordé au
uitkering voor alleenstaanden (artikel 2, § 1, eerste lid, 2°) voor taux isolé majoré (article 2, § 1er, alinéa 1er, 2°) qu'à un parent
een ouder die enkel samenwoont met een meerderjarig [lees : vivant exclusivement avec un enfant majeur [lire : mineur] à charge à
minderjarig] kind ten laste, op voorwaarde dat dat kind hoofdzakelijk condition que cet enfant réside principalement avec lui, instaure-t-il
bij hem verblijft, een discriminatie in die in strijd is met de artikelen 10 en 11 van de gecoördineerde Grondwet, tussen, enerzijds, de ouder die hoofdzakelijk verblijft met een minderjarig kind ten laste en, anderzijds, de ouder, die naar gelang van het toegestane bezoekrecht, slechts occasioneel verblijft met een minderjarig kind dat hij eveneens ten laste heeft, doordat enkel de eerste aanspraak kan maken op de toekenning van een bestaansminimum als verhoogde uitkering voor alleenstaande terwijl de tweede slechts aanspraak kan maken op de uitkering voor alleenstaande, terwijl ze beiden dezelfde plicht van opvoeding en onderhoud van het kind vervullen bij het naleven van de gerechtelijke beslissing die op hen betrekking heeft ? » une discrimination contraire aux articles 10 et 11 de la Constitution coordonnée entre, d'une part, le parent qui réside principalement avec un enfant mineur à charge et, d'autre part, le parent qui en fonction du droit de visite accordé, ne réside qu'occasionnellement avec un enfant mineur qu'il a également à charge en ce que seul le premier peut prétendre à l'octroi du minimum de moyens d'existence au taux isolé majoré tandis que le second ne peut bénéficier que du taux isolé alors que tous deux remplissent le même devoir d'éducation et d'entretien de l'enfant dans le respect de la décision de justice les concernant ? ».
Die zaak is ingeschreven onder nummer 2234 van de rol van het Hof. Cette affaire est inscrite sous le numéro 2234 du rôle de la Cour.
De griffier, Le greffier,
L. Potoms. L. Potoms.
^