Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Arrest Van Het Grondwettelijk Hof van --
← Terug naar "Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof Bij arrest van 3 april 2001 in zake de n.v. Borsumij Belgium tegen de Belgische Staat, waarvan de expeditie ter griffie van het Arbitragehof is in « 1. Is het artikel 43, eerste en tweede lid, van de wet van 3 juli 1969 tot invoering van het Wetb(...)"
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof Bij arrest van 3 april 2001 in zake de n.v. Borsumij Belgium tegen de Belgische Staat, waarvan de expeditie ter griffie van het Arbitragehof is in « 1. Is het artikel 43, eerste en tweede lid, van de wet van 3 juli 1969 tot invoering van het Wetb(...) Avis prescrit par l'article 74 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 sur la Cour d'arbitrage Par arrêt du 3 avril 2001 en cause de la s.a. Borsumij Belgium contre l'Etat belge, dont l'expédition est parvenue au greffe de la Cour d'arbitrage le 19 « 1. L'article 43, alinéas 1 er et 2, de la loi du 3 juillet 1969 créant le Code de la ta(...)
ARBITRAGEHOF COUR D'ARBITRAGE
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 Avis prescrit par l'article 74 de la loi spéciale du 6 janvier 1989
januari 1989 op het Arbitragehof sur la Cour d'arbitrage
Bij arrest van 3 april 2001 in zake de n.v. Borsumij Belgium tegen de Par arrêt du 3 avril 2001 en cause de la s.a. Borsumij Belgium contre
Belgische Staat, waarvan de expeditie ter griffie van het Arbitragehof l'Etat belge, dont l'expédition est parvenue au greffe de la Cour
is ingekomen op 19 april 2001, heeft het Hof van Beroep te Antwerpen d'arbitrage le 19 avril 2001, la Cour d'appel d'Anvers a posé les
de volgende prejudiciële vragen gesteld : questions préjudicielles suivantes :
« 1. Is het artikel 43, eerste en tweede lid, van de wet van 3 juli « 1. L'article 43, alinéas 1er et 2, de la loi du 3 juillet 1969
1969 tot invoering van het Wetboek van de Belasting over de créant le Code de la taxe sur la valeur ajoutée est-il compatible avec
Toegevoegde Waarde, verenigbaar met de artikelen 10 en 11 van de gecoördineerde Grondwet (artikelen 6 en 6bis van de toenmalige Grondwet) wanneer het zou geïnterpreteerd worden als dat het de Koning zou toelaten een medeschuldenaarschap of hoofdelijke aansprakelijkheid in te voeren voor de BTW in hoofde van de leverancier van de belastingplichtige in het geval dat deze laatste zich ten onrechte op de vrijstelling van voornoemd artikel 43 zou hebben beroepen, zelfs zonder dat van een opzettelijke overtreding van de leverancier sprake zou zijn, terwijl een contractant in de regel en burgerrechtelijk niet hoofdelijk aansprakelijk is voor de schulden van zijn medecontractant ? les articles 10 et 11 de la Constitution coordonnée (articles 6 et 6bis de la Constitution de l'époque) s'il est interprété comme autorisant le Roi à instaurer la qualité de codébiteur ou une responsabilité solidaire pour la T.V.A. dans le chef du fournisseur de l'assujetti au cas où ce dernier se serait prévalu indûment de la franchise du susdit article 43, même sans qu'il soit question d'une infraction intentionnelle du fournisseur, alors qu'un contractant n'est généralement et sur le plan civil pas solidairement responsable des dettes de son cocontractant ?
2. Is het artikel 70, § 4, tweede lid, van de wet van 3 juli 1969 tot invoering van het Wetboek van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, verenigbaar met de artikelen 10 en 11 van de gecoördineerde Grondwet (artikelen 6 en 6bis van de toenmalige Grondwet) wanneer het zou geïnterpreteerd worden als dat een medecontractant-leverancier hoofdelijk aansprakelijk zou zijn voor de BTW, de intresten en de geldboeten verschuldigd door een belastingplichtige-afnemer in het geval dat deze laatste zich ten onrechte op de vrijstelling van voornoemd artikel 43 zou hebben beroepen, zelfs als de eerstgenoemde geen opzettelijke overtreding ten laste kan worden gelegd, terwijl in het burgerlijk recht en in andere fiscale wetboeken van dergelijk automatisch medeschuldenaarschap geen sprake is ? » Die zaak is ingeschreven onder nummer 2160 van de rol van het Hof. De griffier, 2. L'article 70, § 4, alinéa 2, de la loi du 3 juillet 1969 créant le Code de la taxe sur la valeur ajoutée est-il compatible avec les articles 10 et 11 de la Constitution coordonnée (articles 6 et 6bis de la Constitution de l'époque) s'il est interprété en ce sens qu'un cocontractant-fournisseur serait solidairement responsable de la T.V.A., des intérêts et des amendes dues par un assujetti-acquéreur au cas où ce dernier se serait prévalu indûment de la franchise du susdit article 43, même si le premier nommé ne peut se voir mettre à charge une infraction intentionnelle, alors qu'en droit civil et dans les autres codes fiscaux il n'est pas question de cette qualité de codébiteur automatique ? » Cette affaire est inscrite sous le numéro 2160 du rôle de la Cour. Le greffier,
P.-Y. Dutilleux. P.-Y. Dutilleux.
^