Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Arrest Van Het Grondwettelijk Hof van --
← Terug naar "Arrest nr. 94/99 van 15 juli 1999 Rolnummer 1375 In zake : de prejudiciële vragen betreffende artikel 21, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, gesteld door de Raad van State. Het Arbitragehof, samengesteld uit wijst na beraad het volgende arrest : I. Onderwerp van de prejudiciële vragen Bij arrest nr. (...)"
Arrest nr. 94/99 van 15 juli 1999 Rolnummer 1375 In zake : de prejudiciële vragen betreffende artikel 21, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, gesteld door de Raad van State. Het Arbitragehof, samengesteld uit wijst na beraad het volgende arrest : I. Onderwerp van de prejudiciële vragen Bij arrest nr. (...) Arrêt n° 94/99 du 15 juillet 1999 Numéro du rôle : 1375 En cause : les questions préjudicielles relatives à l'article 21, alinéa 2, des lois coordonnées sur le Conseil d'Etat, posées par le Conseil d'Etat. La Cour d'arbitrage, composée après en avoir délibéré, rend l'arrêt suivant : I. Objet des questions préjudicielles Par ar(...)
ARBITRAGEHOF COUR D'ARBITRAGE
Arrest nr. 94/99 van 15 juli 1999 Arrêt n° 94/99 du 15 juillet 1999
Rolnummer 1375 Numéro du rôle : 1375
In zake : de prejudiciële vragen betreffende artikel 21, tweede lid, En cause : les questions préjudicielles relatives à l'article 21,
van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, gesteld door de alinéa 2, des lois coordonnées sur le Conseil d'Etat, posées par le
Raad van State. Conseil d'Etat.
Het Arbitragehof, La Cour d'arbitrage,
samengesteld uit de voorzitters L. De Grève en M. Melchior, en de composée des présidents L. De Grève et M. Melchior, et des juges P.
rechters P. Martens, J. Delruelle, E. Cerexhe, H. Coremans en A. Arts, Martens, J. Delruelle, E. Cerexhe, H. Coremans et A. Arts, assistée du
bijgestaan door de griffier L. Potoms, onder voorzitterschap van voorzitter L. De Grève, greffier L. Potoms, présidée par le président L. De Grève,
wijst na beraad het volgende arrest : après en avoir délibéré, rend l'arrêt suivant :
I. Onderwerp van de prejudiciële vragen I. Objet des questions préjudicielles
Bij arrest nr. 74.711 van 29 juni 1998 in zake H. Monstrey tegen het Par arrêt n° 74.711 du 29 juin 1998 en cause de H. Monstrey contre
Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (RIZIV),
waarvan de expeditie ter griffie van het Arbitragehof is ingekomen op l'Institut national d'assurance maladie-invalidité (INAMI), dont
15 juli 1998, heeft de Raad van State de volgende prejudiciële vragen l'expédition est parvenue au greffe de la Cour d'arbitrage le 15
juillet 1998, le Conseil d'Etat a posé les questions préjudicielles
gesteld : suivantes :
« Schendt artikel 21, lid 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad « L'article 21, alinéa 2, des lois coordonnées sur le Conseil d'Etat
van State de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in de mate dat die viole-t-il les articles 10 et 11 de la Constitution, dans la mesure où
bepaling gelijkelijk geldt voor het geval waar de verzoekende partij, cette disposition vaut pareillement pour le cas où la partie
in het kader van het objectief contentieux, tegen een administratieve requérante, dans le cadre du contentieux objectif, introduit devant le
beslissing een annulatieberoep instelt bij de Raad van State en voor Conseil d'Etat un recours en annulation contre une décision
het geval dat, in het kader van het subjectief contentieux, de administrative et dans le cas où, dans le cadre du contentieux
verzoekende partij bij de Raad van State een cassatieberoep instelt subjectif, la partie requérante forme devant le Conseil d'Etat un
tegen een jurisdictionele beslissing uitgaande van een administratief pourvoi en cassation contre une décision juridictionnelle, émanant
rechtscollege ? d'une juridiction administrative ?
Schendt artikel 21, lid 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van L'article 21, alinéa 2, des lois coordonnées sur le Conseil d'Etat
State de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, al dan niet in samenhang viole-t-il les articles 10 et 11 de la Constitution, combinés ou non
met de artikelen 144 en 145 van de Grondwet en de artikelen 6 en 14 avec les articles 144 et 145 de la Constitution et avec les articles 6
van het EVRM-verdrag, in de mate dat die bepaling voorziet dat de et 14 de la Convention européenne des droits de l'homme, dans la
mesure où cette disposition prévoit que la partie requérante, qui a
verzoekende partij die, in een cassatievoorziening tegen een formé un pourvoi en cassation devant le Conseil d'Etat contre une
beslissing van een administratief rechtscollege omtrent politieke décision d'une juridiction administrative relative à des droits
subjectieve rechten bij de Raad van State, in geval van het laattijdig politiques subjectifs, perd de plein droit, en cas d'introduction
indienen van een memorie van wederantwoord, van rechtswege zijn belang tardive d'un mémoire en réplique, son intérêt à la procédure, alors
bij de procedure verliest daar waar, anderzijds, luidens artikel 1094 qu'au contraire, selon l'article 1094 du Code judiciaire, la partie
Ger. Wb., de verzoekende partij die, in een cassatievoorziening tegen requérante qui, s'étant pourvue devant la Cour de cassation contre la
een beslissing van een administratief rechtscollege omtrent politieke décision d'une juridiction administrative relative à des droits
subjectieve rechten bij het Hof van Cassatie, laattijdig gebruik maakt politiques subjectifs, fait tardivement usage de la faculté
van de mogelijkheid om een memorie van wederantwoord in te dienen, d'introduire un mémoire en réplique, n'est pas sanctionnée par la
niet gesanctioneerd wordt met het verval van het cassatieberoep ? déchéance du pourvoi en cassation ?
Schendt artikel 21, lid 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van L'article 21, alinéa 2, des lois coordonnées sur le Conseil d'Etat
State de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, al dan niet in samenhang viole-t-il les articles 10 et 11 de la Constitution, combinés ou non
met de artikelen 144 en 145 van de Grondwet en 6 en 14 van het avec les articles 144 et 145 de la Constitution et 6 et 14 de la
EVRM-verdrag, in de mate dat die bepaling stelt dat de verzoekende Convention européenne des droits de l'homme, dans la mesure où cette
partij, in een cassatieberoep tegen een beslissing van een disposition prévoit que la partie requérante, qui a formé un pourvoi
administratief rechtscollege omtrent subjectieve rechten bij de Raad en cassation devant le Conseil d'Etat contre la décision d'une
van State, ingeval van het laattijdig indienen van een memorie van juridiction administrative relative à des droits subjectifs, perd de
wederantwoord, van rechtswege zijn belang bij de procedure verliest plein droit, en cas d'introduction tardive d'un mémoire en réplique,
daar waar, anderzijds, het laattijdig indienen van een memorie van son intérêt à la procédure, alors qu'au contraire, l'introduction
antwoord door de verwerende partij niet met een gelijkwaardige sanctie tardive d'un mémoire en réponse par la partie défenderesse n'est pas
bestraft wordt ? frappée d'une sanction équivalente ?
Schendt artikel 21, lid 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van L'article 21, alinéa 2, des lois coordonnées sur le Conseil d'Etat
State de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in samenhang met de viole-t-il les articles 10 et 11 de la Constitution, combinés avec les
artikelen 144 en 145 van de Grondwet en 6 en 14 van het EVRM, in de articles 144 et 145 de la Constitution et 6 et 14 de la Convention
mate dat de toegang tot de rechter en het recht van verdediging in het européenne des droits de l'homme, dans la mesure où l'accès au juge et
kader van een cassatieberoep tegen een beslissing van een le droit de la défense ne sont pas garantis par cet article dans le
administratief rechtscollege omtrent subjectieve rechten bij de Raad cadre d'un pourvoi en cassation devant le Conseil d'Etat formé contre
van State, daardoor niet wordt gegarandeerd, terwijl die belemmering une décision d'une juridiction administrative relative à des droits
inzake het recht van toegang tot een rechter en het recht van subjectifs, alors que cette entrave en matière de droit d'accès au
verdediging niet geldt in het kader van een administratief juge et de droit de la défense est inexistante dans le cadre d'un
cassatieberoep bij het Hof van Cassatie ? » pourvoi en cassation administrative devant la Cour de cassation ? »
II. De feiten en de rechtspleging in het bodemgeschil II. Les faits et la procédure antérieure
H. Monstrey heeft bij de Raad van State beroep ingesteld tegen een H. Monstrey a introduit auprès du Conseil d'Etat un recours contre une
beslissing van de commissie van beroep bij de Dienst voor décision de la commission d'appel instituée auprès du Service du
geneeskundige controle van het Rijksinstituut voor Ziekte- en contrôle médical de l'Institut national d'assurance
Invaliditeitsverzekering. maladie-invalidité.
De auditeur bij het verwijzende rechtscollege doet in zijn verslag met
toepassing van artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van Dans son rapport fait en application de l'article 14bis, § 1er, de
23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling l'arrêté du Régent du 23 août 1948 déterminant la procédure devant la
administratie van de Raad van State opmerken dat de memorie van section d'administration du Conseil d'Etat, l'auditeur auprès de la
juridiction a quo fait observer que le mémoire en réplique de la
wederantwoord van de verzoekende partij niet binnen de voorgeschreven partie requérante n'a pas été introduit dans le délai prescrit de
termijn van zestig dagen is ingediend en dat derhalve, op grond van soixante jours et que le recours doit par conséquent être déclaré
artikel 21, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van irrecevable, sur la base de l'article 21, alinéa 2, des lois
State, het beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard wegens coordonnées sur le Conseil d'Etat, du fait de l'absence de l'intérêt
het ontbreken van het vereiste belang van de verzoekende partij. requis dans le chef de la partie requérante.
Voor de Raad van State voert de verzoekende partij evenwel aan dat Devant le Conseil d'Etat, la partie requérante soutient toutefois que
artikel 21, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van l'article 21, alinéa 2, des lois coordonnées sur le Conseil d'Etat est
State in strijd is met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet. De contraire aux articles 10 et 11 de la Constitution. Elle considère que
verzoekende partij is van mening dat de rechtspraak van het Hof met
betrekking tot de in het geding zijnde bepaling, onder meer in zijn la jurisprudence de la Cour relative à la disposition en cause,
arrest nr. 27/97 van 6 mei 1997, enkel het objectief contentieux voor notamment son arrêt n° 27/97 du 6 mai 1997, ne concerne que le
de Raad van State betreft en niet de gedingen - zoals te dezen - contentieux objectif devant le Conseil d'Etat mais non les litiges où,
waarin de Raad van State optreedt als cassatierechter ten aanzien van comme en l'espèce, le Conseil d'Etat agit en tant que juge de
beslissingen van administratieve rechtscolleges. cassation à l'égard de décisions de juridictions administratives.
Rekening houdend met artikel 26, § 1, van de bijzondere wet van 6 Compte tenu de l'article 26, § 1er, de la loi spéciale du 6 janvier
januari 1989 op het Arbitragehof stelt de Raad van State de hiervoor 1989 sur la Cour d'arbitrage, le Conseil d'Etat pose à la Cour les
geciteerde vier prejudiciële vragen zoals zij door de verzoekende quatre questions préjudicielles citées plus haut, telles qu'elles ont
partij zijn gesuggereerd. été suggérées par la partie requérante.
III. De rechtspleging voor het Hof III. La procédure devant la Cour
Bij beschikking van 15 juli 1998 heeft de voorzitter in functie de Par ordonnance du 15 juillet 1998, le président en exercice a désigné
rechters van de zetel aangewezen overeenkomstig de artikelen 58 en 59 les juges du siège conformément aux articles 58 et 59 de la loi
van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof. spéciale du 6 janvier 1989 sur la Cour d'arbitrage.
De rechters-verslaggevers hebben geoordeeld dat er geen aanleiding was Les juges-rapporteurs ont estimé n'y avoir lieu de faire application
om artikel 71 of 72 van de organieke wet toe te passen. des articles 71 ou 72 de la loi organique.
Van de verwijzingsbeslissing is kennisgegeven overeenkomstig artikel La décision de renvoi a été notifiée conformément à l'article 77 de la
77 van de organieke wet bij op 18 augustus 1998 ter post aangetekende loi organique, par lettres recommandées à la poste le 18 août 1998.
brieven. Het bij artikel 74 van de organieke wet voorgeschreven bericht is L'avis prescrit par l'article 74 de la loi organique a été publié au
bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 15 september 1998. Moniteur belge du 15 septembre 1998.
Memories zijn ingediend door : Des mémoires ont été introduits par :
- de Ministerraad, Wetstraat 16, 1000 Brussel, bij op 14 september - le Conseil des ministres, rue de la Loi 16, 1000 Bruxelles, par
1998 ter post aangetekende brief; lettre recommandée à la poste le 14 septembre 1998;
- H. Monstrey, Carnotstraat 125, 2060 Antwerpen, bij op 2 oktober 1998 - H. Monstrey, Carnotstraat 125, 2060 Anvers, par lettre recommandée à
ter post aangetekende brief. la poste le 2 octobre 1998.
Van die memories is kennisgegeven overeenkomstig artikel 89 van de Ces mémoires ont été notifiés conformément à l'article 89 de la loi
organieke wet bij op 20 oktober 1998 ter post aangetekende brieven. organique, par lettres recommandées à la poste le 20 octobre 1998.
Memories van antwoord zijn ingediend door : Des mémoires en réponse ont été introduits par :
- de Ministerraad, bij op 12 november 1998 ter post aangetekende - le Conseil des ministres, par lettre recommandée à la poste le 12
brief; novembre 1998;
- H. Monstrey, bij op 19 november 1998 ter post aangetekende brief. - H. Monstrey, par lettre recommandée à la poste le 19 novembre 1998.
Bij beschikking van 16 december 1998 heeft het Hof de termijn Par ordonnance du 16 décembre 1998, la Cour a prorogé jusqu'au 15
waarbinnen het arrest moet worden gewezen, verlengd tot 15 juli 1999. juillet 1999 le délai dans lequel l'arrêt doit être rendu.
Bij beschikking van 31 maart 1999 heeft het Hof de zaak in gereedheid Par ordonnance du 31 mars 1999, la Cour a déclaré l'affaire en état et
verklaard en de dag van de terechtzitting bepaald op 5 mei 1999. fixé l'audience au 5 mai 1999.
Van die beschikking is kennisgegeven aan de partijen en hun advocaten Cette ordonnance a été notifiée aux parties ainsi qu'à leurs avocats,
bij op 1 april 1999 ter post aangetekende brieven. par lettres recommandées à la poste le 1er avril 1999.
Op de openbare terechtzitting van 5 mei 1999 : A l'audience publique du 5 mai 1999 :
- zijn verschenen : - ont comparu :
. Mr. D. D'Hooghe, advocaat bij de balie te Brussel, voor H. Monstrey; . Me D. D'Hooghe, avocat au barreau de Bruxelles, pour H. Monstrey;
. Mr. E. Brewaeys, advocaat bij de balie te Brussel, voor de . Me E. Brewaeys, avocat au barreau de Bruxelles, pour le Conseil des
Ministerraad; ministres;
- hebben de rechters-verslaggevers A. Arts en J. Delruelle verslag uitgebracht; - les juges-rapporteurs A. Arts et J. Delruelle ont fait rapport;
- zijn de voornoemde advocaten gehoord; - les avocats précités ont été entendus;
- is de zaak in beraad genomen. - l'affaire a été mise en délibéré.
De rechtspleging is gevoerd overeenkomstig de artikelen 62 en volgende La procédure s'est déroulée conformément aux articles 62 et suivants
van de organieke wet, die betrekking hebben op het gebruik van de talen voor het Hof. de la loi organique, relatifs à l'emploi des langues devant la Cour.
IV. In rechte IV. En droit
- A - - A -
Algemeen standpunt van H. Monstrey Position générale de H. Monstrey
A.1.1. H. Monstrey, verzoekende partij voor de Raad van State, betoogt A.1.1. H. Monstrey, partie requérante devant le Conseil d'Etat,
in eerste instantie dat artikel 21, tweede lid, van de gecoördineerde soutient tout d'abord que l'article 21, alinéa 2, des lois coordonnées
wetten op de Raad van State in strijd is met de artikelen 6, 13 en 14 sur le Conseil d'Etat est contraire aux articles 6, 13 et 14 de la
van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, die in het kader Convention européenne des droits de l'homme, qui, dans le cadre des
van de prejudiciële vragen in samenhang dienen te worden gelezen met questions préjudicielles, doivent être lus conjointement avec les
de artikelen 10 en 11 van de Grondwet. articles 10 et 11 de la Constitution.
Dat artikel 6.1 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens L'article 6.1 de la Convention européenne des droits de l'homme
van toepassing is op de voorliggende zaak, blijkt volgens H. Monstrey s'applique bel et bien à l'affaire présente, ainsi qu'il ressort déjà,
reeds uit een arrest nr. 67.605 van 29 juli 1997 (De Saedeleer t/ explique H. Monstrey, de l'arrêt n° 67.605 du 29 juillet 1997 (De
RIZIV), waarin de Raad van State aannam dat de procedure in beroep Saedeleer c/ INAMI), dans lequel le Conseil d'Etat a admis que la
tegen een beslissing van de medische controlecommissie van het procédure d'appel contre une décision de la Commission du contrôle
Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering betrekking médical de l'Institut national d'assurance maladie-invalidité a pour
heeft op de vaststelling van burgerlijke rechten en verplichtingen. objet une contestation portant sur des droits et obligations de caractère civil.
De verzoekende partij voor de Raad van State verwijst naar de La partie requérante devant le Conseil d'Etat fait référence à la
rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (onder jurisprudence de la Cour européenne des droits de l'homme (notamment
meer de arresten Golder van 21 januari 1975 en Airey van 9 oktober les arrêts Golder du 21 janvier 1975 et Airey du 9 octobre 1979) et
1979) en leidt daaruit af dat de thans betwiste bepaling het bij conclut de celle-ci que la disposition présentement mise en cause
artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens viole le droit d'accès à la justice que garantit l'article 6 de la
gewaarborgde recht op toegang tot de rechter schendt : « Dat het recht Convention européenne des droits de l'homme : « Que le droit d'accès,
op toegang, waarvan regelmatig gebruik werd gemaakt, komt te vervallen
doordat een procespartij niet tijdig heeft gebruik gemaakt van zijn dont il a été fait un usage régulier, vienne à disparaître parce
recht op tegenspraak, is kennelijk buiten elke redelijke verhouding qu'une partie au procès n'a pas usé dans les délais de son droit de
met de doelstelling waarmee proceduretermijnen normaal worden contradiction est de toute évidence totalement disproportionné à
voorgeschreven, namelijk om een behoorlijke rechtspleging te l'objectif en vue duquel les délais de procédure sont normalement
garanderen. Dit is des te meer het geval wanneer, zoals in casu, de prescrits, à savoir de garantir une bonne administration de la
verzoeker wel degelijk een memorie van wederantwoord heeft ingediend, justice. Ceci est d'autant plus vrai lorsque, comme en l'espèce, le
doch 1 dag na het verstrijken van de termijn. » requérant a bel et bien introduit un mémoire en réplique, mais 1 jour
après l'expiration du délai. »
Vervolgens betoogt H. Monstrey dat de betwiste bepaling aldus evenzeer H. Monstrey soutient ensuite que la disposition litigieuse viole ainsi
het recht van verdediging schendt. également le droit de défense.
Het ontnemen van de waarborgen van artikel 6 van het Europees Verdrag Selon lui, supprimer les garanties de l'article 6 de la Convention
voor de Rechten van de Mens is naar zijn oordeel bovendien in strijd
met artikel 14 van dat Verdrag, nu de maatregel niet geldt voor européenne des droits de l'homme est en outre contraire à l'article 14
soortgelijke beroepen bij het Hof van Cassatie. de cette Convention, étant donné que la mesure ne s'applique pas aux
Volgens H. Monstrey heeft de sanctie waarin artikel 21, tweede lid, recours similaires portés devant la Cour de cassation.
van de gecoördineerde wetten op de Raad van State voorziet, niets uit Selon H. Monstrey, la sanction prévue par l'article 21, alinéa 2, des
te staan met het vereiste belang van een verzoekende partij voor de lois coordonnées sur le Conseil d'Etat est sans rapport avec l'intérêt
Raad van State, maar komt dit neer op een « quasi-onweerlegbaar qui est requis d'une partie requérante devant le Conseil d'Etat mais
vermoeden van afstand van recht ». équivaut à une « présomption quasi irréfragable d'abandon de droit ».
A.1.2. De verzoekende partij voor de Raad van State betoogt voorts dat A.1.2. La partie requérante devant le Conseil d'Etat allègue ensuite
de in het geding zijnde bepaling in strijd is met de artikelen 10 en que la disposition en cause est contraire aux articles 10 et 11 de la
11 van de Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen met de artikelen Constitution, lus conjointement ou non avec les articles 144 et 145 de
144 en 145 van de Grondwet en met de artikelen 6 en 14 van het la Constitution, et avec les articles 6 et 14 de la Convention
Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. européenne des droits de l'homme.
H. Monstrey doet opmerken dat de eerdere arresten van het Hof over H. Monstrey fait observer que les arrêts précédents de la Cour
artikel 21, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van relatifs à l'article 21, alinéa 2, des lois coordonnées sur le Conseil
State (arresten nrs. 32/95 van 4 april 1995, 67/95 van 28 september d'Etat (les arrêts nos 32/95 du 4 avril 1995, 67/95 du 28 septembre
1995 en 27/97 van 6 mei 1997) betrekking hadden op gevallen waarin de 1995 et 27/97 du 6 mai 1997) concernaient des cas où le Conseil d'Etat
Raad van State oordeelt in het kader van een objectief beroep tot statuait dans le cadre d'un recours objectif en annulation.
vernietiging. Die rechtspraak is volgens hem niet pertinent voor de beoordeling van Selon lui, cette jurisprudence n'est pas pertinente lorsqu'il s'agit
de verenigbaarheid van de betwiste bepaling met het d'apprécier la compatibilité de la disposition litigieuse avec le
gelijkheidsbeginsel in het raam van een administratief cassatieberoep. principe d'égalité dans le cadre d'un recours en cassation administrative.
Algemeen standpunt van de Ministerraad Position générale du Conseil des ministres
A.2.1. Naar het oordeel van de Ministerraad liggen de zaken eigenlijk A.2.1. Le Conseil des ministres considère que les choses sont en fait
zeer eenvoudig : « wanneer er enige beperking zou zijn van het recht fort simples : « s'il y a une quelconque restriction du droit d'accès
op toegang (beter: recht op voortgang) voor de rechter, dan is deze à la justice (ou plus exactement : du droit de poursuivre une
beperking enkel en alleen aan de oorspronkelijk verzoekende partij procédure), cette restriction est exclusivement imputable à la partie
zelf te wijten. Zij was immers te laat met het indienen van haar requérante originaire elle-même. En effet, elle a introduit son
memorie, terwijl zij nochtans de dwingend voorgeschreven termijnen kon mémoire en retard, alors qu'elle était cependant en mesure de
kennen [...]. » connaître les délais impératifs prescrits [ . ] ».
A.2.2. De Ministerraad verwijst voorts naar de arresten van het Hof A.2.2. Le Conseil des ministres fait par ailleurs référence aux arrêts
nrs. 69/93 van 29 september 1993 (B.7.2) en 82/93 van 1 december 1993 de la Cour nos 69/93 du 29 septembre 1993 (B.7.2) et 82/93 du 1er
(B.9.2), waarin de privaatrechtelijke sanctie ten aanzien van een décembre 1993 (B.9.2), dans lesquels la Cour a considéré que la
niet-verschijnende partij door het Hof als verantwoord werd beschouwd. sanction de droit commun à l'égard de la partie défaillante était justifiée.
Weliswaar heeft men te dezen niet te maken met een niet-verschijnende Certes, on n'est pas en présence ici d'une partie défaillante, mais
partij, maar toch met een partij « die zich zelf, ingevolge de malgré tout d'une partie « qui, suite à une application erronée des
verkeerde toepassing van het termijnvoorschrift, de mogelijkheid heeft délais prescrits, s'est privée elle-même de la possibilité d'être
ontnomen om zich in de loop van het geding nog verder te laten horen, encore entendue, ou du moins lue, au cours de la procédure ».
of minstens te laten lezen ». De Ministerraad verwijst andermaal naar die arresten wat het Le Conseil des ministres renvoie une nouvelle fois aux arrêts susdits,
onderscheid inzake de rechtspleging zelf betreft : « Het is een pour ce qui est de la distinction concernant la procédure elle-même :
fundamentele keuze, die de Belgische Wetgever heeft genomen en « C'est une option fondamentale que le législateur belge a prise et
vermocht te nemen, de geschillen die voor de Raad van State worden pouvait prendre que de soumettre les litiges sur lesquels statue le
beslecht aan een bijzondere behandeling te onderwerpen ten overstaan Conseil d'Etat à un traitement particulier en regard des litiges sur
van de geschillen die worden beslecht voor de ' gewone ' hoven en lesquels statuent les cours et tribunaux ` ordinaires ' » (cf. l'arrêt
rechtbanken » (vgl. met arrest nr. 69/93 van 29 september 1993 (B.3.2) n° 69/93 du 29 septembre 1993 (B.3.2) et l'arrêt n° 82/93 du 1er
en arrest nr. 82/93 van 1 december 1993 (B.5.2)). décembre 1993 (B.5.2)).
Ten aanzien van de eerste prejudiciële vraag Quant à la première question préjudicielle
A.3.1. Naar het oordeel van H. Monstrey worden niet-vergelijkbare A.3.1. Selon H. Monstrey, des situations non comparables, à savoir le
gevallen, namelijk het beroep tot vernietiging in het objectief recours en annulation dans le contentieux objectif, d'une part, et le
contentieux, enerzijds, en het cassatieberoep in het subjectief recours en cassation dans le contentieux subjectif, d'autre part, sont
contentieux, anderzijds, zonder objectieve en redelijke verantwoording traitées de la même manière, sans aucune justification objective et
op gelijke wijze behandeld. raisonnable.
A.3.2. Volgens de Ministerraad lijkt de verzoekende partij voor de A.3.2. Pour le Conseil des ministres, la partie requérante devant le
Raad van State ervan uit te gaan dat de wetgever ten onrechte dezelfde Conseil d'Etat semble partir du principe que c'est à tort que le
regels toepasselijk heeft gemaakt op het objectief beroep en op het législateur a rendu les mêmes règles applicables au recours objectif
subjectief contentieux voor de Raad van State. et au contentieux subjectif devant le Conseil d'Etat.
De Ministerraad doet opmerken dat de aard van de rechtspleging afhangt Le Conseil des ministres fait observer que la nature de la procédure
van de aard van het rechtscollege waarbij de zaak aanhangig wordt dépend de la nature de la juridiction saisie et non de la nature de
gemaakt en niet van de aard van de vordering voor dat rechtscollege : l'action mue devant cette juridiction : « Le principe d'égalité n'est
« Het gelijkheidsbeginsel wordt niet geschonden door het loutere feit pas violé par le simple fait que le législateur soumet aux mêmes
dat de wetgever twee onderscheiden procedures voor de zelfde règles de procédure deux procédures distinctes intentées devant la
rechtsmacht aan dezelfde procedureregels onderwerpt ». Ook de Grondwet maakt ter zake geen onderscheid tussen de Raad van State al naargelang die kennis neemt van een objectief contentieux of van een subjectief contentieux. De Ministerraad wijst er ook op dat er in de praktijk weinig inhoudelijk verschil bestaat tussen de wijze van beoordeling en van toezicht op de feiten door de Raad van State in het ene en het andere contentieux. A.3.3. De verzoekende partij bij de Raad van State is het met de Ministerraad erover eens dat het loutere feit dat de wetgever twee onderscheiden procedures voor dezelfde rechtsmacht aan dezelfde procedureregels onderwerpt niet noodzakelijk tot de schending van het gelijkheidsbeginsel moet leiden. Volgens H. Monstrey « impliceert [dit] evenwel niet dat, wanneer de procedures fundamenteel verschillend zijn, niettegenstaande zij voor eenzelfde rechtsmacht te voeren zijn, zij niet op een verschillende wijze te behandelen zijn ». De verzoekende partij voor de Raad van State stelt vast dat de Ministerraad zo goed als niet ingaat op het door haar aangehaalde onderscheid tussen het objectief en het subjectief beroep alsmede même juridiction ». La Constitution ne fait pas non plus de distinction en ce qui concerne le Conseil d'Etat, selon que celui-ci connaît du contentieux objectif ou du contentieux subjectif. Le Conseil des ministres souligne encore qu'il existe dans la pratique fort peu de différence entre les manières dont le Conseil d'Etat apprécie et contrôle les faits dans l'un et l'autre contentieux. A.3.3. La partie requérante devant le Conseil d'Etat convient avec le Conseil des ministres que le simple fait que le législateur soumette aux mêmes règles procédurales deux procédures distinctes intentées devant la même juridiction ne conduit pas nécessairement à une violation du principe d'égalité. Selon H. Monstrey, « ceci n'implique toutefois pas que, lorsque les procédures sont fondamentalement différentes, nonobstant le fait qu'elles sont intentées devant la même juridiction, elles ne doivent pas être traitées de manière différente ». La partie requérante devant le Conseil d'Etat constate que le Conseil des ministres ne réagit pratiquement pas à propos de la distinction qu'elle évoque entre le recours objectif et le recours subjectif ainsi
tussen het annulatie- en cassatieberoep bij de Raad van State. Dit qu'entre les recours en annulation et les recours en cassation devant
klemt volgens H. Monstrey des te meer daar het Hof in zijn arrest nr. le Conseil d'Etat. Ceci est d'autant plus frappant, selon H. Monstrey,
27/97 van 6 mei 1997 (B.8) oordeelde dat het objectief annulatieberoep niet vergelijkbaar is met geschillen voor de burgerlijke rechtbanken, precies omdat de aard van de in het geding zijnde rechten verschillend is. Ten aanzien van de tweede prejudiciële vraag A.4.1. H. Monstrey is van mening dat te dezen vergelijkbare gevallen, namelijk cassatieberoepen tegen beslissingen van administratieve rechtscolleges respectievelijk bij de Raad van State en bij het Hof van Cassatie, zonder objectieve en redelijke verantwoording op verschillende wijze worden behandeld. Naar het oordeel van de verzoekende partij voor de Raad van State is het verschil in sanctie bij het niet tijdig indienen van een memorie van wederantwoord in het licht van de beoogde doelstelling kennelijk onredelijk en in strijd met het gelijkheidsbeginsel. A.4.2. De Ministerraad doet opmerken dat het indienen van een memorie van wederantwoord door de verzoekende partij in de procedure voor het Hof van Cassatie een uitzonderlijke faculteit is. Er gelden duidelijk andere regels, die niet vergelijkbaar zijn. Volgens de Ministerraad verliest de verzoekende partij voor de Raad van State uit het oog dat voor het Hof van Cassatie dan weer strengere formaliteiten inzake de ontvankelijkheid gelden. Ook uit het verschil in gezag van de arresten van de voornoemde rechtscolleges kan volgens de Ministerraad worden opgemaakt dat elke vergelijking tussen de procedures voor die rechtscolleges mank loopt. que la Cour, dans son arrêt n° 27/97 du 6 mai 1997 (B.8) a considéré que le recours objectif en annulation ne peut être comparé aux litiges devant les tribunaux civils, précisément parce que la nature des droits en cause est différente. Quant à la seconde question préjudicielle A.4.1. H. Monstrey considère que des situations en l'espèce comparables, à savoir les recours en cassation contre des décisions de juridictions administratives devant le Conseil d'Etat, d'une part, et devant la Cour de cassation, d'autre part, sont traitées de manière différente sans aucune justification objective et raisonnable. La partie requérante devant le Conseil d'Etat estime que la différence entre les sanctions appliquées en cas d'introduction tardive d'un mémoire en réplique est, au regard de l'objectif poursuivi, manifestement disproportionnée et contraire au principe d'égalité. A.4.2. Le Conseil des ministres fait observer que l'introduction d'un mémoire en réplique par la partie requérante est une faculté exceptionnelle dans la procédure devant la Cour de cassation. Il s'agit là manifestement d'autres règles, qui ne sont pas comparables. Selon le Conseil des ministres, la partie requérante devant le Conseil d'Etat perd de vue que, devant la Cour de cassation, des formalités plus strictes sont applicables en ce qui concerne la recevabilité. Le degré d'autorité différent des arrêts des juridictions précitées permet également de conclure, selon le Conseil des ministres, que toute comparaison des procédures devant ces juridictions est caduque.
Bovendien, zo merkt de Ministerraad nog op, beoordeelt de Raad van En outre, fait encore observer le Conseil des ministres, le Conseil
State in zekere zin ook de feitelijke elementen van de zaak. d'Etat statue en un certain sens également sur les éléments de fait de
A.4.3. Volgens H. Monstrey beoogt de vraag niet de onderscheiden la cause. A.4.3. Selon H. Monstrey, la question ne vise pas les exigences
vereisten tussen beide procedures, maar de sanctie die verbonden is distinctes des deux procédures mais la sanction qui est liée au
aan de niet-naleving van de termijn voor het indienen van een memorie non-respect du délai d'introduction d'un mémoire en réplique. Cette
van wederantwoord. Die sanctie bestaat in een nagenoeg onweerlegbaar sanction consiste en une présomption quasiment irréfragable d'abandon
vermoeden van afstand van recht, wat trouwens door het Hof werd de droit, ce que la Cour a du reste confirmé dans son arrêt n° 88/98
bevestigd in zijn arrest nr. 88/98 van 15 juli 1998. du 15 juillet 1998.
Het bestaan van verschillen tussen de « gewone cassatieprocedure » en Le fait qu'il existe des différences entre la « procédure de cassation
de « administratieve cassatieprocedure » is volgens de verzoekende ordinaire » et la « procédure de cassation administrative » est ici
partij voor de Raad van State niet ter zake. Wat de in het geding sans importance, selon la partie requérante devant le Conseil d'Etat.
S'agissant des droits politiques subjectifs en cause, la situation est
zijnde subjectieve politieke rechten betreft is de situatie wel bien comparable et c'est précisément à l'égard de ces droits que
degelijk vergelijkbaar, en precies ten aanzien van die rechten geldt s'applique la sanction que prévoit l'article 21, alinéa 2, des lois
de in artikel 21, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad coordonnées sur le Conseil d'Etat et qui n'apparaît pas dans l'article
van State vervatte sanctie, die in artikel 1094 van het Gerechtelijk 1094 du Code judiciaire.
Wetboek niet voorkomt.
Het verschil in beoordeling van de feiten door de Raad van State heeft La différence d'appréciation des faits par le Conseil d'Etat n'a pas,
voor H. Monstrey niet de draagwijdte die de Ministerraad eraan lijkt selon H. Monstrey, la portée que semble lui attribuer le Conseil des
toe te kennen. Het Hof van Cassatie kan nagaan of de feiten die uit de ministres. La Cour de cassation peut vérifier si les faits qui
stukken van het dossier blijken tot deze of gene gevolgtrekking konden apparaissent des pièces du dossier pouvaient conduire à telle ou telle
leiden. Het door de Ministerraad opgemerkte onderscheid is volgens H. conclusion. H. Monstrey estime que la distinction relevée par le
Monstrey trouwens niet relevant. Conseil des ministres n'est d'ailleurs pas pertinente.
Ten aanzien van de derde prejudiciële vraag Quant à la troisième question préjudicielle
A.5.1. H. Monstrey betoogt dat de verzoekende partij in het raam van A.5.1. H. Monstrey affirme que, dans le cadre d'un recours en
een cassatieberoep tegen een beslissing van een administratief cassation contre une décision d'une juridiction administrative devant
rechtscollege bij de Raad van State wordt gediscrimineerd, nu enkel le Conseil d'Etat, la partie requérante est discriminée, étant donné
het niet tijdig indienen van een memorie van wederantwoord door de que le simple fait qu'elle n'introduise pas son mémoire en réplique
verzoekende partij leidt tot de verwerping van het beroep, terwijl het dans les délais conduit au rejet du recours, alors que le dépassement
overschrijden van die termijn door de verwerende partij niet leidt tot de ce délai par la partie défenderesse n'a pas pour effet qu'il sera
het inwilligen van de vordering maar enkel tot het weren van de accédé à la demande mais seulement que le mémoire en réplique sera
memorie van wederantwoord uit de debatten. écarté des débats.
A.5.2. Het verschil in behandeling tussen de verzoekende en de A.5.2. Selon le Conseil des ministres, la différence de traitement
verwerende partij voor de Raad van State was volgens de Ministerraad entre la partie requérante et la partie défenderesse devant le Conseil
reeds aan de orde in de arresten van het Hof nrs. 27/97 van 6 mei 1997 d'Etat était déjà en cause dans les arrêts de la Cour nos 27/97 du 6
en 32/95 van 4 april 1995. De Ministerraad leest daarin dat de mai 1997 et 32/95 du 4 avril 1995. Il infère de ces arrêts que les
objectief onderscheiden verplichtingen van respectievelijk de obligations objectivement distinctes de la partie requérante et de la
partie défenderesse justifient raisonnablement que des mesures
verzoekende en de verwerende partij op redelijke wijze verantwoorden distinctes soient prises en cas de non-respect de leurs obligations
dat onderscheiden maatregelen worden genomen bij de niet-nakoming van respectives. Le Conseil des ministres retient encore de l'arrêt n°
hun respectieve verplichtingen. Uit het arrest nr. 49/97 van 14 juli 49/97 du 14 juillet 1997 que le principe de « l'égalité des armes »
1997 onthoudt de Ministerraad nog dat het beginsel van de « entre les parties n'empêche pas une différence de traitement.
wapengelijkheid » tussen de partijen geen verschil in behandeling in Le Conseil des ministres souligne également une différence entre la
de weg staat. De Ministerraad wijst ook op een verschil tussen de annulatieprocedure procédure d'annulation et le recours en cassation administrative
en het administratief cassatieberoep bij de Raad van State : niet het devant le Conseil d'Etat : ce n'est pas la juridiction administrative
administratief rechtscollege, dat de bestreden beslissing heeft qui a prononcé la décision litigieuse mais bien l'autorité à laquelle
gewezen, maar de overheid waaronder dat rechtscollege ressorteert, is ressortit cette juridiction qui est la partie adverse devant le
tegenpartij bij de Raad van State. Conseil d'Etat.
A.5.3. De verzoekende partij voor de Raad van State herhaalt dat de A.5.3. La partie requérante devant le Conseil d'Etat répète que la
rechtspraak van het Hof waarnaar de Ministerraad verwijst, betrekking jurisprudence de la Cour à laquelle se réfère le Conseil des ministres
heeft op het objectief contentieux maar niet op de administratieve concerne le contentieux objectif et non la procédure de cassation
cassatieprocedure waarin de Raad van State moet oordelen over een administrative dans laquelle le Conseil d'Etat doit statuer sur un
geschil betreffende subjectieve politieke rechten. litige concernant des droits politiques subjectifs.
Naar het oordeel van H. Monstrey wordt de stelling van de Ministerraad H. Monstrey considère que la thèse du Conseil des ministres ne se
niet ondersteund door de vaststelling dat de verwerende partij in het trouve pas étayée par la constatation que la partie défenderesse dans
raam van het administratief cassatieberoep bij de Raad van State niet le cadre d'une procédure de cassation administrative devant le Conseil
het administratief rechtscollege is, maar de overheid waaronder het d'Etat n'est pas la juridiction administrative mais l'autorité à
rechtscollege ressorteert. Integendeel, de overheid dient als gewone laquelle celle-ci ressortit. Au contraire, il convient de considérer
tegenpartij te worden beschouwd, zeker indien het gaat om geschillen cette autorité comme une partie adverse ordinaire, certainement
betreffende subjectieve rechten. lorsqu'il s'agit de litiges relatifs à des droits subjectifs.
Ten aanzien van de vierde prejudiciële vraag Quant à la quatrième question préjudicielle
A.6.1. De verzoekende partij voor de Raad van State ziet nog een A.6.1. La partie requérante devant le Conseil d'Etat aperçoit encore
schending van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in samenhang une violation des articles 10 et 11 de la Constitution, lus
gelezen met de artikelen 144 en 145 van de Grondwet en met de conjointement avec les articles 144 et 145 de la Constitution et avec
artikelen 6 en 14 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de les articles 6 et 14 de la Convention européenne des droits de
Mens, in zoverre de toegang tot de rechter en het recht van l'homme, en tant que l'accès à la justice et le droit de défense ne
verdediging in het raam van het cassatieberoep bij de Raad van State sont pas garantis dans le cadre d'un recours en cassation devant le
tegen een beslissing van een administratief rechtscollege omtrent Conseil d'Etat contre une décision d'une juridiction administrative
subjectieve rechten niet is gewaarborgd, terwijl die waarborgen wel concernant des droits subjectifs, alors que ces garanties existent
bestaan in het raam van een beroep bij het Hof van Cassatie. dans le cadre d'un pourvoi devant la Cour de cassation.
A.6.2. Ook wat die vraag betreft, kan volgens de Ministerraad worden A.6.2. En ce qui concerne cette question également, il peut être fait
verwezen naar de arresten van het Hof nrs. 27/97 van 6 mei 1997 en référence, selon le Conseil des ministres, aux arrêts de la Cour nos
32/95 van 4 april 1995, waarin werd gesteld dat de betrokken regeling noch de rechten van de verdediging, noch het recht van toegang tot de rechter schendt. Voorts doet de Ministerraad opmerken dat er geen beginsel van dubbele aanleg bestaat en evenmin enig beginsel volgens hetwelk in laatste aanleg gewezen jurisdictionele beslissingen het voorwerp moeten kunnen uitmaken van een voorziening in cassatie. Volgens de Ministerraad wil de verzoekende partij voor de Raad van State uit het voormelde arrest nr. 27/97 meer halen dan wat er te lezen valt. De overweging van het Hof waarin gewezen wordt op het onderscheid tussen het subjectieve contentieux voor de gewone rechtbanken en het objectieve contentieux voor de Raad van State had 27/97 du 6 mai 1997 et 32/95 du 4 avril 1995, dans lesquels il est dit que la réglementation visée ne viole ni les droits de la défense ni le droit d'accès à la justice. Le Conseil des ministres fait par ailleurs observer qu'il n'existe pas de principe de double degré de juridiction et pas davantage un quelconque principe selon lequel les décisions juridictionnelles rendues en dernier ressort doivent pouvoir faire l'objet d'un pourvoi en cassation. Selon le Conseil des ministres, la partie requérante devant le Conseil d'Etat veut tirer de l'arrêt n° 27/97 précité plus qu'il ne contient. Le considérant de la Cour qui mentionne la distinction entre le contentieux subjectif devant les tribunaux ordinaires et le contentieux objectif devant le Conseil d'Etat concernait les aspects
betrekking op de concrete aspecten van de prejudiciële vraag, die concrets de la question préjudicielle, qui était en effet posée dans
inderdaad was gesteld in het raam van een objectief beroep bij de Raad le cadre d'un recours objectif devant le Conseil d'Etat, mais ceci ne
van State, maar daarmee is volgens de Ministerraad niet gezegd dat de signifie pas, selon le Conseil des ministres, que les règles de
gewone procedureregels van toepassing zouden moeten zijn wanneer voor procédure ordinaires devraient s'appliquer lorsque des droits
de Raad van State subjectieve rechten in het geding zijn. subjectifs sont en cause devant le Conseil d'Etat.
A.6.3. Voor H. Monstrey is de verwijzing naar de voormelde rechtspraak A.6.3. Pour H. Monstrey, la référence à la jurisprudence précitée de
van het Hof niet pertinent. De vraag is juist of de gewone la Cour n'est pas pertinente. La question est précisément de savoir si
procedureregels van toepassing moeten zijn wanneer voor de Raad van les règles de procédure ordinaires doivent être appliquées lorsque des
State subjectieve rechten in het geding zijn. droits subjectifs sont en cause devant le Conseil d'Etat.
Ook de vaststelling dat er geen beginsel van dubbele aanleg is, is La partie requérante devant le Conseil d'Etat estime encore que la
naar het oordeel van de verzoekende partij voor de Raad van State hier constatation qu'il n'existe pas de principe de double degré de
niet aan de orde. De vraag is enkel of de betwiste maatregel, die een juridiction n'a pas sa place ici. La question est seulement de savoir
onweerlegbaar vermoeden van afstand invoert, in het raam van een si la mesure litigieuse, qui instaure une présomption irréfragable de
geschil betreffende subjectieve rechten verantwoord is, waarop volgens désistement, se justifie dans le cadre d'une contestation relative à
H. Monstrey ontkennend moet worden geantwoord, rekening houdend met des droits subjectifs, question qui, selon H. Monstrey, appelle une
het « algemeen rechtsbeginsel naar luid waarvan de afstand van een réponse négative, compte tenu du « principe général du droit en vertu
recht op strikte wijze dient uitgelegd te worden en slechts kan worden duquel l'abandon d'un droit doit s'interpréter de manière stricte et
afgeleid uit omstandigheden die voor geen enkele uitlegging vatbaar ne peut être inféré que de circonstances qui ne sont susceptibles
zijn ». d'aucune interprétation ».
Hij betwist niet dat er in de procedure voor het Hof van Cassatie Il ne conteste pas la présence, dans la procédure devant la Cour de
bepaalde belemmeringen zijn aan het recht op toegang tot de rechter, cassation, de certaines entraves au droit d'accès à la justice, mais
maar die belemmeringen bestaan slechts bij het instellen van de celles-ci n'existent que pour l'intentement de l'action et non pas
vordering en niet daarna. dans la suite de la procédure.
- B - - B -
B.1. Artikel 21, eerste en tweede lid, van de gecoördineerde wetten op B.1. L'article 21, alinéas 1er et 2, des lois coordonnées sur le
de Raad van State, zoals het gelding had ten tijde van het stellen van Conseil d'Etat, tel qu'il était en vigueur à la date à laquelle les
de prejudiciële vragen, bepaalde : questions préjudicielles ont été posées, dispose :
« De termijnen waarbinnen de partijen hun memories, het administratief « Les délais dans lesquels les parties doivent transmettre leurs
dossier of de door de afdeling administratie gevraagde stukken of mémoires, leurs dossiers administratifs ou les documents ou
inlichtingen moeten toesturen, worden bij in Ministerraad overlegd renseignements demandés par la section d'administration sont fixés par
koninklijk besluit vastgesteld. arrêté royal délibéré en Conseil des Ministres.
Wanneer de verzoekende partij de termijnen voor het toesturen van de Lorsque la partie requérante ne respecte pas les délais prévus pour
memorie van wederantwoord of van de aanvullende memorie niet l'envoi du mémoire en réplique ou du mémoire ampliatif, la section
eerbiedigt, doet de afdeling, de partijen gehoord, zonder verwijl statue sans délai, les parties entendues, sur l'avis du membre de
uitspraak op advies van het voor de betreffende zaak aangestelde lid l'auditorat désigné en l'affaire, en constatant l'absence de l'intérêt
van het auditoraat, waarbij het ontbreken van het vereiste belang
wordt vastgesteld. » requis. »
B.2. De Raad van State stelt vier prejudiciële vragen betreffende de B.2. Le Conseil d'Etat pose quatre questions préjudicielles concernant
bestaanbaarheid van het tweede lid van artikel 21 met de artikelen 10 la compatibilité de l'alinéa 2 de l'article 21 avec les articles 10 et
en 11 van de Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen met de 11 de la Constitution lus séparément ou conjointement avec les
artikelen 144 en 145 van de Grondwet en met de artikelen 6 en 14 van articles 144 et 145 de la Constitution et avec les articles 6 et 14 de
het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. la Convention européenne des droits de l'homme.
De in het geding zijnde bepaling schrijft voor dat ingeval de La disposition en cause prévoit que lorsque la partie requérante ne
verzoekende partij de termijnen voor het toesturen van de bedoelde respecte pas les délais prévus pour l'envoi des mémoires qui y sont
memories niet in acht neemt, de afdeling administratie van de Raad van visés, la section d'administration du Conseil d'Etat statue sans délai
State zonder verwijl op advies van het auditoraat, de partijen sur l'avis de l'auditorat, les parties entendues, en constatant
gehoord, uitspraak doet waarbij het ontbreken van het vereiste belang
wordt vastgesteld. l'absence de l'intérêt requis.
B.3.1. De in het geding zijnde bepaling is bij artikel 1 van de wet B.3.1. La disposition en cause a été insérée dans les lois coordonnées
van 17 oktober 1990 ingevoegd in de gecoördineerde wetten op de Raad sur le Conseil d'Etat par l'article 1er de la loi du 17 octobre 1990.
van State. Zij maakt deel uit van een reeks maatregelen waarmee de Elle fait partie d'une série de mesures par lesquelles le législateur
wetgever beoogde de duur van de rechtspleging voor de afdeling entendait réduire la durée de la procédure devant la section
administratie van de Raad van State te beperken en de ontstane d'administration du Conseil d'Etat et en résorber l'arriéré (Doc.
achterstand weg te werken (Parl. St., Senaat, 1989-1990, nr. 984-1, p. parl., Sénat, 1989-1990, n° 984-1, p. 1, et n° 984-2, p. 2, et Ann.,
1, en nr. 984-2, p. 2, en Hand., Senaat, 12 juli 1990, pp. 2640 en Sénat, 12 juillet 1990, pp. 2640 et s.).
volgende). De parlementaire voorbereiding omtrent die bepaling preciseerde dat « Les travaux préparatoires de cette disposition précisaient que «
het [...] de bedoeling [is] te verhelpen aan de al dan niet door l'intention [...] est de remédier à la longueur voulue ou non par les
sommige gedingvoerende partijen gewilde langdurigheid van de parties en cause dans les recours introduits devant le Conseil d'Etat.
procedures die voor de Raad van State worden aangespannen. Het niet Le non-respect des délais pour l'envoi des mémoires sera assimilé,
respecteren van de termijnen voor het toesturen van de memories zal d'office, à l'absence de justification de l'intérêt requis à l'article
van rechtswege geacht worden gelijk te staan met het niet meer doen
blijken van het in artikel 19 vereiste belang » (Parl. St., Senaat, 19 » (Doc. parl., Sénat, 1989-1990, n° 984-1, p. 3).
1989-1990, nr. 984-1, p. 3).
In het arrest nr. 48.624 van 13 juli 1994 kwam de Raad van State, na Dans l'arrêt n° 48.624 du 13 juillet 1994, le Conseil d'Etat, après
een analyse van de parlementaire voorbereiding en inzonderheid de une analyse des travaux préparatoires et en particulier après
vaststelling dat een amendement dat een meer soepele behandeling constatation du rejet d'un amendement prévoyant un traitement plus
voorstelde werd verworpen (Parl. St., Senaat, 1989-1990, nr. 984-5, en souple (Doc. parl., Sénat, 1989-1990, n° 984-5, et Ann., Sénat, 12
Hand., Senaat, 12 juli 1990, pp. 2646, 2648, 2650 en 2651), tot de juillet 1990, pp. 2646, 2648, 2650 et 2651), a abouti à la conclusion
conclusie « dat de wetgever heeft gewild dat onder geen beding een que « le législateur a entendu qu'il ne soit, à aucune condition,
excuus voor het niet of het niet tijdig insturen van een memorie accepté d'excuse pour la non-transmission ou la transmission tardive
aanvaard zou worden; door de door hem opgelegde sanctie te omschrijven d'un mémoire; en définissant la sanction qu'il inflige comme `
als het ' ontbreken van het vereiste belang ' heeft hij te kennen l'absence de l'intérêt requis ', il a indiqué qu'il regardait le dépôt
gegeven dat hij het indienen van een memorie zag als een formele blijk d'un mémoire comme la manifestation formelle de la persistance de
van gebleven belangstelling. Het geven van die formele blijk van l'intérêt. Par conséquent, il se justifie de même à l'évidence que la
gebleven belangstelling is uiteraard ook dan zinvol wanneer de partie requérante marque ainsi formellement la persistance de son
verzoekende partij niets meent te moeten toevoegen aan haar intérêt lorsqu'elle estime n'avoir rien à ajouter à sa requête, par
verzoekschrift, bijvoorbeeld omdat de verwerende partij geen memorie exemple parce que la partie défenderesse n'a pas déposé de mémoire en
van antwoord en zelfs geen administratief dossier heeft ingediend ». réponse, voire de dossier administratif. »
B.3.2. Het indienen van een memorie is aldus door artikel 21, tweede B.3.2. L'article 21, alinéa 2, fait ainsi du dépôt d'un mémoire une
lid, tot een verplichting gemaakt voor de verzoekende partij, indien obligation pour la partie requérante si elle veut éviter que l'absence
ze wil vermijden dat de afwezigheid van het vereiste belang zou worden vastgesteld. de l'intérêt requis soit constatée.
Nu die verplichting uit de wet voortspruit, dienen de artikelen 7 en 8 Dès lors que cette obligation résulte de la loi, les articles 7 et 8
van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State ook zo te worden gelezen dat de griffier, bij gebrek aan tijdige neerlegging van het administratief dossier of van een memorie van antwoord, is gehouden de verzoekende partij hiervan in kennis te stellen, onder vermelding, conform artikel 14bis, § 2, van dat besluit, van artikel 21, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. Uit de parlementaire voorbereiding blijkt bovendien dat de wetgever de bedoeling had strenge gevolgen te verbinden aan het niet respecteren van de termijnen en dat hij ervan uitging dat de Raad van State, bij de kennisgevingen van de griffier, de verzoekende partij zou de l'arrêté du Régent du 23 août 1948 déterminant la procédure devant la section d'administration du Conseil d'Etat doivent être lus en ce sens que le greffier, à défaut du dépôt du dossier administratif ou d'un mémoire en réponse dans le délai prescrit, est tenu d'en aviser la partie requérante en faisant mention, conformément à l'article 14bis, § 2, de cet arrêté, de l'article 21, alinéa 2, des lois coordonnées sur le Conseil d'Etat. En outre, il ressort des travaux préparatoires que le législateur avait l'intention d'attacher des conséquences sévères au non-respect des délais et qu'il entendait que le Conseil d'Etat, dans les notifications du greffier, rappelle à la partie requérante les effets
herinneren aan de wettelijke gevolgen van de afwezigheid of de légaux de son absence de réponse ou de la tardiveté de celle-ci (Doc.
laattijdigheid van antwoord (Parl. St., Senaat, 1989-1990, nr. 984-1, pp. 4 en 43). parl., Sénat, 1989-1990, n° 984-1, pp. 4 et 43).
Wat de eerste prejudiciële vraag betreft Quant à la première question préjudicielle
B.4.1. De vraag noopt tot een toetsing van artikel 21, tweede lid, van B.4.1. La première question requiert un contrôle de l'article 21,
de gecoördineerde wetten op de Raad van State aan de artikelen 10 en alinéa 2, des lois coordonnées sur le Conseil d'Etat au regard des
11 van de Grondwet, in zoverre die bepaling « gelijkelijk geldt voor articles 10 et 11 de la Constitution, « dans la mesure où cette
het geval waar de verzoekende partij, in het kader van het objectief disposition vaut pareillement pour le cas où la partie requérante,
contentieux, tegen een administratieve beslissing een annulatieberoep dans le cadre du contentieux objectif, introduit devant le Conseil
instelt bij de Raad van State en voor het geval dat, in het kader van d'Etat un recours en annulation contre une décision administrative et
dans le cas où, dans le cadre du contentieux subjectif, la partie
het subjectief contentieux, de verzoekende partij bij de Raad van requérante forme devant le Conseil d'Etat un pourvoi en cassation
State een cassatieberoep instelt tegen een jurisdictionele beslissing contre une décision juridictionnelle, émanant d'une juridiction
uitgaande van een administratief rechtscollege ». administrative ».
B.4.2. De wetgever vermocht redelijkerwijze te oordelen dat, zowel ten B.4.2. Le législateur a raisonnablement pu considérer que, tant en ce
aanzien van de administratieve cassatieberoepen als wat het zogenaamde qui concerne les recours en cassation administrative qu'en ce qui
objectieve contentieux betreft, de duur van de rechtspleging moest concerne le « contentieux objectif », la durée de la procédure devait
worden ingekort en dat alle verzoekende partijen voor de Raad van être raccourcie et que toutes les parties requérantes devant le
State blijk moeten geven van een volgehouden belangstelling door Conseil d'Etat devaient démontrer la persistance de leur intérêt par
tijdig een memorie in te dienen. l'introduction d'un mémoire dans les délais requis.
Gewis bestaan er verschillen tussen het « objectief » contentieux van Il existe assurément des différences entre le contentieux « objectif »
de beroepen wegens machtsoverschrijding en het « subjectief » des recours pour excès de pouvoir et le recours « subjectif » en
administratief cassatieberoep, maar die verschillen zijn niet van die cassation administrative, mais ces différences ne sont pas telles
aard dat zij de wetgever ertoe noodzaken om dienaangaande ook een qu'elles obligent le législateur à opérer aussi une distinction à cet
onderscheid te maken op het stuk van de duur van de rechtspleging en égard en ce qui concerne la durée de la procédure et, en particulier,
inzonderheid wat betreft de termijn voor het indienen van een memorie les délais d'introduction d'un mémoire par la partie requérante sous
door de verzoekende partij en de sanctie op de niet-inachtneming peine, pour celle-ci, de ne pas voir son recours pris en
daarvan. considération.
B.4.3. In het licht van de nagestreefde doelstelling, namelijk het B.4.3. Eu égard à l'objectif poursuivi, à savoir le raccourcissement
inkorten van de rechtspleging, is de maatregel ook ten aanzien van de la procédure, la mesure n'est pas manifestement déraisonnable, même
administratieve cassatieberoepen niet kennelijk onevenredig, rekening en ce qui concerne les recours en cassation administrative, compte
houdend zowel met de voorafgaande kennisgeving door de griffie van de tenu aussi bien de l'avertissement préalable adressé par le greffe,
gevolgen van de afwezigheid van antwoord of de laattijdigheid ervan, concernant les effets de l'absence de réponse ou de la tardiveté de
en met de aard van het vormvoorschrift - waaraan kan worden voldaan celle-ci, et de la nature de cette exigence de forme à laquelle il
met het indienen van een memorie met een loutere bevestiging dat in peut être satisfait par l'introduction d'un mémoire confirmant
het beroep wordt volhard - alsook met de mogelijkheid voor de simplement qu'il est persisté dans le recours que de la possibilité
verzoekende partij voor de Raad van State om zich in voorkomend geval pour la partie requérante d'invoquer le cas échéant devant le Conseil
op overmacht te beroepen. d'Etat la force majeure.
B.4.4. Hieruit volgt dat de eerste prejudiciële vraag ontkennend moet B.4.4. Il résulte de ce qui précède que la première question
worden beantwoord. préjudicielle appelle une réponse négative.
Wat de tweede prejudiciële vraag betreft Quant à la deuxième question préjudicielle
B.5.1. De vraag noopt tot een toetsing van de in het geding zijnde B.5.1. La deuxième question nécessite un contrôle de la distinction en
bepaling aan de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, al dan niet in cause au regard des articles 10 et 11 de la Constitution lus
samenhang met de artikelen 144 en 145 van de Grondwet en de artikelen conjointement ou non avec les articles 144 et 145 de la Constitution
6 en 14 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, « in de et avec les articles 6 et 14 de la Convention européenne des droits de
mate dat die bepaling voorziet dat de verzoekende partij die, in een l'homme, « dans la mesure où cette disposition prévoit que la partie
cassatievoorziening tegen een beslissing van een administratief requérante, qui a formé un pourvoi en cassation devant le Conseil
rechtscollege omtrent politieke subjectieve rechten bij de Raad van d'Etat contre une décision d'une juridiction administrative relative à
State, in geval van het laattijdig indienen van een memorie van des droits politiques subjectifs, perd de plein droit, en cas
wederantwoord, van rechtswege zijn belang bij de procedure verliest d'introduction tardive d'un mémoire en réplique, son intérêt à la
daar waar, anderzijds, luidens artikel 1094 Ger. Wb., de verzoekende procédure, alors qu'au contraire, selon l'article 1094 du Code
partij die, in een cassatievoorziening tegen een beslissing van een judiciaire, la partie requérante qui, s'étant pourvue devant la Cour
administratief rechtscollege omtrent politieke subjectieve rechten bij de cassation contre la décision d'une juridiction administrative
het Hof van Cassatie, laattijdig gebruik maakt van de mogelijkheid om relative à des droits politiques subjectifs, fait tardivement usage de
een memorie van wederantwoord in te dienen, niet gesanctioneerd wordt la faculté d'introduire un mémoire en réplique, n'est pas sanctionnée
met het verval van het cassatieberoep ». par la déchéance du pourvoi en cassation ».
B.5.2. Er bestaan vergelijkingspunten tussen de B.5.2. Entre les procédures de cassation devant le Conseil d'Etat
cassatierechtsplegingen voor de Raad van State, enerzijds, en het Hof van Cassatie, anderzijds, zij het dat beide instellingen niet eenzelfde bevoegdheid hebben. Evenwel, rekening houdend met de exponentiële toevloed aan zaken waarmee de Raad van State werd geconfronteerd en met de groeiende achterstand in de behandeling van de lopende zaken, was het redelijk verantwoord dat de wetgever specifiek voor dat rechtscollege meest dringende maatregelen nam, met name het voorschrift voor de verzoekende partij om blijk te geven van een volgehouden belangstelling door tijdig een memorie van wederantwoord of een toelichtende memorie in te dienen. d'une part et la Cour de cassation d'autre part, il existe des similitudes, bien que les deux juridictions n'aient pas la même compétence. Toutefois, compte tenu de l'accroissement exponentiel des affaires auquel se trouve confronté le Conseil d'Etat et de l'arriéré croissant dans le traitement des affaires pendantes, il était raisonnablement justifié que le législateur prît des mesures plus rigoureuses en ce qui concerne spécifiquement cette juridiction, notamment l'obligation pour la partie requérante de faire connaître la persistance de son intérêt en introduisant dans les délais un mémoire en réplique ou un mémoire ampliatif.
B.5.3. De combinatie van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet met de B.5.3. La lecture conjointe des articles 10 et 11 de la Constitution
artikelen 144 en 145 ervan leidt niet tot een andere conclusie. Het et des articles 144 et 145 de celle-ci ne permet pas d'aboutir à une
grondwettelijke onderscheid tussen burgerlijke en politieke rechten is autre conclusion. En effet, la distinction constitutionnelle entre les
immers niet relevant ten aanzien van het te dezen aangeklaagde droits civils et les droits politiques n'est pas pertinente au regard
verschil in behandeling op het stuk van de rechtspleging. de la différence de traitement en matière de procédure qui est
contestée en l'espèce.
B.5.4. Aangenomen dat de artikelen 6 en 14 van het Europees Verdrag B.5.4. A supposer que les articles 6 et 14 de la Convention européenne
voor de Rechten van de Mens van toepassing zijn op de zaak die voor de des droits de l'homme s'appliquent à l'affaire pendante devant le
Raad van State aanhangig is, dan nog moet worden vastgesteld dat Conseil d'Etat, il échet de constater que l'article 21, alinéa 2, des
artikel 21, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van lois coordonnées sur le Conseil d'Etat ne porte pas atteinte aux
State geen afbreuk doet aan de waarborgen die deze verdragsbepalingen garanties offertes par ces dispositions conventionnelles, d'autant que
bieden, temeer daar de griffier van de Raad van State de verzoekende le greffier du Conseil d'Etat attire expressément l'attention de la
partij uitdrukkelijk wijst op de gevolgen van het niet in acht nemen partie requérante sur les effets du non-respect de cette obligation.
van die verplichting.
B.5.5. De tweede prejudiciële vraag moet ontkennend worden beantwoord. B.5.5. La deuxième question préjudicielle appelle une réponse négative.
Wat de derde prejudiciële vraag betreft Quant à la troisième question préjudicielle
B.6.1. De vraag noopt tot een toetsing van de in het geding zijnde B.6.1. La question invite à contrôler la disposition en cause au
bepaling aan de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, al dan niet in regard des articles 10 et 11 de la Constitution, lus conjointement ou
samenhang met de artikelen 144 en 145 van de Grondwet en de artikelen non avec les articles 144 et 145 de la Constitution et avec les
6 en 14 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, « in de mate dat die bepaling stelt dat de verzoekende partij, in een cassatieberoep tegen een beslissing van een administratief rechtscollege omtrent subjectieve rechten bij de Raad van State, ingeval van het laattijdig indienen van een memorie van wederantwoord, van rechtswege zijn belang bij de procedure verliest daar waar, anderzijds, het laattijdig indienen van een memorie van antwoord door de verwerende partij niet met een gelijkwaardige sanctie bestraft wordt ». B.6.2. Het onderscheid tussen de maatregel die geldt ten aanzien van een verzoekende partij die de termijnen voor het indienen van een memorie van wederantwoord niet respecteert en de maatregel die geldt ten aanzien van de verwerende partij die nalaat binnen de gestelde termijn een memorie van antwoord in te dienen, is objectief en redelijk verantwoord, rekening houdend met de verschillende uitgangspunten die aan de onderscheiden maatregelen ten grondslag liggen. Artikel 21, tweede lid, houdt een regel in die de voortzetting van het onderzoek van een beroep afhankelijk stelt van de uiting, door de verzoekende partij, van de voortzetting van haar belang. Die maatregel draagt bij tot de beoogde inperking van de achterstand doordat hij voorkomt dat verder onderzoek wordt gewijd aan zaken waarin de verzoekende partij geacht wordt geen interesse meer te hebben. articles 6 et 14 de la Convention européenne des droits de l'homme, « dans la mesure où cette disposition prévoit que la partie requérante, qui a formé un pourvoi en cassation devant le Conseil d'Etat contre la décision d'une juridiction administrative relative à des droits subjectifs, perd de plein droit, en cas d'introduction tardive d'un mémoire en réplique, son intérêt à la procédure, alors qu'au contraire, l'introduction tardive d'un mémoire en réponse par la partie défenderesse n'est pas frappée d'une sanction équivalente ». B.6.2. La distinction entre la mesure applicable à la partie requérante qui ne respecte pas les délais fixés pour l'introduction d'un mémoire en réplique et celle applicable à la partie défenderesse qui s'abstient de transmettre un mémoire en réponse dans les délais fixés est objective et raisonnablement justifiée compte tenu des principes différents qui fondent ces mesures distinctes. L'article 21, alinéa 2, contient une règle subordonnant la poursuite de l'examen d'un recours à la manifestation, par la partie requérante, de la persistance de son intérêt. Cette mesure contribue à la résorption recherchée de l'arriéré, en ce qu'elle dispense de poursuivre l'examen d'affaires dans lesquelles la partie requérante est réputée ne plus avoir d'intérêt.
Krachtens artikel 21, vijfde lid, wordt een laattijdige memorie van de En vertu de l'article 21, alinéa 5, le mémoire tardif de la partie
verwerende partij ambtshalve uit de debatten geweerd. défenderesse est d'office écarté des débats.
De objectief onderscheiden situaties van de verzoekende partij, die Les situations objectivement distinctes de la partie requérante, qui
moet doen blijken van een volgehouden belang, en van de verwerende doit justifier d'un intérêt persistant, et de la partie défenderesse,
partij, ten aanzien van wie de belangvereiste niet bestaat, pour laquelle l'exigence d'un intérêt n'existe pas, justifient
verantwoorden op redelijke wijze dat onderscheiden maatregelen worden raisonnablement que des mesures distinctes soient prises en cas de
genomen bij nietnakoming van die respectieve verplichtingen. non-respect des obligations respectives.
B.6.3. Om de redenen vermeld in B.5.3 en B.5.4, doet de in het geding B.6.3. Pour les motifs exprimés en B.5.3 et B.5.4, la disposition en
zijnde bepaling geen afbreuk aan de artikelen 10 en 11 van de Grondwet cause ne porte pas atteinte aux articles 10 et 11 de la Constitution
gelezen in samenhang met de artikelen 144 en 145 ervan, of met de lus conjointement avec les articles 144 et 145 de celle-ci ou avec les
artikelen 6 en 14 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. articles 6 et 14 de la Convention européenne des droits de l'homme.
B.6.4. De derde prejudiciële vraag moet ontkennend worden beantwoord. B.6.4. La troisième question préjudicielle appelle une réponse négative.
Wat de vierde prejudiciële vraag betreft En ce qui concerne la quatrième question préjudicielle
B.7.1. De vraag noopt tot een toetsing van de in het geding zijnde B.7.1. La question invite à contrôler la disposition en cause au
bepaling aan de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, gelezen in regard des articles 10 et 11 de la Constitution, lus conjointement
samenhang met de artikelen 144 en 145 van de Grondwet en de artikelen avec les articles 144 et 145 de la Constitution et avec les articles 6
6 en 14 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, « in de et 14 de la Convention européenne des droits de l'homme, « dans la
mate dat de toegang tot de rechter en het recht van verdediging in het mesure où l'accès au juge et le droit de la défense ne sont pas
kader van een cassatieberoep tegen een beslissing van een garantis par cet article dans le cadre d'un pourvoi en cassation
administratief rechtscollege omtrent subjectieve rechten bij de Raad devant le Conseil d'Etat formé contre une décision d'une juridiction
van State, daardoor niet wordt gegarandeerd, terwijl die belemmering administrative relative à des droits subjectifs, alors que cette
inzake het recht van toegang tot een rechter en het recht van entrave en matière de droit d'accès au juge et de droit de la défense
verdediging niet geldt in het kader van een administratief est inexistante dans le cadre d'un pourvoi en cassation administrative
cassatieberoep bij het Hof van Cassatie ». devant la Cour de cassation ».
B.7.2. Om de redenen vermeld in B.5.3 en B.5.4, doet de in het geding B.7.2. Pour les motifs exprimés en B.5.3 et B.5.4, la disposition en
zijnde bepaling geen afbreuk aan de artikelen 10 en 11 van de Grondwet cause ne porte pas atteinte aux articles 10 et 11 de la Constitution
gelezen in samenhang met de artikelen 144 en 145 ervan of met de lus conjointement avec les articles 144 et 145 de celle-ci ou avec les
artikelen 6 en 14 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. articles 6 et 14 de la Convention européenne des droits de l'homme.
B.7.3. De vierde prejudiciële vraag moet ontkennend worden beantwoord. B.7.3. La quatrième question préjudicielle appelle une réponse négative.
Om die redenen, Par ces motifs,
het Hof la Cour
zegt voor recht : dit pour droit :
Artikel 21, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van L'article 21, alinéa 2, des lois coordonnées sur le Conseil d'Etat ne
State schendt niet de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, al dan niet viole pas les articles 10 et 11 de la Constitution, lus séparément ou
in samenhang gelezen met de artikelen 144 en 145 van de Grondwet of conjointement avec les articles 144 et 145 de la Constitution ou avec
met de artikelen 6 en 14 van het Europees Verdrag voor de Rechten van les articles 6 et 14 de la Convention européenne des droits de
de Mens. l'homme.
Aldus uitgesproken in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig Ainsi prononcé en langue néerlandaise et en langue française,
artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het conformément à l'article 65 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 sur
Arbitragehof, op de openbare terechtzitting van 15 juli 1999. la Cour d'arbitrage, à l'audience publique du 15 juillet 1999.
De griffier, Le greffier,
L. Potoms. L. Potoms.
De voorzitter, Le président,
L. De Grève. L. De Grève.
^