← Terug naar "Arrest nr. 52/97 van 14 juli 1997 Rolnummer 1090 In zake : het beroep tot vernietiging
van artikel 143ter van het Gerechtelijk Wetboek, ingevoegd door artikel 3 van de wet van 4 maart 1997
tot instelling van het college van procureurs-generaa Het Arbitragehof, beperkte kamer, samengesteld uit voorzitter
L. De Grève en de rechters-verslag(...)"
Arrest nr. 52/97 van 14 juli 1997 Rolnummer 1090 In zake : het beroep tot vernietiging van artikel 143ter van het Gerechtelijk Wetboek, ingevoegd door artikel 3 van de wet van 4 maart 1997 tot instelling van het college van procureurs-generaa Het Arbitragehof, beperkte kamer, samengesteld uit voorzitter L. De Grève en de rechters-verslag(...) | Arrêt n° 52/97 du 14 juillet 1997 Numéro du rôle : 1090 En cause : le recours en annulation de l'article 143ter du Code judiciaire, inséré par l'article 3 de la loi du 4 mars 1997 instituant le collège des procureurs généraux et créant la fon La Cour d'arbitrage, chambre restreinte, composée du président L. De Grève et des juges-rapporte(...) |
---|---|
ARBITRAGEHOF | COUR D'ARBITRAGE |
Arrest nr. 52/97 van 14 juli 1997 | Arrêt n° 52/97 du 14 juillet 1997 |
Rolnummer 1090 | Numéro du rôle : 1090 |
In zake : het beroep tot vernietiging van artikel 143ter van het | En cause : le recours en annulation de l'article 143ter du Code |
Gerechtelijk Wetboek, ingevoegd door artikel 3 van de wet van 4 maart | judiciaire, inséré par l'article 3 de la loi du 4 mars 1997 instituant |
1997 tot instelling van het college van procureurs-generaal en tot | |
instelling van het ambt van nationaal magistraat, ingesteld door L. | le collège des procureurs généraux et créant la fonction de magistrat |
Lamine. | national, introduit par L. Lamine. |
Het Arbitragehof, beperkte kamer, | La Cour d'arbitrage, chambre restreinte, |
samengesteld uit voorzitter L. De Grève en de rechters-verslaggevers | composée du président L. De Grève et des juges-rapporteurs H. Boel et |
H. Boel en E. Cerexhe, bijgestaan door de griffier L. Potoms, | E. Cerexhe, assistée du greffier L. Potoms, |
wijst na beraad het volgende arrest : | après en avoir délibéré, rend l'arrêt suivant : |
I. Onderwerp van het beroep | I. Objet du recours en annulation |
Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 9 mei 1997 | Par requête adressée à la Cour par lettre recommandée à la poste le 9 |
ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 12 mei | mai 1997 et parvenue au greffe le 12 mai 1997, un recours en |
1997, is beroep tot vernietiging ingesteld van artikel 3 van de wet | |
van 4 maart 1997 tot instelling van het college van | annulation de l'article 3 de la loi du 4 mars 1997 instituant le |
procureurs-generaal en tot instelling van het ambt van nationaal | collège des procureurs généraux et créant la fonction de magistrat |
magistraat, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 30 april | national, publiée au Moniteur belge du 30 avril 1997, a été introduit |
1997, door L. Lamine, wonende te 3110 Rotselaar, Steenweg op Wezemaal 90. | par L. Lamine, demeurant Steenweg op Wezemaal 90, 3110 Rotselaar. |
II. De rechtspleging | II. La procédure |
Bij beschikking van 12 mei 1997 heeft de voorzitter in functie de | Par ordonnance du 12 mai 1997, le président en exercice a désigné les |
rechters van de zetel aangewezen overeenkomstig de artikelen 58 en 59 | juges du siège conformément aux articles 58 et 59 de la loi spéciale |
van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof. | du 6 janvier 1989 sur la Cour d'arbitrage. |
Op 26 mei 1997 hebben de rechters-verslaggevers H. Boel en E. Cerexhe, | Le 26 mai 1997, les juges-rapporteurs H. Boel et E. Cerexhe ont |
met toepassing van artikel 71, eerste lid, van de organieke wet, de | informé le président, en application de l'article 71, alinéa 1er, de |
voorzitter ervan in kennis gesteld dat zij ertoe zouden kunnen worden | la loi organique, qu'ils pourraient être amenés à proposer à la Cour, |
gebracht aan het Hof, zitting houdende in beperkte kamer, voor te | |
stellen een arrest te wijzen waarin wordt vastgesteld dat het beroep | siégeant en chambre restreinte, de prononcer un arrêt constatant que |
tot vernietiging klaarblijkelijk niet ontvankelijk is wegens gebrek | le recours en annulation est manifestement irrecevable à défaut |
aan belang. | d'intérêt. |
Overeenkomstig artikel 71, tweede lid, van de organieke wet is van de | Les conclusions des juges-rapporteurs ont été notifiées à la partie |
conclusies van de rechters-verslaggevers aan de verzoekende partij | requérante conformément à l'article 71, alinéa 2, de la loi organique, |
kennisgegeven bij op 26 mei 1997 ter post aangetekende brief. | par lettre recommandée à la poste le 26 mai 1997. |
L. Lamine heeft bij op 2 juni 1997 ter post aangetekende brief een | L. Lamine a introduit un mémoire justificatif par lettre recommandée à |
memorie met verantwoording ingediend. | la poste le 2 juin 1997. |
De rechtspleging is gevoerd overeenkomstig de artikelen 62 en volgende | La procédure s'est déroulée conformément aux articles 62 et suivants |
van de organieke wet, die betrekking hebben op het gebruik van de talen voor het Hof. | de la loi organique, relatifs à l'emploi des langues devant la Cour. |
III. In rechte | III. En droit |
Ten aanzien van de beweerde schending van artikel 6 van het Europees | Quant à la prétendue violation de l'article 6 de la Convention |
Verdrag voor de Rechten van de Mens | européenne des droits de l'homme |
1. In zijn memorie met verantwoording beweert de verzoeker dat de | 1. Dans son mémoire justificatif, le requérant affirme que la |
rechtspleging op grond van artikel 71 van de bijzondere wet van 6 | procédure prévue à l'article 71 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 |
januari 1989 op het Arbitragehof in strijd is met artikel 6.1 van het | sur la Cour d'arbitrage serait contraire à l'article 6.1 de la |
Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens doordat de mogelijkheid | Convention européenne des droits de l'homme en ce que la possibilité |
om gehoord te worden, inzonderheid in openbare terechtzitting, niet is | d'être entendu, spécialement en audience publique, n'est pas |
geëerbiedigd. De verzoeker vermeldt dat hij op de hoogte is van de | respectée. Le requérant dit être au courant de la jurisprudence de la |
rechtspraak van de Europese Commissie voor de Rechten van de Mens, die | Commission européenne des droits de l'homme, qui a estimé que |
oordeelde dat artikel 6.1 van vermeld Verdrag niet van toepassing is | l'article 6.1 de la Convention précitée n'est pas applicable au comité |
op het Comité van drie rechters van het Duitse | des trois juges de la Bundesverfassungsgericht allemande. La |
Bundesverfassungsgericht. Vermelde Commissie heeft evenwel niet de | Commission précitée n'a toutefois pas répondu à la question de savoir |
vraag beantwoord of dat artikel ook geen toepassing vindt wanneer het | si l'application de cet article est également exclue lorsque le |
grondwettelijk beroep als enige procedure wordt gevoerd of wanneer dat | recours constitutionnel est exercé en tant que procédure unique ou |
de enige mogelijke procedure is. | lorsqu'il est la seule procédure possible. |
2.1. Volgens de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van | 2.1. Selon la jurisprudence de la Cour européenne des droits de |
de Mens kan artikel 6.1 toepasselijk zijn op een grondwettelijk hof | l'homme, l'article 6.1 peut être applicable à une Cour |
(arrest Ruiz-Mateos, 23 juni 1993, 57 tot 60, Serie A, nr. 262). Dat | constitutionnelle (arrêt Ruiz-Mateos, 23 juin 1993, 57 à 60, Série A, |
grondwettelijk hof dient in concreto na te gaan of het voorliggend | n° 262). Cette Cour constitutionnelle se doit d'examiner concrètement |
geschil, waarop artikel 6.1 toepasselijk zou zijn, betrekking heeft op | si le litige qui lui est soumis, auquel l'article 6.1 serait |
de vaststelling van burgerlijke rechten en verplichtingen of handelt | applicable, concerne des droits et obligations de caractère civil ou |
over de gegrondheid van een tegen een verzoekende partij ingestelde | le bien-fondé d'une accusation en matière pénale dirigée contre une |
strafvervolging. | partie requérante. |
2.2. Het beroep tot vernietiging is gericht tegen artikel 143ter van | 2.2. Le recours en annulation est dirigé contre l'article 143ter du |
het Gerechtelijk Wetboek, zoals ingevoegd door artikel 3 van de wet van 4 maart 1997 « tot instelling van het college van procureurs-generaal en tot instelling van het ambt van nationaal magistraat ». Artikel 143ter van het Gerechtelijk Wetboek luidt : « De minister van Justitie legt de richtlijnen van het strafrechtelijk beleid vast, inclusief die van het opsporings- en vervolgingsbeleid, nadat hij het advies van het college van procureurs-generaal heeft ingewonnen. Deze richtlijnen zijn bindend voor alle leden van het openbaar ministerie. De procureurs-generaal bij de hoven van beroep staan in voor de tenuitvoerlegging van deze richtlijnen binnen hun rechtsgebied. » | Code judiciaire, tel qu'il a été inséré par l'article 3 de la loi du 4 mars 1997 « instituant le collège des procureurs généraux et créant la fonction de magistrat national ». L'article 143ter du Code judiciaire dispose : « Le ministre de la Justice arrête les directives de politique criminelle, y compris en matière de politique de recherche et de poursuite après avoir pris l'avis du collège des procureurs généraux. Ces directives sont contraignantes pour tous les membres du ministère public. Les procureurs généraux près les cours d'appel veillent à l'exécution de ces directives au sein de leur ressort. » |
2.3. Zonder dat het Hof dient na te gaan of artikel 6.1 van het | 2.3. Sans que la Cour doive examiner si l'article 6.1 de la Convention |
Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens toepasselijk is op de | européenne des droits de l'homme est applicable à la procédure |
voorafgaande rechtspleging waarin hoofdstuk II van titel V van de | préliminaire prévue par le chapitre II du titre V de la loi spéciale |
bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof voorziet, stelt | du 6 janvier 1989 sur la Cour d'arbitrage, la Cour constate que le |
het Hof vast dat het door de verzoeker aan het Hof voorgelegde geschil | litige qui lui est soumis par le requérant ne concerne nullement des |
geen betrekking heeft op burgerlijke rechten en verplichtingen noch op | |
het bepalen van de gegrondheid van een tegen hem ingestelde | droits et obligations de caractère civil, ni le bien-fondé d'une |
strafvervolging. Het heeft daarentegen, binnen het raam van een | accusation en matière pénale dirigée contre lui. Il porte en revanche, |
objectief contentieux, betrekking op rechten en verplichtingen die | dans le cadre d'un contentieux objectif, sur des droits et obligations |
voortvloeien uit rechtsverhoudingen tussen de Staat en zijn organen en | qui découlent de rapports juridiques entre l'Etat et ses organes; il |
betreft de organisatie van de uitoefening van het staatsgezag. De | concerne l'organisation de l'exercice du pouvoir d'Etat. La |
omstandigheid dat de met toepassing van artikel 143ter van het | circonstance que les directives de politique criminelle à arrêter par |
Gerechtelijk Wetboek door de Minister van Justitie vast te stellen | le ministre de la Justice en application de l'article 143ter du Code |
richtlijnen van het strafrechtelijk beleid een weerslag kunnen hebben | judiciaire sont susceptibles d'avoir une incidence sur une accusation |
op een strafvervolging waarvan de verzoekende partij het voorwerp is | en matière pénale dont la partie requérante fait actuellement l'objet |
of in de toekomst zou kunnen zijn, heeft niet tot gevolg dat het | ou pourrait faire l'objet à l'avenir n'a pas pour conséquence que le |
beroep tot vernietiging bij het Hof ingesteld tegen die bepaling kan | recours en annulation introduit auprès de la Cour contre cette |
worden beschouwd als betrekking hebbende op « het bepalen van de | disposition puisse être considéré comme portant sur le « bien-fondé |
gegrondheid van een tegen [haar] ingestelde strafvervolging ». Artikel | [d'une] accusation en matière pénale dirigée contre [elle] ». |
6.1 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens zou dus geen | L'article 6.1 de la Convention européenne des droits de l'homme ne |
toepassing kunnen vinden op onderhavig geschil. | pourrait donc s'appliquer au présent litige. |
3. De grieven die door de verzoeker worden aangevoerd tegen de | 3. Les griefs formulés par le requérant contre l'application de |
toepassing van artikel 71 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op | l'article 71 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 sur la Cour |
het Arbitragehof, worden verworpen. | d'arbitrage sont rejetés. |
Ten aanzien van het belang van de verzoeker | Quant à l'intérêt du requérant |
4. Artikel 142, derde lid, van de Grondwet bepaalt : | 4. L'article 142, alinéa 3, de la Constitution dispose : |
« De zaak kan bij het Hof aanhangig worden gemaakt door iedere bij de | « La Cour peut être saisie par toute autorité que la loi désigne, par |
wet aangewezen overheid, door ieder die doet blijken van een belang | toute personne justifiant d'un intérêt ou, à titre préjudiciel, par |
of, prejudicieel, door ieder rechtscollege. » | toute juridiction. » |
Naar luid van artikel 2, 2°, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 | Aux termes de l'article 2, 2°, de la loi spéciale du 6 janvier 1989 |
op het Arbitragehof kunnen beroepen worden ingesteld door « iedere | sur la Cour d'arbitrage, les recours peuvent être introduits par « |
natuurlijke of rechtspersoon die doet blijken van een belang ». | toute personne physique ou morale justifiant d'un intérêt ». |
De voormelde bepalingen vereisen dat een natuurlijke of rechtspersoon | Les dispositions précitées exigent que la personne physique ou morale |
die een verzoekschrift indient, doet blijken van het belang om voor | qui introduit une requête justifie d'un intérêt à agir devant la Cour. |
het Hof in rechte te treden. | |
Van het vereiste belang doen slechts blijken de personen wier situatie | Ne justifient de l'intérêt requis que les personnes dont la situation |
door de bestreden norm rechtstreeks en ongunstig zou kunnen worden | pourrait être affectée directement et défavorablement par la norme |
geraakt. | entreprise. |
5. De verzoekende partij stelt dat « ten minste eenieder die zich op | 5. La partie requérante affirme « qu'au moins tous ceux qui habitent |
het Belgische grondgebied woont, zoals de verzoeker, er belang bij | sur le territoire belge, comme le requérant, ont intérêt à ce que la |
heeft dat de strafwet wordt toegepast overeenkomstig de Grondwet, en | loi pénale soit appliquée conformément à la Constitution, et en |
inzonderheid de artikelen 10 en 11; Dat ten minste eenieder die in | particulier aux articles 10 et 11; qu'au moins tous ceux qui habitent |
België woont er een rechtstreeks en persoonlijk belang bij heeft de vernietiging van de bestreden bepaling te vragen ». In zijn memorie met verantwoording voegt hij daaraan toe dat de gelijkheid van de burgers voor de strafwet zulk een essentieel aspect is van de vrijheid van de burger en zulk een fundamenteel politiek en burgerlijk recht is in een representatieve democratie dat iedere natuurlijke persoon er voortdurend belang bij heeft dat de wetten, decreten en ordonnanties die een strafrechtelijk karakter hebben niet buiten werking worden gesteld door de federale uitvoerende macht en dat de bindende kracht der strafwetten wordt geëerbiedigd, zelfs wanneer hij of zij nog niet op discriminerende wijze werd vervolgd. Ten aanzien van de overweging in de conclusies van de rechters-verslaggevers waarin gesteld is dat de verzoeker niet aantoont dat hij in een rechtssituatie verkeert waarin hij door de bestreden maatregel, die regels bevat inzake de werking van het openbaar ministerie, rechtstreeks zou kunnen worden geraakt, laat de verzoeker in zijn memorie met verantwoording gelden dat hij « om zijn belang bij het door hem ingestelde beroep uitputtend te rechtvaardigen zou moeten kenbaar maken aan welke misdrijven, misdaden, wanbedrijven en overtredingen, waarvoor de verjaring nog niet bereikt is, hij zich schuldig heeft gemaakt; Dat verzoeker zich beroept op het Internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten | en Belgique ont un intérêt direct et personnel à demander l'annulation de la disposition entreprise ». Dans son mémoire justificatif, elle y ajoute que l'égalité des citoyens devant la loi pénale est un aspect à ce point essentiel de la liberté du citoyen et un droit politique et civil à ce point fondamental dans une démocratie représentative que toute personne physique a toujours intérêt à ce que les lois, décrets et ordonnances à caractère pénal ne soient pas neutralisés par le pouvoir exécutif fédéral et à ce que la force obligatoire des lois pénales soit respectée, même lorsque la personne concernée n'a pas encore fait l'objet de poursuites discriminatoires. A l'observation figurant dans les conclusions des juges-rapporteurs selon laquelle le requérant ne démontre pas qu'il se trouve dans une situation juridique susceptible d'être affectée directement par la mesure entreprise, qui contient des règles relatives au fonctionnement du ministère public, le requérant oppose dans son mémoire justificatif qu'il devrait indiquer « , pour justifier pleinement son intérêt au recours qu'il introduit, quelles infractions, quels crimes, délits et contraventions, pour lesquels la prescription n'est pas encore intervenue, il a commis; que le requérant invoque le Pacte international relatif aux droits civils et politiques, fait à New York |
opgemaakt te New York op 19 december 1966 [...] en inzonderheid op | le 19 décembre 1966 [...] et en particulier l'article 14, 3°, g, qui |
artikel 14, 3°, g, dat bepaalt : ' Bij het bepalen van de gegrondheid | dispose : ' Toute personne accusée d'une infraction pénale a droit, en |
van een tegen hem ingestelde strafvervolging heeft eenieder, in volle | |
gelijkheid, recht op de volgende minimumgaranties : [...] niet te | pleine égalité, au moins aux garanties suivantes : [...] à ne pas être |
worden gedwongen tegen zichzelf te getuigen of een bekentenis af te | forcée de témoigner contre elle-même ou de s'avouer coupable '; que le |
leggen '; Dat deze bepaling door de voorzitter van de | président de la Commission Dutroux a, avant chaque audition, donné |
Commissie-Dutroux voor ieder getuigenverhoor werd voorgelezen aan de | lecture de cette disposition aux témoins qui devaient prêter serment; |
getuigen, voor zij de eed aflegden; dat zij dus kennelijk een algemene | que cette disposition a donc manifestement une portée générale et doit |
strekking heeft en moet begrepen worden als een codificatie van de | être interprétée comme une codification de la règle ' nemo tenetur |
regel ' nemo tenetur edere contra se ', analoog aan het Amerikaanse | edere contra se ', qui est analogue au Cinquième Amendement américain; |
Vijfde Amendement; Dat de bestreden bepaling tot gevolg kan hebben dat | que la disposition entreprise peut avoir pour effet que soient |
er ministeriële richtlijnen worden uitgevaardigd die tot gevolg hebben | édictées des directives ministérielles ayant pour résultat que le |
dat verzoeker, die evenwel nooit iemand één frank armer heeft gemaakt, | requérant, qui n'a pourtant jamais volé un franc à qui que ce soit, |
zou worden vervolgd, terwijl daders van misdrijven met zware gevolgen | serait poursuivi, alors que les auteurs d'infractions aux conséquences |
straffeloos zouden kunnen blijven ». Voorts laat de verzoeker gelden : | graves pourraient rester impunis ». Et le requérant poursuit : « étant |
« Aangezien verzoeker nog gedurende jaren het gevaar loopt vervolgd te | donné que le requérant risque encore durant des années d'être |
worden op grond van artikel 84 van de wet van 8 april 1965 betreffende | poursuivi sur la base de l'article 84 de la loi du 8 avril 1965 |
de jeugdbescherming, gewijzigd door artikel 51 van de wet van 30 | relative à la protection de la jeunesse, modifié par l'article 51 de |
januari 1990; Dat dit blijkt uit een strafdossier berustend bij het | la loi du 30 janvier 1990; que cela ressort d'un dossier pénal détenu |
Parket van de Procureur des Konings [...]; Dat verzoeker er een | par le parquet du procureur du Roi [...]; que le requérant a un |
persoonlijk belang bij heeft dat er door het Parket over zijn | intérêt personnel à ce que le parquet puisse, en toute indépendance et |
eventuele vervolging op grond van artikel 84 van de wet van 8 april | sans être lié par d'éventuelles directives discriminatoires du |
1965 betreffende de jeugdbescherming, gewijzigd door artikel 51 van de | ministre de la Justice, décider de son éventuelle poursuite sur la |
wet van 30 januari 1990, zou kunnen worden geoordeeld in alle | base de l'article 84 de la loi du 8 avril 1965 relative à la |
onafhankelijkheid en zonder gebonden te zijn door mogelijke discriminatoire richtlijnen van de Minister van Justitie ». 6.1. De opmerkingen van verzoeker zijn niet pertinent in zoverre zij verwijzen naar artikel 14.3, g), van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten opgemaakt te New York op 19 december 1966 en goedgekeurd bij de wet van 15 mei 1981. Niet alleen heeft het door de verzoeker ingestelde beroep tot vernietiging in geen enkel opzicht als voorwerp « het bepalen van de gegrondheid van een tegen hem ingestelde strafvervolging », bovendien behoeft de uit het belangvereiste afgeleide eis dat de verzoeker moet aantonen dat hij in een rechtssituatie verkeert waarin hij door de door hem bestreden maatregel rechtstreeks en ongunstig zou kunnen worden geraakt niet noodzakelijk te bestaan in een getuigenis tegen zichzelf of in een bekentenis als bedoeld door voormelde bepaling. 6.2. De door verzoeker in zijn memorie met verantwoording aangebrachte gegevens doen er niet van blijken dat hij door de bestreden bepaling in zijn situatie rechtstreeks zou kunnen worden geraakt. Zij doen er hoogstens van blijken dat hij door de met toepassing van die bepaling door de Minister van Justitie vastgestelde richtlijnen onrechtstreeks in zijn situatie zou kunnen worden geraakt. Evenmin toont hij aan hoe hij mocht hij nu of in de toekomst het voorwerp uitmaken van een strafvervolging door de bestreden maatregel ongunstig zou kunnen worden geraakt. De bestreden bepaling beperkt zich ertoe in een wettelijke bepaling een feitelijke, met de Grondwet in overeenstemming zijnde praktijk te bevestigen. De in die bepaling bedoelde richtlijnen kunnen « algemene criteria en modaliteiten bevatten om het opsporings- en vervolgingsbeleid uit te oefenen ». Zij mogen evenwel niet « leiden tot het buiten werking stellen van een wet of impliceren dat de minister van Justitie een individueel negatief injunctierecht zou uitoefenen » (Gedr. St., Kamer, 1996-1997, nr. 867/6, p. 4). Voor zover nodig kan erop worden gewezen dat de Minister van Justitie bij de uitoefening van de hem toegekende bevoegdheid de Grondwet, inzonderheid de artikelen 10 en 11 ervan, in acht moet nemen. Het komt de administratieve of de gewone rechtscolleges, al naar het geval, toe om daarop binnen de grenzen van hun bevoegdheid toe te zien. De bestreden bepaling beïnvloedt bijgevolg de situatie van verzoeker niet op ongunstige wijze. 6.3. De enkele hoedanigheid van mogelijk subject van de strafwet volstaat niet om het rechtens vereiste belang op te leveren om een bepaling die betrekking heeft op het strafrechtelijk beleid aan te vechten. Het erkennen van het door de verzoeker omschreven belang, dat niet onderscheiden is van het belang dat iedere persoon erbij heeft dat de wettigheid in alle omstandigheden in acht zou worden genomen, zou neerkomen op het aanvaarden van de actio popularis, hetgeen de Grondwetgever niet heeft gewild. 7. Het beroep tot vernietiging is dan ook klaarblijkelijk niet ontvankelijk wegens ontstentenis van het rechtens vereiste belang. Om die redenen, het Hof, beperkte kamer, met eenparigheid van stemmen uitspraak doende, verklaart het beroep tot vernietiging niet-ontvankelijk. Aldus uitgesproken in het Nederlands, het Frans en het Duits, overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof, op de openbare terechtzitting van 14 juli 1997. De griffier, De voorzitter, | protection de la jeunesse, modifié par l'article 51 de la loi du 30 janvier 1990 ». 6.1. Les observations du requérant sont dénuées de pertinence en tant qu'elles renvoient à l'article 14.3, g), du Pacte international relatif aux droits civils et politiques, fait à New York le 19 décembre 1966 et approuvé par la loi du 15 mai 1981. Non seulement le recours en annulation introduit par le requérant n'a-t-il nullement pour objet une décision quant au « bien-fondé de toute accusation en matière pénale dirigée contre [lui] », mais, de surcroît, l'obligation, qui découle de la condition de justifier d'un intérêt, imposée au requérant de prouver qu'il se trouve dans une situation juridique susceptible d'être affectée directement et défavorablement par la mesure entreprise, ne doit pas nécessairement consister en un témoignage contre lui-même ou en un aveu de culpabilité au sens de la disposition susdite. 6.2. Les éléments avancés par le requérant dans son mémoire justificatif ne démontrent pas que sa situation est susceptible d'être affectée directement par la disposition entreprise. Ils prouvent tout au plus que sa situation pourrait être affectée indirectement par les directives fixées en application de cette disposition par le ministre de la Justice. Le requérant ne démontre pas non plus en quoi il pourrait être affecté défavorablement par la mesure contestée s'il faisait l'objet aujourd'hui ou dans l'avenir de poursuites pénales. La disposition entreprise se borne à confirmer par une disposition législative une pratique existante, conforme à la Constitution. Les directives visées par cette disposition « peuvent contenir des modalités et critères généraux pour l'exécution de la politique de recherche et de poursuite ». Elles ne peuvent cependant « conduire à la neutralisation d'une loi ou impliquer que le ministre de la Justice exerce un droit d'injonction négatif individuel » (Doc. parl., Chambre, 1996-1997, n° 867/6, p. 4). Pour autant que de besoin, il peut être souligné que le ministre de la Justice, dans l'exercice des pouvoirs que la Constitution lui attribue, doit respecter en particulier les articles 10 et 11 de celle-ci. Il appartient aux juridictions administratives ou ordinaires, selon le cas, de veiller, dans les limites de leur compétence, à ce qu'il en soit ainsi. La disposition entreprise n'influence donc pas défavorablement la situation du requérant. 6.3. La simple qualité de sujet potentiel de la loi pénale ne suffit pas à justifier de l'intérêt requis en droit pour attaquer une disposition qui concerne la politique criminelle. La reconnaissance de l'intérêt décrit par le requérant, qui ne se distingue pas de l'intérêt qu'a toute personne à ce que la légalité soit respectée en toutes circonstances, reviendrait à admettre l'action populaire, ce que le Constituant n'a pas voulu. 7. Le recours en annulation est dès lors manifestement irrecevable à défaut de l'intérêt requis en droit. Par ces motifs, la Cour, chambre restreinte, statuant à l'unanimité des voix, déclare le recours en annulation irrecevable. Ainsi prononcé en langue néerlandaise, en langue française et en langue allemande, conformément à l'article 65 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 sur la Cour d'arbitrage, à l'audience publique du 14 juillet 1997. Le greffier, Le président,u |
L. Potoms. L. De Grève. | L. Potoms. L. De Grève. |