Etaamb.openjustice.be
Document
gepubliceerd op 20 augustus 2010

Aanbevelingen over het gebruik en het voorschrijven van statines De betrokken statines zijn : Simvastatine : 20 à 40 mg p.d., indien nodig opdrijven tot 80 mg p.d in 1 gift. Pravastatine : 10 à 20 mg p.d., indien nodig opdrijven tot 40 mg Atorvastatine : 10 mg p.d., indien nodig opdrijven tot 80 mg p.d in 1 gift. Rosuvastatine : 5 à (...)

bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
numac
2010022361
pub.
20/08/2010
prom.
--
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.(...)
Document Qrcode

FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID


Aanbevelingen over het gebruik en het voorschrijven van statines De betrokken statines zijn : Simvastatine : 20 à 40 mg p.d., indien nodig opdrijven tot 80 mg p.d in 1 gift.

Pravastatine : 10 à 20 mg p.d., indien nodig opdrijven tot 40 mg p.d in 1 gift.

Atorvastatine : 10 mg p.d., indien nodig opdrijven tot 80 mg p.d in 1 gift.

Rosuvastatine : 5 à 10 mg p;d., indien nodig opdrijven tot 20 mg p.d in 1 gift.

Fluvastatine : 40 mg p.d., indien nodig opdrijven tot 80 mg p.d in 2 giften (of in 1 gift voor vertraagde vrijstelling). 1. De primaire preventie betreft patiënten die nog geen cardiovasculair event hebben doorgemaakt.Bij hen dient de start van een statinebehandeling gebaseerd te zijn op de aanwezigheid van een primaire hypercholesterolemie met een totaal cholesterol > of = 190 mg/dl of een LDL-cholesterol > of = 115 mg/dl, nuchter gemeten tijdens minstens twee afnames met 1 tot 8 weken tussentijd, in een stabiele toestand, onder een aangepast dieet en op een cardiovasculair risico hoger dan 5 % op 10 jaar. Dit risico wordt berekend op basis van het SCORE model aangepast aan de Belgische situatie rekening houdend met de leeftijd, het geslacht, het totale cholesterolniveau, de systolische arteriële druk, tabagisme.

Er wordt aanbevolen de behandeling te starten met simvastatine of pravastatine. Indien de streefwaarde (totaal cholesterol < 190 mg/dl of LDL-cholesterol < 115 mg/dl) niet wordt bereikt na tenminste 3 maanden met de optimale dosering, kan een andere statine of een combinatie van verschillende geneesmiddelen worden voorgeschreven. 2. De secundaire preventie betreft patiënten met een bewezen cardiovasculaire aandoening.Bij hen dient de start van een statinebehandeling gebaseerd te zijn op de aanwezigheid van een primaire hypercholesterolemie met een totaal cholesterol > of = 175 mg/dl of een LDL-cholesterol > of = 100 mg/dl, nuchter gemeten tijdens minstens twee afnames met 1 tot 8 weken tussentijd, in een stabiele toestand, onder een aangepast dieet en op de aanwezigheid van minstens een arteriële aandoening : 2.1. ofwel coronair : infarct, angor, acuut coronair syndroom, aorto-coronaire bypass, coronaire angioplastie; 2.2. ofwel cerebraal : cerebrovasculair trombotisch accident, transitoir ischemisch accident; 2.3. ofwel perifeer : claudicatio intermittens.

Er wordt aanbevolen de behandeling te starten met simvastatine of pravastatine. Indien de streefwaarde (totaal cholesterol < 175 mg/dl of LDL-cholesterol < 100 mg/dl) niet wordt bereikt na tenminste 3 maanden met de optimale dosering, kan een andere statine of een combinatie van verschillende geneesmiddelen worden voorgeschreven. Bij patiënten met een totaal cholesterol > 290 mg/dl of een LDL cholesterol > 165 mg/dl kan, indien nodig, overwogen worden om de behandeling op te starten met atorvastatine of rosuvastatine. 3. Diabetes : bij patiënten in primaire cardiovasculaire preventie (afwezigheid van een cardiovasculair event) maar die ofwel een type 2 diabetes hebben aan een leeftijd van meer dan 40 jaar ofwel een type 1 diabetes met microalbuminurie dient de start van een statinebehandeling gebaseerd te zijn op de aanwezigheid van een hypercholesterolemie met een totaal cholesterol > of = 175 mg/dl of een LDL-cholesterol > of = 100 mg/dl, nuchter gemeten tijdens minstens twee afnames met 1 tot 8 weken tussentijd, in een stabiele toestand, onder een aangepast dieet. Er wordt aanbevolen de behandeling te starten met simvastatine of pravastatine. Indien de streefwaarde (totaal cholesterol < 175 mg/dl of LDL-cholesterol < 100 mg/dl) niet wordt bereikt na tenminste 3 maanden met de optimale dosering, kan een andere statine of een combinatie van verschillende geneesmiddelen worden voorgeschreven. Bij patiënten met een totaal cholesterol > 290 mg/dl of een LDL cholesterol > 165 mg/dl kan, indien nodig, overwogen worden om de behandeling op te starten met atorvastatine of rosuvastatine.

Criterium dat voorkomt in de aanbevelingen :

Elementen die in het dossier moeten worden bewaard :

Critères figurant dans les recommandations :

Eléments à conserver dans le dossier :

1.

Primaire hypercholesterolemie

1.

Hypercholestérolémie primaire


1.1.

Aanwezigheid van een totaal serumcholesterol > of = 190 mg/dl, of van een LDL-cholesterol > of = 115 mg/dl, in een nuchtere toestand en ten minste tweemaal gemeten, met een tussentijd van 1 tot 8 weken, in een stabiele toestand en met een aangepast dieet.

(Gedateerde) protocollen van de twee biologische testen door laboratoria voor klinische biologie.

1.1.

Présence d'un cholestérol sérique total > ou = à 190 mg/dl, ou d'un LDL-cholestérol > ou = à 115 mg/dl, mesurés à jeun, à au moins deux reprises avec 1 à 8 semaines d'intervalle, en état stable, sous régime approprié.

Protocoles (datés) des deux biologies, émanant de laboratoires de biologie clinique.

1.2.

Aanwezigheid van een totaal serumcholesterol > of = 175 mg/dl, of van een LDL-cholesterol > of = 100 mg/dl, in een nuchtere toestand en ten minste tweemaal gemeten, met een tussentijd van 1 tot 8 weken, in een stabiele toestand en met een aangepast dieet.

(Gedateerde) protocollen van de twee biologische testen door laboratoria voor klinische biologie.

1.2.

Présence d'un cholestérol sérique total > ou = à 175 mg/dl, ou d'un LDL-cholestérol > ou = à 100 mg/dl, mesurés à jeun, à au moins deux reprises avec 1 à 8 semaines d'intervalle, en état stable, sous régime approprié.

Protocoles (datés) des deux biologies, émanant de laboratoires de biologie clinique.

2.

Berekening van het individueel absoluut cardiovasculair risico

2.

Calcul du risque cardiovasculaire absolu individuel


2.1.

> of = 5 % op 10 jaar (Rev Med Liege 2005; 60 : 3 : 163-172)) rekening houdende met de leeftijd, het geslacht,

Vermelding van het berekeningsresultaat en van de verschillende elementen die voor de vaststelling ervan in aanmerking zijn genomen, alsook vermelding van de datum of het tijdvak waarop die berekening betrekking heeft.

2.1.

> ou = à 5 % à 10 ans ((Rev Med Liege 2005; 60 : 3 : 163-172)) en tenant compte de l'âge, du sexe,

Mention du résultat du calcul et des différents éléments qui ont été pris en compte pour son établissement, ainsi que mention de la date, ou de la période, à laquelle se rapporte ce calcul.

2.2.

Het serumcholesterol-gehalte,

Als het om een andere biologische test gaat dan die vermeld in punt 1.1. : (Gedateerd) protocol van een laboratorium voor klinische biologie.

2.2.

Du taux de cholestérol sérique,

S'il s'agit d'une biologie autre que celles figurant au point 1.1. : Protocole (daté) émanant d'un laboratoire de biologie clinique.

2.3.

De arteriële systolische druk,

Vermelding van de (gedateerde) effectief gemeten waarde en van de eventuele behandeling met antihypertensiva.

2.3.

De la pression artérielle systolique,

Mention de la valeur (datée) effectivement mesurée et du traitement anti-hypertensif éventuel.

2.4.

Tabaksgebruik.

Vermelding : roker, niet roker, ex-roker.

2.4.

Du tabagisme.

Mention : fumeur, non fumeur, ancien fumeur.

3.

Diabetes mellitus

Vermelding van het type diabetes, het aantal jaren dat men aan diabetes lijdt, met bevestiging van de diagnose door een of meer afdoende biologische testen en/of een of meer medische protocollen.

Vermelding van de aanwezigheid van microalbuminurie indien type 1 diabetes.

3.

Diabète sucré

Mention du type de diabète et de son ancienneté, avec confirmation du diagnostic par une ou des biologies démonstratives, et/ou par un ou des protocoles médicaux.

Mention de la présence de microalbuminurie pour le diabète de type 1.

4.

Antecedent van ten minste één arteriële aandoening, behoorlijk gedocumenteerd door een bijkomend technisch onderzoek

4.

Antécédent d'au moins une atteinte artérielle dûment documentée par un examen technique complémentaire


4.1.

Ofwel coronair :

4.1.

Soit coronaire :


4.1.1.

Infarct, angor, acuut coronair syndroom,

Vermelding van het voorval en datum van het voorval, met bevestiging van de diagnose door een of meer medische protocollen.

4.1.1.

Infarctus, angor, syndrome coronarien aigu,

Mention de l'événement et de la date de sa survenue, avec confirmation du diagnostic par un ou des protocoles médicaux.

4.1.2.

Overbrugging tussen de aorta en de kransslagaders, coronaire angioplastiek.

Vermelding van de ingreep en datum van de uitvoering ervan, met bevestiging van de ingreep door een of meer medische protocollen.

4.1.2.

Pontage aorto-coronaire, angioplastie coronaire.

Mention de l'intervention et de la date de sa réalisation, avec confirmation de l'intervention par un ou des protocoles médicaux.

4.2.

Ofwel cerebraal :

4.2.

Soit cérébrale :


4.2.1.

Cerebrovasculair trombotisch accident,

Vermelding en klinische beschrijving van het accident en van de eventuele gevolgen ervan, alsook de datum van het accident.

4.2.1.

Accident vasculaire cérébral thrombotique,

Mention et description clinique de l'accident et de ses séquelles éventuelles, ainsi que de la date de sa survenue.

4.2.2.

Transitoir ischemisch accident.

Vermelding en klinische beschrijving van het accident en datum van het accident.

4.2.2.

Accident ischémique transitoire.

Mention et description clinique de l'accident et de la date de sa survenue.

4.3.

Ofwel perifeer :

4.3.

Soit périphérique :


4.3.1.

Claudicatio intermittens.

Vermelding van de lokalisatie(s) van de arteriopathie van de onderste ledematen, van de gradiënt(en) arm/dij, met bevestiging van de diagnose door het protocol van een afdoende medische beeldvorming of een doppleronderzoek.

4.3.1.

Claudication intermittente.

Mention de la ou des localisation(s) de l'artériopathie des membres inférieurs, du ou des gradients bras/cuisse, avec confirmation du diagnostic par le protocole d'une imagerie médicale démonstrative ou d'un examen Doppler.

Referenties : European guidelines on cardiovascular disease prevention in clinical practice. Fourth Joint Task Force of European and other Societies on cardiovascular disease prevention in clinical practice. Eur Heart J, 2007, 28, 2375-2414.

G. De Backer et al. Recommandations relatives à la prévention des maladies cardio-vasculaires en pratique clinique. Groupe de Travail Belge de Prévention des Maladies Cardio-vasculaires. Rev Med Liège 2005; 60 : 3 : 163-172.

Het doelmatig gebruik van geneesmiddelen bij de preventie van cardiovasculaire aandoeningen. Consensusvergadering 14 mei 2009.

Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering.

Dutch Guideline Cardiovascular Risk Management 2006.

Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg CBO en Nederlands Huisartsen Genootschap, Utrecht (www.cbo.nl).

National Institute for Health and Clinical Excellence. Statins for the prevention of cardiovascular events (NICE) 2006.

^