Etaamb.openjustice.be
Decreet van 23 juni 1998
gepubliceerd op 08 augustus 1998

Decreet betreffende de hervorming van het hoger onderwijs in de kinesitherapie en de revalidatiewetenschappen in de Vlaamse Gemeenschap

bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
numac
1998035829
pub.
08/08/1998
prom.
23/06/1998
ELI
eli/decreet/1998/06/23/1998035829/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

23 JUNI 1998. - Decreet betreffende de hervorming van het hoger onderwijs in de kinesitherapie en de revalidatiewetenschappen in de Vlaamse Gemeenschap (1)


Het Vlaams Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : HOOFDSTUK I. - Inleidende bepalingen

Artikel 1.Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid.

Art. 2.Voor de toepassing van dit decreet wordt verstaan onder : 1° de optie kinesitherapie : de optie kinesitherapie van de basisopleiding fysische behandelingen van één cyclus;2° de opleiding kinesitherapie : de opleiding kinesitherapie van twee cycli. HOOFDSTUK II. - Wijzigingen aan het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap

Art. 3.Aan artikel 11, § 1, van het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap wordt een 8° toegevoegd, dat luidt als volgt : « 8° gezondheidszorg, waarvoor de graden van kandidaat en licentiaat worden verleend. ».

Art. 4.Aan artikel 16 van hetzelfde decreet wordt een § 4 toegevoegd, die luidt als volgt : « § 4. In afwijking van de §§ 2 en 3 kan de Vlaamse regering vóór het academiejaar 1998-1999, aan de hogescholen toestaan hun onderwijsbevoegdheid voor de optie kinesitherapie te ruilen voor een basisopleiding onder volgende voorwaarden : 1° de vestiging waar de nieuwe opleiding wordt georganiseerd telt ten minste 600 financierbare studenten;2° de basisopleiding moet voorkomen in bijlage I van dit decreet;3° de hogeschool organiseert niet de opleiding kinesitherapie;4° de nieuwe opleiding wordt georganiseerd uiterlijk met ingang van het academiejaar 1999-2000.».

Art. 5.Aan artikel 40 van hetzelfde decreet wordt een § 4 toegevoegd, die luidt als volgt : « § 4. In afwijking van § 1 van dit artikel en artikel 22 kunnen studenten die beschikken over het diploma van de optie kinesitherapie of over het kandidaatsdiploma van de academische opleiding revalidatiewetenschappen en kinesitherapie, het diploma van licentiaat in de kinesitherapie behalen, indien zij aan hun studie minstens twee academiejaren besteden. ».

Art. 6.Aan hetzelfde decreet wordt een artikel 195ter toegevoegd, dat luidt als volgt : « Artikel 195ter § 1. Vanaf 1 september 1998 worden de personeelsleden bedoeld in artikel 318, voor het volume van de opdracht waarvoor zij op 1 januari 1998 verbonden waren aan de optie kinesitherapie, opgenomen in een apart personeelsbestand. Zij behouden hun statutaire toestand en blijven de salarisschaal genieten die hun op 1 januari 1998 was toegekend. Zij behouden hun statuut van personeelslid van de hogeschool waarvan zij personeelslid waren op 1 januari 1998. § 2. De in § 1 bedoelde personeelsleden blijven gedurende de academiejaren 1998-1999 tot en met 2001-2002 betaald op de werkingsuitkering van de betrokken hogescholen. § 3. Elke hogeschool die tijdens het academiejaar 1997-1998 de optie kinesitherapie organiseerde, ontvangt gedurende de in § 2 bedoelde periode een bijkomende toelage die gelijk is aan LK-LO, waarbij : LK gelijk is aan de brutoloonkost van alle in § 1 bedoelde personeelsleden van de hogeschool;

LO gelijk is aan de brutoloonkost van alle in § 1 bedoelde personeelsleden die de hogeschool tewerkstelt in de optie kinesitherapie in afbouw of in de opleiding kinesitherapie.

De hogeschool ontvangt een voorschot gelijk aan 50 % van het geraamde bedrag in het begin van het begrotingsjaar. Het saldo wordt uitbetaald na de betaling van het laatste maandsalaris van het betrokken begrotingsjaar. § 4. Vanaf het academiejaar 2002-2003 worden de in § 1 bedoelde personeelsleden die geen tewerkstelling hebben in de opleiding kinesitherapie, niet meer betaald ten laste van de werkingsuitkeringen van de hogeschool. De Vlaamse Gemeenschap betaalt deze personeelsleden centraal. Zij neemt hiervoor een bedrag op in de begroting, gelijk aan de brutoloonkost van deze personeelsleden verminderd met het geraamde bedrag bepaald in § 5. § 5. Vanaf 1 september 1998 wordt er een recuperatiefonds opgericht.

Het recuperatiefonds is een begrotingsfonds, zoals bedoeld in artikel 45 van het koninklijk besluit van 17 juli 1991 houdende coördinatie van de wetten op de rijkscomptabiliteit. Het wordt gespijsd uit alle ontvangsten die voortvloeien uit het terugstorten van de 70 % van het bruto aanvangssalaris bedoeld in artikel 339quater en artikel 339quinquies. Het is gemachtigd het salaris van deze personeelsleden te financieren. Op het fonds wordt rechtstreeks beschikt door de rekenplichtige die de ontvangsten heeft gedaan. ».

Art. 7.Aan hetzelfde decreet wordt een artikel 314quater toegevoegd, dat luidt als volgt : « Artikel 314quater Vanaf het academiejaar 1998-1999 wordt de optie kinesitherapie afgebouwd. De studenten die op 1 november 1997 ingeschreven waren in de optie kinesitherapie hebben het recht om deze opleiding te voltooien, met dien verstande dat de hogescholen tot uiterlijk het academiejaar 2001-2002 het diploma van gegradueerde in de kinesitherapie mogen uitreiken. ».

Art. 8.Aan hetzelfde decreet wordt een artikel 314quinquies toegevoegd, dat luidt als volgt : « Artikel 314quinquies Vanaf het academiejaar 1998-1999 wordt de basisopleiding kinesitherapie van twee cycli geleidelijk studiejaar per studiejaar opgebouwd. ».

Art. 9.Aan hetzelfde decreet wordt een artikel 314sexies toegevoegd, dat luidt als volgt : « Artikel 314sexies § 1. De basisopleiding 2C elektriciteit wordt met ingang van het academiejaar 1998-1999 omgevormd in de basisopleiding elektronica. De hogescholen die de onderwijsbevoegdheid hadden voor de basisopleiding elektriciteit krijgen de onderwijsbevoegdheid voor de basisopleiding elektronica. § 2. De basisopleiding 2C elektromechanica wordt met ingang van academiejaar 1998-1999 ingedeeld in 3 opties.

Alle hogescholen die tijdens het academiejaar 1997-1998 de optie elektriciteit van de basisopleiding 2C elektriciteit of de basisopleiding 2C elektromechanica inrichtten, kriigen met ingang van het academiejaar 1998-1999 de onderwijsbevoegdheid voor de basisopleiding 2C elektromechanica. § 3. De studenten die tijdens het academiejaar 1997-1998 geslaagd waren voor minstens één studiejaar van de opleidingen die overeenkomstig §§ 1 en 2 worden omgevormd, hebben het recht hun opleiding te voltooien onder de voorwaarden vermeld in artikel 314, 1° en 2°. ».

Art. 10.Aan artikel 320 van hetzelfde decreet wordt een § 4 toegevoegd, die luidt als volgt : « § 4. Vanaf het academiejaar 2002-2003 kan de hogeschool die krachtens artikel 339quater, § 3, benoemde personeelsleden tewerkstelt, deze personeelsleden als benoemd personeelslid overnemen in het ambt waarvoor zij benoemd zijn of in een ambt waarvoor zij over de vereiste bekwaamheidsbewijzen beschikken.

Vanaf het academiejaar 2002-2003 kan de hogeschool die krachtens artikel 339quater, § 3, personeelsleden tewerkstelt die genieten van de bepalingen van artikel 318, 2°, deze personeelsleden overnemen met het genot van de bepalingen van artikel 318, 2°, in het ambt dat zij bekleedden in de hogeschool van herkomst of in een ambt waarvoor zij over de vereiste bekwaamheidsbewijzen beschikken.

Een overname zoals bedoeld in de eerste twee leden van deze paragraaf wordt niet beschouwd als een nieuwe aanstelling of benoeming. ».

Art. 11.In hetzelfde decreet wordt een artikel 339ter ingevoegd, dat luidt als volgt : « Artikel 339ter § 1. De hogescholen die de opleiding kinesitherapie aanbieden, bepalen welke van hun eigen personeelsleden zoals bedoeld in artikel 195ter, § 1, een tewerkstelling krijgen in de opleiding kinesitherapie en leggen hiervoor de criteria vast na onderhandelingen in het hogeschoolonderhandelingscomité.

In toepassing van het eerste lid kan maximum 25 procent van de begrote bezetting van de opleiding kinesitherapie, uitgedrukt in voltijdse eenheden, ingenomen worden door personeelsleden die beschikken over het diploma van gegradueerde in de kinesitherapie. Deze personeelsleden worden belast met taken van praktijkgericht onderwijs. § 2. De hogescholen bepalen welke van hun eigen personeelsleden zoals bedoeld in artikel 195ter, § 1, een tewerkstelling krijgen in de optie kinesitherapie in afbouw en leggen hiervoor de criteria vast na onderhandelingen in het hogeschoolonderhandelingscomité. § 3. De personeelsleden bedoeld in § 1, die bij het begin van het academiejaar 1997-1998 fungeerden in het ambt van praktijklector, behouden, in afwijking van artikel 101, dit ambt op persoonlijke titel. § 4. De personeelsleden bedoeld in § 1, die bij het begin van het academiejaar 1997-1998 fungeerden in het ambt van lector en beschikken over het diploma van gegradueerde, behouden, in afwijking van artikel 101, dit ambt op persoonlijke titel. § 5. De personeelsleden bedoeld in § 1, die bij het begin van het academiejaar 1997-1998 fungeerden in het ambt van lector en beschikken over het vereiste bekwaamheidsbewijs, worden assistent. Deze personeelsleden komen niet in aanmerking bij de berekening van de percentages bedoeld in artikel 122. ».

Art. 12.In hetzelfde decreet wordt een artikel 339quater ingevoegd, dat luidt als volgt : « Artikel 339quater § 1. De personeelsleden bedoeld in artikel 195ter, § 1, vallen niet onder de toepassing van artikel 326. Voor de personeelsleden die worden tewerkgesteld krachtens artikel 339ter of die overgenomen worden krachtens artikel 320, § 4, is artikel 326 wel van toepassing voor het volume van de opdracht waarvoor zij respectievelijk worden tewerkgesteld of overgenomen. § 2. Na het verstrijken van de maand waarin een personeelslid bedoeld in artikel 195ter, § 1, de leeftijd van zestig jaar heeft bereikt en dertig dienstjaren telt die in aanmerking komen voor de berekening van het rustpensioen, stopt voor dit personeelslid de financiering overeenkomstig artikel 195ter, §§ 3 en 4. § 3. De in § 1 bedoelde personeelsleden kunnen worden tewerkgesteld hetzij in de eigen hogeschool, hetzij in een hogeschool naar keuze. De hogeschool die deze personeelsleden tewerkstelt, dient 70 procent van het bruto aanvangssalaris van de salarisschaal van het personeelslid terug te betalen aan de Vlaamse Gemeenschap.

Onverminderd artikel 195ter, § 1, worden deze personeelsleden geacht aangesteld te zijn in de hogeschool waar zij worden tewerkgesteld. Dit lid is niet meer van toepassing zodra de hogeschool gebruik maakt van artikel 320, § 4. § 4. De in § 1 bedoelde personeelsleden kunnen op hun verzoek ook een tewerkstelling verkrijgen buiten het hogescholenonderwijs. De Vlaamse regering bepaalt de voorwaarden en de modaliteiten. Een instelling die deze personeelsleden tewerkstelt, dient 70 procent van het bruto aanvangssalaris van de salarisschaal van het personeelslid terug te betalen aan de Vlaamse Gemeenschap. § 5. Een periode van studie aan het hoger onderwijs wordt ook beschouwd als een tewerkstelling in de zin van dit artikel op voorwaarde dat het personeelslid regelmatig ingeschreven is in een hogeschool of universiteit in de Vlaamse Gemeenschap. Een academiejaar waarin het personeelslid niet slaagt, wordt voor de toepassing van artikel 339quater, § 3, niet beschouwd als een periode van tewerkstelling.

Deze paragraaf is slechts van toepassing voor studies die leiden tot het behalen van één bijkomend diploma. § 6. De personeelsleden tewerkgesteld krachtens dit artikel worden geacht zich in de administratieve stand dienstactiviteit te bevinden. ».

Art. 13.In hetzelfde decreet wordt een artikel 339quinquies ingevoegd, dat luidt als volgt : « Artikel 339quinquies § 1. De Vlaamse regering zal aan de personeelsleden bedoeld in artikel 195ter, § 1, die geen tewerkstelling hebben krachtens artikel 339ter of artikel 339quater, een tewerkstelling voorstellen. De Vlaamse regering bepaalt de modaliteiten waaronder dit gebeurt. Tijdens de periode van deze tewerkstelling bevindt het personeelslid zich in de stand dienstactiviteit. § 2. Het salaris van de personeelsleden bedoeld in § 1, die geen tewerkstelling bekomen die minstens 50 procent bedraagt van de opdracht waarvoor zij vallen onder de toepassing van artikel 195ter, § 1, wordt afgebouwd overeenkomstig het volgende schema : - gedurende de eerste twee jaren ontvangen zij het salaris waarop zij recht hadden op de laatste dag van hun tewerkstelling in de optie kinesitherapie of de opleiding kinesitherapie of conform artikel 339quater; - vanaf het derde jaar wordt dit salaris elk jaar met 20 procent verminderd.

Het salaris van deze personeelsleden mag nooit minder bedragen dan zoveel maal 1/30 van het salaris als het personeelslid dienstjaren telt, met een maximum van 30/30. § 3. De personeelsleden bedoeld in § 1, die op 1 januari 1998 een andere bezoldigde activiteit uitoefenden met toestemming van de hogeschool, mogen deze activiteit blijven uitoefenen voor hetzelfde volume als op 1 januari 1998.

Alle personeelsleden melden jaarlijks de aard, de duur en het brutobelastbaar inkomen van hun bezoldigde activiteiten aan een commissie die speciaal met dit doel wordt opgericht. Indien de bezoldigde activiteit waarvan sprake in de eerste alinea wijzigt, kan deze commissie, volgens de regels bepaald door de Vlaamse regering, de uitbetaling van de personeelsleden geheel of gedeeltelijk schorsen.

De Vlaamse regering bepaalt de samenstelling en de werking van deze commissie. ».

Art. 14.In bijlage I van hetzelfde decreet worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° In punt « 2.STUDIEGEBIED GEZONDHEIDSZORG » worden de woorden : « basisopleidingen van één cyclus : - fysische behandelingen : - ergotherapie, waarvoor de graad van gegradueerde in ergotherapie wordt verleend; - kinesitherapie, waarvoor de graad van gegradueerde in kinesitherapie wordt verleend; - orthopedie, waarvoor de graad van gegradueerde in orthopedie wordt verleend; - podologie, waarvoor de graad van gegradueerde in podologie wordt verleend. » vervangen door de woorden : « basisopleidingen van één cyclus : - ergotherapie, waarvoor de graad van gegradueerde in ergotherapie wordt verleend; - orthopedie, waarvoor de graad van gegradueerde in orthopedie wordt verleend; - podologie, waarvoor de graad van gegradueerde in podologie wordt verleend; - medische beeldvorming, waarvoor de graad van gegradueerde in de medische beeldvorming wordt verleend. ». 2° aan punt « 2.STUDIEGEBIED GEZONDHEIDSZORG » worden de volgende bepalingen toegevoegd : « basisopleidingen van twee cycli : - 1C + 2C kinesitherapie, waarvoor de graden van kandidaat en licentiaat in de kinesitherapie worden verleend; - 1C + 2C arbeidsorganisatie en gezondheid, waarvoor de graden van kandidaat en licentiaat in de arbeidsorganisatie en gezondheid worden verleend. ». 3° aan punt « 3.STUDIEGEBIED HANDELSWETENSCHAPPEN EN BEDRIJFSKUNDE basisopleidingen van één cyclus » wordt een gedachtestreepje toegevoegd, dat luidt als volgt : « - informatiemanagement en support, waarvoor de graad van gegradueerde in informatiemanagement en support wordt verleend. ». 4° punt « 4.STUDIEGEBIED INDUSTRIELE WETENSCHAPPEN EN TECHNOLOGIE » wordt gewijzigd als volgt : 1° onder « basisopleidingen van één cyclus » wordt een gedachtestreepje toegevoegd, dat luidt als volgt : « - multimedia en communicatietechnologie, waarvoor de graad van gegradueerde in multimedia en communicatietechnologie wordt verleend. Deze basisopleiding kan slechts blijven bestaan zolang zij als afzonderlijke basisopleiding gehandhaafd blijft »; 2° onder « basisopleidingen van twee cycli » worden het vierde en vijfde gedachtestreepje vervangen door het volgende : « - 2C Elektronica, waarvoor de graad van industrieel ingenieur in elektronica wordt verleend : - ontwerptechnieken - informatie- en communicatietechnieken - 2C Elektronica, waarvoor de graad van industrieel ingenieur in elektromechanica wordt verleend : - Elektromechanica - Elektrotechniek - Automatisering »;3° onder « basisopleidingen van twee cycli » wordt een gedachtestreepje toegevoegd, dat luidt als volgt : « - 2C informatica, waarvoor de graad van industrieel ingenieur in informatica wordt verleend.». HOOFDSTUK III. - Wijzigingen aan het decreet van 12 juni 1991 betreffende de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap

Art. 15.In artikel 14, tweede lid, van het decreet van 12 juni 1991 betreffende de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap, worden tussen de woorden « licentiaat in de psychologische en pedagogische wetenschappen » en « handelsingenieur » de woorden « licentiaat in de revalidatiewetenschappen en kinesitherapie » ingevoegd.

Art. 16.Artikel 19, eerste lid, 11°, van hetzelfde decreet wordt vervangen door de volgende bepaling : « 11° Lichamelijke opvoeding, Revalidatiewetenschappen en Kinesitherapie, waarvoor de graden van kandidaat en licentiaat kunnen worden verleend; ».

Art. 17.Artikel 23, 11°, van hetzelfde decreet wordt vervangen door de volgende bepaling : « 11° Lichamelijke opvoeding, Revalidatiewetenschappen en Kinesitherapie, waarvoor de graden van kandidaat en licentiaat kunnen worden verleend; ».

Art. 18.Artikel 27, 10°, van hetzelfde decreet wordt vervangen door de volgende bepaling : « 10° Lichamelijke opvoeding, Revalidatiewetenschappen en Kinesitherapie, waarvoor de graden van kandidaat en licentiaat kunnen worden verleend; ».

Art. 19.Artikel 28, 10°, van hetzelfde decreet wordt vervangen door de volgende bepaling : « 10° Lichamelijke opvoeding, Revalidatiewetenschappen en Kinesitherapie, waarvoor de graden van kandidaat en licentiaat kunnen worden verleend; ».

Art. 20.In artikel 49, eerste lid, 3°, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreet van 27 januari 1993, worden tussen de woorden « licentiaat in de pedagogische wetenschappen » en « bio-ingenieur » de woorden « licentiaat in de revalidatiewetenschappen en kinesitherapie » ingevoegd.

Art. 21.Aan artikel 51 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreet van 27 januari 1993, wordt een derde lid toegevoegd, luidend als volgt : « De studenten die met succes het eerste jaar van de tweede cyclus van de hogeschoolopleiding kinesitherapie hebben gevolgd, hebben toegang tot de tweede cyclus van de academische opleiding van licentiaat in de revalidatiewetenschappen en kinesitherapie, indien ze met goed gevolg een door de universiteit georganiseerd toegangsexamen hebben afgelegd.

De studenten die in het bezit zijn van een hogeschooldiploma van licentiaat in de kinesitherapie kunnen de academische graad van licentiaat in de revalidatiewetenschappen en kinesitherapie behalen, indien ze met goed gevolg examen hebben afgelegd over een aantal opleidingsonderdelen van die academische opleiding waarvan de totale studieomvang gelijk is aan de studieomvang van twee studiejaren. ».

Art. 22.Artikel 131, eerste lid, 2°, a), tweede streep, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreet van 27 januari 1993, wordt vervangen door de volgende bepaling : « - Lichamelijke Opvoeding, Revalidatiewetenschappen en Kinesitherapie; ».

Art. 23.In artikel 132, eerste lid, 3°, b) van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreet van 21 december 1994, worden tussen de woorden « licentiaat in de psychologische en pedagogische wetenschappen » en « handelsingenieur » de woorden « licentiaat in de revalidatiewetenschappen en kinesitherapie » ingevoegd.

Art. 24.Aan artikel 201 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreet van 27 januari 1993 en bij decreet van 24 juli 1997, wordt een elfde lid toegevoegd, luidend als volgt : « De universiteiten voeren de opleiding leidend tot de academische graad van kandidaat in de revalidatiewetenschappen en kinesitherapie geleidelijk jaar na jaar in vanaf het academiejaar 1999-2000. De universiteiten voeren de driejarige opleiding leidend tot de academische graad van licentiaat in de revalidatiewetenschappen en kinesitherapie geleidelijk jaar na jaar in vanaf het academiejaar 2001-2002. Voor de berekening van het aantal onderwijsbelastingseenheden worden de hiervoor genoemde academische opleidingen niet beschouwd als nieuwe opleidingen en vallen derhalve niet onder de programmatienormen. Voor de toepassing van de rationalisatienormen worden de oude opleiding en de nieuwe opleiding als één opleiding beschouwd. De studenten die in het academiejaar 1998-1999 ingeschreven waren voor de eerste kandidatuur kunnen ten laatste in het academiejaar 2004-2005 de academische graad van licentiaat in de kinesitherapie en motorische revalidatie met een totale studieduur van vier jaar verwerven. ». HOOFDSTUK IV. - Inwerkingtreding

Art. 25.Dit decreet treedt in werking op 1 september 1998.

Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Brussel, 23 juni 1998.

De minister-president van de Vlaamse regering, L. VAN DEN BRANDE De Vlaamse minister van Onderwijs en Ambtenarenzaken, L. VAN DEN BOSSCHE _______ Nota (1) Zitting 1997-1998. Stukken. - Ontwerp van decreet : 1018, nr. 1. Amendementen : 1018, nr. 2. Verslag : 1018, nr.3.

Handelingen. - Bespreking en aanneming : Vergadering van 9 en 10 juni 1998.

^