Etaamb.openjustice.be
Decreet van 21 november 2007
gepubliceerd op 24 januari 2008

Decreet houdende instemming met het intern akkoord tussen de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, verenigd in de Raad, tot wijziging van het intern akkoord van 18 september 2000 betreffende de te nemen maatregelen en de te volgen procedures voor de uitvoering van het ACP-EU-partnerschapsakkoord, gedaan te Luxemburg op 10 april 2006

bron
franse gemeenschapscommissie van het brussels hoofdstedelijk gewest
numac
2008031017
pub.
24/01/2008
prom.
21/11/2007
ELI
eli/decreet/2007/11/21/2008031017/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

21 NOVEMBER 2007. - Decreet houdende instemming met het intern akkoord tussen de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, verenigd in de Raad, tot wijziging van het intern akkoord van 18 september 2000 betreffende de te nemen maatregelen en de te volgen procedures voor de uitvoering van het ACP-EU-partnerschapsakkoord, gedaan te Luxemburg op 10 april 2006


De Vergadering van de Franse Gemeenschapscommissie en Wij, het College, bekrachtigen wat volgt :

Artikel 1.Onderhavig decreet regelt een in artikelen 127 en 128 van de Grondwet bedoelde materie, krachtens artikel 138 van de Grondwet.

Art. 2.Het intern akkoord tussen de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, verenigd in de Raad, tot wijziging van het intern akkoord van 18 september 2000 betreffende de te nemen maatregelen en de te volgen procedures voor de uitvoering van het ACP-EU-partnerschapsakkoord, gedaan te Luxemburg op 10 april 2006, zal volledig uitwerking hebben.

De vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten van de Europese Gemeenschap, verenigd in de Raad, Gelet op het verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, Gelet op het ACP-EU-partnerschapskkoord, ondertekend te Cotonou (Benin) op 23 juni 2000, hierna « ACP-EU-akkoord » genaamd, Gelet op het ontwerp van de Commissie, Overwegende wat volgt : (1) Door een beslissing gedateerd op 27 april 2004 heeft de Raad aan de Commissie toegestaan om onderhandelingen te beginnen met de ACP-staten met het oog op een herziening van het ACP-EU-akkoord.Deze onderhandelingen werden afgesloten te Brussel, op 23 februari 2005.

Het akkoord tot wijziging van het ACP-EU-akkoord werd te Luxemburg ondertekend, op 25 juni 2005. (2) Het intern akkoord tussen de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten van de Europese Gemeenschap, verenigd in de Raad, van 18 september 2000 betreffende de te nemen maatregelen en de te volgen procedures voor de uitvoering van het ACP-EU-akkoord, hierna « intern akkoord » (1) genaamd, zou bijgevolg moeten worden gewijzigd.(3) De door het intern akkoord vastgestelde procedure zou moeten worden gewijzigd teneinde rekening te houden met de wijzigingen aangebracht aan de artikelen 96 en 97, overeenkomstig het akkoord houdende wijziging van het ACP-EU-akkoord.Deze procedure zou eveneens moeten worden gewijzigd om rekening te houden met het nieuwe artikel 11ter waarvan de eerste paragraaf een essentieel element vormt van het akkoord houdende wijziging van het ACP-EU-akkoord.

Er worden de volgende bepalingen overeengekomen :

Artikel 1.Het intern akkoord tussen de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten van de Europese Gemeenschap, verenigd in de Raad, van 18 september 2000 betreffende de te nemen maatregelen en de te volgen procedures voor de uitvoering van het ACP-EU-akkoord wordt als volgt gewijzigd : 1. Artikel 3 wordt vervangen door de volgende tekst : « Artikel 3.De positie van de lidstaten voor de uitvoering van de artikelen 11ter, 96 en 97 van het ACP-EU-akkoord, wanneer het aangelegenheden betreft die ressorteren onder hun bevoegdheden, wordt bepaald door de Raad die beslist overeenkomstig de in de bijlage voorziene procedure.

Indien de overwogen maatregelen betrekking hebben op materies die ressorteren onder de bevoegdheden van de lidstaten, dan kan de Raad eveneens beslissen op initiatief van een lidstaat. » 2. Artikel 9 wordt vervangen door de volgende tekst : « Artikel 9.Onderhavig akkoord, opgesteld in een enig exemplaar in de Duitse, Engelse, Deense, Spaanse, Estse, Finse, Franse, Griekse, Hongaarse, Italiaanse, Letse, Litouwse, Maltese, Nederlandse, Poolse, Portugese, Slowaakse, Sloveense, Zweedse en Tsjechische taal, de twintig teksten zijn eveneens rechtsgeldig, zal worden opgenomen in de archieven van het Algemeen Secretariaat van de Raad, die een gelijkvormig verklaard afschrift ervan zal overhandigen aan elk van de regeringen van de ondertekenende Staten. » 3. De bijlage wordt vervangen door de volgende tekst : « BIJLAGE 1.De Gemeenschap en haar lidstaten putten alle middelen uit voor een politieke dialoog met een ACP-staat die zijn voorzien door artikel 8 van het ACP-EU-akkoord, behalve in geval van een bijzondere dringendheid, vooraleer de in artikel 96 van het ACP-EU-akkoord bedoelde raadplegingsprocedure aan te vatten. De door artikel 8 voorziene dialoog moet systematisch en officieel bekrachtigd zijn, overeenkomstig de modaliteiten bepaald in artikel 2 van bijlage VII van het ACP-EU-akkoord. Wat betreft de dialoog gevoerd op nationaal, subregionaal en regionaal vlak, wanneer de paritaire parlementaire vergadering betrokken partij is, wordt deze vertegenwoordigd door haar co-voorzitters of hun aangeduide vertegenwoordigers. 2. Indien de Raad, op initiatief van de Commissie of van een lidstaat, na alle in artikel 8 van het ACP-EU-akkoord voorziene middelen voor een dialoog te hebben uitgeput, oordeelt dat een ACP-staat heeft nagelaten te voldoen aan een verplichting wat betreft een van de in artikel 9 of artikel 11ter van het ACP-EU-akkoord bedoelde essentiële elementen, of in ernstige gevallen van corruptie, dan wordt de ACP-staat, behalve bij het bestaan van een bijzondere dringendheid, verzocht om over te gaan tot raadplegingen, overeenkomstig de artikelen 11ter, 96 of 97 van het ACP-EU-akkoord. De Raad beslist met gekwalificeerde meerderheid.

Tijdens de raadplegingen probeert de Gemeenschap, vertegenwoordigd door het voorzitterschap van de Raad en de Commissie, om de gelijkheid van het niveau van vertegenwoordiging te verzekeren. Deze raadplegingen zijn gericht op de maatregelen die dienen te worden genomen door de betrokken partij en verlopen overeenkomstig de in bijlage VII van het ACP-EU-akkoord vastgestelde modaliteiten. 3. Indien er geen enkele oplossing is gevonden bij het verstrijken van de in de artikelen 11ter, 96 of 97 van het ACP-EU-akkoord voorziene raadplegingstermijnen, en in weerwil van alle gedane inspanningen, ofwel onmiddellijk bij een dringendheid of weigering om over te gaan tot raadplegingen, dan kan de Raad overeenkomstig genoemde artikelen op voorstel van de Commissie en beslissend bij gekwalificeerde meerderheid besluiten om de gepaste maatregelen te treffen die kunnen gaan tot een gedeeltelijke opschorting.Dezelfde regel is onmiddellijk van toepassing bij een dringendheid of weigering om over te gaan tot raadplegingen. De Raad beslist met eenparigheid van stemmen bij een volledige opschorting van het ACP-EU-akkoord ten aanzien van de betrokken ACP-staat.

Deze maatregelen blijven van kracht tot de Raad gebruik heeft gemaakt van de toepasbare, in het eerste lid bepaalde procedure, om een beslissing te treffen tot wijziging of annulering van de voorheen genomen maatregelen, of desgevallend tijdens de periode aangegeven in de beslissing.

De Raad herziet hiertoe voornoemde maatregelen op periodieke wijze, en tenminste om de zes maanden.

De voorzitter van de Raad betekent de aldus aangenomen maatregelen aan de betrokken ACP-staat en aan de ACP-EU-ministerraad voor de inwerkingtreding ervan.

De beslissing van de Raad wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie. Indien de maatregelen onmiddellijk worden aangenomen, dan wordt hun betekening gericht aan de ACP-staat en aan de ACP-EU-ministerraad, terzelfder tijd als een uitnodiging om over te gaan tot raadplegingen. 4. Het Europees parlement wordt onmiddellijk en volledig ingelicht over elke beslissing aangenomen krachtens de punten 2 en 3.»

Artikel 2.Onderhavig akkoord wordt goedgekeurd door elke lidstaat, overeenkomstig de constitutionele regels die hem eigen zijn. De regering van elke lidstaat betekent de vervulling van de voor de inwerkingtreding vereiste procedures aan het Algemeen Secretariaat van de Raad.

Onderhavig akkoord treedt in werking voorzover de bepalingen van het eerste lid zijn vervuld, terzelfder tijd als het akkoord houdende wijziging van het ACP-EU-akkoord (2). Het blijft van kracht tijdens de duur van voornoemd akkoord.

Kondigen onderhavig decreet af en bevelen dat het wordt gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.

Brussel, 20 december 2007.

B. CEREXHE, Voorzitter van het College van de Franse Gemeenschapscommissie, bevoegd voor Openbaar Ambt en Gezondheid Ch. PICQUE, Lid van het College van de Franse Gemeenschapscommissie, bevoegd voor Sociale Cohesie Mevr. E. HUYTEBROECK, Lid van het College van de Franse Gemeenschapscommissie, bevoegd voor Begroting, Bijstand aan Gehandicapte Personen en Toerisme Mevr. F. DUPUIS, Lid van het College van de Franse Gemeenschapscommissie, bevoegd voor Beroepsopleiding, Onderwijs, Cultuur en Schoolvervoer E. KIR, Lid van het College van de Franse Gemeenschapscommissie, bevoegd voor Sociale Actie, Gezin en Sport _______ Nota (1) PB L 317 van 15 december 2000, p.376 (2) De datum van inwerkingtreding van het gewijzigd akkoord zal worden bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie door het Algemeen Secretariaat van de Raad.

^