Etaamb.openjustice.be
Decreet van 16 maart 2000
gepubliceerd op 07 april 2000

Decreet tot bevestiging van de eindtermen en de vereiste kennis voor de economische wetenschappen, de sociale wetenschappen en de lichamelijke opvoeding na de overgangsafdeling

bron
ministerie van de franse gemeenschap
numac
2000029131
pub.
07/04/2000
prom.
16/03/2000
ELI
eli/decreet/2000/03/16/2000029131/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

16 MAART 2000. - Decreet tot bevestiging van de eindtermen en de vereiste kennis voor de economische wetenschappen, de sociale wetenschappen en de lichamelijke opvoeding na de overgangsafdeling (1)


De Raad van de Franse Gemeenschap heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt :

Artikel 1.De in bijlage 1 vermelde eindtermen en vereiste kennis voor de economische wetenschappen en sociale wetenschappen op het einde van de overgangsafdeling worden bevestigd overeenkomstig artikel 25 van het decreet van 24 juli 1997 dat de prioritaire taken bepaalt van het basisonderwijs en van het secundair onderwijs en de structuren organiseert die het mogelijk maken ze uit te voeren.

Art. 2.De in bijlage 2 vermelde eindermen en vereiste kennis inzake de lichamelijke opvoeding, worden bevestigd overeenkomstig artikel 25 van hetzelfde decreet.

Art. 3.Onderhavig decreet treedt in werking op de dag dat het in het Belgisch Staatsblad verschijnt.

Verkondigen dit decreet, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad moet verschijnen.

Brussel, 16 maart 2000.

De Minister-President, belast met Internationale Betrekkingen, H. HASQUIN De Minister van Begroting, Cultuur en Sport, R. COLLIGNON De Minister van Kinderwelzijn, belast met Lager Onderwijs, het onthaal en de opdrachten aan ONE, J.-M. NOLLET De Minister van Secuncair Onderwijs, Kunsten en Letteren, P. HAZETTE De Minister van Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek, Mevr. F. DUPUIS De Minister van de Audiovisuele Sector, Mevr. C. DE PERMENTIER De Minister van Jeugdzaken, Openbaar Ambt en Onderwijs voor sociale promotie, Y. YLIEFF De Minister van Jeugdzorg en Gezondheid, Mevr. N. MARECHAL _______ Nota (1) Zitting 1999-2000 Documenten van de Raad.- Ontwerpdecreet, nr. 38-1. - Amendementen van de commissie, nr. 38-2. - Verslag, nr. 38-3. - Amendementen op de zitting, nr. 38-4.

Integraal verslag. - Bespreking en aanneming. Zitting van 29 februari 2000.

Bijlage 1 EINDTERMEN EN KENNIS DIE VEREIST IS VOOR DE ECONOMISCHE WETENSCHAPPEN EN SOCIALE WETENSCHAPPEN OP HET EINDE VAN DE OVERGANGSAFDELING INHOUDSOPGAVE Economische wetenschappen - Bekwaamheden - Doeleinden voor het algemeen overgangsonderwijs - Doeleinden voor het technisch overgangsonderwijs Sociale wetenschappen - Bekwaamheden - Probleemstellingen voor het algemeen overgangsonderwijs - Probleemstellingen voor het technisch overgangsonderwijs INLEIDING Dit document behandelt de economische en sociale wetenschappen afzonderlijk.

De doeleinden en probleemstellingen daarentegen werden opgeplitst naargelang het hier gaat om het algemeen overgangsonderwijs of het technisch overgangsonderwijs.

Om de zo grootst mogelijke pedagogische vrijheid te laten aan de programmabedenkers en de leraren, omvat dit document enerzijds een uit te werken bekwaamheidslijst en anderzijds een lijst voor de onderwijsdoeleinden of problematieken.

De programmabedenkers en de leraren zullen dus het eerste met het tweede moeten combineren.

ECONOMISCHE WETENSCHAPPEN : bekwaamheden 1. De verworven theoretische basiskennis beheersen : - begrippen en concepten correct weergeven; - woorden, concepten, ordes van grootte, procedures en technieken juist gebruiken; - mechanismen, wetten en verbanden juist uiteenzetten; - hypothesen en beperkingen van ideeën, modellen, procedures en technieken formuleren. 2. Informatie inwinnen en verwerken op grond van onderzoek : - informatie terugvinden in verschillende gewone bronnen; - nuttige informatie optekenen, zodanig dat de gegevens goed verwerkt kunnen worden; - gegevens uit een tekst, een grafiek, een tabel, een document, . halen; - mechanismen, wetten, verbanden in de tekst, een grafiek, een tabel, een document, . terugvinden; - kritische bronnencriteria toepassen; - verstaanbaarheid tonen aan de hand van voorbeelden en/of tegenvoorbeelden of toepassingen; - gegevens, mechanismen, wetten, verbanden van een communicatieregister vertalen. 3. Informatie analyseren : - basiselementen uit een redenering herkennen; - verbanden tussen deze elementen onderling onderscheiden; - het onderscheid maken tussen hypothesen en bewezen stellingen; - een structuur, een organisatieprincipe identificeren. 4. Informatie combineren : - gemeenschappelijke kerninformatie uit verschillende bronnen halen; - verbanden tussen deze kerninformatie op gestructureerde wijze aantonen in de vorm van een plan, schema, grafiek. 5. (Aangeleerde) concepten, modellen, procedures toepassen : - het gepaste model, concept of de geschikte procedure kiezen; - de gegevens verwerken aan de hand van het gekozen concept, model of procedure; - het resultaat evalueren op grond van deze criteria. 6. Problemen oplossen door gebruik te maken van opgedane kennis en aangeleerde concepten en procedures : - het probleem stellen; - de nodige maatregelen bepalen om het probleem op te lossen; - bestaande kennis gebruiken; - een duidelijke wijze voorstellen welke procedure gevolgd wordt om het probleem op te lossen; - bepalen welke de beperkingen zijn van de relevantie van de oplossing. 7. Problemen oplossen waarvoor bijkomende kennis, concepten en procedures aangewend moeten worden : - het probleem stellen; - de nodige stappen bepalen om het probleem op te lossen; - concepten, duidende schema's, modellen uitwerken; - hypthesen formuleren; - de relevantie van deze hypothesen toetsen; - het resultaat verbeteren door correctie; - een actieplan uitwerken; - een duidelijke wijze voorstellen welke procedure gevolgd wordt om het probleem op te lossen; - bepalen welke de beperkingen zijn van de relevantie van de oplossing. 8. De verschillende theorieën voor eenzelfde problematiek begrijpen : - twee of meerdere verschillende verklaringen voor eenzelfde courant economische probleem met elkaar vergelijken; - de logica achter deze theorieën vinden.

ECONOMISCHE WETENSCHAPPEN : Algemeen overgangsonderwijs Doeleinden combineren met bekwaamheden (in alfabetische volgorde) - klassieke en neoklassieke benadering van de economie; - keyniaanse benadering van de economie; - bank; - beurs (waarden); - contracten; - onderneming; - overheidsfinanciën; - concrete vormen van economische organisatie; - indicatoren en maatstaven van de economie (rijkscomptabiliteit); - geldwezen; - economisch beleid; - internationale economische relaties; - sociale zekerheid; - martkvormen.

ECONOMISCHE WETENSCHAPPEN : Technisch overgangsonderwijs Doeleinden combineren met bekwaamheden (in alfabetische volgorde) Beheersanalyse - algemene en analytische boekhouding;

Recht - burgerlijk recht : personen, goederen; - sociaal recht : sociale zekerheid, individuele relaties, gemeenschappelijke relaties; - handelsrecht : de rechten en plichten van de handelaars; - fiscaal recht : directe fiscaliteit, indirecte fiscaliteit.

Financiële economie : bank, beurs Onderneming - soorten; - organisatie; - functies; - leven en dood; - diepgaandere studie van twee functies : marketing, human ressources management.

Algemene economische begrippen Voor het aanleren van sommige bovenstaande materies zijn computers nodig (boekhoudkundige programma's, spreadsheets, databank).

SOCIALE WETENSCHAPPEN : Bekwaamheden 1. Werken aan zijn voorkomen : - zijn voorkomen tonen en toetsen aan andermans voorkomen, zich bewust worden van de bijkomstigheden van zijn voorkomen, de wijziging ervan evalueren.2. In staat zijn actief deel te nemen in een werkgroep.3. De verworven basistheorie beheersen : - begrippen en concepten correct definiëren; - termen, concepten, ordes van grootte, procedures en technieken juist gebruiken; - mechanismen en verbanden juist uiteenzetten; - hypothesen en beperkingen van concepten, modellen, procedures en technieken formuleren. 4. Informatie inwinnen en verwerken op grond van onderzoek : - informatie vinden in verschillende gewone bronnen; - nuttige informatie optekenen, zodanig dat de gegevens goed verwerkt kunnen worden; - de gegevens in hun productiecontext herplaatsen; - gegevens uit een tekst, een grafiek, een tabel, een document, . halen; - mechanismen, wetten, verbanden in de tekst, een grafiek, een tabel, een document, . terugvinden; - kritische bronnencriteria toepassen; - verstaanbaarheid tonen aan de hand van voorbeelden en/of tegenvoorbeelden of toepassingen; - gegevens, mechanismen, wetten, verbanden van een communicatieregister vertalen. 5. Informatie analyseren : - observeerbare feiten en concepten onderscheiden; - basiselementen uit een redenering herkennen; - verbanden tussen deze elementen onderling onderscheiden; - het onderscheid maken tussen hypothesen en bewezen stellingen; - een structuur, een organisatieprincipe identificeren. 6. Informatie combineren : - gemeenschappelijke kerninformatie uit verschillende bronnen halen; - verbanden tussen deze kerninformatie op gestructureerde wijze aantonen in de vorm van en plan, schema, grafiek . 7. (Aangeleerde) concepten, modellen, procedures toepassen : - het gepaste model, concept of de geschikte procedure kiezen; - de gegevens verwerken aan de hand van het gekozen concept, model of procedure; - het resultaat evalueren op grond van deze criteria. 8. Problemen wetenschappelijk analyseren : - het probleem stellen; - de nodige stappen bepalen om het probleem op te lossen; - bestaande kennis aanwenden - concepten, duidende schema's, modellen uitwerken; - hypthesen formuleren; - de relevantie van deze hypothesen toetsen; - het resultaat verbeteren door correctie; - de verschillende voorgestelde oplossingen en de beperkingen ervan bepalen. 9. De verschillende theorieën voor eenzelfde problematiek begrijpen : - twee of meerdere verschillende verklaringen voor eenzelfde courant economisch probleem met elkaar vergelijken; - de logica achter deze theorieën vinden.

SOCIALE WETENSCHAPPEN : Algemeen overgangsonderwijs Probleemstellingen : Om de leerlingen beter te doen begrijpen wat de werking, het nut en het einddoel van het maatschappelijk leven inhoudt, moet het merendeel van de sociale wetenschappen (onder andere solidariteitssytemen, opvoeding, politieke tendenzen, de rol van de kunstenaar in de maatschappij, . ) aangeleerd worden aan de hand van probleemstellingen : - wedijver en samenwerking Vergelijking tussen de logica van de wedijver, die overheerst in de economische en mediatieke wereld, en de noodzaak tot samenwerking; - consensus en conflict Onvermijdelijk karakter van conflicten, het zoeken naar consensus, nood aan beheer en arbitrage bij de conflicten; - Openbaar en privé Onderscheid tussen de openbare en private leefwereld : wat tot het collectief behoort (gemeenschappelijk formele normen voor een welbepaalde gemeenschap) en wat tot het individu behoort (persoonlijke beslissingen); - Individu versus gemeenschap Begrijpen van de wisselwerking tussen het individu en de gemeenschap : verschillende theoretische antwoorden onderzoeken; - Gedrag van de betrokkene versus normatief gedrag Vaststellen van de respectieve rol van de belangen en waarden in de verklaring van maatschappelijke feiten; - « bewuste » beslissing versus « onbewuste » beslissing Begrijpen van twee beslissingsmechanismen : het ene gebaseerd op beraadslaging en de collectieve beslissing, het andere op de samenvoeging van individuele beslissingen; - Productie en reproductie Begrijpen van de dynamiek van de verandering (leiders/volgelingen, rol en inzet van de opvoeding, . ); - Profit en non-profit Vergelijken van het begrip diensten met de al dan niet solvente markt, financiële en/of sociale rentabiliteit, verenigingsleven, professionnalisme en vrijwilligerswerk, . - Integratie en uitsluiting Begrijpen van de mechanismen van sociale integratie en uitsluiting : onderzoeken van de situatie van werklozen, immigranten, .

Deze lijst is onvolledig. Bovendien kan het merendeel van deze materies enkel behandeld worden aan de hand van probleemstellingen.

Deze laatste vereisen, naargelang de behoeften, een beheersing van concepten, methodologiën en theorieën eigen aan de sociale wetenschappen.

SOCIALE WETENSCHAPPEN : Technisch overgangsonderwijs Probleemstellingen Om de leerlingen beter te doen begrijpen wat de werking, het nut en het einddoel van het maatschappelijk leven inhoudt, komen volgende probleemstellingen aan bod : - de man/vrouw ten aanzien van de consumptie; - de man/vrouw ten aanzien van het werk; - de man/vrouw en de vrije tijd; - de man/vrouw, sexueel wezen; - de man/vrouw en de omgeving; - de man/vrouw in nood.

Deze lijst is onvolledig : de programmabedenkers en leraren kunnen andere probleemstellingen aankaarten.

Al deze probleemstellingen vereisen, naargelang de behoeften, de beheersing van concepten, methodologieën en theorieën eigen aan de sociale wetenschappen.

Bijlage 2 EINDTERMEN EN KENNIS DIE VEREIST ZIJN OP HET VLAK VAN LICHAMELIJKE OPVOEDING OP HET EINDE VAN DE OVERGANGSAFDELING INHOUDSOPGAVE I. De algemene beginselen II. De definities III. Overzichtstabellen : - Gebied van de lichamelijke conditie - Gebied van de mimische vaardigheden - Gebied van de sociomotorische coördinatie I. ALGEMENE BEGINSELEN 1. Alle bekwaamheden die behoren tot deze drie disciplinaire gebieden (de lichamelijke conditie, de mimische vaardigheden, de sociaal-motorische coördinatie) moeten gegeven zijn op het einde van de schoolduur zodat de eerste doelstellingen van de lichamelijke opvoeding, namelijk de gezondheid, de veiligheid, de uiting en de motorische en sportieve ontwikkeling, bereikt worden.2. Om deze bekwaamheden te ontwikkelen, moet de leraar lichamelijke opvoeding uiteenlopende activiteiten organiseren die alle aspecten van de motoriek belichten (cognitieve, sensomotorische en sociale aspecten).3. Aangezien de te behalen niveaus niet genormeerd kunnen worden, kan de graad van beheersing van de bekwaamheden verschillen.In alle gevallen zullen alle leerlingen en leerlinges verplicht worden vooruitgang te boeken. 4. Om de verscheidenheid aan lichamelijke activiteiten in aanmerking te nemen, zal men van iedere leerling regelmatige vooruitgang eisen op het vlak van de uithouding en in twee andere bekwaamheden behorend tot het domein van de lichamelijke conditie alsook in minstens één bekwaamheid van ieder ander disciplinair gebied.5. Het aantal uren die zijn opgenomen in het programma lichamelijke opvoeding bepaalt de graad van beheersing die moet worden bereikt en niet de bekwaamheden die moeten worden ontplooid op de domeinen van mimische vaardigheden en sociomotorische coördinatie. Hoe meer uiteenlopende activiteiten men beoefent, hoe minder belangrijk de beheersingsgraad moet zijn. Het te bereiken niveau zal omgekeerd evenredig zijn met het aantal onthullende capaciteiten van een bekwaamheid. De verscheidenheid aan activiteiten mag evenwel niet leiden tot activiteitenmislukking. 6. Wat betreft de keuzevorming (opties `lichamelijke opvoeding' en `sportwetenschappen') liggen de vereiste niveaus hoger dan deze in de gewone vorming : - Domein van de lichamelijke conditie : verbetering van alle bekwaamheden op dit domein. - Domein van de mimische vaardigheid : stadium van de toepassing van deze verworvenheden (wijziging van de aangeleerde vaardigheden voor een betere aanpassing aan de individuele kwaliteiten). 7. Bij de collectieve activiteiten, als facultatief opleidingsonderdeel, moeten de leerlingen de graad behalen van « integratie in grote organisaties » alsook in staat zijn nieuwe toestanden te assimileren (kunde om verworven vaardigheden te gebruiken in latere situaties, zonder model) in de technische basisverworvenheden van de betrokken sportdiscipline. II. DEFINITIES - Disciplinair gebied : deel van een referentiesysteem van disciplinaire vaardigheden. Op het vlak van de lichamelijk opvoeding onderscheiden we vier disciplinaire gebeiden : de psychomotoriek, de fysieke conditie, de mimische vaardigheden en de sociomotorische coördinatie. - Productie : geheel van gecontroleerde bewegingen of gebaren die uiting geven aan de vaardigheden op een of meerdere gebieden. - Niveau : beheersingsgraad van de bekwaamheden van een gebied naargelang de gekozen situatie om de productie te evalueren. - Verworvenheid : na eventuele training aan de hand van probleemoplossende oefeningen, zal de leerling, tijdens eenzelfde les, achtereenvolgende modellen kunnen toetsen. - Reproductie : uitvoering, tijdens opeenvolgende lessen, van een vroeger aangeleerd actiemodel. - Gebruik : uitvoering van bewegingen in andere fysieke en psychologische omstandigheden dan deze hun opleiding voorafgingen. - Toepassing van de basisvoorschriften in collectieve situaties : toepassing van de basisvoorschriften in kleinere situaties met tussenkomst van minstens twee partners. - Integratie in kleine groepen : aannemen van een gemeenschappelijke basisstrategie in een collectieve situatie met tussenkomst van verschillende elementen (partners, tegenstanders, ruimte, machines, te bereiken doelen). - Integratie in kleine en grote organisaties : aannemen van een geschikte strategie in een complexe situatie.

III. OVERZICHTSTABELLEN De ontplooiing van de motoriek draagt bij tot de opvoeding van de gezondheid, de veiligheid, de expressie, de communicatie en de sportieve opvoeding.

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld

^