Etaamb.openjustice.be
Decreet van 02 april 2004
gepubliceerd op 28 mei 2004

Decreet betreffende het beleid inzake convenants gemeentelijke ontwikkelingssamenwerking

bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
numac
2004035822
pub.
28/05/2004
prom.
02/04/2004
ELI
eli/decreet/2004/04/02/2004035822/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

2 APRIL 2004. - Decreet betreffende het beleid inzake convenants gemeentelijke ontwikkelingssamenwerking (1)


Het Vlaams Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : decreet betreffende het beleid inzake convenants gemeentelijke ontwikkelingssamenwerking. HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen en definities

Artikel 1.Dit decreet regelt een gemeenschaps- en gewestaangelegenheid.

Art. 2.In dit decreet wordt verstaan onder : 1° convenant gemeentelijke ontwikkelingssamenwerking : overeenkomst tussen het Vlaamse Gewest en de Vlaamse Gemeenschap, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, enerzijds, en een gemeente of een samenwerkingsverband van gemeenten, anderzijds;2° ontwikkelingssamenwerking : ontwikkelingssamenwerking met het Zuiden;3° het Zuiden : de landen die opgenomen zijn in het eerste deel van de lijst van het Comité voor Ontwikkelingssamenwerking (Development Assistance Committee - DAC) van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), met uitzondering van de lid-Staten van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (UNECE);4° de erkende adviesraad ontwikkelingssamenwerking : gemeentelijke adviesraad die bevoegd is voor het beleidsdomein ontwikkelingssamenwerking, inzonderheid voor de ontwikkelingssamenwerking met het Zuiden.

Art. 3.Het convenant ontwikkelingssamenwerking wordt afgesloten met als doel : a) de aanmoediging van de gemeente om een volwaardige speler te worden binnen het beleidsdomein ontwikkelingssamenwerking;b) een brede sensibilisatie inzake gemeentelijke ontwikkelingssamenwerking binnen de gemeente te bewerkstelligen;c) een goed bestuur inzake gemeentelijke ontwikkelingssamenwerking na te streven binnen de gemeente door capaciteitsopbouw inzake bestuurlijk management en het conceptueel uitbouwen van een lokaal beleid ontwikkelingssamenwerking;d) voor de gemeenten die dat beogen, de directe samenwerking van gemeente tot gemeente in een Noord-Zuidcontext ondersteunen met het oog op bestuurskrachtversterking, verbetering van de openbare dienstverlening en versterking van de lokale democratie. HOOFDSTUK II. - Het sluiten van een convenant Afdeling 1. - Het algemene convenant

Art. 4.De Vlaamse regering kan pas een convenant ontwikkelingssamenwerking sluiten met een gemeente na beoordeling van een door de gemeente ingediend strategisch actieplan en een operationeel actieplan voor het eerste jaar, en als aan de volgende instapcriteria is voldaan : 1° de gemeente beschikt over een erkende adviesraad ontwikkelingssamenwerking;2° in de algemene beleidsnota is een afdeling opgenomen betreffende het gemeentelijke beleid inzake ontwikkelingssamenwerking, of de gemeente beschikt over een sectoriële beleidsnota inzake ontwikkelingssamenwerking;3° de gemeente beschikt over een schepen, bevoegd voor ontwikkelingssamenwerking;4° de gemeente beschikt over een gemeentelijk ambtenaar bevoegd voor ontwikkelingssamenwerking.In gemeenten van meer dan 10 000 inwoners is deze ambtenaar minstens halftijds aangesteld; in gemeenten van minder dan 10 000 inwoners is deze ambtenaar minstens voor 25 % aangesteld; 5° de gemeente beschikt over een afzonderlijke begrotingspost ontwikkelingssamenwerking. Afdeling 2. - Het convenant directe samenwerking

Art. 5.De Vlaamse regering kan pas een convenant ontwikkelingssamenwerking sluiten met een gemeente die de doelstellingen bepaald in artikel 3 wenst na te streven door middel van een concrete bestuurlijke samenwerking met een gemeente in het Zuiden, indien voldaan is aan de voorwaarden bepaald in artikel 4 en indien daarenboven voldaan is aan volgende criteria : 1° de gemeente verbindt zich ertoe om drie jaar na het sluiten van het convenant minstens één voltijds equivalent gemeentelijke ambtenaar inzake ontwikkelingssamenwerking tewerk te stellen voor de rest van de duur van het convenant;2° het strategische actieplan van de gemeente stelt het uitbouwen van een concrete bestuurlijke samenwerking met een gemeente in het Zuiden als strategische doelstelling voorop;3° het operationele actieplan omvat een concreet uitgetekend traject inzake de uitbouw van een bestuurlijke samenwerking met een gemeente in het Zuiden. De Vlaamse regering kan aanvullende criteria bepalen. Afdeling 3. - Inhoud van het convenant

Art. 6.Het convenant bevat minstens de volgende elementen : 1° het strategische actieplan dat minstens de volgende informatie omvat : a) de doelstellingen inzake ontwikkelingssamenwerking waaraan de gemeente gedurende de periode van het convenant wil werken, evenals een motivering houdende de wijze waarop de gemeente de doelstellingen, vermeld in artikel 2, 1°, beoogt te bereiken;b) een uiteenzetting waaruit blijkt of de gemeente duurzame ontwikkeling en geïntegreerde beleidsthema's in het gemeentelijke beleid ontwikkelingssamenwerking heeft opgenomen.De Vlaamse regering stelt de geïntegreerde beleidsthema's vast; c) de mededeling van eventuele subsidies die de gemeente reeds zou genieten in het kader van haar beleid inzake ontwikkelingssamenwerking;2° de verbintenissen van de betrokken partijen, met inbegrip van : a) de beoogde resultaten en de wijze waarop die gemeten kunnen worden aan de hand van kwantitatieve en kwalitatieve voortgangsindicatoren;b) de toewijzing van middelen aan de in het strategische actieplan geformuleerde doelstellingen;3° bepalingen inzake rapportering en verantwoording, begeleiding en evaluatie;4° bepalingen inzake eventuele wijzigingen van het convenant;5° bepalingen inzake geschillenbeslechting;6° bepalingen inzake inwerkingtreding.

Art. 7.Jaarlijks wordt door de gemeente een operationeel actieplan opgesteld. Dit plan bevat de operationele doelstellingen, de vooropgestelde resultaten, de criteria voor evaluatie en de geplande acties, met inbegrip van een budgettair plan. Afdeling 4. - Het advies van de erkende adviesraad

ontwikkelingssamenwerking

Art. 8.Onverminderd de mogelijkheid voor de gemeenteraad om andere adviezen in te winnen, wordt het advies van de erkende adviesraad ontwikkelingssamenwerking ingewonnen voor elke beslissing van de gemeenteraad over : - de aanvraag tot het sluiten of het verlengen van een convenant, in welk geval het advies mede betrekking heeft op het strategisch actieplan en het operationeel actieplan voor het eerste jaar; - de keuze van een partner in het Zuiden, als de gemeente een concrete bestuurlijke samenwerking met een gemeente in het Zuiden overweegt; - de operationele actieplannen voor het tweede en het derde jaar; - de voortgangsrapporten en het eindrapport, bedoeld in artikel 13.

Indien het advies niet gegeven wordt binnen dertig dagen na de ontvangst van de aanvraag door de voorzitter van de adviesraad, mag aan de adviesverplichting voorbijgegaan worden.

Afwijkingen van het advies van de erkende adviesraad ontwikkelingssamenwerking worden bijzonder gemotiveerd door de gemeente. HOOFDSTUK III. - Duur en beëindiging van het convenant

Art. 9.Het convenant wordt gesloten voor een hernieuwbare periode van drie jaar.

Er kan geen convenant gesloten worden binnen zes maanden voorafgaand aan een volledige vernieuwing van de gemeenteraden.

Art. 10.§ 1. Onder voorbehoud van de toepassing van § 2 en § 3, eindigt het convenant hetzij bij het verstrijken van de termijn, hetzij bij overeenkomst tussen de partijen, hetzij door opzegging.

De partijen kunnen te allen tijde het convenant opzeggen, mits zij een opzeggingstermijn in acht nemen. Behoudens andersluidend beding in het convenant bedraagt die termijn zes maanden. De kennisgeving van de opzegging gebeurt met een aangetekende brief. De opzeggingstermijn begint te lopen vanaf de eerste dag die volgt op de kennisgeving. § 2. Het convenant kan door de Vlaamse Gemeenschap of door de gemeente worden opgezegd zonder opzeggingstermijn en zonder dat dit tot enige vergoeding aanleiding kan geven als het algemene of gemeentelijke belang dat vereist in buitengewone omstandigheden. § 3. Als uit de interne en externe evaluatie, bedoeld in artikel 13, blijkt dat de gemeente op schromelijke wijze tekortschiet in de verwezenlijking van de vooropgestelde strategische en operationele doelstellingen, kan de Vlaamse Gemeenschap het convenant eenzijdig opzeggen zonder opzeggingstermijn en zonder dat dit tot enige vergoeding aanleiding kan geven. HOOFDSTUK IV. - Vorming en begeleiding

Art. 11.De Vlaamse regering voorziet in vorming voor gemeentelijke mandatarissen en personeelsleden die betrokken zijn bij het beleid inzake gemeentelijke ontwikkelingssamenwerking, en voor een vertegenwoordiger van de erkende adviesraad ontwikkelingssamenwerking binnen de grenzen van de beschikbare begrotingskredieten.

Art. 12.De Vlaamse regering voorziet in begeleiding van de gemeenten met wie ze een convenant heeft gesloten. HOOFDSTUK V. - Verantwoording en evaluatie

Art. 13.Jaarlijks wordt door de gemeente een voortgangsrapport opgesteld waarin ze : 1° rapporteert over de verschillende initiatieven zoals beschreven in het operationele actieplan;2° haar beleid toetst aan de voortgangsindicatoren en doelstellingen zoals opgenomen in het convenant en het operationele actieplan. Op het einde van de looptijd van het convenant wordt door de gemeente een eindrapport opgesteld dat het laatste voortgangsrapport vervangt en dat, naast de documenten, opgesomd in het eerste lid, een inhoudelijke evaluatie bevat van het door de gemeente vooropgestelde strategische actieplan.

Het voortgangsrapport en het eindrapport worden ter evaluatie van het gemeentelijke beleid inzake ontwikkelingssamenwerking bezorgd aan de Vlaamse regering. Het eindrapport wordt bezorgd uiterlijk een maand na het verstrijken van de termijn van het convenant.

De Vlaamse regering pleegt met de gemeente in kwestie overleg over de bevindingen van het voortgangsrapport en het eindrapport.

Art. 14.De Vlaamse regering evalueert de convenants gemeentelijke ontwikkelingssamenwerking aan de hand van tussentijdse evaluaties en een eindevaluatie.

De Vlaamse regering voorziet in een evaluatie door externen van de convenants gemeentelijke ontwikkelingssamenwerking. HOOFDSTUK VI. - Financiering

Art. 15.Jaarlijks wordt voor de convenants gemeentelijke ontwikkelingssamenwerking in de begroting van de Vlaamse Gemeenschap een vastleggingskrediet ingeschreven.

Art. 16.Als de Vlaamse regering middelen ter beschikking stelt voor de aanstelling van personeel in het kader van het convenant gemeentelijke ontwikkelingssamenwerking, bepaalt de Vlaamse regering de voorwaarden waaraan die personen moeten voldoen.

Art. 17.De Vlaamse regering stelt een lijst van enveloppes met maximumbedragen vast die voor subsidie in aanmerking komen.

De Vlaamse regering kan in stimuli voorzien om het beleid van de gemeenten inzake ontwikkelingssamenwerking te sturen.

Art. 18.§ 1. Bij niet-goedkeuring van een tussentijdse evaluatie kan de Vlaamse regering beslissen om de middelen voor het volgende jaar geheel of gedeeltelijk niet uit te betalen of de terugbetaling te vorderen van de uitgekeerde middelen. § 2. Bij de goedkeuring van het convenant verleent de Vlaamse regering een subsidiebelofte die gelijk is aan het bedrag van de gecumuleerde trekkingsrechten die de gemeente krijgt toegekend voor de periode van het convenant. § 3. De Vlaamse regering legt de nadere regels vast van de wijze waarop de controle, het toezicht en de bestraffing zullen gebeuren.

Art. 19.Dit decreet is, wat de gemeenschapsaangelegenheden betreft, van toepassing op de gemeenten van het tweetalige gebied Brussel Hoofdstad. HOOFDSTUK VII. - Slotbepalingen

Art. 20.De bepalingen van dit decreet zijn van toepassing op de convenants die gesloten worden na de inwerkingtreding van dit decreet.

Het doet geen afbreuk aan de convenants die gesloten werden voor de inwerkingtreding van dit decreet. Die convenants kunnen evenwel alleen gewijzigd of hernieuwd worden volgens de bepalingen van dit decreet.

Art. 21.Dit decreet treedt in werking op een door de Vlaamse regering te bepalen datum.

Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Brussel, 2 april 2004.

De minister-president van de Vlaamse regering, B. SOMERS De Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Cultuur, Jeugd en Ambtenarenzaken, P. VAN GREMBERGEN De Vlaamse minister van Leefmilieu, Landbouw en Ontwikkelingssamenwerking, J. TAVERNIER _______ Nota (1) Zitting 2003-2004. Stukken. - Ontwerp van decreet : 2099 - Nr. 1. - Amendementen : 2099 - Nr. 2. - Verslag : 2099 - Nr. 3. - Tekst aangenomen door de plenaire vergadering : 2099 - Nr. 4.

Handelingen. - Bespreking en aanneming. Middagvergadering van 31 maart 2004 en vergadering van 1 april 2004.

^