Etaamb.openjustice.be
Besluit Van De Waalse Regering van 12 oktober 2000
gepubliceerd op 07 november 2000

Omzendbrief betreffende de definitie van het "afgesloten gebied" bedoeld in artikel 1, § 1, 10°, van de jachtwet van 28 februari 1882. - Besluit van de Waalse Regering van 3 juni 1999 tot bepaling van de hoogte van de afsluitingen bedoeld in artikel 2ter, tweede lid, van de jachtwet van 28 februari 1882. - Besluit van de Waalse Regering van 3 juni 1999 tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 13 juli 1995 waarbij de bestrijding van sommige soorten wild wordt toegelaten en de voorwaarden worden bepaald tot bestrijding van grof wild binnen de afgesloten gebieden bedoeld in artikel 2ter, eerste lid, van de jachtwet van 28 februari 1882

bron
ministerie van het waalse gewest
numac
2000027489
pub.
07/11/2000
prom.
12/10/2000
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

MINISTERIE VAN HET WAALSE GEWEST


12 OKTOBER 2000. - Omzendbrief betreffende de definitie van het "afgesloten gebied" bedoeld in artikel 1, § 1, 10°, van de jachtwet van 28 februari 1882. - Besluit van de Waalse Regering van 3 juni 1999 tot bepaling van de hoogte van de afsluitingen bedoeld in artikel 2ter, tweede lid, van de jachtwet van 28 februari 1882. - Besluit van de Waalse Regering van 3 juni 1999 tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 13 juli 1995 waarbij de bestrijding van sommige soorten wild wordt toegelaten en de voorwaarden worden bepaald tot bestrijding van grof wild binnen de afgesloten gebieden bedoeld in artikel 2ter, eerste lid, van de jachtwet van 28 februari 1882


Aan de directeuren van de Afdeling Natuur en Bossen van het Ministerie van het Waalse Gewest Deze omzendbrief heeft als doel het gezamenlijke boskorps voorlichting en richtlijnen te geven in verband met de bovenvermelde bepalingen die in werking zijn getreden op 1 juli 2000, waarvan de respectieve toepassingsvelden nauw verbonden zijn en de wettelijke grondslag de vrije verplaatsing van grof wild in het hele Waalse Gewest beoogt, alsmede het herstel van de door het wild aangerichte schade in de gebieden die overeenkomstig de jachtwet afgesloten zouden blijven.

I. Jachtverbod in een afgesloten gebied. Definitie van het "afgesloten gebied" De definitie opgenomen in artikel 1, § 1, 10°, van de jachtwet luidt als volgt : "afgesloten gebied : elk gebied of gedeelte van gebied dat voortdurend of voorlopig wordt afgebakend door één of meer hindernissen die de vrije verplaatsing van elk soort grof wild belet (ten)." Onder afgesloten gebied wordt verstaan een volledig omheind gebied : Ter herinnering : elke omheining of elk omheiningselement bestemd om grof wild te groeperen en om de vangst of het schieten ervan tijdens de jacht te vergemakkelijken, valt onder het verbod bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de jachtwet.

Het begrip "VRIJE VERPLAATSING" dient in een biologische context te worden verstaan. De wetgever wil de verschillende diersoorten de mogelijkheid geven om zich te verplaatsen tussen de bijvoedings-, rust- en voortplantingsplaatsen.

II. Uitzonderingen op het principe van jachtverbod in een "afgesloten gebied" (zie punt I). Besluit van de Waalse Regering van 3 juni 1999 tot bepaling van de hoogte van de afsluitingen bedoeld in artikel 2ter, tweede lid, van de jachtwet van 28 februari 1882 (Belgisch Staatsblad van 10 juli 1999) De uitzonderingen worden vermeld in artikel 2ter, tweede lid, van de jachtwet. Ze betreffen uitsluitend de "afgesloten gebieden" waarvan de omheiningen om één van de drie volgende redenen worden geplaatst : - de veiligheid van personen; - de bescherming van teelten; - het houden van vee.

Onder het begrip "vee" vallen ook gebruiksdieren.

Bovendien legt de wet een bijkomende voorwaarde op, namelijk de hoogte van de omheiningen. Het besluit van de Waalse Regering van 3 juni 1999 tot bepaling van de hoogte van de afsluitingen bedoeld in artikel 2ter van de jachtwet van 28 februari 1882 legt een maximale hoogte op van : - 5 m voor de veiligheid van personen; - 1,2 m voor de bescherming van teelten; - 1,2 m voor het houden van vee.

Die bepalingen vragen om enige uitleg : a. Bovenvermeld besluit van 3 juni 1999 bepaalt de maximale hoogte van de omheiningen die geplaatst werden voor de veiligheid van personen (5 m) of voor de bescherming van teelten of voor het houden van vee (1,2 m) alleen in het kader van de toepassing van de jachtwet. Er dient eveneens te worden opgemerkt dat de uitzondering die voor de bescherming van teelten geldt, alleen landbouw- en tuinbouwteelten betreft en bosbouw uitsluit. b. Wat de bescherming van personen betreft, kunnen verschillende gevallen in aanmerking worden genomen, met name : omheining rond een woning als bescherming tegen misdadigers;veiligheidsomheining rondom een legerkamp; omheining langs een veelgebruikte weg, een autosnelweg, een waterwingebied, enz.

III. Bestrijdingsmogelijkheden Voor de "afgesloten gebieden" waar het verboden is met het geweer op grof wild te schieten, wordt daarentegen voorzien in bepaalde middelen om de populatie van grof wild te regulariseren als het schade aanricht of dreigt aan te richten aan de vegetatie of de teelten.

Deze middelen worden omschreven in het besluit van de Waalse Regering van 3 juni 1999 tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 13 juli 1995 waarbij de bestrijding van sommige soorten wild wordt toegelaten en de voorwaarden worden bepaald tot bestrijding van grof wild binnen de afgesloten gebieden bedoeld in artikel 2ter, eerste lid, van de jachtwet van 28 februari 1882.

De nieuwe bepalingen worden hierna artikelsgewijs besproken.

Artikel 19 Artikel 19 beperkt de bestrijdingsmogelijkheden tot de "afgesloten gebieden". De bestrijding in een afgesloten gebied wordt toegelaten als de vegetatie of de teelt beschadigd wordt of schade dreigt op te lopen. Er is dus geen sprake van preventieve of doorlopende bestrijding.

De eventueel verleende machtiging is geldig op het hele grondgebied van het Waalse Gewest, gedurende de sluitingsperiode en de openingsperiode van de jacht, zowel overdag als 's nachts.

Artikel 20 Deze bepalingen behoeven geen commentaar.

Artikel 21 De beslissing om een bestrijdingsmachtiging te verlenen wordt genomen door de Bosdirecteur van het gebied, evenwel alleen na advies van de houtvester.

Artikel 22 Voor de bestrijding van wild wordt een geldig Waals jachtverlof vereist.

De eigenaar of zijn rechthebbende verleent zijn erkenning aan de jagers die opgenomen zijn op de bij de aanvraag om bestrijdingsmachtiging gevoegde lijst. Deze lijst vermeldt met name het nummer van het jachtverlof van elke door de eigenaar erkende persoon (zie artikel 23, eerste lid, 3° en 6°, en de bijlage waarnaar dat artikel verwijst).

Artikel 23 1° De aanvraag van de eigenaar of van zijn rechthebbende moet gemotiveerd zijn.2° Als het aantal te bestrijden wild niet precies te schatten is, volstaat een ruw geschat aantal.3° Dit vormt de erkenning door de aanvrager van de personen die hij kiest.4° Degene die het wild voedt, bevordert vanzelfsprekend de handhaving en de concentratie ervan op zijn eigendom, waardoor meestal schade ontstaat.Deze houding druist in tegen het nagestreefde doel. 5° Deze bepaling stemt overeen met die betreffende het afschotplan en de bijvoeding.6° Geen commentaar. Artikel 24 Deze bepalingen behoeven geen commentaar.

Het machtigingsformulier wordt niet opgemaakt overeenkomstig het besluit van 3 juni 1999. Om het eenvoudig en eenvormig te maken moet gebruik worden gemaakt van het document waarvan het model bij deze omzendbrief gaat (formulier B). Per diersoort mag één formulier worden gebruikt, waarvan u een afschrift moet bewaren. In bijlage vindt u ook een model van het formulier A dat voor de aanvragers bestemd is.

IV. Wie mag een omheining van een "afgesloten gebied" die de jacht belet, verwijderen of verlagen ? Die taak komt toe aan de eigenaar (ongeacht zijn hoedanigheid), behoudens contractuele beschikking op grond waarvan de jager-huurder een bijzondere verantwoordelijkheid draagt. Als de omheining krachtens de pachtovereenkomst door de jager onderhouden moet worden, mag die verplichting niet gelijkgesteld worden met de verplichting de omheining te verlagen of te verwijderen.

In geval van overtreding moet de bosdienst proces-verbaal opmaken, maar hij mag de eigenaar niet verplichten zijn omheiningen te verwijderen. Hij mag de eigenaar evenwel laten weten dat de jacht onmogelijk is in het gebied.

Bij de toepassing van de nieuwe bepalingen krijgen informatie en waarschuwingen voorrang op het opstellen van processen-verbaal.

In geval van twijfel moet het centrale bestuur schriftelijk geraadpleegd worden.

Tot slot moet elk proces-verbaal systematisch vergezeld gaan van een verslag dat ter informatie wordt overgemaakt aan het Centrale Bestuur, Afdeling Natuur en Bossen. Dat verslag bevat de feitelijke gegevens en een uitvoerige omschrijving van het twistpunt.

Namen, 12 oktober 2000.

De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART

Bijlage FORMULIER A Machtigingsaanvraag om met scherp op grof wild te schieten in de afgesloten gebieden bedoeld in artikel 2ter, eerste lid, van de jachtwet Ondergetekende . . . . . woonachtig te . . . . . eigenaar (of rechthebbende) van het afgesloten gebied gelegen te . . . . . oppervlakte van ..................... ha, vraagt hierbij de machtiging tot bestrijding van minimum . . . . . (*) en maximum . . . . . (*) stuks van het soort (edelhert, ree, wild zwijn, damhert, moeflon), onderverdeeld in ................................ met gewei en ....................................... zonder gewei (**).

Deze bestrijding bij klop- en/of drijfjacht, bij loer- en bersjacht (**) zal plaatsvinden op de volgende dagen en uren . . . . .

In bijlage voeg ik de motivering van mijn aanvraag en de lijst van de jagers die deelnemen aan het bestrijden van het wild en die over een jachtverlof beschikken. Die lijst bevat hun naam, voornaam, woonplaats en het nummer van hun jachtverlof.

Hierbij bevestig ik dat ik het wild niet gevoederd heb en verbind ik mij er formeel toe het ook in de toekomst niet te doen en de Bosdienst elk ogenblik toe te laten het bestand van de wildpopulaties te controleren en na te gaan of overeenkomstig de wetgeving wordt gehandeld.

Datum en handtekening. (*) Het ruw geschatte aantal aangeven. (**) Schrappen wat niet past en één formulier per wildsoort gebruiken.

Directie van ......................................................

FORMULIER B Machtigingsaanvraag om met scherp op grof wild te schieten in de afgesloten gebieden bedoeld in artikel 2ter, tweede lid, van de jachtwet Ondergetekende . . . . . woonachtig te . . . . . mag overgaan of door de personen vermeld op de bij zijn aanvraag van . . . . . gevoegde lijst laten overgaan tot de bestrijding van dieren van de diersoort . . . . . in zijn afgesloten gebied gelegen te . . . . . , onder de volgende voorwaarden : 1° van .................................... tot ................................, zowel overdag als 's nachts. 2° maximum aantal te schieten dieren .. . . . 3° minimum aantal te schieten dieren .. . . . 4° er moet (verplicht) met scherp geschoten worden : O bij aanzitjacht O bij bersjacht O bij drijfjacht O zonder honden O met honden Datum ...............................................................

De Directeur,

^