Etaamb.openjustice.be
Besluit Van De Waalse Regering van 12 mei 2005
gepubliceerd op 27 mei 2005

Besluit van de Waalse Regering tot toepassing van het decreet van 29 april 2004 betreffende de organisatie van het medisch-sanitair vervoer

bron
ministerie van het waalse gewest
numac
2005201443
pub.
27/05/2005
prom.
12/05/2005
ELI
eli/besluit/2005/05/12/2005201443/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

12 MEI 2005. - Besluit van de Waalse Regering tot toepassing van het decreet van 29 april 2004 betreffende de organisatie van het medisch-sanitair vervoer


De Waalse Regering, Gelet op het decreet van 29 april 2004 betreffende de organisatie van het medisch-sanitair vervoer;

Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 22 juni 2004, overeenkomstig artikel 84, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996;

Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 2 maart 2005, overeenkomstig artikel 84, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996;

Op de voordracht van de Minister van Gezondheid, Sociale Actie en Gelijke Kansen;

Na beraadslaging, Besluit : HOOFDSTUK I. - Algemeen

Artikel 1.Dit besluit regelt overeenkomstig artikel 138 van de Grondwet een materie bedoeld in artikel 128, § 1, van de Grondwet.

Art. 2.In de zin van dit besluit wordt verstaan onder : 1° decreet : het decreet van 29 april 2004 betreffende de organisatie van het medisch-sanitair vervoer;2° ambulance : de ambulance zoals omschreven in artikel 2, 3°, van het decreet;3° dienst : de dienst voor medisch-sanitair vervoer zoals omschreven in artikel 2, 4°, van het decreet;4° Minister : de Minister van Gezondheid;5° administratie : het Directoraat-generaal Sociale Actie en Gezondheid van het Ministerie van het Waalse Gewest. HOOFDSTUK II. - Erkenningsnormen

Art. 3.De diensten vervullen hun taken t.o.v. de patiënten met inachtneming van het begrip « gelijke behandeling », met name de afschaffing van elke vorm van directe of indirecte discriminatie op grond van godsdienstige of filosofische overtuigingen, een handicap of een fysisch kenmerk, de huidige of toekomstige gezondheidstoestand, de leeftijd, de burgerlijke stand, het geslacht, de seksuele geaardheid, de nationale of etnische afstamming, de herkomst of de familiale of socio-economische toestand, zoals bepaald bij het decreet van 27 mei 2004 betreffende de gelijke behandeling inzake tewerkstelling en beroepsopleiding.

Art. 4.§ 1. De diensten houden zich aan de maximumtarieven die toepasselijk zijn op het het medisch-sanitair vervoer. § 2. Basistarief.

De dienstverstrekkingen i.v.m. het medisch-sanitair vervoer van personen geven aanleiding tot de maximale betaling : 1° van een forfaitair bedrag van euro 50 per vervoer ter dekking van de tenlasteneming en van de eerste 10 kilometer;2° van een bedrag van euro 4,50 per bijkomende kilometer afgelegd tussen de 11e en de 20e kilometer;3° van een bedrag van euro 3,50 per kilometer afgelegd vanaf de 21e kilometer;4° desgevallend, van een bedrag van euro 25 per half uur wachttijd. Deze bedragen worden gekoppeld aan het indexcijfer van de consumptieprijzen (gezondheidsindex) op 1 januari 2005 en worden jaarlijks op 1 januari geïndexeerd. § 3. In geval van tenlasteneming tussen 20 uur en zes uur of op zon- en feestdagen mogen de tarieven bedoeld in § 2 met 20 % verhoogd worden. § 4. Voor de berekening van het aantal kilometers is de vertrek- en terugkeerplaats van de ambulance de vertrekbasis van de dienst die het dichtst ligt bij de plaats waar de patiënt ten laste genomen wordt. § 5. Toeslagen worden enkel aangenomen voor : 1° zuurstofinbreng tegen de lopende prijs;2° het aanbrengen van een hospitaaldoek tegen de lopende prijs;3° de aanwezigheid van een arts, verpleger of medisch-verpleegkundig team.

Art. 5.§ 1. De tarieven en toeslagen worden op de bedrijfszetel(s) van de dienst en in elke ambulance op een zichtbare plaats aangeplakt. § 2. De facturen vermelden de vaste prijs van de tenlasteneming, het aantal afgelegde kilometers in detail en het tarief per kilometer, de eventueel aangerekende toeslagen en de kost ervan in detail.

Art. 6.De diensten voldoen aan de vereisten inzake de kwalificaties van de ambulanciers en hun voortgezette opleiding.

De diensten leveren de overheid die de erkenning verleent het bewijs dat hun ambulanciers minstens de volgende voorwaarden vervullen : 1° geslaagd zijn voor een basisopleiding van 120 uren, namelijk : a) 40 uren gewijd aan de vitale en technische reanimatiehandelingen;b) 30 uren gewijd aan de deontologische aspecten van het vervoer en van de patiëntenbegeleiding; c) 10 uren gewijd aan de bijhorende aspecten, o.a. communicatie en verkeersveiligheid; d) 40 uren gewijd aan de specifieke aspecten betreffende het niet-dringende vervoer (palliatieve zorgverlening, psychologische begeleiding,...); 2° 40 uren stage gelopen hebben binnen een erkende dienst; 3° jaarlijks 12 uren voortgezette opleiding volgen die gewijd wordt aan o.a. de vitale handelingen (4 uren), alsook aan de deontologische aspecten van het vervoer en van de patiëntenbegeleiding en aan de specifieke aspecten betreffende het niet dringende vervoer.

De opleidingscyclussen bedoeld in het eerste lid, 1° en 3°, worden door de Minister erkend. De cyclus wordt erkend voor drie jaar.

De Minister bepaalt de titels en/of de nuttige ervaring die vereist worden van de personen die voor de opleiding instaan.

De houders van een diploma in de geneeskunde of in de verpleegkunde worden gelijkgesteld met de ambulanciers. Ze worden vrijgesteld van de opleidingen vereist in het eerste lid, 1° en 3°.

Art. 7.Elke erkende dienst legt procedures vast voor : 1° de reiniging en de ontsmetting van de ambulances;2° de tenlasteneming van besmettelijke patiënten;3° de afvalopruiming;4° de hygiëne van het personeel.

Art. 8.De diensten zorgen ervoor dat de patiënt tijdens het vervoer permanent door een ambulancier bijgestaan wordt.

De diensten zijn dagelijks telefonisch bereikbaar tussen 6 en 20 uur.

Art. 9.De dienst sluit een samenwerkingsovereenkomst met een apotheker, die o.a. zal toezien op de voorraad zuurstofflessen.

Art. 10.De ambulances zijn uitgerust met een communicatietoestel dat elk ogenblik wederzijds verbaal contact mogelijk maakt tussen de ambulance en de plaats waar het patiëntenvervoer overwogen wordt.

Art. 11.De ambulance heeft de volgende kenmerken : 1° het voertuig staat ingeschreven onder de categorie « ambulance »;2° het is voorzien van een antiblokkeringssysteem of van een minstens gelijkwaardig remsysteem;3° het is uitgerust met minstens 2 batterijen van 12 V om continu één elektrische installatie in de sanitaire cel te laten werken.Het elektrische systeem beschikt steeds over voldoende reserves om de motor op te starten; 4° buiten de ambulance wordt voorzien in de aansluiting op een externe elektrische bron van 220 volt.Een zekering zorgt ervoor dat de ambulance niet kan starten zolang er geen aansluiting is; 5° het voertuig is uitgerust met een hoofdschakelaar waarmee de hele elektrische installatie in alle omstandigheden uitgeschakeld kan worden;6° het voertuig is uitgerust met een batterijlader met beschermingsgraad IP44-7.De batterijlader wordt aan de primaire stroomkring enkel in 220 V gevoed zonder schakelaar « aan-uit ». Hij moet een laadstroom van minstens 8 A (= minimum één tiende en maximum één derde van de capaciteit in Ah) kunnen leveren bij de zeer lage spanning voorzien op de chassis; 7° hij kan eveneens gedurende onbepaalde tijd blijvend gevoed worden in 220 V zonder de batterijen te beschadigen;8° de batterijlader kan makkelijk en vlug in- en uitgeschakeld worden door middel van een aansluitsokkel 16A (IP44-7) die buiten het voertuig aan de zijde van de bestuurder wordt geplaatst.Bij gebrek aan een aansluitstuk wordt de sokkel voorzien van een dop of van een deksel. De motor van het voertuig kan niet starten indien het aansluitstuk of een mobiele contactdoos zich in de aansluitsokkel bevindt; 9° de sanitaire cel van het voertuig is voorzien van minstens 2 aansluitpunten van 12 V en van 1 aansluitpunt van 220 volt;10° alle van het hoofdcircuit afgeleide elektrische stroomkringen in de sanitaire cel zijn beschermd met smeltzekeringen voor de juiste stroomsterkte.De smeltzekeringen zijn samengebracht op één vlot toegankelijk zekeringspaneel. De functie van elke stroomkring wordt duidelijk aangegeven; 11° voor alle elektrische stroomkringen in de sanitaire cel kan het chassis niet als onderdeel van de stroomkring gebruikt worden;12° in de sanitaire cel zijn minstens 2 aparte stroomkringen aanwezig zodat bij het uitvallen van 1 stroomkring spanning blijft bestaan op de andere stroomkring;13° de communicatiemiddelen worden aangesloten op een aparte stroomkring, afgeleid van het hoofdcircuit van de oorspronkelijke installatie van het voertuig;14° de bekabeling van alle elektrische circuits is zodanig aangelegd dat deze beschermd zijn tegen beschadiging door trilling en wrijving;15° indien het voertuig beschikt over meerdere stroomkringen met verschillende voltages, zijn de aansluitpunten zodanig dat onderlinge omwisseling uitgesloten is;16° alle elektrische componenten, met inbegrip van die voor telecommunicatie, werken zonder elkaar wederzijds te storen;17° het voertuig is uitgerust met een ventilatiesysteem dat de lucht in de sanitaire cel minstens 20 maal per uur ververst wanneer de motor stationair draait;18° de sanitaire cel is uitgerust met een apart verwarmingssysteem waarvan het vermogen zodanig is dat haar temperatuur bij een buitentemperatuur van - 10 o binnen hoogstens 15 minuten op + 5 o en binnen hoogstens 30 minuten op + 22 o gebracht kan worden;19° de binnenverlichting in de sanitaire cel bedraagt minimum 100 Lx in het gedeelte waar de patiënt ligt en minimum 30 Lx in het omringende gedeelte;20° de geluidsdemping binnen de sanitaire cel is zodanig dat het geluid gemeten in de sanitaire cel bij een snelheid van 120 km lager is dan 78 db(A).Tijdens de geluidsmeting worden de communicatieapparatuur en de prioritaire signalen uitgeschakeld; 21° de sonore en visuele identificatie van de ambulance wordt bij ministerieel besluit bepaald.

Art. 12.Minimale medisch-verpleegkundige uitrusting : 1° een hoofddraagberrie of hoofddraagberrie op onderstel met matras en drie riemen, welke minimaal het bekken of de schouders van de patiënt kunnen fixeren;2° twee zitplaatsen om een persoon comfortabel en veilig te kunnen vervoeren;alle zitplaatsen zijn uitgerust met hoofdsteunen, rugleuningen en veiligheidsgordels; 3° een hoofdkussen;4° drie kussenslopen;5° drie lakens;6° drie dekens;7° vijf wegwerpnierbekkens;8° een bedpan met deksel;9° een onbreekbaar urinaal;10° een naaldcontainer;11° een doos niet-steriele wegwerphandschoenen;12° een doos wegwerpzakdoekjes;13° twee eenheden drinkbaar water 1,5 l;14° materiaal voor eenvoudige wondverzorging;15° een voorziening voor zuurstofbehandeling;16° een zuurstofreserve die volstaat om gedurende 60 minuten naar rato van 10 liter per minuut toegediend te worden;17° een op de draagberrie bevestigbare infuusstaander. HOOFDSTUK III. - Procedure tot toekenning en tot hernieuwing van de erkenning Afdeling 1. - Erkenningsaanvraag

Art. 13.De erkenning wordt vóór de opening van de dienst aangevraagd.

Art. 14.Om ontvankelijk te zijn, wordt de erkenningsaanvraag aan de Minister gericht.

Ze gaat vergezeld van een verklaring op erewoord van de dienst waaruit blijkt dat hij voldoet of zich ertoe verbindt te voldoen aan de erkenningsnormen die vastliggen in hoofdstuk II van dit besluit als bepaalde normen slechts tijdens zijn werking vervuld kunnen worden.

Elke wijziging van de gegevens vervat in de verklaring op erewoord wordt aan de administratie meegedeeld binnen vijftien dagen nadat ze aangebracht werd.

Het model van de verklaring op erewoord, waarvan de inhoud in de vorm van een formulier opgesteld is, wordt door de administratie aan de dienst afgegeven. Afdeling 2. - Voorlopige erkenning

Art. 15.De Minister verleent een voorlopige erkenning van zes maanden aan de dienst die voor het eerst een ontvankelijke erkenningsaanvraag indient en die het bewijs levert dat hij voldoet aan de normen bedoeld in de artikelen 4, 5, 7, 8, 9, 10 en 12.

De dienst verbindt zich ertoe de periode van de voorlopige erkenning te benutten om aan de gezamenlijke normen te voldoen.

Het besluit tot voorlopige erkenning vermeldt de datum van haar inwerkingtreding, de naam en het adres van de dienst. Het besluit wordt door de administratie aan de dienst meegedeeld.

Art. 16.§ 1. Tijdens de periode van de voorlopige erkenning onderzoekt de administratie het dossier. Ze onderwerpt de dienst aan een inspectie en brengt minstens twee maanden vóór het verstrijken van de voorlopige erkenning advies uit over de toekenning of de weigering van de erkenning. § 2. De voorlopige erkenning kan met zes maanden verlengd worden als de formaliteiten bedoeld in § 1 niet vervuld kunnen worden binnen een termijn van zes maanden, te rekenen van de datum van toekenning van de voorlopige erkenning. Afdeling 3. - Procedure tot hernieuwing van de erkenning

Art. 17.De aanvraag tot hernieuwing van de erkenning wordt uiterlijk zes maanden vóór het verstrijken van de lopende erkenning ingediend volgens de modaliteiten en de procedure die voor de erkenningsaanvraag gelden. HOOFDSTUK IV. - Procedure tot weigering van de erkenning, tot intrekking en tot dringende intrekking van de erkenning en van de voorlopige erkenning Afdeling 1. - Weigering van de erkenning en intrekking van de

erkenning of van de voorlopige erkenning

Art. 18.De administratie geeft de dienst kennis van elk door haar geformuleerde voorstel tot weigering van erkenning, tot weigering van hernieuwing van de erkenning, tot intrekking van de erkenning.

De administratie laat de dienst ook weten dat hij vanaf de datum van ontvangst van de kennisgeving over dertig dagen beschikt om haar zijn geschreven opmerkingen toe te sturen.

De administratie vervolledigt het dossier met de geschreven opmerkingen van de dienst, met elk nuttig gegeven en stuk dat ze inzamelt en met het proces-verbaal van verhoor van de dienst.

Daartoe roept de administratie de dienst op bij ter post aangetekend schrijven of per brief afgegeven tegen ontvangstbewijs, met opgave van de plaats en het uur van het verhoor. De oproeping vermeldt de mogelijkheid om zich door een raadsman te laten bijstaan.

De weigering te verschijnen of zijn verweermiddelen te laten gelden, wordt in het proces-verbaal van verhoor geacteerd.

De administratie stelt een verslag op en maakt het dossier binnen vijftien dagen na de verhoordatum aan de Minister over.

De Minister spreekt zich uit binnen twee maanden na ontvangst van het dossier. Afdeling 2. - Dringende intrekking van de erkenning of van de

voorlopige erkenning

Art. 19.De administratie geeft de dienst kennis van elk door haar geformuleerde voorstel tot dringende intrekking van de erkenning of van de voorlopige erkenning.

De administratie laat de dienst ook weten dat hij vanaf de datum van ontvangst van de kennisgeving over drie dagen beschikt om haar zijn geschreven opmerkingen toe te sturen.

De administratie vervolledigt het dossier met de geschreven opmerkingen van de dienst, met elk nuttig gegeven en stuk dat ze inzamelt en met het proces-verbaal van verhoor van de dienst.

Daartoe roept de administratie de dienst op bij ter post aangetekend schrijven of per brief afgegeven tegen ontvangstbewijs, met opgave van de plaats en het uur van het verhoor. De oproeping vermeldt de mogelijkheid om zich door een raadsman te laten bijstaan.

De weigering te verschijnen of zijn verweermiddelen te laten gelden, wordt in het proces-verbaal van verhoor geacteerd.

De administratie stelt een verslag op en maakt het dossier binnen vijftien dagen na de verhoordatum aan de Minister over.

De Minister spreekt zich uit binnen vijftien dagen na ontvangst van het dossier. HOOFDSTUK V. - Beroep

Art. 20.Het beroep tegen een beslissing tot : - weigering van erkenning; - weigering van hernieuwing van de erkenning; - intrekking van de erkenning; - intrekking van de voorlopige erkenning; - dringende intrekking van de erkenning; - dringende intrekking van de voorlopige erkenning wordt binnen de maand na de kennisgeving van de betwiste beslissing bij aangetekend schrijven ingediend bij de Minister, die ze aan de Regering voorlegt.

Het beroep vermeldt : 1° de naam, de hoedanigheid, het adres of de zetel van de eisende partij;2° het voorwerp van het beroep en een uiteenzetting van de feiten en middelen. Het beroep gaat vergezeld van een afschrift van de betwiste beslissing.

Binnen de maand na de indiening van het beroep roept de de administratie de dienst op bij ter post aangetekend schrijven of per brief afgegeven tegen ontvangstbewijs, met opgave van de plaats en van het uur van het verhoor.

De oproeping vermeldt de mogelijkheid om zich door een raadsman te laten bijstaan.

De weigering te verschijnen of zijn verweermiddelen te laten gelden, wordt geacteerd in het proces-verbaal van verhoor.

De administratie stelt een verslag op en maakt het dossier binnen vijftien dagen na de verhoordatum aan de Minister over.

De Regering spreekt zich uit binnen drie maanden na de datum van indiening van het beroep.

De Minister geeft de dienst kennis van de beslissing van de Regering. HOOFDSTUK VI. - Ambtenaren en personeelsleden belast met het toezicht op de naleving van de bepalingen van het decreet en de toepassingsbesluiten ervan

Art. 21.De ambtenaren en personeelsleden van de administratie, directie Curatieve Gezondheid, worden belast met het toezicht op de naleving van de bepalingen van het decreet en de toepassingsbesluiten ervan.

Hun opdracht bestaat er o.a. in de kwaliteit en de prijs van de diensten te controleren, alsook na te gaan of ze voldoen aan de bepalingen waarin het besluit voorziet. Ze zullen derhalve inspecties binnen de diensten uitvoeren tijdens het onderzoek van de dossiers van erkenning of van hernieuwing van de erkenning, maar ook op eigen initiatief gedurende de erkenningsperiodes, alsmede bij klachtindieningen.

Ze zullen onderzoek doen naar alle wijzigingen van de gegevens vervat in de verklaring op erewoord. De wijzigingen worden door de diensten meegedeeld overeenkomstig artikel 14, § 2. De systematische verplichting tot bijwerking van de gegevens moet het mogelijk maken dat constant kan worden nagegaan of er voldaan wordt aan de normen bedoeld in hoofdstuk II, namelijk de prijzen toegepast voor de geboden diensten. HOOFDSTUK VII. - Overgangs- en slotbepalingen

Art. 22.De diensten die al in werking zijn op de datum van inwerkingtreding van dit besluit, mogen hun activiteiten blijven uitoefenen tot de dag waarop een beslissing genomen wordt i.v.m. hun erkenningsaanvraag op voorwaarde dat : 1° binnen zes maanden na de datum van inwerkingtreding van dit decreet een ontvankelijke erkenningsaanvraag ingediend wordt;2° de aanvrager met alle rechtsmiddelen aantoont dat zijn activiteit voorafgaat aan de inwerkingtreding van het decreet;3° dat de op de datum van inwerkingtreding van het decreet ingeschreven ambulances voldoen aan de normen die in artikel 11 van dit besluit vastliggen.

Art. 23.De ambulanciers die in dienst zijn op de datum van inwerkingtreding van het decreet beschikken vanaf die datum over een termijn van drie jaar, die één keer bij besluit van de Minister verlengd kan worden, om te voldoen aan de opleidingsvereisten bedoeld in artikel 6, 1° en 3°. Ze worden vrijgesteld van de vereisten waarin artikel 6, 2°, voorziet.

De aanvrager van de erkenning levert met elk rechtsmiddel het bewijs dat de activiteit van de ambulancier voorafgaat aan de inwerkingtreding van het decreet.

De aanvrager geeft de overheid die de erkenning verleent binnen de in het eerste lid bedoelde termijn het bewijs dat zijn ambulanciers, in dienst op de datum van inwerkingtreding van het decreet, voldoen aan de kwalificatie- en opleidingsvoorwaarden waarin artikel 6, 1° en 3°, voorziet.

Art. 24.Het decreet treedt in werking de dag waarop dit besluit in werking treedt.

Art. 25.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt wordt.

Art. 26.De Minister is belast met de uitvoering van dit besluit.

Namen, 12 mei 2005.

De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Gezondheid, Sociale Actie en Gelijke Kansen, Mevr. Ch. VIENNE

^