Etaamb.openjustice.be
Besluit Van De Waalse Regering van 06 december 2001
gepubliceerd op 16 januari 2002

Besluit van de Waalse Regering tot uitvoering van het decreet van 19 november 1998 tot invoering van een belasting op de verlaten woningen in het Waalse Gewest

bron
ministerie van het waalse gewest
numac
2002027008
pub.
16/01/2002
prom.
06/12/2001
ELI
eli/besluit/2001/12/06/2002027008/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

6 DECEMBER 2001. - Besluit van de Waalse Regering tot uitvoering van het decreet van 19 november 1998 tot invoering van een belasting op de verlaten woningen in het Waalse Gewest


De Waalse Regering, Gelet op het decreet van 19 november 1998 tot invoering van een belasting op de verlaten woningen in het Waalse Gewest;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 14 december 1999;

Gelet op het akkoord van de Minister van Begroting, gegeven op 30 maart 2000;

Gelet op het advies van de « Conseil supérieur des Villes, Communes et Provinces de la Région wallonne » (Hoge Raad van Steden, Gemeenten en Provincies van het Waalse Gewest), gegeven op 2 mei 2000;

Gelet op het advies van de Raad van State nr 31.759/4, gegeven op 27 juni 2001, overeenkomstig artikel 84, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op de voordracht van de Minister van Begroting, Huisvesting, Uitrusting en Openbare Werken, Besluit :

Artikel 1.Onder decreet verstaat men het decreet van 19 november 1998 tot invoering van een belasting op de verlaten woningen in het Waalse Gewest.

Onder Bestuur verstaat men de Afdeling Huisvesting van het Directoraat-Generaal Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Patrimonium van het Ministerie van het Waalse Gewest.

Art. 2.De in artikel 2, 2°, van het decreet bedoelde minimale gezondheidsnormen zijn degene die vastgesteld zijn in bijlage I bij het besluit van de Waalse Regering van 11 februari 1999 waarbij de gezondheidsnormen, de verbeterbaarheid van de woningen alsmede de minimumnormen voor de toekenning van subsidies worden bepaald.

Art. 3.De in artikel 6 van het decreet bedoelde organen of ambtenaren die belast worden met de telling van de in artikel 2 van hetzelfde decreet bedoelde verlaten woningen, zijn : - hetzij de gemeenten, via de bevoegde personeelsleden die ze aanwijzen, indien ze daartoe de wil te kennen geven aan het Bestuur; - hetzij, bij hun ontstentenis of in geval van afstand of gebreken, de personeelsleden van het Bestuur.

Art. 4.De in artikel 3 van dit besluit bedoelde organen of ambtenaren stellen een vaststelling op volgens de modellen opgemaakt door de Ministers bevoegd voor Financiën en Huisvesting en afgegeven door het Bestuur, waarbij één of verscheidene van de volgende toestanden worden vastgesteld : 1° de woning is onbewoonbaar, met inbegrip van de woningen die onbewoonbaar verklaard zijn krachtens artikel 135 van de nieuwe gemeentewet of artikel 7 van de Waalse Huisvestingscode;2° de woning is onvoltooid;3° de woning staat leeg, zoals bedoeld in artikel 2, 4°, van het decreet. Het in artikel 2, 4°, (3°), van het decreet bedoelde minimale water- en elektriciteitsverbruik is hetgeen dat vastgesteld is in het besluit van de Waalse Regering van 20 mei 1999 betreffende de leegstandbestrijding.

De vaststelling is het uitgangspunt van de in artikel 2 van het decreet bedoelde termijn van twaalf maanden.

De in artikel 3 van dit besluit bedoelde organen of ambtenaren betekenen de vaststelling binnen vijftien dagen en bij aangetekende brief aan de houder van het zakelijk genotsrecht, volgens de modellen opgemaakt door de Ministers bevoegd voor Financiën en Huisvesting en afgegeven door het Bestuur.

De houder van het zakelijk genotsrecht mag zijn opmerkingen en commentaren meedelen aan de in artikel 3 van dit besluit bedoelde organen of ambtenaren.

Art. 5.Een controle wordt uitgevoerd ten minste twaalf maanden nadat de in artikel 4 van dit besluit bedoelde vaststelling werd opgesteld.

Indien een tweede vaststelling wordt opgesteld na de in het eerste lid bedoelde controle, volgens de modellen opgemaakt door de Ministers bevoegd voor Financiën en Huisvesting en afgegeven door het Bestuur, wordt de woning als verlaten beschouwd, in de zin van artikel 2 van het decreet.

De in artikel 3 van dit besluit bedoelde organen of ambtenaren betekenen de vaststelling binnen vijftien dagen en bij aangetekende brief aan de houder van het zakelijk genotsrecht, volgens de modellen opgemaakt door de Ministers bevoegd voor financiën en huisvesting en afgegeven door het Bestuur.

De houder van het zakelijk genotsrecht mag zijn opmerkingen en commentaren meedelen aan de in artikel 3 van dit besluit bedoelde organen of ambtenaren.

Art. 6.Een controle wordt jaarlijks uitgevoerd ten minste twaalf maanden nadat de vorige vaststelling werd opgesteld.

Een nieuwe vaststelling wordt in voorkomend geval opgesteld, volgens de modellen opgemaakt door de Ministers bevoegd voor Financiën en Huisvesting en afgegeven door het Bestuur.

De in artikel 3 van dit besluit bedoelde organen of ambtenaren betekenen de vaststelling binnen vijftien dagen en bij aangetekende brief aan de houder van het zakelijk genotsrecht, volgens de modellen opgemaakt door de Ministers bevoegd voor Financiën en Huisvesting en afgegeven door het Bestuur.

De houder van het zakelijk genotsrecht mag zijn opmerkingen en commentaren meedelen aan de in artikel 3 van dit besluit bedoelde organen of ambtenaren.

Art. 7.De in artikel 3 van dit besluit bedoelde organen of ambtenaren moeten de gegevens van de telling opnemen in het formulier opgemaakt door de Ministers bevoegd voor Financiën en Huisvesting en afgegeven door het Bestuur, en die jaarlijks zenden, met de vaststellingen en elk desbetreffend stuk, aan het Ministerie van het Waalse Gewest - Directoraat-Generaal Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Patrimonium - Afdeling Huisvesting - op z'n laatst op 30 april van het jaar dat volgt op de laatste vaststelling.

Art. 8.Het bedrag van de bezoldiging toegekend aan de gemeenten wegens het verstrekken van de informatie betreffende de telling is evenredig aan de door deze vastgelegde kosten.

De waarde van de vastgelegde kosten wordt vastgesteld op 400 euro per woning waarvoor de verstrekte informatie aanleiding geeft tot de eerste inkohiering van de belasting en op 300 euro per woning waarvoor de verstrekte informatie aanleiding geeft tot de latere inkohieringen.

Het aldus vastgestelde bedrag wordt uitbetaald aan de gemeenten op vaste tijdstippen op 30 juni en 31 december van elk jaar op grond van de in de loop van het voorafgaande semester verstrekte informatie.

Het aldus verschuldigde bedrag is echter niet verschuldigd indien de gemeente informatie verstrekt aan het Gewest die tegenstrijdig is met de voorschriften van het decreet van 19 november 1998 en van voorliggend uitvoeringsbesluit en die de ontheffing van de ingekohierde belasting tot gevolg heeft. Het Waalse Gewest mag de terugbetaling vereisen van bedragen die ten onrechte werden uitgekeerd. Het mag zich ook beroepen op de wettelijke compensatie onder de voorwaarden bedoeld in artikelen 1289 tot 1299 van het Burgerlijk Wetboek.

Art. 9.De Minister tot wiens bevoegdheden de Financiën behoren, is belast met de uitvoering van dit besluit.

Namen, 6 december 2001.

De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Begroting, Huisvesting, Uitrusting en Openbare Werken, M. DAERDEN

^