Etaamb.openjustice.be
Besluit Van De Vlaamse Regering van 27 oktober 1998
gepubliceerd op 10 december 1998

Besluit van de Vlaamse regering betreffende de controle op de afwezigheid wegens ziekte van de personeelsleden van de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap

bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
numac
1998036278
pub.
10/12/1998
prom.
27/10/1998
ELI
eli/besluit/1998/10/27/1998036278/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

27 OKTOBER 1998. - Besluit van de Vlaamse regering betreffende de controle op de afwezigheid wegens ziekte van de personeelsleden van de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap


De Vlaamse regering, Gelet op het decreet van 15 december 1993 betreffende het Onderwijs-V, inzonderheid op artikel 57;

Gelet op het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap, inzonderheid op artikel 66;

Gelet op het decreet van 9 juni 1998 betreffende de Hogere Zeevaartschool, inzonderheid artikel 6;

Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 8 december 1993 houdende de organisatie van de controle op de afwezigheid wegens ziekte;

Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 8 december 1993 betreffende de controle op de afwezigheid wegens ziekte, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 25 januari 1995;

Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 5 juni 1998;

Gelet op het protocol nr. 302 van 15 september 1998 houdende de conclusies van de onderhandelingen gevoerd in de gemeenschappelijke vergadering van Sector-comité X en van onderafdeling "Vlaamse Gemeenschap" van afdeling 2 van het Comité voor de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten;

Gelet op het feit dat door het afbreken van het contract met Securex er onverwacht met ingang van 1 januari 1998 een nieuwe regeling voor de hogescholen diende getroffen te worden, die zo snel mogelijk een reglementaire grondslag dient te krijgen;

Gelet op de beraadslaging van de Vlaamse regering op 29 september 1998, betreffende de aanvraag om advies bij de Raad van State binnen drie dagen;

Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 14 oktober 1998, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs en Ambtenarenzaken;

Na beraadslaging, Besluit : HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : 1° controleorganisme : een geneeskundige dienst die de hogeschool heeft aangewezen om het toezicht op de afwezigheid wegens ziekte uit te voeren;2° hogeschooldecreet : het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap.

Art. 2.Dit besluit is van toepassing op : 1° het onderwijzend en het administratief en technisch personeel van de hogescholen met inbegrip van de Hogere Zeevaartschool;2° de personeelsleden die hun ambt op persoonlijke titel hebben behouden overeenkomstig artikel 326bis, 333, 334, § 1, en 335, § 2, van het hogeschooldecreet;3° de personeelsleden genoemd in artikel 182, § 1, van het hogeschooldecreet, die in een hogeschool tewerkgesteld zijn.

Art. 3.§ 1. Elk personeelslid dat wegens ziekte afwezig is, is verplicht zich te onderwerpen aan de controle door het controleorganisme dat de hogeschool heeft aangewezen. § 2. Iedere hogeschool bepaalt voor zijn personeelsleden de procedure en formaliteiten die moeten worden vervuld bij de afwezigheid wegens ziekte en de controle op het ziekteverlof, binnen de grenzen van dit besluit. § 3. Een controleonderzoek kan aangevraagd worden door de hogeschool of door het betrokken personeelslid. § 4. De hogeschool houdt een lijst bij met de aangevraagde controleonderzoeken en de resultaten daarvan. § 5. De hogeschool draagt de kosten van de controleonderzoeken, onverminderd de bepalingen van § 6. § 6. De kosten verbonden aan de uit de controleonderzoeken voortvloeiende beroepsprocedures zijn ten laste van de verliezende partij.

Voor de toepassing van dit besluit wordt onder verliezende partij verstaan, de partij die in het ongelijk wordt gesteld.

Indien de datum van arbeidsgeschiktheid voorgesteld door de scheidsrechter een datum is die ligt tussen de door de behandelde arts en de controlearts voorgestelde data, worden deze kosten evenredig omgeslagen op beide partijen.

Art. 4.§ 1. Als de controlearts vaststelt dat de afwezigheid wegens ziekte gerechtvaardigd is, dan deelt hij dat onmiddellijk mee aan de betrokkene. Het ziekteverlof dat de behandelend arts heeft voorgeschreven, blijft dan gewoon gelden. § 2. Als de controlearts van oordeel is dat de afwezigheid wegens ziekte niet of niet langer gerechtvaardigd is, deelt hij dit, bij middel van een formulier dat voor ontvangst wordt ondertekend, onmiddellijk mee aan het betrokken personeelslid. Het personeelslid dient dan zijn dienst te hervatten op de eerstvolgende werkdag, tenzij de controlearts een andere dag bepaalt.

Als het betrokken personeelslid niet akkoord gaat met de beslissing van de controlearts, staat het hem vrij zelf onmiddellijk contact op te nemen met zijn behandelend arts. Als deze laatste niet akkoord gaat met de beslissing van de controlearts, dient hij onmiddellijk contact op te nemen met de controlearts, om overleg te plegen over de arbeidsgeschiktheid van het betrokken personeelslid. Dit overleg dient alleszins plaats te hebben binnen 24 uur na de beslissing van de controlearts en vóór de door de controlearts bepaalde datum van werkhervatting. Als dit overleg niet binnen deze tijdspanne plaatsvindt, wordt de beslissing van de controlearts als definitief beschouwd.

Het overleg tussen de behandelend arts en de controlearts schort de beslissing van de controlearts op.

Het personeelslid moet, binnen de voormelde tijdspanne, zelf informeren naar het resultaat van het overleg tussen de controlearts en de behandelend arts.

Als de behandelend arts en de controlearts een akkoord bereiken over de datum van werkhervatting, dient het personeelslid op die dag de dienst te hervatten. Het controleorganisme bevestigt het akkoord tussen beide artsen nadien bij aangetekend schrijven aan betrokkene.

Het controleorganisme brengt de hogeschool binnen 24 uur op de hoogte.

Art. 5.§ 1. Als de behandelend arts niet akkoord gaat met de diagnose van de controlearts en er binnen 24 uur geen overeenstemming wordt bereikt over de uiteindelijke beslissing, stellen zij in gezamenlijk overleg een andere arts als scheidsrechter aan. § 2. De scheidsrechter voert binnen 24 uur na zijn aanstelling het onderzoek uit en deelt bij het einde van dat onderzoek zijn beslissing onmiddellijk aan betrokkene mee. Die beslissing is bindend. Als de beslissing inhoudt dat de afwezigheid wegens ziekte niet gerechtvaardigd is, deelt het controleorganisme dat binnen 24 uur bij aangetekend schrijven mee aan de betrokkene. § 3. Het controleorganisme brengt de hogeschool binnen 24 uur op de hoogte van de scheidsrechterlijke beslissing.

Art. 6.De procedure bepaald in artikel 5 van dit besluit, schort de beslissing van de controlearts op. Beslist de scheidsrechter dat de afwezigheid wegens ziekte niet langer gerechtvaardigd is, dan moet het betrokken personeelslid op de dag bepaald door de scheidsrechter de dienst hervatten. HOOFDSTUK II. - Sancties

Art. 7.§ 1. Onverminderd een eventuele tuchtsanctie, kan de hogeschool volgens een door haar vastgelegde procedure het betrokken personeelslid het recht op salaris voor de duur van de niet verantwoorde afwezigheid ontzeggen als de bepalingen van artikel 3, § 1, artikel 4, § 2 en artikel 6 van dit besluit niet worden nageleefd. § 2. De handelingen die tussen 1 januari 1998 en 1 november 1998 door de hogeschool werden gesteld in toepassing van artikel 21 van het besluit van de Vlaamse regering van 8 december 1993 betreffende de controle op de afwezigheid wegens ziekte, zoals gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 25 januari 1995 en in uitvoering van de omzendbrief 13/DB/C/DDV/MEDISCHE CONTROLE van 9 maart 1998 betreffende de controle op de afwezigheid wegens ziekte van de personeelsleden van de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap, worden bekrachtigd.

Art. 8.De sancties, vermeld in artikel 7 van dit besluit, kunnen niet opgelegd worden aan personeelsleden die te goeder trouw de formaliteiten met betrekking tot de arbeidsongevallen hebben vervuld, als blijkt dat de bepalingen van dit besluit hadden moeten worden toegepast. HOOFDSTUK III. - Slotbepalingen

Art. 9.§ 1. De volgende regelingen worden voor wat de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap betreft opgeheven met ingang van 1 januari 1998 : 1° het besluit van de Vlaamse regering van 8 december 1993 houdende de organisatie van de controle op de afwezigheid wegens ziekte;2° het besluit van de Vlaamse regering van 8 december 1993 betreffende de controle op de afwezigheid wegens ziekte, zoals gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 25 januari 1995; § 2. De procedure, zoals op 1 januari 1998 weergegeven in artikel 15, §§ 1, 2 en 4 van het besluit van de Vlaamse regering van 8 december 1993 betreffende de controle op de afwezigheid wegens ziekte, zoals gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 25 januari 1995, blijft ongewijzigd van toepassing op de personeelsleden van de hogescholen tot 1 november 1998.

Art. 10.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 1998, met uitzondering van artikel 3, § 6 artikel 4, § 2 en artikel 7, § 1 die in werking treden op 1 november 1998.

Art. 11.De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 27 oktober 1998.

De minister-president van de Vlaamse regering, L. VAN DEN BRANDE De Vlaamse minister van Onderwijs en Ambtenarenzaken, E. BALDEWIJNS

^