Etaamb.openjustice.be
Besluit Van De Vlaamse Regering van 14 april 2000
gepubliceerd op 08 juni 2000

Besluit van de Vlaamse regering houdende een waarborgregeling voor de ondernemingen die zijn getroffen door de dioxinecrisis in 1999

bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
numac
2000035503
pub.
08/06/2000
prom.
14/04/2000
ELI
eli/besluit/2000/04/14/2000035503/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

14 APRIL 2000. - Besluit van de Vlaamse regering houdende een waarborgregeling voor de ondernemingen die zijn getroffen door de dioxinecrisis in 1999


De Vlaamse regering, Gelet op het decreet van 15 december 1993 tot bevordering van de economische expansie in het Vlaamse Gewest, gewijzigd bij de decreten van 20 december 1996, 15 april 1997 en 18 mei 1999, inzonderheid op artikel 14;

Gelet op het decreet van 7 april 2000 houdende een waarborgregeling voor de ondernemingen die zijn getroffen door de dioxinecrisis in 1999;

Gelet op het Protocol van 6 oktober 1999 tussen de gewesten en de Belgische Vereniging van Banken over een gewestgarantie voor kredieten verleend aan ondernemingen naar aanleiding van de dioxinecontaminatie in 1999, zoals gewijzigd door het addendum van 24 januari 2000;

Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de Begroting, gegeven op 5 oktober 1999;

Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, gewijzigd bij de wetten van 4 juli 1989 en 4 augustus 1996;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid;

Overwegende dat de aanvragen tot het verkrijgen van de waarborg van het Vlaamse Gewest uiterlijk op 1 mei 2000 moeten worden ingediend.

Bovendien hebben ondernemingen waarvan de activiteiten uitsluitend of hoofdzakelijk betrekking hebben op de productie van, de verwerking van, het vervoer van of de handel in voedingsproducten of diervoeder een belangrijk inkomensverlies geleden ingevolge de dioxinecrisis in het jaar 1999. Zelfs intrinsiek gezonde ondernemingen kregen te maken met cashflowproblemen, soms in die mate dat hun voortbestaan erdoor bedreigd wordt. Deze crisissituatie heeft ook geleid tot een reëel risico van een significant verlies aan arbeidsplaatsen in deze sectoren. Om die redenen moet zo snel mogelijk een waarborgregeling ingevoerd worden die bijdraagt tot het herstel van de liquiditeitspositie van de getroffen ondernemingen. Er moet immers voorkomen worden dat door een trage invoering van een steunregeling de ondernemingen in een nog moeilijker situatie zouden terechtkomen;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Economie, Ruimtelijke Ordening en Media;

Na beraadslaging, Besluit :

Artikel 1.§ 1. Voor de toepassing van het decreet van 7 april 2000 houdende een waarborgregeling voor de ondernemingen die zijn getroffen door de dioxinecrisis in 1999 dient onder "een onderneming" te worden verstaan : een natuurlijke persoon die koopman is of een zelfstandig beroep uitoefent, een vennootschap die de rechtsvorm van een handelsvennootschap heeft aangenomen, een Europees economisch samenwerkingsverband of een economisch samenwerkingsverband, die beschikken over een exploitatiezetel in het Vlaamse Gewest. § 2. Verenigingen zonder winstoogmerk zijn uitgesloten.

Art. 2.De onderneming heeft als hoofdactiviteit de productie van, de verwerking van, het vervoer van of de handel in voedingsproducten of diervoeder die in de eerste helft van het jaar 1999 door de dioxinecontaminatie zijn getroffen.

Aan deze voorwaarde is voldaan indien ten minste 60 % van de omzet die in het jaar 1998 is gerealiseerd in de getroffen exploitatiezetel van de onderneming betrekking heeft op één of meer van deze activiteiten.

Art. 3.De onderneming was op 27 mei 1999 een intrinsiek gezonde onderneming, wat het volgende betekent : 1° de onderneming bevond zich op 27 mei 1999 niet in de voorwaarden voor faillissement of gerechtelijk akkoord;2° op 27 mei 1999 had de onderneming geen belangrijke betalingsachterstallen van belastingen, sociale schulden, bezoldigingen of schulden aan kredietinstellingen.

Art. 4.De ondernemingen moeten hun kredietaanvraag in het kader van dit besluit bij de kredietinstelling indienen vóór 31 maart 2000.

Bij de kredietaanvraag moet een origineel verslag gevoegd worden, opgemaakt volgens het model dat als bijlage A bij dit besluit is gevoegd. In dat verslag wordt op grond van verantwoordingsstukken bevestigd dat de onderneming voldoet aan de voorwaarden, genoemd in artikel 2, 3 en 4, 4°, van het decreet van 7 april 2000 houdende een waarborgregeling voor de ondernemingen die zijn getroffen door de dioxinecrisis in 1999.

Het verslag vermeldt het omzetverlies, genoemd in artikel 4, 4°, van voornoemd decreet.

Dit attest wordt opgemaakt en ondertekend door een van de onderstaande personen : 1° een bedrijfsrevisor die is ingeschreven op de lijst van het instituut der Bedrijfsrevisoren;2° een accountant die is ingeschreven op de lijst van de externe accountants van het Instituut van Accountants en Belastingconsulenten;3° een erkend boekhouder of boekhouder-fiscalist die is ingeschreven op het tableau van het Beroepsinstituut van erkende Boekhouders en Fiscalisten.

Art. 5.De kredietinstelling beoordeelt de kredietaanvraag volgens de gebruikelijke regels van een zorgvuldig kredietbeleid.

Art. 6.§ 1. De kredietovereenkomst tussen de onderneming en de kredietinstelling bevat onder meer de volgende bepalingen : 1° als de exploitatiezetel verplaatst wordt naar een ander gewest, wordt de waarborg van het Vlaamse Gewest overgenomen door het gewest in kwestie.Zolang dit gewest de waarborg van het Vlaamse Gewest niet formeel heeft overgenomen, blijft de lopende waarborg behouden; 2° het krediet is onmiddellijk opeisbaar als : a) aan de voorwaarden voor het verkrijgen van het krediet of de waarborg van het Vlaamse Gewest niet meer voldaan is;b) het krediet of de waarborg van het Vlaamse Gewest werd verkregen op grond van onjuiste of onvolledige inlichtingen van de onderneming of de kredietinstelling. § 2. In de kredietovereenkomst verklaart de onderneming op eer en onder haar verantwoordelijkheid dat ze voldoet aan : 1° alle voorwaarden om voor het krediet in aanmerking te komen met toepassing van dit besluit;2° alle wettelijke en reglementaire bepalingen voor de uitoefening van het beroep of van haar activiteiten.

Art. 7.Nadat de kredietinstelling de kredietaanvraag principieel heeft goedgekeurd, dient ze tegen ontvangstbewijs de aanvraag tot het verkrijgen van de waarborg van het Vlaamse Gewest uiterlijk op 1 mei 2000 in bij het Vlaams Waarborgfonds, Waterloolaan 16, in 1000 Brussel.

Het dossier moet de volgende documenten bevatten : 1° een beoordelingsfiche, opgesteld volgens het model dat als bijlage B bij dit besluit is gevoegd;2° het ontwerp van de kredietovereenkomst;3° een door de betrokken kredietinstelling eensluidend verklaard afschrift van het verslag, genoemd in artikel 4 van dit besluit;4° een document, opgesteld door de onderneming, waarin zij op eer en onder haar verantwoordelijkheid een beschrijving geeft van de activiteiten en van de producten die door de getroffen exploitatiezetel worden geproduceerd, verwerkt, vervoerd of verhandeld, alsook hun aandeel in het omzetcijfer van 1998 van de getroffen exploitatiezetel.

Art. 8.§ 1. Bij het Vlaams Waarborgfonds wordt een evaluatiecomité opgericht, dat als volgt is samengesteld : 1° de leden van het Comité van het Vlaams Waarborgfonds, bedoeld in artikel 14 van het decreet van 15 december 1993 tot bevordering van de economische expansie in het Vlaamse Gewest, gewijzigd bij de decreten van 20 december 1996, 15 april 1997 en 18 mei 1999;2° vier deskundigen, waarvan twee bedrijfsrevisoren die lid zijn van het Instituut der Bedrijfsrevisoren en twee accountants die lid zijn van het Instituut van Accountants en Belastingconsulenten.Zij worden benoemd door de Vlaamse minister, bevoegd voor het economisch beleid, en de Vlaamse minister, bevoegd voor de financiën. 2. Het evaluatiecomité heeft de volgende opdrachten : 1° het beoordeelt op basis van de ingediende stukken, genoemd in artikel 7 van dit besluit, het omzetverlies dat de onderneming heeft geleden door de dioxinecrisis;2° het beslist over de toekenning van de waarborg van het Vlaamse Gewest. Als het evaluatiecomité geen schriftelijk bezwaar maakt binnen 15 werkdagen na de ontvangstdatum van de volledige waarborgaanvraag, dan wordt de aanvraag geacht te zijn goedgekeurd.

Tegen de beslissing tot weigering van de waarborg kan binnen 30 werkdagen na de datum van de kennisgeving van de beslissing beroep aangetekend worden bij de Vlaamse minister, bevoegd voor het economisch beleid, en de Vlaamse minister, bevoegd voor de financiën; 3° het deelt bij het begin van iedere week per fax aan de Belgische Vereniging van Banken het totale bedrag mee van de waarborgaanvragen die het evaluatiecomité in de afgelopen week heeft ontvangen. Zodra dat bedrag 75 % overschrijdt van de maximale omloop van de waarborgverbintenissen van het Vlaamse Gewest, rapporteert het evaluatiecomité dagelijks.

De dag waarop de maximale omloop van de waarborgverbintenissen van het Vlaamse Gewest wordt bereikt, worden de waarborgaanvragen gerangschikt volgens het tijdstip waarop het evaluatiecomité ze heeft ontvangen. Ze worden in die volgorde aangerekend op het nog beschikbare saldo tot het volledig is opgebruikt. § 3. Het evaluatiecomité beraadslaagt bij gewone meerderheid. § 4. Het evaluatiecomité stelt zelf zijn huishoudelijk reglement vast.

Art. 9.Iedere wijziging aan de oorspronkelijke kredietvoorwaarden wordt door de kredietinstelling meegedeeld aan het Vlaams Waarborgfonds, genoemd in artikel 7 van dit besluit.

Art. 10.§ 1. Het Vlaams Gewest mag te allen tijde de boekhouding, het beheer en de toestand van de onderneming controleren.

De onderneming moet de afgevaardigden van het Vlaamse Gewest toestaan de gebouwen te betreden waarin de exploitatie plaatsheeft, alsook ieder gebouw dat in waarborg is gegeven. § 2. Het Vlaams Gewest mag te allen tijde bij de kredietinstelling alle inlichtingen opvragen die het noodzakelijk acht in verband met de door het Vlaamse Gewest gewaarborgde kredieten.

Art. 11.De kredieten waarvoor een waarborg van het Vlaamse Gewest is toegekend, moeten in de kredietinstelling gemakkelijk van andere kredieten onderscheiden kunnen worden.

Art. 12.De Vlaamse minister, bevoegd voor het economisch beleid, en de Vlaamse minister, bevoegd voor de Financiën, sluiten met de beheerder van het Vlaams Waarborgfonds een beheerscontract af over het beheer, de te voeren boekhouding en de vergoeding van de beheerskosten.

Art. 13.Dit besluit treedt in werking op de datum van inwerkingtreding van het decreet van 7 april 2000 houdende een waarborgregeling voor de ondernemingen die zijn getroffen door de dioxinecrisis in 1999.

Art. 14.De Vlaamse minister, bevoegd voor het Economisch Beleid, is belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 14 april 2000.

De minister-president van de Vlaamse regering, P. DEWAEL De Vlaamse minister van Economie, Ruimtelijke Ordening en Media, D. VAN MECHELEN

^