Etaamb.openjustice.be
Besluit Van De Vlaamse Regering van 08 september 2000
gepubliceerd op 18 oktober 2000

Besluit van de Vlaamse regering houdende de voorwaarden voor deelneming aan wielerwedstrijden en wielerproeven

bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
numac
2000036017
pub.
18/10/2000
prom.
08/09/2000
ELI
eli/besluit/2000/09/08/2000036017/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

8 SEPTEMBER 2000. - Besluit van de Vlaamse regering houdende de voorwaarden voor deelneming aan wielerwedstrijden en wielerproeven


De Vlaamse regering, Gelet op het decreet van 27 maart 1991 inzake medisch verantwoorde sportbeoefening, inzonderheid op de artikelen 4, tweede lid, 19 en 20, gewijzigd bij het decreet van 20 december 1996;

Gelet op het decreet van 19 april 1995 houdende vaststelling van de voorwaarden inzake de opleiding voor de wielersport, inzonderheid op artikel 2;

Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 26 april 1995 houdende de voorwaarden voor deelneming aan wielerwedstrijden en wielerproeven, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 24 mei 1995;

Gelet op het advies van de Vlaamse Sportraad, gegeven op 12 mei 2000;

Gelet op het advies van de Vlaamse Gezondheidsraad, gegeven op 16 mei 2000;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 19 mei 2000;

Gelet op het advies van de Coördinatieraad inzake medisch verantwoorde sportbeoefening, gegeven op 25 mei 2000;

Gelet op de beraadslaging van de Vlaamse regering betreffende de aanvraag om advies bij de Raad van State binnen een maand;

Gelet op advies L. 30.250/3 van de Raad van State, gegeven op 27 juni 2000, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Ambtenarenzaken en Sport;

Na beraadslaging, Besluit : HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen

Artikel 1.In dit besluit wordt verstaan onder : 1° wielerwedstrijden : de georganiseerde wielermanifestaties op de weg, in het veld of op de wielerpiste, met een uitsluitend competitief karakter, waaraan uitsluitend wielrenners mogen deelnemen;2° wielerproeven : de georganiseerde wielermanifestaties op de weg, in het veld of op de wielerpiste, met een lerend en niet uitsluitend competitief karakter, waaraan uitsluitend leerling-wielrenners mogen deelnemen;3° week : de tijdspanne van zeven dagen, die begint op maandag en die eindigt op zondag;4° Bloso : Commissariaat-generaal voor de Bevordering van de Lichamelijke Ontwikkeling, de Sport en de Openluchtrecreatie, opgericht bij het decreet van 12 december 1990 betreffende het bestuurlijk beleid;5° Vlaamse Trainersschool (VTS) : het samenwerkingsverband tussen het Bloso, de universitaire opleidingsinstituten lichamelijke opvoeding, de Vlaamse hogescholen lichamelijke opvoeding en de erkende Vlaamse sportfederaties, dat kaderopleidingen organiseert in Vlaanderen. HOOFDSTUK II. - Toepassingsgebied

Art. 2.De bepalingen van dit besluit zijn van toepassing op de wielerwedstrijden en op de wielerproeven, zowel op particulier als op openbaar domein.

De bepalingen van dit besluit zijn niet van toepassing op de eliterenners met of zonder contract en op eenmalige sportmanifestaties in schoolverband. HOOFDSTUK III. - Leeftijdscategorieën

Art. 3.De volgende categorieën worden op basis van de leeftijd onderscheiden : 1° de categorieën van de 8- tot en met 11-jarigen, die leerling-wielrenners worden genoemd;2° de categorieën van de 12- tot en met 14-jarigen, die aspiranten worden genoemd;3° de categorieën van de 15- en 16-jarigen, die nieuwelingen worden genoemd;4° de categorieën van de 17- en 18-jarigen, die junioren worden genoemd;5° de categorieën van de 19- tot en met 22-jarigen, die beloften worden genoemd;6° de categorieën van de 23-jarigen en ouder die eliterenners met of zonder contract worden genoemd.

Art. 4.§ 1. Vanaf de leeftijd van 8 jaar mogen jongeren per leeftijdscategorie opgeleid worden voor de wielersport door opleiders die deel uitmaken van een hiertoe erkende organisatie. § 2. Jongeren mogen aan wielerproeven deelnemen vanaf 1 januari van het jaar waarin zij 8 jaar oud worden. Jongeren mogen aan wielerwedstrijden deelnemen vanaf 1 januari van het jaar waarin zij 12 jaar oud worden. § 3. Vanaf de leeftijd van 14 jaar worden de wielrenners in hun categorie ingedeeld vanaf 1 oktober, voorafgaand aan het jaar waarin zij de vereiste leeftijd bereiken. § 4. Minderjarigen mogen alleen maar deelnemen aan wielerproeven en aan wielerwedstrijden, indien zij daartoe schriftelijk de toestemming hebben gekregen van hun ouders, voogd of wettelijke vertegenwoordigers. HOOFDSTUK IV. - De opleiding

Art. 5.De opleiding kan uitsluitend gebeuren door opleiders die deel uitmaken van een hiertoe erkende organisatie. Deze opleiders dienen in het bezit te zijn van één van de volgende getuigschriften of diploma's : 1° het getuigschrift trainer B wielrennen afgeleverd door de Vlaamse Trainersschool of daarmee geassimileerd;2° het diploma licentiaat in de lichamelijke opvoeding;3° het diploma regent in de lichamelijke opvoeding;4° het diploma gegradueerde in de lichamelijke opvoeding. De opleiding gebeurt onder de verantwoordelijkheid van een erkende organisatie.

De Vlaamse minister, bevoegd voor de sport, kan de erkenningsvoorwaarden bepalen waaraan de bovengenoemde organisaties moeten voldoen om erkend te kunnen worden. Zij worden, op hun verzoek, door de Vlaamse minister, bevoegd voor de sport, erkend voor een periode van ten hoogste vier jaar.

Art. 6.§ 1. De opleiding van jongeren in de wielersport wordt jaarlijks verstrekt volgens een opleidingsprogramma dat goedgekeurd wordt door de Vlaamse Trainersschool. Dit programma, dat uit een praktisch en een theoretisch gedeelte bestaat, moet naast de verkeersveiligheid de verschillende aspecten van sportpedagogische, sporttechnische, sportmedische en sportpsychologische aard bevatten. § 2. De programma's worden jaarlijks door de erkende organisatie uiterlijk op 1 december van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin met de opleiding wordt gestart voor goedkeuring voorgelegd aan de Vlaamse Trainersschool. Uiterlijk op 1 februari, voorafgaand aan de start van het opleidingsprogramma, wordt aan de erkende organisatie en aan de Vlaamse minister, bevoegd voor de sport, en de Vlaamse minister, bevoegd voor de dopingcontrole en de medische sportcontrole, de beslissing meegedeeld over het ingediende opleidingsprogramma. § 3. Het Bloso organiseert jaarlijks de controle op : 1° de wijze waarop de erkende organisatie en haar opleiders uitvoering geven aan het opleidingsprogramma;2° de aanwezigheden van degene die het opleidingsprogramma volgt. § 4. De jongeren, die met vrucht het jaarlijkse opleidingsprogramma hebben gevolgd, ontvangen een opleidingsattest. Dit opleidingsattest wordt jaarlijks afgeleverd door de opleider en opgetekend in het wielerboekje, met vermelding van de datum waarop de leerling-wielrenner of de aspirant het opleidingsprogramma voltooid heeft. § 5. Op het einde van elk opleidingsprogramma deelt de opleider aan het Bloso de lijst mee van de jongeren die het opleidingsprogramma met vrucht hebben afgewerkt. HOOFDSTUK V. - Wielerwedstrijden en wielerproeven

Art. 7.§ 1. Leerling-wielrenners worden slechts toegelaten tot de wielerproeven, als zij een opleidingsattest hebben.

Leerling-wielrenners mogen per week aan 1 wielerproef deelnemen met een maximum van 15 wielerproeven per jaar. § 2. Aspiranten worden slechts toegelaten tot de wielerwedstrijden, als zij een opleidingsattest hebben. Aspiranten mogen per week aan 1 wielerwedstrijd deelnemen. § 3. Nieuwelingen en junioren mogen aan 2 wielerwedstrijden per week deelnemen. Junioren mogen maximaal drie keer per jaar en op een gespreide wijze deelnemen aan een meerdaagse rittenwedstrijd. Deze wedstrijd mag maximaal 4 dagen duren. § 4. Als een deelnemer de wielerwedstrijd of wielerproef niet uitrijdt, wordt hij of zij voor toepassing van dit artikel geacht aan de wedstrijd of proef te hebben deelgenomen.

Art. 8.De sportfederaties of de erkende wielerscholen die wielerwedstrijden of wielerproeven organiseren moeten in hun reglementen bepalingen opnemen ter beveiliging van de wielrenners en ter bescherming van hun gezondheid. In deze reglementen moet de verplichting tot het dragen van een helm opgenomen worden. Deze reglementen zullen, rekening houdend met de leeftijd, het geslacht en het prestatievermogen van de wielrenner en naar gelang van de discipline, minstens de afstand en de tijdsduur van de wedstrijden of proeven, het maximumaantal wedstrijden of proeven per jaar, de te gebruiken versnellingsapparaten, de beschermkledij, het maximumaantal deelnemers en de uitrusting van de fiets bepalen.

Deze reglementen worden ter goedkeuring voorgelegd aan de Vlaamse minister, bevoegd voor de sport, en de Vlaamse minister, bevoegd voor de dopingcontrole en de medische sportcontrole, die hierover beslissen binnen een termijn van 30 dagen na indiening van de aanvraag.

Art. 9.De wielerproeven voor leerling-wielrenners worden georganiseerd onder leiding van een opleider, in opdracht van een erkende organisatie waarvan de reglementen, bedoeld in artikel 8, goedgekeurd werden.

De wielerproeven moeten bovendien beantwoorden aan de volgende bepalingen : 1° ze moeten worden gehouden op een omloop die afgesloten is voor alle verkeer en die de veiligheid van de deelnemers voldoende waarborgt;2° ze mogen alleen georganiseerd worden op zaterdag, op zondag en op feestdagen;3° er mag geen toegangsgeld of inschrijvingsgeld gevraagd worden aan toeschouwers en aan deelnemers;4° er mogen geen prijzen in natura of in speciën worden toegekend, gebaseerd op een individuele rangschikking van de deelnemers aan een wielerproef;5° de wielerproef moet, na advies van het Bloso, door de Vlaamse minister, bevoegd voor de sport, en de Vlaamse minister, bevoegd voor de dopingcontrole en de medische sportcontrole, toegestaan zijn door middel van een schriftelijke vergunning. Het Bloso voert de controle uit op het naleven van deze bepalingen, het naleven van de reglementen, bedoeld in artikel 8, en het bezit van de verzekeringen, bedoeld in artikel 14, § 2.

Art. 10.§ 1. De aanvraag tot de vergunning, bedoeld in artikel 9, tweede lid, 5°, wordt in drievoud per aangetekende brief bezorgd aan het Bloso ten minste twee maanden voor de datum die bepaald is voor het organiseren van de proef. Bij de vergunningsaanvraag wordt een plan van de omloop gevoegd. § 2. Het verlenen of weigeren van de vergunning moet ten minste één maand voor de proef per aangetekende brief ter kennis gebracht worden van de opleider. HOOFDSTUK VI. - Het sportmedisch onderzoek

Art. 11.§ 1. Als de sportbeoefenaar aanvangt met het beoefenen van de wielersport en jaarlijks tot en met de leeftijd van 19 jaar, moet de wielrenner een recent medisch geschiktheidsattest kunnen voorleggen om aan wedstrijden of wielerproeven te mogen deelnemen. § 2. Dit medisch geschiktheidsattest wordt afgegeven door een door de Vlaamse minister, bevoegd voor de dopingcontrole en de medische sportcontrole, erkende keuringsarts, na een grondig sportmedisch onderzoek. De kosten van dit sportmedisch onderzoek zijn ten laste van de sportbeoefenaar. § 3. De resultaten van het sportmedisch onderzoek worden opgetekend op een medische steekkaart, waarvan het model wordt vastgesteld door de Vlaamse minister, bevoegd voor de dopingcontrole en de medische sportcontrole.

De steekkaart wordt door de keuringsarts bewaard en kan te allen tijde op eenvoudig verzoek worden geraadpleegd door een door de Vlaamse minister, bevoegd voor de dopingcontrole en de medische sportcontrole, erkende controlearts.

De steekkaart bevat minstens een overzicht van de resultaten van het gehele sportmedische onderzoek. De conclusie met betrekking tot de medische geschiktheid wordt door de erkende keuringsarts opgetekend in het wielerboekje.

Art. 12.Het sportmedisch onderzoek omvat minstens : 1° een anamnese betreffende de persoonlijke, familiale, psychosociale, pedagogische, professionele en sportgegevens;2° de nodige biometrische metingen, op zijn minst : lichaamslengte, gewicht, huidplooiendikte en peakflowmeting;3° het opsporen van proteïne en glucose in de urine;4° een elektrocardiogram in rust bij het eerste onderzoek en bij de overgang naar een nieuwe leeftijdscategorie;5° een inspanningselektrocardiogram bij de overgang naar de categorie beloften;6° een algemeen klinisch onderzoek, met bijzondere aandacht voor het ademhalingsstelsel, het cardiovasculair stelsel, het bewegingsstelsel en de lichamelijke ontwikkeling;7° een submaximale, gegradueerde fitheidstest op een fietsergometer vanaf de categorie aspirant;8° elk aanvullende onderzoek dat door de erkende keuringsarts nuttig wordt geacht;9° gezondheidsbevorderende en -beveiligende voorlichting met betrekking tot sportbeoefening onder meer over gezonde leefgewoonte, veiligheid en voorkoming van schoolproblemen. De erkende keuringsarts waakt erover dat de jongere op een adequate manier tegen tetanus is ingeënt. HOOFDSTUK VII. - Het wielerboekje

Art. 13.§ 1. Een wielrenner tot en met de leeftijd van 19 jaar die aan een wielerwedstrijd of wielerproef deelneemt, moet in het bezit zijn van een geldig wielerboekje, waarvan het model is vastgesteld door de Vlaamse minister, bevoegd voor de dopingcontrole en de medische sportcontrole.

Het wielerboekje wordt door de afdeling Preventieve en Sociale Gezondheidszorg van de administratie Gezondheidszorg van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap gratis aan de wielrenners ter beschikking gesteld.

Het wielerboekje moet vóór de aanvang van elke wielerwedstrijd en wielerproef aan de organisator van de wedstrijd of wielerproef worden overhandigd. § 2. Het wielerboekje bevat minstens de machtiging, bedoeld in artikel 4, § 4, het medisch geschiktheidsattest, bedoeld in artikel 11, § 2, het opleidingsattest voor de leerling-wielrenners en aspiranten, bedoeld in artikel 6, § 4, en een opsomming van de plaats, de datum en de afstand van de wedstrijden of wielerproeven waaraan de wielrenner heeft deelgenomen, met een stempel of de handtekening van de organisator van de wedstrijd of zijn afgevaardigde.

Om ervoor te zorgen dat het wielerboekje geldig is, stuurt de jonge wielrenner dit wielerboekje na het jaarlijks sportmedisch onderzoek terug naar de afdeling Preventieve en Sociale Gezondheidszorg van de administratie Gezondheidszorg van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap.

Onverminderd de toepassing van de voorschriften inzake de leeftijd, de afstand, het aantal wedstrijden en het versnellingsapparaat, mag een jonge wielrenner die niet in het bezit is van het wielerboekje, bedoeld in § 1, deelnemen aan de wedstrijden of aan de wielerproeven, indien hij door overlegging van documenten aantoont dat hij voldoet aan de voorwaarden inzake medische geschiktheid en eventueel een licentie kan voorleggen, opgelegd door de bevoegde overheid van een andere staat of een andere gemeenschap. HOOFDSTUK VIII. - Verzekering

Art. 14.§ 1. De opleider onder wiens leiding het in artikel 6 bedoelde programma afgewerkt wordt, moet het bewijs leveren dat een verzekering afgesloten is volgens de door de Vlaamse minister, bevoegd voor de sport, te bepalen voorwaarden. Dit is nodig om bij een ongeval naar aanleiding van of gedurende het opleidingsprogramma de geldelijke gevolgen van de burgerlijke aansprakelijkheid te waarborgen, zowel van de opleider als van de jongeren.

De opleider moet tevens voor de jongere een ongevallenverzekering afsluiten volgens de door de Vlaamse minister, bevoegd voor de sport, te bepalen voorwaarden. § 2. De opleider die instaat voor de organisatie van de in artikel 9 bedoelde proef moet het bewijs leveren dat een verzekering afgesloten is volgens de door de Vlaamse minister, bevoegd voor de sport, te bepalen voorwaarden. Dit is nodig om bij een ongeval naar aanleiding van of gedurende de proef de geldelijke gevolgen van de burgerlijke aansprakelijkheid te waarborgen, zowel van de opleider als van de jongeren.

De opleider moet tevens voor de jongere een ongevallenverzekering afsluiten volgens de door de Vlaamse minister, bevoegd voor de sport, te bepalen voorwaarden. HOOFDSTUK IX. - Slotbepalingen

Art. 15.Het besluit van de Vlaamse regering van 26 april 1995 houdende de voorwaarden voor deelneming aan wielerwedstrijden en wielerproeven, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 24 mei 1995, wordt opgeheven.

Art. 16.In afwachting van de goedkeuring van de reglementen, bedoeld in artikel 8, kunnen voor de aspiranten wielerproeven georganiseerd worden waarop de bepalingen van artikel 10, 1°, 5°, 6°, 8° en 9°, van het besluit van de Vlaamse regering van 26 april 1995 houdende de voorwaarden voor deelneming aan wielerwedstrijden en wielerproeven van toepassing blijven.

Art. 17.De Vlaamse minister, bevoegd voor de sport, en de Vlaamse minister, bevoegd voor de dopingcontrole en de medische sportcontrole, zijn ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 8 september 2000.

De minister-president van de Vlaamse regering, P. DEWAEL De Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Ambtenarenzaken en Sport, J. SAUWENS

^