Etaamb.openjustice.be
Besluit Van De Franse Gemeenschapscommissie van 07 september 2023
gepubliceerd op 21 november 2023

Besluit 2022/1453 van het College van de Franse Gemeenschapscommissie tot wijziging van diverse bepalingen betreffende de mandaten in de instellingen van openbaar nut van de Franse Gemeenschapscommissie

bron
franse gemeenschapscommissie van het brussels hoofdstedelijk gewest
numac
2023045466
pub.
21/11/2023
prom.
07/09/2023
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

7 SEPTEMBER 2023. - Besluit 2022/1453 van het College van de Franse Gemeenschapscommissie tot wijziging van diverse bepalingen betreffende de mandaten in de instellingen van openbaar nut van de Franse Gemeenschapscommissie


Het College van de Franse Gemeenschapscommissie, Gelet op artikel 22, eerste lid van het decreet van de Franse Gemeenschapscommissie van 17 maart 1994 houdende oprichting van het Franstalig Brussels Instituut voor Beroepsopleiding, gewijzigd door het decreet van 19 juli 2012Relevante gevonden documenten type decreet prom. 19/07/2012 pub. 10/09/2012 numac 2012031602 bron franse gemeenschapscommissie van het brussels hoofdstedelijk gewest Decreet tot wijziging van het decreet van de Franse Gemeenschapscommissie van 17 maart 1994 houdende oprichting van het Franstalig Brussels Instituut voor Beroepsopleiding sluiten;

Gelet op het besluit van de Franse Gemeenschapscommissie van 20 oktober 1994 houdende het statuut van de ambtenaren van de instellingen van openbaar nut van de Franse Gemeenschapscommissie, de artikelen 86/3 en 86/5;

Gelet op het besluit van het College van de Franse Gemeenschapscommissie van 20 oktober 1994 tot vaststelling van het geldelijk statuut van het personeel van de instellingen van openbaar nut van de Franse Gemeenschapscommissie, artikel 42/5;

Gelet op het besluit 2012/156 van het College van de Franse Gemeenschapscommissie van 20 september 2012 houdende vaststelling van de regels voor de aanstelling van contractuele mandatarissen in de instellingen van openbaar nut van de Franse Gemeenschapscommissie in het kader van artikel 26/1, lid 4, van het besluit van het College van de Franse Gemeenschapscommissie van 20 oktober 1994 houdende het statuut van de ambtenaren van de instellingen van openbaar nut van de Franse Gemeenschapscommissie, de artikelen 3 tot 5;

Gelet op het besluit 2017/1350 van het College van de Franse Gemeenschapscommissie van 21 februari 2019 betreffende de loopbaan van de ambtenaren van het Franstalig Brussels Instituut voor Beroepsopleiding, de artikelen 42, 43, 45 en 46;

Gelet op het protocol nr. 2023/05 van 21 juni 2023 van het Sectorcomité XV van de Franse Gemeenschapscommissie;

Gelet op het advies van het Beheerscomité van het Franstalig Brussels Instituut voor Beroepsopleiding, uitgebracht op 30 juni 2023;

Gelet op het verslag over de evaluatie van de impact van dit besluit op de respectieve situatie van vrouwen en mannen van 4 juli 2022;

Gelet op het verslag over de impact van dit besluit op de situatie van de personen met een handicap van 4 juli 2022;

Gelet op de adviesaanvraag binnen dertig dagen verlengd met vijftien dagen, die op 11 juli 2023 bij de Raad van State is ingediend, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Overwegende dat het advies niet is meegedeeld binnen die termijn;

Gelet op artikel 84, § 4, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Gelet op het akkoord van het Lid van het College bevoegd voor het openbaar ambt, gegeven op 25 mei 2023;

Op voorstel van het Lid van het College bevoegd voor de Beroepsopleiding;

Na beraadslaging, Besluit :

Artikel 1.Dit besluit regelt overeenkomstig artikel 138 van de Grondwet aangelegenheden bedoeld in de artikelen 127 en 128 van de Grondwet. HOOFDSTUK I. - Wijziging van het besluit van het College van de Franse Gemeenschapscommissie van 20 oktober 1994 houdende het statuut van de ambtenaren van de instellingen van openbaar nut van de Franse Gemeenschapscommissie

Art. 2.Artikel 86/2 van het besluit van het College van de Franse Gemeenschapscommissie van 20 oktober 1994 houdende het statuut van de ambtenaren van de instellingen van openbaar nut van de Franse Gemeenschapscommissie wordt vervangen als volgt: "Art.86/2. § 1. Ter voorbereiding van elk evaluatiegesprek stelt de mandataris van rang 16 een verslag op waarin wordt aangegeven in welke mate de hem toegewezen doelstellingen zijn of worden bereikt en welke middelen daartoe werden aangewend.

De leden van het College bevoegd voor het openbaar ambt en de beroepsopleiding stellen in onderling overleg het model van bovengenoemd verslag vast. § 2. De Evaluatiecommissie neemt kennis van het door de mandataris van rang 16 overgemaakte verslag en stuurt een kopie naar het Lid van het College bevoegd voor de beroepsopleiding en vraagt zijn advies over de vraag of de doelstellingen die bij de toewijzing van het mandaat zijn gesteld, zijn bereikt en over de wijze waarop het mandaat werd uitgevoerd. § 3. De Evaluatiecommissie nodigt de mandataris van rang 16 vervolgens uit voor een evaluatiegesprek. Bij deze gelegenheid stuurt zij het in § 2 bedoelde advies naar de mandataris van rang 16.

De Evaluatiecommissie houdt rekening met een eventuele wijziging van de doelstellingen overeenkomstig artikel 38, §§ 2 en 4, van ordonnantie 2017/1350 van het College van de Franse Gemeenschapscommissie van 21 februari 2019 betreffende de loopbaan van de ambtenaren van het Franstalig Brussels Instituut voor Beroepsopleiding. § 4. Na afloop van het evaluatiegesprek stelt de evaluatiecommissie een evaluatieverslag op en stelt een vermelding vast. Het evaluatiegesprek wordt met ontvangstbevestiging naar de mandataris van rang 16 gestuurd. § 5. Aan de mandataris van rang 16 wordt de vermelding "gunstig" toegekend wanneer hij de hem toegewezen doelstellingen heeft bereikt en zijn bijdrage tot het bereiken van deze doelstellingen bewezen is.

De vermelding "voldoende" wordt aan de mandataris van rang 16 toegekend wanneer de doelstellingen gedeeltelijk door hem werden gerealiseerd maar dat er nog wezenlijke verbeteringen moeten worden aangebracht om de toevertrouwde managementopdracht optimaal en volledig te verwezenlijken of dat zijn persoonlijke bijdrage voor het bereiken van de doelstellingen beperkt is.

De vermelding "onvoldoende" wordt aan de mandataris van rang 16 toegekend wanneer uit de evaluatie blijkt dat de prestaties van de mandataris onder de verwachtingen liggen, of dat de vooropgestelde doelstellingen niet werden bereikt, of dat de manier waarop deze doelstellingen werden bereikt niet optimaal was, of dat de persoonlijke bijdrage van de mandataris voor het bereiken van de doelstellingen zwak is.

In zijn evaluatie moet de evaluatiecommissie rekening houden met de onvoorziene omstandigheden of omstandigheden onafhankelijk van de wil van de mandataris, die de totale of gedeeltelijke realisatie van de vastgestelde doelstellingen onmogelijk hebben gemaakt."

Art. 3.Artikel 86/3 van hetzelfde besluit wordt gewijzigd als volgt: 1° In paragraaf 1 wordt het eerste lid vervangen door wat volgt: "De mandataris van rang 16 wordt uitgenodigd voor een eerste evaluatiegesprek twee jaar na de aanvang van het mandaat en uiterlijk twee jaar en drie maanden na de aanvang van het mandaat." 2° In paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "heeft een bijkomende evaluatie plaats zes maanden na deze eerste evaluatie" vervangen door de woorden "heeft een bijkomende evaluatie plaats zes maanden na de datum van kennisgeving van deze eerste evaluatie".3° In paragraaf 1 wordt het derde lid opgeheven.4° In paragraaf 2 worden de woorden "drie maanden" vervangen door de woorden "zes maanden".5° Paragraaf 3, eerste lid, wordt vervangen door wat volgt: " § 3: Indien na afloop van deze tweede evaluatie, de aan de mandataris van rang 16 toegewezen vermelding "gunstig" is, kan het College zijn mandaat eenmaal hernieuwen zonder nieuwe benoemingsprocedure.Het College stelt de doelstellingen vast die aan het einde van het nieuwe mandaat moeten zijn bereikt. De mandataris die in functie is op het moment dat dit lid van kracht wordt, wordt echter geacht een eerste ambtstermijn uit te oefenen." 6° In paragraaf 3, tweede lid, worden de woorden "binnen een termijn van drie maanden" ingevoegd tussen de woorden "stelt" en "ter gelegenheid van";

Art. 4.Artikel 86/4 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt: "

Art. 86/4.§ 1. De mandataris van rang 16 die niet akkoord gaat met de vermelding "voldoende" of "onvoldoende" beschikt over veertien dagen vanaf de kennisgeving van zijn evaluatie om beroep aan te tekenen bij het College.

Het beroep heeft schorsende werking.

Het College doet uitspraak over het door de mandataris van rang 16 ingestelde beroep."

Art. 5.Artikel 86/5 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt: "

Art. 86/5.Het College doet uitspraak binnen zestig dagen na ontvangst van het beroep. Deze termijn wordt automatisch met een maand verlengd als het beroep tussen 1 juni en 31 juli wordt ontvangen. Op zijn verzoek wordt de mandataris gehoord. Hij kan zich laten bijstaan door een persoon van zijn keuze.

Het College kan dit verhoor delegeren aan twee Leden van het College.

Hiertoe worden de Leden van het College gemachtigd om de vertegenwoordiger te horen, gedetailleerde notulen op te stellen, alle nuttige informatie te verzamelen en de zaak voor te leggen aan het College". HOOFDSTUK II. - Wijzigingen van het besluit 2017/1350 van het College van de Franse Gemeenschapscommissie van 21 februari 2019 betreffende de loopbaan van de ambtenaren van het Franstalig Brussels Instituut voor Beroepsopleiding

Art. 6.Artikel 38 van het besluit 2017/1350 van het College van de Franse Gemeenschapscommissie van 21 februari 2019 betreffende de loopbaan van de ambtenaren van het Franstalig Brussels Instituut voor Beroepsopleiding wordt vervangen als volgt: "Art. 38, § 1. Op voorstel van het Lid van het College bevoegd voor de beroepsopleiding, stelt het College de functiebeschrijving van het te vervullen mandaat van rang 16 en de doelstellingen voor de duur van het mandaat vast. § 2 Tijdens de duur van het mandaat kan de in § 1 bedoelde bevoegde autoriteit de doelstellingen die het vóór de toekenning van het genoemde mandaat heeft bepaald, wijzigen om er de elementen uit de algemene beleidsverklaring en de door het lid van het College bevoegd voor de beroepsopleiding bepaalde krachtlijnen in op te nemen. § 3 Binnen zes maanden na zijn ambtsaanvaarding stelt de mandataris van rang 16 een beheerplan op dat rekening houdt met de door het College vastgestelde te bereiken doelstellingen, waarin de mandataris de indicatoren vaststelt die nodig zijn om de doelstellingen te beoordelen. De mandataris legt het beheerplan ter goedkeuring voor aan het Lid van het College bevoegd voor de beroepsopleiding. Deze legt het vervolgens ter goedkeuring voor aan het College. § 4 De mandataris kan ook wijzigingen van de in § 1 vermelde doelstellingen voorstellen. Voorafgaand aan elke wijziging door het College vindt overleg plaats tussen de mandataris van rang 16 en het Lid van het College bevoegd voor de beroepsopleiding. § 5 Alvorens de doelstellingen bedoeld in §§ 1, 2 en 4 worden aangenomen, wordt het advies van het Beheerscomité ingewonnen. Dit advies wordt uitgebracht binnen een termijn van ten hoogste dertig dagen, te rekenen vanaf de dag volgend op de datum van indiening van het verzoek door het Lid van het College bevoegd voor de Beroepsopleiding."

Art. 7.Artikel 39 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt: "

Art. 39.§ 1. De mandataris van rang 16 oefent het mandaat daadwerkelijk uit.

In geval hij het mandaat niet kan uitoefenen wegens overlijden, langdurige ziekte, zwangerschapsverlof, schorsing in het belang van de dienst, ontslag of enige andere reden die hem verhindert zijn mandaat uit te oefenen, kan het College het mandaat tijdelijk toekennen aan een ander personeelslid voor een hernieuwbare periode van maximaal zes maanden.

In dit geval, is het College niet gehouden door de bepalingen bedoeld in artikelen 37 tot 46. Het College spreekt zich bij gemotiveerde beslissing uit over de titels en verdiensten van de kandidaten. § 2 De mandataris oefent zijn taak voltijds uit.

Tijdens zijn mandaat kan hij: 1° geen verlof voor loopbaanonderbreking krijgen, uitgezonderd als dit het ouderschapsverlof, de palliatieve verzorging en de zorgen in geval van ernstige ziekte betreft;2° geen verlof krijgen om zich kandidaat te stellen voor verkiezingen, om een ambt uit te oefenen in het kabinet van een minister of om een functie uit te oefenen bij een erkende politieke fractie;3° geen politiek verlof krijgen;4° geen verlof krijgen voor een stage of een proefperiode in een andere betrekking van een overheidsdienst;5° geen verlof krijgen voor opleiding;6° geen verlof krijgen voor het verrichten van sommige militaire prestaties in vredestijd en van bepaalde diensten in uitvoering van de wetten betreffende de statuten van de gewetensbezwaarden;7° geen verlof voor opdracht van algemeen belang krijgen;8° geen toelating verkrijgen om zijn functies uit te oefenen met verminderde prestaties voor persoonlijke aangelegenheden, in het kader van de vierdagenweek en in het kader van een halftijds werk vanaf 50 of 55 jaar;9° geen verlof krijgen voor persoonlijke aangelegenheden;10° geen verlof krijgen om ter beschikking gesteld te worden van de Koning van België;11° geen ouderschapsverlof krijgen buiten de loopbaanonderbreking.12° geen toelating verkrijgen om een functie van bestuurder uit te oefenen in een beheerscomité van een publiek- of privaatrechtelijke vennootschap of van een vereniging zonder winstoogmerk waarvan het maatschappelijk doel onder de bevoegdheid valt van de uitgeoefende mandaatfunctie.

Art. 8.In artikel 41, § 1, derde lid, van hetzelfde besluit worden de woorden ", in geval van afzetting" ingevoegd tussen de woorden "terugzetting in rang" en "of ook door vrijwillig ontslag van de mandataris".

In hetzelfde artikel wordt § 2 vervangen door de volgende bepaling: "De ambtenaar wiens mandaat afloopt, aanvaardt bij het Instituut een ambt dat overeenkomt met de rang die hij vóór zijn benoeming bekleedde."

Art. 9.In artikel 42 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° In paragraaf 1, die lid 1 wordt, wordt het woord "twaalf" vervangen door het woord "negen";2° Paragraaf 2 wordt opgeheven.

Art. 10.In artikel 43 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° In paragraaf 1 wordt het eerste lid vervangen door wat volgt: "De ambtenaren worden ingelicht over de vacature voor de betrekking van rang 16 door middel van een oproep tot kandidaten die wordt gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad, op de websites van het Instituut en van de Franse Gemeenschapscommissie en in ten minste twee Belgische Franstalige gedrukte of elektronische media die gespecialiseerd zijn in personeelsadvertenties.". 2° In paragraaf 1, tweede lid, 1°, worden de woorden "het Lid van het College dat het toezicht houdt over het Instituut" vervangen door de woorden "het secretariaat van de selectiecommissie"; 3° Paragraaf 1, tweede lid, 3°, wordt vervangen door wat volgt: "3° de coördinaten van de dienst waar een functiebeschrijving van de openstaande betrekking, de beoogde doelstellingen bedoeld in artikel 38 en een standaard cv zoals bedoeld in § 3, bekomen kunnen worden." 4° In paragraaf 2 worden de woorden "aan het Lid van het College dat het toezicht houdt over het Instituut" vervangen door de woorden "aan het secretariaat van de selectiecommissie";5° Paragraaf 3 wordt vervangen door wat volgt: " § 3 Elke kandidatuur bevat een uiteenzetting van de titels en verdiensten die de kandidaat laat gelden om te solliciteren voor het mandaat van rang 16.De kandidaat maakt gebruik van het standaard cv opgesteld waarvan het model gezamenlijk wordt vastgesteld door de Leden van het College die bevoegd zijn voor het Openbaar Ambt en de Beroepsopleiding."

Art. 11.Artikel 44 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.

Art. 12.In artikel 45 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° Er wordt een paragraaf 1/2 ingevoegd, luidende als volgt: "De selectiecommissie nodigt de kandidaten van wie de kandidatuur ontvankelijk is verklaard, uit voor een assessment.Het assessment bestaat uit een geheel van simulatieoefeningen om na te gaan of iemand beschikt over de vereiste vaardigheden en bekwaamheden voor het mandaat van rang 16. Het assessment wordt georganiseerd door een assessmentbureau". 2° Paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt: "De selectiecommissie nodigt de kandidaten voor het mandaat van rang 16 die geslaagd zijn voor het assessment uit voor een interview. Vóór het interview vraagt de commissie het advies van het Lid van het College bevoegd voor de Beroepsopleiding of zijn afgevaardigde over zijn verwachtingen in het licht van de door het College bepaalde doelstellingen.

De Selectiecommissie brengt een gemotiveerd advies uit, rekening houdend met: - de overeenstemming van het profiel van de kandidaat met de functiebeschrijving, getoetst na voornoemd gesprek; - de titels en verdiensten die de kandidaat laat gelden; - het resultaat van het assessment.

Na afloop van de selectie en na analyse van hun kandidatuur, worden de kandidaten bij gemotiveerde beslissing ingeschreven in hetzij groep A "geschikt", hetzij groep B "niet geschikt". In groep A worden de kandidaten gerangschikt.

Indien er een ex-aequo is tussen de kandidaten die in groep A "geschikt" ingeschreven worden, wordt diegene behorend tot het geslacht dat voor minder dan een derde vertegenwoordigd is in de eerste twee trappen van de hiërarchie voor de kandidaat van het ander geslacht gerangschikt.

Art. 13.In hetzelfde besluit wordt een artikel 46/1 ingevoegd, luidend als volgt: "

Art. 46/1.Elk jaar, uiterlijk op 15 februari, dient de mandataris van rang 16 bij het lid van het College dat bevoegd is voor de beroepsopleiding een jaarverslag in waarin de resultaten van het voorbije jaar worden getoetst aan de strategische doelstellingen die in het beheerplan zijn opgenomen. Het jaarverslag bevat een toelichting bij de vastgestelde ontwikkeling op basis van de eerder vastgestelde indicatoren bedoeld in artikel 38, § 3.

Voor zover mogelijk worden in het jaarverslag de relevante basisallocaties van de begroting van het Instituut per doelstelling vermeld, teneinde een verband te leggen tussen de begroting en de in het beheerplan te verwezenlijken doelstellingen.".

Art. 14.In hetzelfde besluit wordt een artikel 46/2 ingevoegd, dat luidt als volgt: "

Art. 46/2.Naar aanleiding van het jaarverslag worden de procedures voor de opvolging van de strategische doelstellingen van het beheerplan bedoeld in artikel 38, § 3, georganiseerd tussen de mandataris van rang 16 en het lid van het College bevoegd voor de beroepsopleiding.". HOOFDSTUK III. - Wijzigingen van het besluit van het College van de Franse Gemeenschapscommissie van 20 oktober 1994 tot vaststelling van het geldelijk statuut van het personeel van de instellingen van openbaar nut van de Franse Gemeenschapscommissie

Art. 15.Artikel 42/5 van het besluit van het College van de Franse Gemeenschapscommissie van 20 oktober 1994 tot vaststelling van het geldelijk statuut van het personeel van de instellingen van openbaar nut van de Franse Gemeenschapscommissie wordt aangevuld met twee leden luidende: "In geval van onderbreking van de uitoefening van het mandaat is de premie slechts verschuldigd indien deze onderbreking niet langer duurt dan dertig werkdagen en de mandataris het voordeel van zijn wedde niet ontneemt.

Indien aan de mandataris een gunstige vermelding als bedoeld in artikel 86/2, § 5, van het besluit van het College van de Franse Gemeenschapscommissie van 20 oktober 1994 tot vaststelling van het statuut van de ambtenaren van de instellingen van openbaar nut van de Franse Gemeenschapscommissie is toegekend, wordt de mandaatpremie van de mandataris verdubbeld voor de periode waarop deze beoordeling betrekking heeft. De verdubbeling van de premie wordt betaald binnen drie maanden na de beoordeling.". HOOFDSTUK IV. - Wijzigingen van het besluit 2012/156 van het College van de Franse Gemeenschapscommissie van 20 september 2012 houdende vaststelling van de regels voor de aanstelling van contractuele mandatarissen in de instellingen van openbaar nut van de Franse Gemeenschapscommissie in het kader van artikel 26/1, lid 4, van het besluit van het College van de Franse Gemeenschapscommissie van 20 oktober 1994 houdende het statuut van de ambtenaren van de instellingen van openbaar nut van de Franse Gemeenschapscommissie

Art. 16.In artikel 3 van het besluit 2012/156 van het College van de Franse Gemeenschapscommissie van 20 september 2012 houdende vaststelling van de regels voor de aanstelling van contractuele mandatarissen in de instellingen van openbaar nut van de Franse Gemeenschapscommissie in het kader van artikel 26/1, lid 4, van het besluit van het College van de Franse Gemeenschapscommissie van 20 oktober 1994 houdende het statuut van de ambtenaren van de instellingen van openbaar nut van de Franse Gemeenschapscommissie, wordt de tweede paragraaf vervangen door wat volgt: " § 2. De kandidaat dient een kandidatuur in met een uiteenzetting van de titels en verdiensten die de kandidaat laat gelden om te solliciteren voor de betrekking. De kandidaat maakt gebruik van het standaard cv opgesteld waarvan het model gezamenlijk wordt vastgesteld door de Leden van het College die bevoegd zijn voor het Openbaar Ambt en de Beroepsopleiding."

Art. 17.Artikel 4 van hetzelfde besluit wordt vervangen door de volgende bepaling: "

Art. 4.De mandaten van rang 16 van de instellingen van openbaar nut van de Franse Gemeenschapscommissie worden door het College aan externe kandidaten toegekend onder dezelfde voorwaarden en volgens dezelfde regels als deze bepaald in de artikelen 37 tot 46/2 van het besluit 2017/1350 van het College van de Franse Gemeenschapscommissie van 21 februari 2019 betreffende de loopbaan van de ambtenaren van het Franstalig Brussels Instituut voor Beroepsopleiding, met uitzondering van de artikelen 40, eerste lid, 41, § 2, 42, § 1, eerste lid en 43, § 4."

Art. 18.In artikel 5 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° het tweede lid wordt vervangen als volgt: "De arbeidsovereenkomst wordt gesloten voor een onbepaalde duur met tijdsbepaling.Ze eindigt van rechtswege bij het einde van het mandaat overeenkomstig de bepalingen van dit besluit." 2° in het derde lid wordt het woord "vroegtijdig" ingevoegd tussen de woorden "Er wordt" en de woorden "een einde aan gesteld". 3° in het derde lid worden de woorden "of in geval van niet- hernieuwing van het mandaat als bedoeld in artikel 86/3, §§ 4 en 5 van het voornoemde besluit." opgeheven. 4° Artikel 5 wordt aangevuld met een vierde lid, luidende: "In geval van vrijwillig ontslag vóór het einde van het mandaat is een opzegging van zes maand vereist.Deze termijn kan in onderling overleg worden verkort".

Art. 19.In hetzelfde besluit wordt een artikel 5/1 ingevoegd, luidend als volgt: "

Art. 5/1.§ 1. Behalve in geval van zware fout of vrijwillig ontslag, ontvangt de mandataris wiens mandaat ten einde loopt een vertrekvergoeding. Deze vergoeding bedraagt drie maanden bezoldiging indien het mandaat minder dan tien jaar heeft geduurd en zes maanden bezoldiging indien het ten minste tien jaar heeft geduurd. § 2. Op zijn verzoek kan hij ook een beroep doen op outplacementbegeleiding, op voorwaarde dat hij het einde van zijn tweede opeenvolgende mandaat heeft bereikt, dat hij een gunstige evaluatie heeft gekregen aan het einde van zijn tweede mandaat en dat hij geen beroepsactiviteit uitoefent (geen arbeidsovereenkomst hebben gesloten, geen hoofdactiviteit als zelfstandige uitoefenen, niet in dienst zijn als statutair of contractueel personeelslid in een openbare dienst).

Deze begeleiding duurt 60 uur gespreid over een periode van maximaal twaalf maanden en is onderworpen aan een schriftelijke overeenkomst.

Als de mandataris vraagt om outplacementbegeleiding wordt het bedrag van de vertrekvergoeding verminderd met de kosten van deze outplacementbegeleiding. HOOFDSTUK V. - Overgangs- en slotbepalingen

Art. 20.Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van een termijn van tien dagen die ingaat de dag na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van artikel 86/3, eerste lid van paragraaf 3 van het besluit van het College van de Franse Gemeenschapscommissie van 20 oktober 1994 houdende het statuut van de ambtenaren van de instellingen van openbaar nut van de Franse Gemeenschapscommissie, dat uitwerking heeft vanaf 1 april 2023.

Art. 21.De mandatarissen die vóór de inwerkingtreding van dit besluit een overeenkomst van onbepaalde duur zonder tijdsbepaling hebben gesloten, kunnen een beroep doen op de outplacementbegeleiding onder de voorwaarden bepaald in paragraaf 2 van artikel 5/1 van het besluit van het College van de Franse Gemeenschapscommissie van 20 september 2012 houdende vaststelling van de regels voor de aanstelling van contractuele mandatarissen in de instellingen van openbaar nut van de Franse Gemeenschapscommissie in het kader van artikel 26/1, lid 4, van het besluit van het College van de Franse Gemeenschapscommissie van 20 oktober 1994 tot vaststelling van het statuut van de ambtenaren van de instellingen van openbaar nut van de Franse Gemeenschapscommissie.

Art. 22.Selectieprocedures die lopen op het moment van inwerkingtreding van dit besluit worden voortgezet totdat ze zijn afgerond in overeenstemming met de regelgevende bepalingen die golden vóór de inwerkingtreding van dit besluit Als een selectieprocedure wordt opgestart vóór 1 september 2023, zal ze ook onderworpen zijn aan de regelgevende bepalingen die van toepassing waren vóór de inwerkingtreding van dit besluit.

Art. 23.Het Lid van het College, bevoegd voor Beroepsopleiding, is belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 7 septembre 2023.

Voorzitster van het College, B. TRACHTE Collegelid belast met Beroepsopleiding, B. CLERFAYT

^