Etaamb.openjustice.be
Besluit Van De Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 22 februari 2024
gepubliceerd op 06 maart 2024

Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreffende de samenstelling en de werking van de Gewestelijke Mobiliteitscommissie

bron
brussels hoofdstedelijk gewest
numac
2024001887
pub.
06/03/2024
prom.
22/02/2024
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

22 FEBRUARI 2024. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreffende de samenstelling en de werking van de Gewestelijke Mobiliteitscommissie


De Brusselse Hoofdstedelijke Regering, Gelet op de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen;

Gelet op de ordonnantie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 13 oktober 2023 tot vaststelling van een kader voor de planning, uitvoering en opvolging van het mobiliteit en verkeersveiligheidsbeleid, hoofdstuk 3;

Gelet op de ordonnantie van 27 april 1995 houdende invoering van een evenwichtige vertegenwoordiging van mannen en vrouwen in adviesorganen, gewijzigd bij de ordonnantie van 9 april 2002;

Overwegende het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 19 oktober 2000Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 19/10/2000 pub. 23/03/2002 numac 2002031135 bron ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot oprichting van de Gewestelijke Mobiliteitscommissie sluiten tot oprichting van de Gewestelijke Mobiliteitscommissie, gewijzigd bij de besluiten van 12 juli 2007 en 9 september 2010;

Gelet op de gelijkekansentest;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 23/11/2023;

Gelet op de akkoordbevinding van de minister van Begroting, gegeven op 04/12/2023;

Gelet op de beslissing van de Raad van State van 21 december 2023 om geen advies uit te brengen, overeenkomstig artikel 84, § 5 van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973 (nr. 75.169/4);

Op de voordracht van de minister bevoegd voor Mobiliteit;

Na beraadslaging, Besluit : HOOFDSTUK 1. - Definities

Artikel 1.In dit besluit wordt verstaan onder: 1° Ordonnantie: ordonnantie van 13 oktober 2023 tot vaststelling van een kader voor de planning, uitvoering en opvolging van het mobiliteit en verkeersveiligheidsbeleid;2° Minister: het regeringslid bevoegd voor mobiliteit;3° Brussel Mobiliteit: Bestuur van de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel dat bevoegd is voor uitrusting en vervoerbeleid; HOOFDSTUK 2. - Samenstelling van de commissie

Art. 2.§ 1. De commissie is als volgt samengesteld: Een voorzitter en een ondervoorzitter, aangewezen door de regering.

Acht leden die de gewestelijke instellingen vertegenwoordigen: - Twee leden aangewezen op voorstel van Brussel Mobiliteit; - Een lid aangewezen op voorstel van Leefmilieu Brussel; - Een lid aangewezen op voorstel van Brussel Preventie en Veiligheid; - Een lid aangewezen op voorstel van het Brussels Hoofdstedelijk Parkeeragentschap; - Een lid aangewezen op voorstel van perspective.brussels; - Een lid aangewezen op voorstel van de Gewestelijke Vennootschap van de Haven van Brussel; - Een lid aangewezen op voorstel van Equal.brussels.

Zes leden die de plaatselijke besturen vertegenwoordigen: - Vijf leden aangewezen op voorstel van de vzw Vereniging van de Stad en de Gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest waarvan minstens één lid een personeelslid van de vzw zelf moet zijn; - Een lid aangewezen op voorstel van de Conferentie van Korpschefs van stedelijke politie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;

Zes leden die de belangen van de openbare operatoren behartigen: - Twee leden aangewezen op voorstel van de Maatschappij voor het Intercommunaal Vervoer te Brussel (MIVB); - Een lid aangewezen op voorstel van de publiekrechtelijke naamloze vennootschap Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen (NMBS); - Een lid aangewezen op voorstel van de publiekrechtelijke naamloze vennootschap Infrabel; - Een lid aangewezen op voorstel van TEC Brabant Wallon; - Een lid aangewezen op voorstel van DE LIJN Vlaams-Brabant;

Zes leden die de belangen van de private operatoren behartigen: - Een lid aangewezen op voorstel van de Koninklijke Federatie van Belgische Transporteurs (FEBETRA); - Een lid aangewezen op voorstel van de Unie van Professionele Transporteurs en Logistieke ondernemers (UPTR); - Een lid aangewezen op voorstel van de Federatie van Belgische Autobus- en Autocarondernemers en Reisorganisatoren (FBAA); - Een lid aangewezen op voorstel van de vzw Autodelen.net; - Een lid aangewezen op voorstel van de vzw Mpact; - Een lid aangewezen op voorstel van het Gewestelijk Adviescomité voor de taxidiensten en diensten voor het verhuren van voertuigen met chauffeur;

Vijftien leden die de belangen van de gebruikers behartigen: - Een lid aangewezen op voorstel van de vzw Walk.brussels; - Een lid aangewezen op voorstel van de vzw Tous à Pied; - Een lid aangewezen door de vzw GRACQ - Groupe de Recherche et d'Action des Cyclistes quotidiens; - Een lid aangewezen op voorstel van de vzw Fietsersbond; - Een lid aangewezen op voorstel van de vzw Bond van Trein-, Tram- en Busgebruikers (BTTB); - Een lid aangewezen op voorstel van de vzw Gebruikers van het Brussels Openbaar Vervoer (GEBOV); - Een lid aangewezen op voorstel van de vereniging Touring Wegenhulp; - Een lid aangewezen op voorstel van de vzw Vlaamse Automobilistenbond (VAB); - Een lid aangewezen op voorstel van het Gewestelijk Adviescomité voor de taxidiensten en diensten voor het verhuren van voertuigen met chauffeur; - Een lid aangewezen op voorstel van de vzw vzw Inter-Environnement Bruxelles (IEB); - Een lid aangewezen op voorstel van de Brusselse Raad voor het Leefmilieu (BRAL); - Een lid aangewezen op voorstel van de vzw Ligue des Familles; - Een lid aangewezen op voorstel van de vzw Gezinsbond; - Een lid aangewezen op voorstel van de vzw CAWaB; - Een lid aangewezen op voorstel van het collectief Heroes for Zero;

Zes leden die de belangen van de sociaaleconomische actoren behartigen: - Een lid aangewezen op voorstel van de Brusselse Intergewestelijke van het Algemeen Belgisch Vakverbond (ABVV); - Een lid aangewezen op voorstel van de Brusselse Federatie van Christelijke Vakbonden (ACV); - Een lid aangewezen op voorstel van de Algemene Centrale der Liberale Vakbonden van België (ACLVB); - Een lid aangewezen op voorstel van de Kamer voor Handel en Nijverheid van Brussel; - Een lid aangewezen op voorstel van het Verbond van Ondernemingen te Brussel; - Een lid aangewezen op voorstel van de Kamer van de Middenstand van de Economische en Sociale Raad voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;

Vijf leden-experten: - Een lid aangewezen op voorstel van de Université Libre de Bruxelles; - Een lid aangewezen op voorstel van de Vrije Universiteit Brussel; - Een lid aangewezen op voorstel van de l'UCLouvain Saint-Louis Bruxelles; - Een lid van het Bureau voor infrastructuur en logistiek in Brussel, aangewezen op voorstel van de Europese Commissie; - Een lid aangewezen op voorstel van het Opzoekingscentrum voor de Wegenbouw. § 2. Met uitzondering van de voorzitter en de ondervoorzitter gebeurt de aanwijzing op voorstel van de in § 1 bedoelde instellingen en verenigingen. § 3. Opdat de Regering de commissieleden overeenkomstig artikel 26, § 2 van de ordonnantie zou kunnen aanwijzen, draagt elke in § 1 bedoelde instelling twee vertegenwoordigers van verschillend gender voor, met vermelding van hun gender, taalrol en orde van voorkeur. HOOFDSTUK 3. - Vervanging, ontslag en afzetting

Art. 3.§ 1. Een commissielid dat verhinderd is en zich gedurende minder dan zes maanden laat vervangen, brengt het secretariaat op de hoogte en wijst onder de leden van zijn of haar instelling een plaatsvervanger aan. Samen met het secretariaat bevestigt het commissielid dat de in artikel 26, § 2 van de ordonnantie bepaalde regels zijn nageleefd.

In dat geval ontvangt de plaatsvervanger geen presentiegeld als bedoeld in artikel 12. § 2. Een commissielid dat verhinderd is en zich gedurende meer dan zes maanden moet laten vervangen, brengt het secretariaat officieel op de hoogte en wijst een plaatsvervanger aan. Samen met het secretariaat bevestigt het commissielid dat de in artikel 26, § 2 van de ordonnantie bepaalde regels zijn nageleefd.

In dat geval ontvangt de plaatsvervanger het in artikel 12 bedoelde presentiegeld voor alle vergaderingen van minstens twee uur die hij bijwoont.

Art. 4.§ 1. De commissieleden moeten ontslag nemen zodra zij hun lidmaatschap verliezen van het orgaan dat zij vertegenwoordigen. Bij ontstentenis daarvan ontslaat de Regering het lid dat geen ontslag heeft ingediend. § 2. Binnen twee maanden na de vacantverklaring van een mandaat ten gevolge van overlijden, ontslag of enige andere reden, wordt de plaatsvervanger aangewezen overeenkomstig de in artikel 3 bepaalde voorwaarden en nadere regels.

De plaatsvervanger voleindigt het mandaat van het lid dat hij opvolgt.

Art. 5.De commissieleden kunnen door de Regering worden afgezet in geval van ernstige tekortkomingen in de uitoefening van hun functie of in geval van ongerechtvaardigde afwezigheid op meer dan drie opeenvolgende vergaderingen, tenzij zij zich overeenkomstig artikel 3 lieten vervangen.

Art. 6.Indien een lid moet worden ontslagen, afgezet of vervangen tijdens de periode van vijf jaar bedoeld in artikel 26, § 5 van de ordonnantie, wijzigt de Regering de ledenlijst. HOOFDSTUK 4. - Belangenconflict

Art. 7.Elk commissielid onthoudt zich voor het advies als hij of zij bij het project is betrokken, met name: a) Als de door het commissielid vertegenwoordigde instelling drager is van het project of rechtstreeks of onrechtstreeks bij het voorgelegde dossier betrokken is;b) Als de door het commissielid vertegenwoordigde instelling financieel begunstigd wordt door het project;c) Als er sprake is van een rechtstreeks persoonlijk belang. In die gevallen meldt het betrokken commissielid dit bij aanvang van de besprekingen.

In het onder punt a) bedoelde geval woont het commissielid de besprekingen bij om informatie te verschaffen maar niet om het advies te beïnvloeden.

In de onder de punten b) en c) bedoelde gevallen onthoudt het commissielid zich van alle verklaringen en neemt hij of zij niet deel aan de besprekingen. HOOFDSTUK 5. - Het secretariaat

Art. 8.Het secretariaat wordt verzorgd door de dienst van Brussel Mobiliteit die belast is met het definiëren en voorstellen van een geïntegreerde gewestelijke strategie inzake de vraag en het aanbod op het gebied van mobiliteit en verkeersveiligheid. HOOFDSTUK 6. - Bijeenroeping van de vergaderingen

Art. 9.§ 1. Het secretariaat belegt de vergaderingen van de commissie en roept deze bijeen. § 2. De commissie vergadert eenmaal per maand.

In afwijking daarvan vergadert de commissie niet in de maanden juli en augustus, behalve indien het secretariaat een vergadering dringend noodzakelijk acht.

De vergaderdata van de commissie worden zes maanden vooraf vastgelegd.

Het secretariaat kan de vergaderdata uitzonderlijk wijzigen of bijkomende vergaderingen beleggen.

Als ten minste tien leden erom verzoeken, moet elk onderwerp waarvoor de commissie bevoegd is, op de agenda worden ingeschreven. HOOFDSTUK 7. - Gespecialiseerde afdelingen

Art. 10.§ 1. De commissieleden zijn gemachtigd om de vergaderingen van deze gespecialiseerde afdelingen bij te wonen. § 2. De gespecialiseerde afdelingen maken notulen van hun vergaderingen op en delen deze mee aan de commissie. HOOFDSTUK 8. - Inhoud van het huishoudelijk reglement

Art. 11.De Commissie neemt een huishoudelijk reglement aan waarin ten minste het volgende wordt bepaald: 1° wat betreft de procedure: a) de termijnen voor de ontvangst van de oproepingen en notulen;b) de presentatiewijze van de agenda's en de notulen;c) de goedkeuringsprocedure van de adviezen;d) de termijnen, de wijze van opstellen en de verzendingswijze voor de adviezen;e) de nadere regels met betrekking tot de bekendmaking van adviezen;2° wat betreft de gespecialiseerde afdelingen: de nadere regels voor de werking van elk van deze afdelingen. Het huishoudelijk reglement wordt aangenomen bij absolute meerderheid van stemmen. Onthoudingen worden niet in aanmerking genomen. HOOFDSTUK 9. - Presentiegeld

Art. 12.Met uitzondering van de leden die een overheidsinstelling vertegenwoordigen, ontvangen de commissieleden presentiegeld telkens zij deelnemen aan een vergadering van de commissie die ten minste twee uur duurt.

Het presentiegeld wordt met terugwerkende kracht toegekend aan de leden ingeval deze deelnemen aan vergaderingen van de commissie voordat de Regering hen heeft aangewezen overeenkomstig artikel 26, § 4 van de ordonnantie.

Het bedrag is vastgesteld op 75 euro voor de voorzitter en de vicevoorzitter en op 50 euro voor de overige leden.

De in het tweede lid bedoelde bedragen zijn vastgesteld op basis van het gezondheidsindexcijfer voor juni 2023 en worden jaarlijks in juli geïndexeerd. HOOFDSTUK 1 0. - Slotbepalingen

Art. 13.De minister bevoegd voor Mobiliteit is belast met de uitvoering van dit besluit.

Art. 14.Dit besluit en hoofdstuk 3 van de ordonnantie treden in werking op de tiende dag die volgt op de bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad.

Brussel, 22 februari 2024.

Voor de Brusselse Hoofdstedelijke Regering : De Minister-president van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, R. VERVOORT De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering belast met Mobiliteit, Openbare Werken en Verkeersveiligheid, E. VAN DEN BRANDT

^