Etaamb.openjustice.be
Besluit Van De Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 24 januari 2019
gepubliceerd op 06 februari 2019

Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van betreffende de steun voor preactiviteit

bron
brussels hoofdstedelijk gewest
numac
2019010613
pub.
06/02/2019
prom.
24/01/2019
ELI
eli/besluit/2019/01/24/2019010613/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

24 JANUARI 2019. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van betreffende de steun voor preactiviteit


De Brusselse Hoofdstedelijke Regering, Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot hervorming der instellingen, artikel 20;

Gelet op de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen, artikel 8, eerste lid;

Gelet op de organieke ordonnantie van 13 december 2007 betreffende de steun ter bevordering van de economische expansie, de artikelen 25 tot 27, 66 en 71 tot 73;

Gelet op de ordonnantie van 3 mei 2018 betreffende de steun voor de economische ontwikkeling van ondernemingen, de artikelen 3, 4, 30, 31 en 49;

Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 26 juni 2008Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 26/06/2008 pub. 14/08/2008 numac 2008031420 bron ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreffende de steun inzake pre-activiteit en de steun voor studies en diensten van externe consultants sluiten betreffende de steun inzake pre-activiteit en de steun voor studies en diensten van externe consultants;

Gelet op de gendertest, opgesteld op 12 februari 2018 overeenkomstig artikel 3, 2°, van de ordonnantie van 29 maart 2012 houdende de integratie van de genderdimensie in de beleidslijnen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;

Gelet op de evaluatie door de Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering bevoegd voor Economie uitgevoerd op 27 juni 2018 tot een conclusie komend van afwezigheid van weerslag op de situatie van personen met een handicap overeenkomstig artikel 4, § 3, van de ordonnantie van 8 december 2016 betreffende de integratie van de handicapdimensie in de beleidslijnen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 11 juni 2018;

Gelet op het akkoord van de Minister van Begroting, gegeven op 29 juni 2018;

Gelet op het advies van de Economische en Sociale Raad voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, gegeven op 20 september 2018;

Gelet op het advies 64.668/1 van de Raad van State, gegeven op 11 december 2018, in toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op de voordracht van de Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering bevoegd voor Economie, Na beraadslaging, Besluit : HOOFDSTUK 1. - Definities

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit verstaat men onder: 1° minister: de minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering bevoegd voor Economie;2° verordening: de verordening (EU) nr.1407/2013 van de commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun, bekend gemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie L352 van 24 december 2013; 3° BAOB: het Brussels Agentschap voor de Ondersteuning van het Bedrijfsleven;4° BEW: Brussel Economie en Werkgelegenheid van de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel. De in dit besluit bedoelde bedragen zijn inclusief btw en belastingen van eender welke aard. De bedragen inzake investeringen bedoeld in artikel 12, eerste lid, 5°, zijn echter exclusief btw en belastingen van eender welke aard. HOOFDSTUK 2. - Preactiviteitssteun voor een project om een onderneming op te richten Afdeling 1. - Steun voor de uitwerking van een project om een

onderneming op te richten

Art. 2.De minister verleent steun aan natuurlijke personen die een concreet project om een onderneming op te richten, uitwerken, onder de voorwaarden bedoeld in de verordening.

De minister verleent steun aan de vertegenwoordigers van groepen van minimaal drie natuurlijke personen die een concreet project om een coöperatieve vennootschap met sociaal oogmerk op te richten, uitwerken, onder de voorwaarden bedoeld in de verordening.

Art. 3.De begunstigde: 1° is ten minste 18 jaar oud;2° heeft in de drie jaren die de ontvangst van de steunaanvraag voorafgaan niet het sociaal statuut van zelfstandige, als bedoeld in artikel 3 van het koninklijk besluit nr.38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandige, gehad, met uitzondering van het statuut van student-zelfstandige, als bedoeld in artikel 5quater van hetzelfde besluit; 3° beoogt niet een activiteit uit te oefenen die overeenkomt met een van de activiteiten opgenomen in bijlage;4° heeft nog geen steun als bedoeld in dit besluit genoten;5° wordt in de oprichting begeleid door een aangewezen instelling, op basis van een overeenkomst die de duur van de steun bestrijkt;6° heeft een concreet ondernemingsproject, onderbouwd door een beschrijving van het project.

Art. 4.Het BAOB geeft zijn niet-bindend advies met betrekking tot de relevantie en de kwaliteit van het ontvankelijk project. Afdeling 2. - Steun voor de verfijning van een uitgewerkt project om

een onderneming op te richten

Art. 5.De minister verleent steun aan natuurlijke personen die een uitgewerkt en vergevorderd project om een onderneming op te richten, verfijnen, onder de voorwaarden bedoeld in de verordening.

De minister verleent steun aan de vertegenwoordigers van groepen van minimaal drie natuurlijke personen die een uitgewerkt en vergevorderd project om een coöperatieve vennootschap met sociaal oogmerk op te richten, verfijnen, onder de voorwaarden bedoeld in de verordening.

Art. 6.De begunstigde: 1° is ten minste 18 jaar oud;2° heeft in de drie jaren die de ontvangst van de steunaanvraag voorafgaan niet het sociaal statuut van zelfstandige, als bedoeld in artikel 3 van het koninklijk besluit nr.38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandige, gehad, met uitzondering van het statuut van student-zelfstandige; 3° beoogt niet een activiteit uit te oefenen die overeenkomt met een van de activiteiten opgenomen in bijlage;4° heeft nog geen steun als bedoeld in de artikelen 5 en 11 van dit besluit genoten;5° wordt in de oprichting begeleid door een instelling bedoeld in artikel 11, op basis van een overeenkomst die minimaal twee maanden duurt;6° heeft een concreet ondernemingsproject, onderbouwd door: a) een marktonderzoek;b) een strategische analyse;c) een businessplan, met inbegrip van een financieel plan;d) in het geval van een coöperatief project als bedoeld in artikel 5, tweede lid, een overeenkomst tussen de leden van de groep en een presentatie betreffende het sociaal en coöperatief oogmerk van het ondernemingsproject.

Art. 7.Het BAOB geeft zijn niet-bindend advies met betrekking tot de relevantie en de kwaliteit van het ontvankelijk project op basis van de volgende toekenningscriteria: 1° het origineel karakter van het project of het bestaan van een marktpotentieel voor het project;2° de slaagkansen van het project, zoals beoordeeld op basis van de elementen bedoeld in artikel 6, 6°, en van hun kwaliteit;3° het potentieel om binnen de twee jaar bij de onderneming zelf en binnen het Gewest rechtstreeks en onrechtstreeks werkgelegenheid te scheppen indien het project succesvol is;4° de beroepservaring van de initiatiefnemer van het project, de complementariteit van het ondernemersteam en de kwaliteit van de omkadering, met inbegrip van de samenstelling van een eventueel bestuursorgaan;5° de relevantie van bestemming van de steun en de nood eraan voor het succes van het project. HOOFDSTUK 3. - Preactiviteitssteun voor een project om een onderneming over te nemen

Art. 8.De minister verleent steun aan natuurlijke personen die een concreet project om een onderneming over te nemen, uitwerken, onder de voorwaarden bedoeld in de verordening.

De minister verleent steun aan de vertegenwoordigers van groepen van minimaal drie natuurlijke personen die een concreet project om een coöperatieve vennootschap met sociaal oogmerk over te nemen, uitwerken, onder de voorwaarden bedoeld in de verordening.

Een overnameproject is een project dat de verwerving van meer dan de helft van de aandelen van een onderneming die worden afgestaan door zijn vennoten of aandeelhouders en de handhaving of ontwikkeling van de activiteiten ervan beoogt.

Art. 9.De begunstigde: 1° is ten minste 18 jaar oud;2° heeft in de drie jaren die de ontvangst van de steunaanvraag voorafgaan niet het sociaal statuut van zelfstandige, als bedoeld in artikel 3 van het koninklijk besluit nr.38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandige, gehad, met uitzondering van het statuut van student-zelfstandige; 3° beoogt niet een activiteit uit te oefenen die overeenkomt met een van de activiteiten opgenomen in bijlage;4° heeft nog geen steun als bedoeld in dit besluit;5° wordt in de overname begeleid door een instelling bedoeld in artikel 11, op basis van een overeenkomst die minimaal zes maanden duurt;6° beoogt de overname van een onderneming die: a) minstens drie voltijdse werknemers tewerkstelt met een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur, met uitzondering van de uitzendkrachten ; b) maximaal een gemiddelde omzet heeft van 2.000.000 euro in de laatste drie boekjaren, gestaafd aan de hand van de btw-aangiften. 7° heeft een concreet overnameproject, onderbouwd door: a) het ondernemingsnummer van de over te dragen onderneming;b) een verklaring op eer van de voornaamste vennoten of aandeelhouders van de over te dragen onderneming dat bevestigt dat ze in een overdrachtsproces zit en dat de vennoten of aandeelhouders aanvaarden dat ze in een overeenkomst tot overdracht van aandelen clausules opnemen waarin de solidariteit wordt opgenomen van de persoon die afstand doet van de aandelen met de persoon die de aandelen verkrijgt met betrekking tot het verleden van de onderneming;c) een financieringsplan dat de geplande financiering voor de overname uiteenzet;d) een ontwerpontwikkelingsstrategie van de over te dragen onderneming bij overname;e) in het geval van een coöperatief project als bedoeld in artikel 8, tweede lid, een overeenkomst tussen de groepsleden en een voorstelling van het sociaal en coöperatief oogmerk van het overnameproject.

Art. 10.Het BAOB geeft zijn niet-bindend advies met betrekking tot de relevantie en de kwaliteit van het ontvankelijk project op basis van de volgende toekenningscriteria: 1° het bestaan van een marktpotentieel voor de activiteit van de over te dragen onderneming;2° de slaagkansen van het project, zoals beoordeeld op basis van de elementen bedoeld in artikel 9, 6° en 7°, en van hun kwaliteit;3° het potentieel om binnen de twee jaar bij de onderneming zelf en binnen het Gewest rechtstreeks en onrechtstreeks werkgelegenheid te scheppen indien het project succesvol is;4° de beroepservaring van de kandidaat-overnemer, de complementariteit van het ondernemersteam en de kwaliteit van de omkadering, met inbegrip van de samenstelling van een eventueel bestuursorgaan;5° de relevantie van bestemming van de steun en de nood eraan voor het succes van het project;6° het passen in de gewestelijke prioriteiten. HOOFDSTUK 4. - Bepalingen die gemeenschappelijk zijn aan alle preactiviteitssteun Afdeling 1. - Begeleiding

Art. 11.De minister wijst de instellingen aan die bevoegd zijn voor de begeleiding.

De minister bepaalt de inhoud van de begeleiding en de nadere regels van de overeenkomst. Afdeling 2. - Bedrag van de steun

Art. 12.De steun voor preactiviteit bestaat uit een premie van 60 % van de volgende uitgaven: 1° de kosten van consultancyopdrachten die betrekking hebben op de beoogde activiteit en die een markt-, financiële, juridische, technische of informaticastudie betreffen;2° de kosten van maximaal één opleiding die niet langer dan drie maanden duurt en die noodzakelijk is voor de verwezenlijking van het project en die een gebrek aan kennis en ervaring invult;3° de kosten voor de opvang van een kind van maximaal drie jaar oud voor een periode van maximaal drie maanden;4° de kosten voor de deelname aan maximaal een buitenlandse beurs;5° de aankoop of de huur van uitrustingen die onontbeerlijk zijn voor de verwezenlijking van ontwikkelingswerkzaamheden, alsook van goederen en materiaal die noodzakelijk zijn om het project vorm te geven;6° in het geval van een overname van een onderneming bevatten de uitgaven verplicht de kosten van een overnamediagnose, voor meer dan de helft van het totale bedrag van de tussenkomst van het Gewest. De investeringsuitgaven bedoeld in het eerste lid, 5°, komen enkel in aanmerking voor de projecten bedoeld in artikel 5. De investeringsuitgaven belopen in dat geval maximaal 50% van alle in aanmerking komende uitgaven.

Art. 13.De steun voor de uitwerking van een project om een onderneming op te richten bedoeld in artikel 2 bedraagt maximaal 3.000 euro per project.

De steun bedoeld in artikel 5 voor de verfijning van een uitgewerkt project om een onderneming op te richten bedraagt maximaal 15.000 euro per project.

De steun voor een project om een onderneming over te nemen bedoeld in artikel 8 bedraagt maximaal 15.000 euro per project.

De minimale tussenkomst bedraagt 500 euro per aanvraag. Afdeling 3. - In aanmerking komende uitgaven

Art. 14.Enkel de uitgaven gemaakt na de datum van het ontvangstbewijs bedoeld in artikel 20, § 1, en voor de einddatum van het project vastgelegd krachtens artikel 20, § 6, tweede lid, komen in aanmerking.

De uitgaven gemaakt na de oprichting van de onderneming komen niet in aanmerking.

Art. 15.De consultant of opleider die de consultancyopdracht of opleiding uitvoert: 1° is gespecialiseerd in het betrokken domein;2° oefent sinds ten minste twee jaar zijn consultancy- of opleidingsactiviteiten uit;3° geeft blijk van een voldoende bekende deskundigheid, gestaafd aan de hand van een lijst met referenties en een praktijkervaring;4° is onafhankelijk van de begunstigde. BEW kan een beroep doen op een extern expert om te oordelen over de kwaliteit van de gekozen consultant of opleider.

De dienstverlenende onderneming factureert rechtstreeks bij de begunstigde en heeft het leveren van de betrokken consultancy- of opleidingsdiensten als hoofdactiviteit.

Art. 16.De kinderopvang die het kind van de begunstigde opvangt: 1° is een natuurlijk of rechtspersoon;2° is onafhankelijk van de begunstigde;3° vangt het kind op in een vestigingsplaats in het Gewest;4° beschikt over: a) hetzij een vergunning van Kind en Gezin als bedoeld in artikel 4 van het Vlaams decreet van 20 april 2012Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/04/2012 pub. 15/06/2012 numac 2012035637 bron vlaamse overheid Decreet houdende de organisatie van kinderopvang van baby's en peuters sluiten houdende de organisatie van kinderopvang van baby's en peuters;b) hetzij een toestemming als bedoeld in artikel 6, § 2, van het decreet van de Franse Gemeenschap van 17 juli 2002 houdende hervorming van de " Office de la Naissance et de l'Enfance ", afgekort " ONE ".

Art. 17.De in aanmerking komende uitgaven voor de deelname aan beurzen in het buitenland zijn de kosten voor de toegang tot de beurs en de reis per vliegtuig en het verblijf.

De kosten voor de reis per vliegtuig en het verblijf, worden bepaald op basis van de forfaitaire bedragen opgenomen in het ministerieel besluit van 22 december 2017 tot vastlegging van de forfaitaire bedragen voor de uitgaven die verband houden met de huisvestingskosten en de reiskosten per vliegtuig als bepaald in artikel 17 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 19 juli 2017 houdende uitvoering van de ordonnantie van 13 januari 1994 betreffende de bevordering van de buitenlandse handel van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Wat betreft de verblijfkosten komen enkel de uitgaven te tellen vanaf de dag voor aanvang van de beurs tot de dag na afloop van de beurs in aanmerking.

Art. 18.De volgende investeringen komen niet in aanmerking: 1° de uitgaven met een overbodig karakter;2° de onroerende investeringen;3° de investeringen in rollend materieel;4° de investeringen bestemd voor de verhuur;5° de luchtvaartuigen, met uitzondering van de op afstand bestuurde luchtvaartuigen;6° de investeringskredieten die dienen voor de terugbetaling van andere kredieten;7° de verwerving van aandelen van een vennootschap;8° de verwerving van handelsfondsen;9° de investeringen in tweedehandsmeubilair of -materiaal, met uitzondering van de tweedehandsgoederen verworven bij een handelaar waarvan de activiteit betrekking heeft op de verkoop, terugwinning, herverwerking, hergebruik of recyclage van dergelijke goederen en met een waarborg van minimum 6 maanden.10° de investeringen waarvan het bedrag per factuur minder is dan 500 euro. HOOFDSTUK 5. - Procedure voor de behandeling van de steunaanvraagdossiers en de vereffening van de steun

Art. 19.De begunstigde dient de steunaanvraag in bij BEW door middel van een typeformulier. BEW stelt het typeformulier op en stelt het ter beschikking op zijn website. Het typeformulier somt de bijlagen die de begunstigde voegt bij de steunaanvraag op.

De begeleidingsovereenkomst wordt getekend voorafgaand aan elke verbintenis die juridische verplichtingen creëert om de in aanmerking komende uitgaven te verwezenlijken.

De begunstigde geeft alle andere onder de verordening of andere de-minimisverordeningen vallende steun aan die de onderneming gedurende de twee voorafgaande belastingjaren en het lopende belastingjaar heeft ontvangen.

Art. 20.§ 1. Indien de steunaanvraag niet ontvankelijk is, wordt de weigering betekend aan de begunstigde binnen de twee maanden van de ontvangst ervan. § 2. Behalve in het geval bedoeld in § 1, richt BEW binnen twee maanden van de ontvangst ervan, een ontvangstbewijs aan de begunstigde, waarop de referenties van het dossier en de naam van de behandelende ambtenaar vermeld staan. § 3. Indien de steunaanvraag volledig en ontvankelijk is, stuurt BEW de aanvraag door naar het BAOB voor advies. § 4. Indien de steunaanvraag niet volledig is, somt het ontvangstbewijs de ontbrekende elementen op.

De begunstigde heeft een maand vanaf de datum van het ontvangstbewijs om zijn dossier aan te vullen.

Indien het aangevuld dossier ontvankelijk is, bevestigt BEW ontvangst van de ontbrekende elementen binnen de maand van de ontvangst ervan en stuurt de aanvraag door naar het BAOB voor advies.

Indien het aangevuld dossier niet ontvankelijk is of de begunstigde zijn dossier niet binnen de gegeven termijn aanvult, wordt de weigering betekend aan de begunstigde binnen de twee maanden van het verstrijken van de termijn. § 5. Het BAOB deelt zijn advies mee aan BEW binnen de maand die volgt op de datum van het ontvangstbewijs bedoeld in § 3 of § 4, derde lid. § 6. De toekenningsbeslissing wordt betekend aan de begunstigde binnen de twee maanden van de ontvangst van het advies van het BAOB. De minister kan de beslissingstermijn verlengen indien de beschikbare begrotingskredieten uitgeput zijn.

De toekenningsbeslissing legt de einddatum van het project vast, op basis van de informatie gegeven door de begunstigde en het advies van het BAOB. Het project loopt in elk geval ten laatste een jaar na de datum van de betekening van de beslissing ten einde. § 7. BEW deelt de begunstigde mee dat de steun overeenkomstig de verordening wordt verleend.

Art. 21.De instelling die de begeleiding heeft gevoerd stelt een evaluatieverslag betreffende de naleving van de begeleidingsovereenkomst op aan het einde van het project.

Art. 22.§ 1. De steun bedoeld in artikel 2 wordt in één schijf vereffend.

BEW ontvangt de vereffeningsaanvraag, het evaluatieverslag en de bewijsstukken vermeld in de toekenningsbeslissing binnen de drie maanden van het einde van het project. § 2. De steun bedoeld in de artikelen 5 en 8 wordt in twee schijven vereffend: 1° een voorschot van 50% van het bedrag bepaald in de toekenningsbeslissing wordt vereffend na de indiening door de begunstigde van de vereffeningsaanvraag van het voorschot;2° het saldo wordt vereffend na de indiening door de begunstigde van de vereffeningsaanvraag van het saldo, het evaluatieverslag en de bewijsstukken voor het volledige bedrag. BEW ontvangt de vereffeningsaanvraag van het saldo, het evaluatieverslag en de bewijsstukken binnen de drie maanden van het einde van het project.

Indien de begunstigde de vereffening van het saldo niet wenst aan te vragen, dient hij desalniettemin het evaluatieverslag en de bewijsstukken in binnen dezelfde termijn.

De begunstigde betaalt het bedrag van de steun dat hij niet staaft, terug. HOOFDSTUK 6. - Slotbepalingen

Art. 23.Het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 26 juni 2008Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 26/06/2008 pub. 14/08/2008 numac 2008031420 bron ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreffende de steun inzake pre-activiteit en de steun voor studies en diensten van externe consultants sluiten betreffende de steun inzake pre-activiteit en de steun voor studies en diensten van externe consultants wordt opgeheven.

Het besluit bedoeld in het eerste lid blijft evenwel van toepassing op de aanvragen die ingediend werden voor de inwerkingtreding van dit besluit.

Art. 24.Treden in werking op 25 maart 2019: 1° de artikelen 3 en 4 van de ordonnantie van 3 mei 2018 betreffende de steun voor de economische ontwikkeling van ondernemingen;2° dit besluit. Dit besluit is van toepassing op alle steunaanvragen die worden ingediend vanaf de dag van zijn inwerkingtreding.

Art. 25.De minister is belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 24 januari 2019.

Voor de Brusselse Hoofdstedelijke Regering: De Minister-President van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, bevoegd voor Plaatselijke Besturen, Territoriale Ontwikkeling, Stedelijk Beleid, Monumenten en Landschappen, Studentenaangelegenheden, Toerisme, Openbaar Ambt, Wetenschappelijk Onderzoek en Openbare Netheid, R. VERVOORT De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, bevoegd voor Tewerkstelling, Economie en Brandbestrijding en Dringende Medische Hulp, D. GOSUIN

Bijlage. - Beoogde activiteiten die uitgesloten zijn van steun voor preactiviteit

Code NACE BEL 2008

Description

NACE BEL 2008 Code

Beschrijving

B

Industries extractives

B

Winning van delfstoffen

Dans C :

Dans industrie manufacturière :

In C:

In industrie:

19.100

Cokéfaction

19.100

Vervaardiging van cokesovenproducten

Dans C :

Dans industrie manufacturière

In C :

In Industrie

19.100

Cokéfaction

19.100

Vervaardiging van cokesovenproducten

20.600

Fabrication de fibres artificielles ou synthétiques

20.600

Vervaardiging van synthetische en kunstmatige vezels

24.100

Sidérurgie

24.100

Vervaardiging van ijzer en staal en van ferrolegeringen

301

Construction navale

301

Scheepsbouw

33.150

Réparation et maintenance navale

33.150

Reparatie en onderhoud van schepen

Dans G :

Dans commerce de gros et de détail ; réparation de véhicules automobiles et de motocycles :

In G:

In groot- en detailhandel; reparatie van auto's en motorfietsen:

47.730

Commerce de détail de produits pharmaceutiques en magasin spécialisé

47.730

Apotheken

Dans H :

Dans transports et entreposage :

In H:

In vervoer en opslag:

49.410

Transports routiers de fret, sauf services de déménagement

49.410

Goederenvervoer over de weg, m.u.v. verhuisbedrijven

Dans M :

Dans activités spécialisées, scientifiques et techniques :

In M:

In vrije beroepen en wetenschappelijke en technische activiteiten:

69.101

Activités des avocats

69.101

Activiteiten van advocaten

69.102

Activités des notaires

69.102

Activiteiten van notarissen

69.103

Activités des huissiers de justice

69.103

Activiteiten van deurwaarders

71.111

Activités d'architecture de construction

71.111

Bouwarchitecten

O

Administration publique et défense ; sécurité sociale obligatoire

O

Openbaar bestuur en defensie; verplichte sociale verzekeringen

P

Enseignement

P

Onderwijs

Q, à l'exception de :

Santé humaine et action sociale, à l'exception de :

Q, uitgezonderd:

Menselijke gezondheidszorg en maatschappelijke dienstverlening, uitgezonderd:

88.104

Activités des centres de jour pour adultes avec un handicap moteur, y compris les services ambulatoires

88.104

Activiteiten van dagcentra voor volwassenen met een lichamelijke handicap, met inbegrip van ambulante hulpverlening

88.109

Autre action sociale sans hébergement pour personnes âgées et pour personnes avec un handicap moteur

88.109

Overige maatschappelijke dienstverlening zonder huisvesting voor ouderen en lichamelijk gehandicapten

8891

Action sociale sans hébergement pour jeunes enfants

8891

Kinderopvang

88.992

Activités des centres de jour pour adultes avec un handicap mental, y compris les services ambulatoires

88.992

Activiteiten van dagcentra voor volwassenen met een mentale handicap, met inbegrip van ambulante hulpverlening

88.995

Activités des entreprises de travail adapté et de services de proximité

88.995

Beschutte en sociale werkplaatsen en buurt- en nabijheidsdiensten

Dans S :

Dans autres activités de services :

In S:

In overige diensten:

94

Activités des organisations associatives

94

Verenigingen

T

Activités des ménages en tant qu'employeurs ; activités indifférenciées des ménages en tant que producteurs de biens et services pour usage propre

T

Huishoudens als werkgever; niet-gedifferentieerde productie van goederen en diensten door huishoudens voor eigen gebruik

U

Activités des organismes extra-territoriaux

U

Extraterritoriale organisaties en lichamen


Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 24 januari 2019 betreffende de steun voor preactiviteit, Brussel, 24 januari 2019.

Voor de Brusselse Hoofdstedelijke Regering: De Minister-President van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, bevoegd voor Plaatselijke Besturen, Territoriale Ontwikkeling, Stedelijk Beleid, Monumenten en Landschappen, Studentenaangelegenheden, Toerisme, Openbaar Ambt, Wetenschappelijk Onderzoek en Openbare Netheid, R. VERVOORT De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, bevoegd voor Tewerkstelling, Economie en Brandbestrijding en Dringende Medische Hulp, D. GOSUIN

^