gepubliceerd op 01 oktober 2020
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 Bij vonnis van 20 juli 2020, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 27 augustus 2020, heeft de Franstalige Correctionele Rechtbank te Brussel d « Schendt artikel 187, § 1, vierde lid, van het Wetboek van strafvordering - geïnterpreteerd i(...)
GRONDWETTELIJK HOF
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere
wet van 6 januari 1989Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
06/01/1989
pub.
18/02/2008
numac
2008000108
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Bijzondere wet op het Arbitragehof
sluiten Bij vonnis van 20 juli 2020, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 27 augustus 2020, heeft de Franstalige Correctionele Rechtbank te Brussel de volgende prejudiciële vraag gesteld : « Schendt artikel 187, § 1, vierde lid, van het Wetboek van strafvordering - geïnterpreteerd in die zin dat het niet meer mogelijk is in verzet te komen tegen de burgerrechtelijke veroordeling nadat de straf is verjaard - de artikelen 10 en 11 van de Grondwet in zoverre het impliceert dat een persoon die bij verstek is veroordeeld en die geen kennis heeft gekregen van de betekening van het vonnis voordat de bij dat vonnis uitgesproken straf is verjaard, niet meer in verzet kan komen tegen de burgerrechtelijke beschikkingen van dat vonnis nadat de verjaringstermijn van de straf is verstreken, terwijl de persoon die kennis heeft gekregen van de betekening van het vonnis voordat de straf is verjaard, wel in verzet kan komen tegen de burgerrechtelijke beschikkingen van dat vonnis binnen een termijn van vijftien dagen na die kennisneming, terwijl het bij verstek gewezen vonnis, voor beide categorieën van personen, burgerrechtelijke verplichtingen creëert ? ».
Die zaak is ingeschreven onder nummer 7428 van de rol van het Hof.
De griffier, P.-Y. Dutilleux