Etaamb.openjustice.be
Bericht
gepubliceerd op 05 februari 2013

Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 Bij vonnis van 19 december 2012 in zake de nv « Nyrstar Belgium » tegen de Belgische Staat, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 4 januari 20 1. « Schendt een interpretatie van de regeling inzake het forfaitair gedeelte van buitenlandse bela(...)

bron
grondwettelijk hof
numac
2013200598
pub.
05/02/2013
prom.
--
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

GRONDWETTELIJK HOF


Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/01/1989 pub. 18/02/2008 numac 2008000108 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet op het Arbitragehof sluiten Bij vonnis van 19 december 2012 in zake de nv « Nyrstar Belgium » tegen de Belgische Staat, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 4 januari 2013, heeft de Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen de volgende prejudiciële vragen gesteld : 1. « Schendt een interpretatie van de regeling inzake het forfaitair gedeelte van buitenlandse belasting (FBB), daaronder begrepen artikelen 285 en 292 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen, volgens dewelke het voordeel van het FBB niet overdraagbaar zou zijn naar een later belastbaar tijdperk, noch terugbetaalbaar, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet doordat vermelde bepalingen een onderscheid maken tussen : - enerzijds, de vennootschappen die intresten ontvangen die een verdragsrechtelijk gegarandeerd recht geven op de verrekening van het FBB, in de loop van een belastbaar tijdperk waarin ze een positieve belastbare basis hebben en die daardoor de verschuldigde belastingen kunnen verminderen met het FBB zodat dubbele belasting volledig wordt vermeden; - en, anderzijds, de vennootschappen die intresten ontvangen die een verdragsrechtelijk gegarandeerd recht geven op de verrekening van het FBB, in de loop van een belastbaar tijdperk waarin ze geen of een negatieve belastbare basis hebben waardoor het voordeel van het FBB definitief verloren gaat en er dubbele belasting ontstaat ? »; 2. « Schenden artikel 37, lid 3 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen en artikel 285 juncto 292, lid 1 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen in verband met het forfaitair gedeelte van buitenlandse belasting of FBB de artikelen 10 en 11 van de Grondwet doordat vermelde bepalingen geen onderscheid maken tussen : - enerzijds, de vennootschappen die intresten ontvangen die een verdragsrechtelijk gegarandeerd recht geven op de verrekening van het FBB en die voor een bepaald belastbaar tijdperk een positieve belastbare basis hebben waarin het FBB is begrepen, maar die de daarover verschuldigde belastingen finaal kunnen verminderen met het FBB zodat dubbele belasting volledig wordt vermeden en de belastingdruk van deze vennootschappen wordt verminderd; - en, anderzijds, de vennootschappen die eveneens intresten ontvangen die een verdragsrechtelijk gegarandeerd recht geven op de verrekening van het FBB en die voor een bepaald belastbaar tijdperk geen of een negatieve belastbare basis hebben waarin het FBB begrepen is, en die bij het gebrek aan belastbare basis het FBB niet effectief kunnen verrekenen waardoor het FBB het bedrag aan fiscaal overdraagbare verliezen vermindert zodat op een later tijdstip fictieve winst wordt belast en er dubbele belasting ontstaat ? ».

Die zaak is ingeschreven onder nummer 5547 van de rol van het Hof.

De griffier, F. Meersschaut

^