gepubliceerd op 17 mei 2006
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof Bij vonnis van 22 maart 2006 in zake S. Fagnant, waarvan de expeditie ter griffie van het Arbitragehof is ingekomen op 29 maart 2006, heeft de ra « Schendt artikel 37quinquies, § 4, van het Strafwetboek (wet van 17 april 2002), geïnterprete(...)
ARBITRAGEHOF
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere
wet van 6 januari 1989Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
06/01/1989
pub.
18/02/2008
numac
2008000108
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Bijzondere wet op het Arbitragehof
sluiten op het Arbitragehof Bij vonnis van 22 maart 2006 in zake S. Fagnant, waarvan de expeditie ter griffie van het Arbitragehof is ingekomen op 29 maart 2006, heeft de raadkamer van de Rechtbank van eerste aanleg te Namen de volgende prejudiciële vraag gesteld : « Schendt artikel 37quinquies, § 4, van het Strafwetboek (
wet van 17 april 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
17/04/2002
pub.
07/05/2002
numac
2002009412
bron
ministerie van justitie
Wet tot invoering van de werkstraf als autonome straf in correctionele zaken en in politiezaken
type
wet
prom.
17/04/2002
pub.
03/05/2002
numac
2002003211
bron
ministerie van financien
Wet tot wijziging van artikel 94 van het Wetboek der successierechten ingevolge het nieuwe lokalisatiecriterium voor het recht van successie zoals bepaald bij de bijzondere wet van 13 juli 2001 tot herfinanciering van de gemeenschappen en uitbreiding van de fiscale bevoegdheden van de gewesten
sluiten), geïnterpreteerd in die zin dat het de persoon die veroordeeld werd tot een werkstraf niet de mogelijkheid biedt tot beroep tegen het verslag van de probatiecommissie dat besluit tot de toepassing van de vervangende straf, terwijl de op probatie gestelde veroordeelde wel beroep kan instellen tegen de beslissingen van de commissie in het kader van de tenuitvoerlegging van zijn veroordeling (artikel 12, § 2, van de wet van 29 juni 1964), de artikelen 10 en 11 van de Grondwet ? ».
Die zaak is ingeschreven onder nummer 3951 van de rol van het Hof.
De griffier, P.-Y. Dutilleux.