gepubliceerd op 26 april 2004
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof Bij vonnis van 25 februari 2004 in zake het openbaar ministerie en G. Fairon en anderen tegen A. Schmitz en het Waalse Gewest, waarvan de expedit « Schendt artikel 5, tweede lid, van het Strafwetboek, zoals hersteld bij de wet van 4 mei 1999 tot(...)
ARBITRAGEHOF
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere
wet van 6 januari 1989Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
06/01/1989
pub.
18/02/2008
numac
2008000108
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Bijzondere wet op het Arbitragehof
sluiten op het Arbitragehof Bij vonnis van 25 februari 2004 in zake het openbaar ministerie en G. Fairon en anderen tegen A. Schmitz en het Waalse Gewest, waarvan de expeditie ter griffie van het Arbitragehof is ingekomen op 1 maart 2004, heeft de Politierechtbank te Verviers de volgende prejudiciële vraag gesteld : « Schendt artikel 5, tweede lid, van het Strafwetboek, zoals hersteld bij de
wet van 4 mei 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/05/1999
pub.
11/09/1999
numac
1999021298
bron
ministerie van justitie
Wet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord tussen de Federale Staat en het Waalse Gewest inzake de begeleiding en behandeling van daders van seksueel misbruik
type
wet
prom.
04/05/1999
pub.
28/07/1999
numac
1999000422
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Bijzondere wet tot beperking van de cumulatie van het mandaat van lid van de Vlaamse Raad, van de Franse Gemeenschapsraad, van de Waalse Gewestraad en van de Brusselse Hoofdstedelijke Raad met andere ambten
type
wet
prom.
04/05/1999
pub.
01/10/1999
numac
1999009663
bron
ministerie van justitie
Wet tot wijziging van de wet van 25 ventôse jaar XI op het notarisambt
type
wet
prom.
04/05/1999
pub.
11/09/1999
numac
1999021311
bron
ministerie van justitie
Wet houdende instemming tot het samenwerkingsakkoord tussen de Federale Staat en de Vlaamse Gemeenschap inzake de begeleiding en behandeling van daders van seksueel misbruik
sluiten tot invoering van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van rechtspersonen, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet doordat de persoon die is tewerkgesteld door een privaatrechtelijke rechtspersoon en die een onopzettelijk misdrijf heeft gepleegd, eventueel niet kan worden veroordeeld indien hij een minder ernstige fout heeft begaan dan zijn werkgever, terwijl de persoon die is tewerkgesteld door een publiekrechtelijke rechtspersoon en die hetzelfde misdrijf heeft gepleegd, noodzakelijkerwijze zal moeten worden veroordeeld, waarbij de cumulatie van verantwoordelijkheden mogelijk is in het tweede geval, dat in dat artikel niet wordt beoogd ? » Die zaak is ingeschreven onder nummer 2938 van de rol van het Hof.
De griffier, P.-Y. Dutilleux.