Etaamb.openjustice.be
Bericht
gepubliceerd op 06 mei 2000

Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof Bij beschikking van 17 februari 2000 in zake F. Debay tegen de n.v. Fiducre en anderen, waarvan de expeditie ter griffie van het Arbitragehof is i « Schendt artikel 1675/13, § 5, van het Gerechtelijk Wetboek de artikelen 10 en 11 van de Gron(...)

bron
arbitragehof
numac
2000021224
pub.
06/05/2000
prom.
--
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

ARBITRAGEHOF


Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/01/1989 pub. 18/02/2008 numac 2008000108 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet op het Arbitragehof sluiten op het Arbitragehof Bij beschikking van 17 februari 2000 in zake F. Debay tegen de n.v.

Fiducre en anderen, waarvan de expeditie ter griffie van het Arbitragehof is ingekomen op 24 februari 2000, heeft de Rechtbank van eerste aanleg te Bergen de volgende prejudiciële vraag gesteld : « Schendt artikel 1675/13, § 5, van het Gerechtelijk Wetboek de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in zoverre het de mogelijkheid om een gerechtelijke aanzuiveringsregeling te genieten ontzegt aan de personen die zulks vragen en wier inkomen onder het in de wet van 7 augustus 1974Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/08/1974 pub. 28/10/1998 numac 1998000076 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot instelling van het recht op een bestaansminimum - Duitse vertaling sluiten bedoelde bestaansminimum ligt ? » Die zaak is ingeschreven onder nummer 1893 van de rol van het Hof.

De griffier, L. Potoms.

Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/01/1989 pub. 18/02/2008 numac 2008000108 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet op het Arbitragehof sluiten op het Arbitragehof Bij vonnis van 18 februari 2000 in zake A. Sacré tegen de Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers, waarvan de expeditie ter griffie van het Arbitragehof is ingekomen op 28 februari 2000, heeft de Arbeidsrechtbank te Hoei de volgende prejudiciële vraag gesteld : « Schendt artikel 56bis, § 1, van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in zoverre het tot gevolg heeft dat een wees verschillend wordt behandeld naargelang op het ogenblik van het overlijden van één van zijn ouders, de rechthebbende de vader of de moeder is, enerzijds, of een derde, anderzijds, vermits dat artikel, voor het verkrijgen van de verhoogde kinderbijslag voor wezen, slechts in één welbepaalde voorwaarde voorziet, waaraan uitsluitend door de vader of de moeder moet zijn voldaan, en een derde daarbij ambtshalve uitgesloten is ? » Die zaak is ingeschreven onder nummer 1894 van de rol van het Hof.

De griffier, L. Potoms.

^