Etaamb.openjustice.be
Arrest
gepubliceerd op 02 maart 2002

Uittreksel uit arrest nr. 157/2001 van 4 december 2001 Rolnummer 2270 In zake : de prejudiciële vraag over artikel 7, § 1, van het koninklijk besluit van 21 december 1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- Het Arbitragehof, beperkte kamer, samengesteld uit voorzitter M. Melchior en de rechters-verslag(...)

bron
arbitragehof
numac
2002021044
pub.
02/03/2002
prom.
--
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

ARBITRAGEHOF


Uittreksel uit arrest nr. 157/2001 van 4 december 2001 Rolnummer 2270 In zake : de prejudiciële vraag over artikel 7, § 1, van het koninklijk besluit van 21 december 1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers, gesteld door de Arbeidsrechtbank te Brussel.

Het Arbitragehof, beperkte kamer, samengesteld uit voorzitter M. Melchior en de rechters-verslaggevers R. Henneuse en E. Derycke, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, wijst na beraad het volgende arrest : I. Onderwerp van de prejudiciële vraag Bij vonnis van 2 oktober 2001 in zake P. Loir tegen de Rijksdienst voor Pensioenen, waarvan de expeditie ter griffie van het Arbitragehof is ingekomen op 11 oktober 2001, heeft de Arbeidsrechtbank te Brussel de volgende prejudiciële vraag gesteld : « Schendt artikel 7, § 1, van het koninklijk besluit van 21 december 1967 het grondwettelijk voorschrift van de artikelen 10 en 11 in zoverre het feit door een geval van overmacht (ziekenhuisopname) niet fysiek aanwezig te zijn geweest tijdens de daglessen die een volledige cyclus omvatten, terwijl men toch voor de examens is geslaagd, erop zou neerkomen die lessen niet te hebben gevolgd ? » (...) III. In rechte (...) B.1. Bij vonnis van 2 oktober 2001 stelt de Arbeidsrechtbank te Brussel aan het Hof de volgende prejudiciële vraag : « Schendt artikel 7, § 1, van het koninklijk besluit van 21 december 1967 het grondwettelijk voorschrift van de artikelen 10 en 11 in zoverre het feit door een geval van overmacht (ziekenhuisopname) niet fysiek aanwezig te zijn geweest tijdens de daglessen die een volledige cyclus omvatten, terwijl men toch voor de examens is geslaagd, erop zou neerkomen die lessen niet te hebben gevolgd ? » B.2. Noch artikel 26, § 1, van de bijzondere wet van 6 januari 1989, noch enige andere grondwettelijke of wettelijke bepaling kent het Hof de bevoegdheid toe om bij wijze van prejudiciële beslissing uitspraak te doen over de vraag of een koninklijk besluit al dan niet strijdig is met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet.

Het feit dat artikel 7, § 1, van het koninklijk besluit van 21 december 1967 onder andere verwijst naar het koninklijk besluit nr. 50 van 24 oktober 1967 en dat dit laatste besluit genomen is op grond van de bijzonderemachtenwet van 31 maart 1967, verandert niets aan de - verordenende - aard van dat artikel 7.

B.3. De prejudiciële vraag behoort dan ook klaarblijkelijk niet tot de bevoegdheid van het Hof.

Om die redenen, het Hof, beperkte kamer, met eenparigheid van stemmen uitspraak doende, verklaart zich onbevoegd om op de prejudiciële vraag te antwoorden.

Aldus uitgesproken in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof, op de openbare terechtzitting van 4 december 2001.

De griffier, De voorzitter, P.-Y. Dutilleux. M. Melchior.

^