Etaamb.openjustice.be
Arrest
gepubliceerd op 13 oktober 2001

Uittreksel uit arrest nr. 82/2001 van 13 juni 2001 Rolnummer 1943 In zake : de prejudiciële vraag over artikel 3, § 2, tweede lid, van het decreet van de Vlaamse Raad van 23 oktober 1991 betreffende de openbaarheid van bestuursdocumenten Het Arbitragehof, samengesteld uit de voorzitters H. Boel en M. Melchior, de rechters L. Françoi(...)

bron
arbitragehof
numac
2001021492
pub.
13/10/2001
prom.
--
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

ARBITRAGEHOF


Uittreksel uit arrest nr. 82/2001 van 13 juni 2001 Rolnummer 1943 In zake : de prejudiciële vraag over artikel 3, § 2, tweede lid, van het decreet van de Vlaamse Raad van 23 oktober 1991 betreffende de openbaarheid van bestuursdocumenten in de diensten en instellingen van de Vlaamse Regering, gesteld door de Raad van State.

Het Arbitragehof, samengesteld uit de voorzitters H. Boel en M. Melchior, de rechters L. François, P. Martens, A. Arts en E. De Groot, en, overeenkomstig artikel 60bis van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof, emeritus rechter E. Cerexhe, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter H. Boel, wijst na beraad het volgende arrest : I. Onderwerp van de prejudiciële vraag Bij arrest nr. 85.592 van 23 februari 2000 in zake M. Wittouck tegen de Vlaamse Gemeenschap, waarvan de expeditie ter griffie van het Arbitragehof is ingekomen op 7 april 2000, heeft de Raad van State de volgende prejudiciële vraag gesteld : « Schendt artikel 3, § 2, 2° lid van het Decreet van 23 oktober 1991 betreffende de openbaarheid van bestuursdocumenten in de diensten en instellingen van de Vlaamse Regering de artikelen 10 en 11 van de gecoördineerde Grondwet, doordat men geen belang moet hebben om bestuursdocumenten in te zien en een niet-belanghebbende aldus zonder meer inzage kan vragen van alle bestuursdocumenten, onafgezien of die bestuursdocumenten ten grondslag liggen aan beslissingen die al dan niet eindbeslissingen zijn; terwijl volgens artikel 3, § 2, 2° lid van het Decreet van 23 oktober 1991 betreffende de openbaarheid van bestuursdocumenten in de diensten en instellingen van de Vlaamse Regering, een belanghebbende in een bepaalde aangelegenheid enkel bestuursdocumenten kan inzien, zolang in de betrokken aangelegenheid geen eindbeslissing is genomen; terwijl een ongelijke behandeling niet gerechtvaardigd wordt door een bepaald doel, aangezien in geval van een rechtmatig ongelijke behandeling, een belanghebbende meer recht op inzage van de betreffende bestuursdocumenten zou moeten hebben dan een niet-belanghebbende ? » (...) IV. Ten gronde (...) B.1. De prejudiciële vraag heeft betrekking op artikel 3, § 2, tweede lid, van het decreet van 23 oktober 1991 betreffende de openbaarheid van bestuursdocumenten in de diensten en instellingen van de Vlaamse Regering, zoals het van kracht was in 1995, vóór de wijzigingen ervan door het decreet van 13 juni 1996. Die bepaling luidde : « Wat de bestuursdocumenten betreft die worden opgesteld ter voorbereiding van administratieve beslissingen, geldt de openbaarheid niet zolang in de betrokken aangelegenheid geen eindbeslissing is genomen. » B.2.1. Luidens artikel 2 van het decreet van 23 oktober 1991 moet onder bestuursdocument worden begrepen « alle beschikbare informatie in geschreven, visuele, auditieve of geautomatiseerde vorm, opgesteld door of in opdracht van de diensten bepaald in 2°, waaruit hetzij een bestuursbeslissing blijkt, hetzij een handeling blijkt die tot een bestuursbeslissing heeft bijgedragen ». Artikel 3, § 2, eerste lid, stelt dat bestuursdocumenten in beginsel openbaar zijn en voorziet in een aantal uitzonderingen.

De openbaarheid van voorbereidende handelingen zoals gesteld in de in het geding zijnde bepaling wordt evenwel uitgesteld tot de eindbeslissing is genomen. Vanaf dat moment zijn niet alleen de documenten waaruit de bestuursbeslissing blijkt openbaar, maar ook de documenten waaruit een handeling blijkt die tot een bestuursbeslissing heeft bijgedragen (zie advies Raad van State, Parl. St., Vlaamse Raad, 1990-1991, nr. 535/1, p. 19).

B.2.2. Artikel 9 van het decreet luidde : « Iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon heeft het recht om elk bestuursdocument vrij en kosteloos te raadplegen, hierover uitleg te krijgen en er tegen retributie, bepaald door de Vlaamse Regering, een afschrift van te krijgen.

De nadere regelen in verband met de uitoefening van het in het vorige lid bedoelde recht tot inzage van de bestuursdocumenten en tot het verkrijgen van uitleg en afschriften, worden door de Vlaamse Regering vastgesteld. » Uit die bepaling volgt dat elke natuurlijke persoon of rechtspersoon de openbaarmaking kan vragen zonder dat deze een belang hoeft aan te tonen. Hetzelfde geldt voor de bestuursdocumenten die worden opgesteld ter voorbereiding van administratieve beslissingen.

B.3.1. De prejudiciële vraag peilt naar de bestaanbaarheid van de in geding zijnde bepaling met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet « doordat men geen belang moet hebben om bestuursdocumenten in te zien en een niet-belanghebbende aldus zonder meer inzage kan vragen van alle bestuursdocumenten, onafgezien of die bestuursdocumenten ten grondslag liggen aan beslissingen die al dan niet eindbeslissingen zijn ». De vraag gaat uit van de onjuiste veronderstelling dat « niet-belanghebbenden » reeds vóór de eindbeslissing kennis kunnen krijgen van de bestuursdocumenten opgesteld ter voorbereiding van administratieve beslissingen terwijl belanghebbenden dat niet zouden kunnen.

B.3.2. Er is geen aanleiding om in te gaan op een prejudiciële vraag die uitgaat van een verkeerde lezing van de in geding zijnde bepaling.

Om die redenen, het Hof zegt voor recht : De prejudiciële vraag behoeft geen antwoord.

Aldus uitgesproken in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof, op de openbare terechtzitting van 13 juni 2001, door de voormelde zetel, waarin emeritus rechter E. Cerexhe voor de uitspraak is vervangen door rechter J.-P. Snappe, overeenkomstig artikel 110 van de voormelde wet.

De griffier, P.-Y. Dutilleux De voorzitter, H. Boel

^