Etaamb.openjustice.be
Arrest Van Het Grondwettelijk Hof
gepubliceerd op 23 februari 2024

Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 Bij arrest van 7 december 2023, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 18 januari 2024, heeft het Hof van Cassatie de volgende prejudiciële vraa « Schenden de artikelen 418, eerste lid, en 419, eerste lid, 4° WIB92, in de versie zoals van toep(...)

bron
grondwettelijk hof
numac
2024001621
pub.
23/02/2024
prom.
--
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

GRONDWETTELIJK HOF


Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/01/1989 pub. 18/02/2008 numac 2008000108 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet op het Arbitragehof sluiten Bij arrest van 7 december 2023, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 18 januari 2024, heeft het Hof van Cassatie de volgende prejudiciële vraag gesteld : « Schenden de artikelen 418, eerste lid, en 419, eerste lid, 4° WIB92, in de versie zoals van toepassing voor de aanslagjaren 2015 en 2016, de artikelen 10, 11 en 172 Grondwet in de uitlegging dat ze uitsluiten dat moratoriuminterest wordt toegekend aan de belastingplichtige wanneer deze de bedrijfsvoorheffing aanvankelijk spontaan heeft betaald maar nadien een bezwaarschrift heeft ingediend en terugbetaling heeft gevorderd van de bedrijfsvoorheffing en de rechter deze vordering inwilligt, doordat ze een verschillende behandeling invoeren : 1° tussen die belastingplichtigen en de belastingplichtigen die de terugbetaling verkrijgen van een belasting, roerende voorheffing of bedrijfsvoorheffing die zij hebben betaald nadat die belasting of voorheffing ten onrechte jegens hen werd ingekohierd, waarbij aan de laatstgenoemde belastingplichtigen moratoriuminterest wordt toegekend ? 2° tussen die belastingplichtigen en de belastingplichtigen die de terugbetaling verkrijgen van dezelfde voorheffingen, die zij niet spontaan hebben betaald binnen de termijn bepaald in artikel 412 van dat wetboek, maar pas nadat de administratie ze jegens hen had ingekohierd, overeenkomstig artikel 304, § 1, tweede lid, van datzelfde wetboek, waarbij aan de laatstgenoemde belastingplichtigen moratoriuminterest wordt toegekend ? ». Die zaak is ingeschreven onder nummer 8147 van de rol van het Hof.

De griffier, F. Meersschaut

^