Etaamb.openjustice.be
Arrest Van Het Grondwettelijk Hof
gepubliceerd op 17 november 2021

Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 Bij arrest van 30 september 2021, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 15 oktober 2021, heeft de kamer van inbeschuldigingstelling van het Ho « Schendt artikel 128, tweede lid, Wetboek van Strafvordering, de artikelen 10 en 11 van de Grondwe(...)

bron
grondwettelijk hof
numac
2021205222
pub.
17/11/2021
prom.
--
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

GRONDWETTELIJK HOF


Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/01/1989 pub. 18/02/2008 numac 2008000108 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet op het Arbitragehof sluiten Bij arrest van 30 september 2021, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 15 oktober 2021, heeft de kamer van inbeschuldigingstelling van het Hof van Beroep te Brussel de volgende prejudiciële vragen gesteld : « Schendt artikel 128, tweede lid, Wetboek van Strafvordering, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet in zover de burgerlijke partij die de strafvordering instelt door een klacht met burgerlijke partijstelling voor de onderzoeksrechter steeds gehouden is een rechtsplegingsvergoeding te betalen aan de partij die door het onderzoeksgerecht voor bepaalde feiten buiten vervolging wordt gesteld, maar voor andere feiten wel naar de strafrechter wordt verwezen (zodat er nog geen uitsluitsel is over de gegrondheid van haar burgerlijke vordering), terwijl de burgerlijke partij die de strafvordering instelt door een rechtstreekse dagvaarding voor het vonnisgerecht, slechts gehouden kan zijn een rechtsplegingsvergoeding te betalen aan de beklaagde indien die integraal wordt vrijgesproken of de vordering van de burgerlijke partij om andere redenen integraal wordt afgewezen ? Schendt artikel 128, tweede lid, Wetboek van Strafvordering het recht op toegang tot de rechter, zoals neergelegd in artikel 13 Grondwet, in samenhang gelezen met artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in zover de burgerlijke partij die klacht met burgerlijke partijstelling indient bij de onderzoeksrechter, gehouden is een rechtsplegingsvergoeding te betalen aan de partij die het openbaar ministerie in zijn eindvordering als inverdenkinggestelde aanduidt en die voor bepaalde feiten buiten vervolging wordt gesteld, ook wanneer het onderzoeksgerecht diezelfde inverdenkinggestelde wegens andere feiten (waar de burgerlijke partij haar burgerlijke partijstelling op steunde) verwijst naar het vonnisgerecht, dat de strafvordering en de burgerlijke vordering nog moet beoordelen ? ».

Die zaak is ingeschreven onder nummer 7652 van de rol van het Hof.

De griffier, F. Meersschaut

^