Loi portant le livre 1er « Dispositions générales » du Code civil | Wet houdende boek 1 "Algemene bepalingen" van het Burgerlijk Wetboek |
---|---|
SERVICE PUBLIC FEDERAL JUSTICE | FEDERALE OVERHEIDSDIENST JUSTITIE |
28 AVRIL 2022. - Loi portant le livre 1er « Dispositions générales » du Code civil (1) PHILIPPE, Roi des Belges, A tous, présents et à venir, Salut. La Chambre des représentants a adopté et Nous sanctionnons ce qui suit : CHAPITRE 1er. - Disposition introductive | 28 APRIL 2022. - Wet houdende boek 1 "Algemene bepalingen" van het Burgerlijk Wetboek (1) FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt : HOOFDSTUK
1. - Inleidende bepaling Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel |
Article 1er.La présente loi règle une matière visée à l'article 74 de |
74 van de Grondwet. |
la Constitution. | |
CHAPITRE 2. - Contenu du livre 1er "Dispositions générales" du Code | HOOFDSTUK 2. - Inhoud van boek 1 "Algemene bepalingen" van het |
civil | Burgerlijk Wetboek |
Art. 2.Le Livre 1er du Code civil créé par l'article 2 de la loi du |
Art. 2.Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, ingevoerd bij artikel 2 van |
13 avril 2019 portant création d'un Code civil et y insérant un livre | de wet van 13 april 2019 tot invoering van een Burgerlijk Wetboek en |
8 "La preuve", comprend les dispositions suivantes : | tot invoeging van boek 8 "Bewijs" in dat Wetboek, bevat de volgende |
"Livre 1er. Dispositions générales | bepalingen: "Boek 1. Algemene bepalingen |
Art. 1.1. Sources | Art. 1.1. Bronnen |
Sans préjudice des lois particulières, de la coutume et des principes | Onverminderd de bijzondere wetten, de gewoonte en de algemene |
généraux du droit, le présent Code régit le droit civil, et plus | rechtsbeginselen regelt dit Wetboek het burgerlijk recht en ruimer het |
largement le droit privé. Il s'applique en toutes matières, sous | privaatrecht. Het is van algemene toepassing onder voorbehoud van de |
réserve des règles propres à l'exercice de la puissance publique. | regels die eigen zijn aan de uitoefening van het openbaar gezag. |
Les usages ne sont une source de droit que si la loi ou le contrat s'y | De gebruiken zijn slechts bron van recht indien de wet of het contract |
réfère. | daarnaar verwijst. |
Art. 1.2. Application de la loi dans le temps La loi ne dispose que pour l'avenir. Elle n'a pas d'effet rétroactif à moins que cela ne soit indispensable à la réalisation d'un objectif d'intérêt général. Sauf disposition contraire, la loi nouvelle est applicable non seulement aux situations nées après son entrée en vigueur, mais aussi aux effets futurs de situations nées sous l'empire de la loi ancienne qui se produisent ou perdurent sous la loi nouvelle, pour autant qu'il ne soit pas ainsi porté atteinte à des droits déjà irrévocablement fixés. Par dérogation à l'alinéa 2, la loi ancienne reste applicable aux | Art. 1.2. Toepassing van de wet in de tijd De wet beschikt alleen voor de toekomst. Zij heeft geen terugwerkende kracht tenzij dit noodzakelijk is voor een doelstelling van algemeen belang. Behoudens andersluidende bepaling, is een nieuwe wet niet alleen van toepassing op situaties die na haar inwerkingtreding ontstaan, maar ook op de toekomstige gevolgen van onder de vroegere wet ontstane situaties die zich voordoen of voortduren onder de nieuwe wet, voor zover dit geen afbreuk doet aan reeds onherroepelijk vastgestelde rechten. In afwijking van het tweede lid, blijft de oude wet van toepassing op |
contrats conclus sous l'empire de cette loi, sauf si la loi nouvelle | contracten gesloten onder deze wet, tenzij de nieuwe wet van openbare |
est d'ordre public ou impérative ou si elle prescrit son application | orde of dwingend recht is of de toepassing ervan bepaalt op lopende |
aux contrats en cours. Néanmoins, la validité du contrat demeure régie | contracten. De geldigheid van het contract blijft evenwel beheerst |
par la loi applicable au moment de sa conclusion. | door de wet die van toepassing was op het ogenblik van zijn |
totstandkoming. | |
Art. 1.3. Acte juridique | Art. 1.3. Rechtshandeling |
L'acte juridique est la manifestation de volonté par laquelle une ou plusieurs personnes ont l'intention de faire naître des effets de droit. Sauf disposition légale contraire, toute personne, physique ou morale, possède la capacité de jouissance et la capacité d'exercice. On ne peut déroger à l'ordre public ni aux règles impératives. Est d'ordre public la règle de droit qui touche aux intérêts essentiels de l'Etat ou de la collectivité, ou qui fixe, dans le droit privé, les bases juridiques sur lesquelles repose la société, telles que l'ordre économique, moral, social ou environnemental. Est impérative la règle de droit édictée pour la protection d'une partie réputée plus faible par la loi. | De rechtshandeling is de wilsuiting waarbij een of meer personen de bedoeling hebben om rechtsgevolgen te doen ontstaan. Tenzij de wet anders beschikt, heeft iedere natuurlijke of rechtspersoon rechtsbekwaamheid en handelingsbekwaamheid. Er kan niet worden afgeweken van de openbare orde, noch van de regels van dwingend recht. Is van openbare orde de rechtsregel die de essentiële belangen van de staat of van de gemeenschap raakt of die in het privaatrecht de juridische grondslagen bepaalt waarop de maatschappij berust, zoals de economische orde, de morele orde, de sociale orde of de orde van het leefmilieu. Is van dwingend recht de rechtsregel die is vastgesteld ter bescherming van een partij die door de wet als zwakker wordt gehouden. |
Art. 1.4. Manifestation de volonté | Art. 1.4. Wilsuiting |
La manifestation de volonté est expresse ou tacite. | De wilsuiting is uitdrukkelijk of stilzwijgend. |
La manifestation de volonté est réceptice lorsqu'elle doit parvenir à | De wilsuiting is mededelingsplichtig wanneer zij een bepaalde persoon |
une personne déterminée pour produire ses effets. Elle peut être | moet bereiken om uitwerking te hebben. Zij kan worden ingetrokken |
retirée aussi longtemps qu'elle n'est pas parvenue au destinataire. | zolang zij de bestemmeling niet heeft bereikt. |
Art. 1.5. Notification | Art. 1.5. Kennisgeving |
La notification est la communication d'une décision ou d'un fait par | De kennisgeving is de mededeling van een beslissing of een feit |
une personne à une ou plusieurs personnes déterminées. | verricht door een persoon aan een of meer bepaalde personen. |
La notification parvient au destinataire lorsque celui-ci en prend | De kennisgeving bereikt de bestemmeling wanneer deze ervan kennisneemt |
connaissance ou aurait raisonnablement pu en prendre connaissance. | of er redelijkerwijze kennis van had kunnen nemen. |
La notification accomplie par voie électronique parvient au | De kennisgeving langs elektronische weg verricht, bereikt de |
destinataire soit lorsque celui-ci en prend connaissance, soit | bestemmeling hetzij wanneer deze ervan kennis neemt, hetzij wanneer |
lorsqu'il aurait raisonnablement pu en prendre connaissance pour | deze er redelijkerwijze kennis van had kunnen nemen voor zover dat, in |
autant que, dans cette dernière hypothèse, ce destinataire ait | die laatste hypothese, die bestemmeling voorafgaandelijk het gebruik |
préalablement accepté l'utilisation de l'adresse électronique ou d'un | heeft aanvaard van het elektronisch adres of van een ander |
autre mode de communication électronique auquel l'auteur de la | elektronisch communicatiemiddel dat de persoon die de kennisgeving |
notification a eu recours. | verricht, heeft aangewend. |
Art. 1.6. Terme et condition | Art. 1.6. Tijdsbepaling en voorwaarde |
A moins que la loi ou sa nature s'y oppose, les effets d'un acte | Tenzij de wet of haar aard zich daartegen verzet, kunnen de gevolgen |
juridique peuvent être affectés d'un terme ou d'une condition. | van een rechtshandeling aan een tijdsbepaling of een voorwaarde worden verbonden. |
Art. 1.7. Calcul des délais | Art. 1.7. Berekening termijnen |
§ 1er. Un délai exprimé en jours, en semaines, en mois ou en années | § 1. Een in dagen, weken, maanden of jaren omschreven termijn begint |
commence à courir le lendemain de l'événement ou de l'acte qui lui donne naissance. § 2. Un délai exprimé en heures commence à courir immédiatement. § 3. Les délais comprennent les jours fériés, les dimanches et les samedis sauf si ceux-ci en sont expressément exclus ou si les délais sont exprimés en jours ouvrables. Les jours ouvrables sont tous les jours autres que les jours fériés légaux, dimanches et samedis. § 4. Si le dernier jour d'un délai exprimé autrement qu'en heures pour l'accomplissement d'une prestation ou d'une communication est un jour férié, un dimanche ou un samedi, le délai prend fin à l'expiration de la dernière heure du jour ouvrable suivant. Ce paragraphe ne s'applique pas aux délais calculés rétroactivement à partir d'une date ou d'un événement déterminé. § 5. Tout délai de deux jours ou plus comporte au moins deux jours ouvrables. § 6. Un semestre signifie une période de six mois, un trimestre une période de trois mois et un demi-mois une période de quinze jours. Si une période est déterminée en mois ou années qui ne doivent pas être consécutifs, le mois est compté comme trente jours et l'année | de dag na de gebeurtenis of handeling die ertoe leidt, te lopen. § 2. Een in uren omschreven termijn begint onmiddellijk te lopen. § 3. Wettelijke feestdagen, zondagen en zaterdagen zijn in de termijnen begrepen, behalve indien deze dagen daarvan uitdrukkelijk zijn uitgesloten of indien de termijnen in werkdagen zijn omschreven. Werkdagen zijn alle andere dagen dan wettelijke feestdagen, zondagen en zaterdagen. § 4. Indien de laatste dag van een anders dan in uren omschreven termijn waarbinnen een behaalde prestatie of mededeling moet worden verricht, een wettelijke feestdag, een zondag of een zaterdag is, dan loopt deze termijn af bij het einde van het laatste uur van de daaropvolgende werkdag. Deze paragraaf is niet van toepassing op termijnen die met terugwerkende kracht vanaf een bepaalde datum of gebeurtenis worden berekend. § 5. Elke termijn van twee of meer dagen bevat ten minste twee werkdagen. § 6. Onder een semester wordt een periode van zes maanden verstaan, onder een trimester een periode van drie maanden en onder een halve maand een periode van vijftien dagen. Indien een periode wordt bepaald in maanden of jaren die niet aansluitend moeten zijn, wordt de maand geteld als dertig dagen en het |
comme 365 jours. | jaar als 365 dagen. |
§ 7. Le présent article s'applique en l'absence de disposition légale | § 7. Dit artikel is van toepassing tenzij de wet of een |
ou d'acte juridique contraire. | rechtshandeling anders bepaalt. |
Art. 1.8. Représentation | Art. 1.8. Vertegenwoordiging |
§ 1er. Il y a représentation lorsqu'une personne est habilitée à | § 1. Er is sprake van vertegenwoordiging wanneer een persoon de |
accomplir un acte juridique avec un tiers pour le compte d'une autre | bevoegdheid heeft om voor rekening van een ander een rechtshandeling |
personne. | met een derde te verrichten. |
La représentation est immédiate ou parfaite lorsque le représentant | De vertegenwoordiging is onmiddellijk of volkomen wanneer de |
accomplit l'acte juridique au nom et pour le compte de la personne | vertegenwoordiger de rechtshandeling verricht in naam en voor rekening |
représentée. | van de vertegenwoordigde persoon. |
La représentation est médiate ou imparfaite lorsque le représentant | Zij is middellijk of onvolkomen wanneer de vertegenwoordiger die |
accomplit cet acte en son propre nom, mais pour le compte de la | handeling in eigen naam verricht, maar voor rekening van de |
personne représentée. | vertegenwoordigde persoon. |
§ 2. La représentation trouve sa source dans un acte juridique, une | § 2. Vertegenwoordiging vindt haar oorsprong in een rechtshandeling, |
décision de justice ou la loi. § 3. En cas de représentation immédiate, l'acte juridique accompli par le représentant produit ses effets entre le représenté et le tiers. En cas de représentation médiate, l'acte juridique accompli par le représentant produit ses effets entre ce dernier et le tiers. § 4. En cas de représentation immédiate, si le représentant excède ses pouvoirs, l'acte juridique ne lie pas le représenté à l'égard des tiers, sauf s'il le ratifie. La ratification rétroagit à la date à laquelle l'acte juridique a été accompli, sans préjudice des droits acquis par les tiers. § 5. Le représenté est également lié par l'acte juridique accompli par un représentant sans pouvoir si l'apparence d'un pouvoir suffisant lui est imputable et si le tiers pouvait raisonnablement tenir pour vraie cette apparence dans les circonstances données. L'apparence est imputable au représenté si celui-ci a librement, par ses déclarations ou son comportement, même non fautifs, contribué à créer ou à entretenir l'apparence. § 6. Quiconque doit accomplir des actes juridiques pour le compte d'autrui ne peut se porter contrepartie de celui-ci ni intervenir en cas de conflit d'intérêts. Un tel acte juridique est nul à moins que le représenté y ait expressément ou tacitement consenti. | een gerechtelijke beslissing of de wet. § 3. In geval van onmiddellijke vertegenwoordiging brengt de door de vertegenwoordiger verrichte rechtshandeling rechtsgevolgen teweeg tussen de vertegenwoordigde en de derde. In geval van middellijke vertegenwoordiging brengt de door de vertegenwoordiger verrichte rechtshandeling rechtsgevolgen teweeg tussen de laatstgenoemde en de derde. § 4. In geval van onmiddellijke vertegenwoordiging, indien de vertegenwoordiger een rechtshandeling verricht zonder daartoe bevoegd te zijn, verbindt de rechtshandeling de vertegenwoordigde niet ten aanzien van derden, behalve als hij deze bekrachtigt. De bekrachtiging werkt terug tot op de datum waarop de rechtshandeling is verricht, onverminderd de door derden verkregen rechten. § 5. De vertegenwoordigde is eveneens gebonden door de rechtshandeling verricht door een onbevoegde vertegenwoordiger indien de schijn van een toereikende bevoegdheid hem is toe te rekenen en de derde deze schijn in de gegeven omstandigheden redelijkerwijze voor werkelijk mocht aannemen. De schijn is toerekenbaar aan de vertegenwoordigde indien hij uit vrije wil door zijn verklaringen of zijn gedraging, die niet onrechtmatig hoeven te zijn, ertoe bijgedragen de schijn te wekken of in stand te houden. § 6. Wie voor rekening van een ander rechtshandelingen moet verrichten, mag niet optreden als tegenpartij van die andere noch in geval van een belangenconflict. Een dergelijke rechtshandeling is nietig, tenzij de vertegenwoordigde hiermee uitdrukkelijk of stilzwijgend heeft ingestemd. |
Art. 1.9. Bonne foi subjective | Art. 1.9. Subjectieve goede trouw |
La bonne foi est présumée. | De goede trouw wordt vermoed. |
Une personne est de mauvaise foi, lorsqu'elle connaît les faits ou | Een persoon is te kwader trouw, wanneer hij de feiten of de |
l'acte juridique auxquels doit se rapporter sa bonne foi ou | rechtshandeling, waarop zijn goede trouw betrekking moet hebben, kende |
lorsqu'elle aurait dû les connaître, eu égard aux circonstances | of in de gegeven omstandigheden behoorde te kennen. |
concrètes. Art. 1.10. Abus de droit Nul ne peut abuser de son droit. Commet un abus de droit celui qui l'exerce d'une manière qui dépasse manifestement les limites de l'exercice normal de ce droit par une personne prudente et raisonnable placée dans les mêmes circonstances. La sanction d'un tel abus consiste en la réduction du droit à son usage normal, sans préjudice de la réparation du dommage que l'abus a causé. Art. 1.11. Intention de nuire La faute intentionnelle, commise dans le but de nuire ou de réaliser un gain, ne peut procurer d'avantage à son auteur. | Art. 1.10. Rechtsmisbruik Niemand mag misbruik maken van zijn recht. Wie zijn recht uitoefent op een wijze die kennelijk de grenzen te buiten gaat van de normale uitoefening van dat recht door een voorzichtig en redelijk persoon in dezelfde omstandigheden geplaatst, maakt misbruik van zijn recht. De sanctie voor een dergelijk misbruik bestaat in de matiging van het recht tot zijn normale rechtsuitoefening, onverminderd het herstel van de schade die het misbruik heeft berokkend. Art. 1.11. Oogmerk om te schaden De opzettelijke fout, gepleegd met het oogmerk te schaden of uit winstbejag, mag de dader geen voordeel verschaffen. |
Art. 1.12. Renonciation à un droit | Art. 1.12. Afstand van recht |
La renonciation à un droit ne se présume pas. Elle ne peut se déduire | Afstand van recht wordt niet vermoed. Hij kan slechts worden afgeleid |
que de faits ou d'actes qui ne sont pas susceptibles d'une autre interprétation.". | uit feiten of handelingen die voor geen andere uitleg vatbaar zijn.". |
CHAPITRE 3. - Dispositions transitoires | HOOFDSTUK 3. - Overgangsbepalingen |
Art. 3.Les dispositions du livre 1er du Code civil s' appliquent aux |
Art. 3.De bepalingen van boek 1 van het Burgerlijk Wetboek zijn van |
actes juridiques et aux faits juridiques survenus après l'entrée en | toepassing op alle rechtshandelingen en rechtsfeiten die hebben |
vigueur de la présente loi. | plaatsgevonden na de inwerkingtreding van deze wet. |
Sauf accord contraire des parties, elles ne s'appliquent pas et les | Tenzij partijen anders zijn overeengekomen, zijn die niet van |
règles antérieures demeurent applicables: | toepassing en blijven de vorige regels van toepassing: |
1° aux effets futurs des actes juridiques et faits juridiques survenus | 1° op de toekomstige gevolgen van rechtshandelingen en rechtsfeiten |
avant l'entrée en vigueur de la présente loi; | die hebben plaatsgevonden voor de inwerkingtreding van deze wet; |
2° par dérogation à l'alinéa 1er, aux actes juridiques et aux faits | 2° in afwijking van het eerste lid, op rechtshandelingen en |
juridiques survenus après l'entrée en vigueur de la présente loi qui | rechtsfeiten die hebben plaatsgevonden na de inwerkingtreding van deze |
se rapportent à une obligation née d'un acte juridique ou d'un fait | wet die betrekking hebben op een verbintenis ontstaan uit een |
juridique survenu avant l'entrée en vigueur de la présente loi. | rechtshandeling of rechtsfeit dat heeft plaatsgevonden voor de |
inwerkingtreding van deze wet. | |
CHAPITRE 4. - Disposition abrogatoire | HOOFDSTUK 4. - Opheffingsbepaling |
Art. 4.L'article 1er de l'ancien Code civil, renuméroté par la loi du |
Art. 4.Artikel 1 van het oude Burgerlijk Wetboek, vernummerd bij de |
18 juin 2018, est abrogé. | wet van 18 juni 2018, wordt opgeheven. |
CHAPITRE 5. - Entrée en vigueur | HOOFDSTUK 5. - Inwerkingtreding |
Art. 5.La présente loi entre en vigueur le premier jour du sixième |
Art. 5.Deze wet treedt in werking op de eerste dag van de zesde maand |
mois qui suit celui de sa publication au Moniteur belge. | na die waarin ze is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. |
Promulguons la présente loi, ordonnons qu'elle soi revêtue du sceau de | Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden |
l'Etat et publiée par le Moniteur belge. | bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. |
Donné à Bruxelles, le 28 avril 2022. | Gegeven te Brussel, 28 april 2022. |
PHILIPPE | FILIP |
Par le Roi : | Van Koningswege : |
Le Ministre de la Justice, | De Minister van Justitie, |
A. VAN QUICKENBORNE | A. VAN QUICKENBORNE |
Scellé du sceau de l'Etat : | Met 's Lands zegel gezegeld : |
Le Ministre de la Justice, | De Minister van Justitie, |
V. VAN QUICKENBORNE | V. VAN QUICKENBORNE |
_______ | _______ |
Note | Nota |
(1) Chambre des représentants | (1) Kamer van volksvertegenwoordigers |
(www.lachambre.be) | (www.dekamer.be) |
Documents : 55 1805 | Stukken: 55 1805 |
Compte rendu intégral : 21 avril 2022. | Integraal Verslag: 21 april 2022. |