← Retour vers "Circulaire n° 14/1 relative aux effets du nouveau projet de plan régional d'affectation du sol "
Circulaire n° 14/1 relative aux effets du nouveau projet de plan régional d'affectation du sol | Omzendbrief nr. 14/1 over de effecten van het nieuw ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan |
---|---|
MINISTERE DE LA REGION DE BRUXELLES-CAPITALE 30 AOUT 1999. - Circulaire n° 14/1 relative aux effets du nouveau projet de plan régional d'affectation du sol Aux Collèges des Bourgmestre et Echevins, Aux fonctionnaires délégués, Au Collège d'urbanisme Préambule Le Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale a adopté le 16 juillet 1998 un premier projet de plan régional d'affectation du sol (en abrégé P.R.A.S.). Ce projet a été soumis à enquête publique du 1er septembre 1998 au 2 novembre 1998 et les avis des différentes instances consultatives et des communes ont été recueillis. Le 30 août 1999, le Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale adopte un deuxième projet de P.R.A.S. qui sera soumis à une nouvelle enquête publique. Le Gouvernement a, en effet, estimé que le P.R.A.S. ne pouvait être adopté définitivement dans la mesure où il aurait comporté plusieurs modifications substantielles par rapport au premier projet de P.R.A.S. ne reposant pas valablement sur les observations formulées lors de l'enquête publique ou sur les avis émis. La procédure d'adoption du P.R.A.S. définitif est donc renouvelée afin de prendre en considération ces modifications, de les soumettre à une nouvelle enquête publique, ainsi qu'à l'avis des instances consultatives et de la Commission régionale de développement, conformément aux articles 28 et 29 de l'Ordonnance du 29 août 1991 organique de la planification et de l'urbanisme (en abrégé O.O.P.U.). La présente circulaire aborde dès lors successivement les conséquences de l'absence d'adoption du P.R.A.S. (I), la portée du nouveau projet de P.R.A.S. (II) et la grille de lecture des dispositions planologiques applicables aux demandes de permis et certificat d'urbanisme (III). Conséquences de l'absence d'adoption du plan régional d'affectation du sol | MINISTERIE VAN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST 30 AUGUSTUS 1999. - Omzendbrief nr. 14/1 over de effecten van het nieuw ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan Aan de Colleges van Burgemeester en Schepenen, Aan de gemachtigde ambtenaren, Aan het Stedenbouwkundig College Inleiding De Brusselse Hoofdstedelijke Regering heeft op 16 juli 1998 haar goedkeuring gehecht aan een eerste ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan (afgekort G.B.P.).Dat ontwerp werd van 1 september 1998 tot 2 november 1998 aan het openbaar onderzoek onderworpen en daarnaast werden de adviezen ingewonnen van de verschillende adviesorganen en van de gemeenten. Op 30 augustus 1999 neemt de Brusselse Hoofdstedelijke Regering een tweede ontwerp van G.B.P. aan dat aan een nieuw openbaar onderzoek zal worden onderworpen. Immers, de Regering was van oordeel dat het G.B.P. niet definitief kon worden goedgekeurd aangezien het in vergelijking met het eerste ontwerp van G.B.P. verschillende wezenlijke wijzigingen zou bevat hebben die niet gebaseerd zijn op de tijdens het openbaar onderzoek geformuleerde opmerkingen of op de uitgebrachte adviezen. De procedure ter goedkeuring van het definitieve G.B.P. wordt dus hernieuwd om die wijzigingen in aanmerking te nemen, ze te onderwerpen aan een nieuw openbaar onderzoek, alsmede aan het advies van de adviesorganen en van de Gewestelijke Ontwikkelingscommissie, overeenkomstig de artikelen 28 en 29 van de ordonnantie van 29 augustus 1991 houdende organisatie van de planning en de stedenbouw (afgekort O.O.P.S.). Derhalve behandelt deze omzendbrief achtereenvolgens de gevolgen van het uitblijven van een goedgekeurd G.B.P. (I), de draagwijdte van het nieuwe ontwerp van G.B.P. (II) en het leesschema van de planologische bepalingen die van toepassing zijn op de aanvragen om stedenbouwkundige vergunning en attest (III). Gevolgen van het uitblijven van een goedgekeurd gewestelijk bestemmingsplan |
L'article 31 de l'O.O.P.U., déterminant les effets d'un projet de plan | Artikel 31 van de O.O.P.S. waarin de gevolgen van een ontwerp van |
régional d'affectation du sol, s'énonce comme suit : | gewestelijk bestemmingsplan zijn bepaald, is geformuleerd als volgt : |
« Le projet de plan arrêté par le Gouvernement a même force obligatoire et même valeur réglementaire que le plan définitif. L'arrêté du Gouvernement qui arrête le projet de plan détermine les dispositions du plan régional d'affectation du sol, des plans communaux de développement et des plans particuliers d'affectation du sol en vigueur dont l'effet est suspendu en raison de leur défaut de conformité au projet de plan. Cette suspension est levée si le plan régional d'affectation du sol n'est pas entré en vigueur dans les douze mois de l'entrée en vigueur du projet de plan. N'ont ni force obligatoire, ni valeur réglementaire les dispositions | « Het door de Regering vastgestelde ontwerpplan heeft dezelfde bindende kracht en dezelfde verordenende waarde als het definitieve plan. Het besluit van de Regering dat het ontwerp-plan vaststelt, bepaalt van welke bepalingen van het vigerende gewestelijk bestemmingsplan, van de vigerende gemeentelijke ontwikkelingsplannen en van de vigerende bijzondere bestemmingsplannen de werking wordt geschorst wegens hun gebrek aan overeenstemming met het ontwerp-plan. Deze schorsing wordt opgeheven indien het gewestelijk bestemmingsplan niet in werking is getreden binnen twaalf maanden na de inwerkingtreding van het ontwerp-plan. De bepalingen van het ontwerp-plan die niet overeenstemmen met de |
du projet de plan qui ne sont pas conformes à celles suspendues en | bepalingen die krachtens het tweede lid worden geschorst, hebben noch |
vertu du deuxième alinéa ». | bindende kracht noch verordenende waarde ». |
Quant à l'article 123 de l'O.O.P.U., il prévoit que : | Artikel 123 van de O.O.P.S. bepaalt : |
« Le refus du permis fondé sur les motifs visés à l'article 116 § 41 | « De weigering van de vergunning, gegrond op de in artikel 116, § 42 |
devient caduc : | bedoelde redenen, vervalt : |
1° (...); | 1° (...); |
2° dans le cas visé au 2°, si ce plan n'est pas entré en vigueur dans | 2° in het in 2° bedoelde geval indien dit plan niet in werking is |
les douze mois qui suivent l'entrée en vigueur de l'arrêté du | getreden binnen twaalf maanden volgend op de inwerkingtreding van het |
Gouvernement qui arrête le projet; | besluit van de Regering houdende vaststelling van het ontwerp; |
3° (...). | 3° (...). |
Le refus de permis fondé sur les motifs visés à l'article 118, § 33 | De weigering van de vergunning, gegrond op de in artikel 118, § 34 |
devient caduc : | bedoelde redenen, vervalt : |
1° dans le cas visé à l'alinéa 1er, si le plan n'est pas entré en | 1° in het geval bedoeld in het eerste lid, indien het plan niet in |
vigueur dans les douze mois qui suivent l'entrée en vigueur de | werking is getreden binnen twaalf maanden volgend op de |
l'arrêté du Gouvernement qui arrête le projet; | inwerkingtreding van het besluit van de Regering houdende vaststelling |
van het ontwerp; | |
2° (...). | 2° (...). |
Dans les cas visés aux premier et deuxième alinéas, la requête | In de gevallen bedoeld in het eerste en tweede lid is het |
primitive fait l'objet, à la demande du requérant, d'une nouvelle | oorspronkelijk verzoek op vraag van de verzoeker het voorwerp van een |
décision qui, en cas de refus, ne peut plus être fondée sur ledit | nieuwe beslissing die, in geval van weigering, niet op de genoemde |
motif ». | reden kan worden gegrond ». |
Comme le souligne le Conseil d'Etat dans son avis L 29.191/4 du 3 mai | Zoals de Raad van State onderstreept in zijn advies L. 29.191/4 van 3 |
1999 relatif au projet d'arrêté du Gouvernement de la Région de | mei 1999 nopens het ontwerp van besluit van de Brusselse |
Hoofdstedelijke Regering « tot goedkeuring van het ontwerp van | |
Bruxelles-Capitale "adoptant le projet de plan régional d'affectation | gewestelijk bestemmingsplan » volgt uit de voormelde artikelen 31 en |
du sol", il résulte des articles 31 et 123 précités, notamment, que | 123 inzonderheid dat de aan het ontwerp van gewestelijk |
les effets attachés au projet de P.R.A.S. ne s'appliquent que pendant | bestemmingsplan verbonden gevolgen slechts gedurende twaalf maanden te |
douze mois à compter de l'entrée en vigueur du projet. | rekenen vanaf de inwerkingtreding van het ontwerp van toepassing zijn. |
Dès lors que le P.R.A.S. définitif n'est pas entré en vigueur à | Indien het definitieve G.B.P. niet in werking is getreden na het |
l'expiration du délai de douze mois suivant le premier projet de | verstrijken van een termijn van twaalf maanden volgend op het eerste |
P.R.A.S. du 16 juillet 1998 : | ontwerp van G.B.P. van 16 juli 1998 : |
le projet de P.R.A.S. du 16 juillet 1998 perd sa force obligatoire et | verliest het ontwerp van G.B.P. van 16 juli 1998 zijn bindende kracht |
sa valeur réglementaire à partir du 3 septembre 1999; | en verordenende waarde met ingang van 3 september 1999; |
la suspension des dispositions du plan de secteur et des plans | wordt de schorsing van de bepalingen van het gewestplan en van de |
particuliers d'affectation du sol (en abrégé P.P.A.S.) en raison de | bijzondere bestemmingsplannen (afgekort B.B.P.) om reden van hun |
leur défaut de conformité avec le premier projet de P.R.A.S. du 16 | gebrek aan overeenstemming met het eerste ontwerp van G.B.P. van 16 |
juillet 1998 est levée; | juli 1998 opgeheven; |
les refus de permis et de certificats d'urbanisme fondés sur | vervallen de weigeringen van stedenbouwkundige vergunningen en |
l'incompatibilité des demandes de permis avec le premier projet de | attesten die gegrond zijn op de onverenigbaarheid van de aanvragen om |
P.R.A.S. du 16 juillet 1998 sont caducs. | vergunning met het eerste ontwerp van G.B.P. van 16 juli 1998. |
Valeur du projet de plan régional d'affectation du sol du 30 août 1999 | Waarde van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan van 30 augustus 1999 |
1. Le Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale a donc adopté le | 1. De Brusselse Hoofdstedelijke Regering heeft dus op 30 augustus 1999 |
30 août 1999, un deuxième projet de P.R.A.S. | een tweede ontwerp van G.B.P. aangenomen. |
Si ce nouveau projet n'a pas de force obligatoire et de valeur | Ook al heeft het ontwerp geen bindende kracht en verordenende waarde, |
réglementaire, il n'est pas pour autant dépourvu de toute valeur. | toch verliest het niet alle waarde. Zoals de Raad van State |
Comme le souligne le Conseil d'Etat, le projet peut constituer un | onderstreept, kan het ontwerp een gegeven vormen waarbij de opvatting |
élément exprimant la conception que se font les autorités du bon | van de overheden over de goede plaatselijke ordening tot uiting |
aménagement des lieux, si aucune disposition législative ou | gebracht wordt, indien geen enkele wets- of verordeningsbepaling zich |
réglementaire ne s'y oppose. | hiertegen verzet. |
Depuis l'abrogation par l'ordonnance du 16 juillet 1998 modifiant | Sinds de opheffing, door de ordonnantie van 16 juli 1998 tot wijziging |
l'O.O.P.U, des dispositions réglementaires contenues dans le plan | |
régional de développement (en abrégé P.R.D.), seules les dispositions | van de O.O.P.S., van de verordeningsbepalingen van het gewestelijk |
planologiques suivantes seront encore d'application au lendemain du 3 | ontwikkelingsplan (afgekort GewOP) zullen na 3 september 1999, |
uiterste geldigheidsdatum van het eerste ontwerp van G.B.P. van 16 | |
septembre 1999, date limite de validité du premier projet de P.R.A.S. | juli 1998, nog enkel de volgende planologische bepalingen van |
du 16 juillet 1998 : | toepassing zijn : |
le plan de secteur de l'agglomération bruxelloise arrêté le 28 | het op 28 november 1979 vastgestelde gewestplan van de Brusselse |
novembre 1979 à l'exception des dispositions abrogées par l'arrêté du | agglomeratie met uitzondering van de bepalingen die zijn opgeheven bij |
Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 3 mars 1995 | het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 3 maart 1995 |
arrêtant le P.R.D.; | tot vastlegging van het GewOP; |
les P.P.A.S. et les permis de lotir non périmés pour autant que leurs | de B.B.P.'s en de niet verlopen verkavelingsvergunningen voor zover |
dispositions n'aient pas été contraires au plan de secteur et aux | hun bepalingen niet strijdig waren met het gewestplan en de |
dispositions réglementaires du P.R.D. | verordeningsbepalingen van het GewOP. |
Subsistent également les dispositions indicatives du P.R.D. | De indicatieve bepalingen van het GewOP blijven eveneens bestaan. |
Il y a lieu en outre de tenir compte des plans communaux de | Bovendien moet worden rekening gehouden met de van kracht zijnde |
développement (en abrégé P.C.D.) en vigueur. | gemeentelijke ontwikkelingsplannen (afgekort G.O.P.). |
2. En vue de faciliter la tâche des destinataires de cette circulaire, le Gouvernement leur suggère dès lors les étapes suivantes aux fins de déterminer la situation planologique d'un bien. Statuer sur une demande de permis ou de certificat d'urbanisme implique, en effet, la confrontation du projet aux exigences et contraintes des plans en vigueur qui régissent la situation urbanistique de la parcelle concernée. Cette confrontation suppose que l'autorité compétente pour statuer sur la demande ait pu, au préalable, déterminer quelles sont les dispositions planologiques encore applicables à la parcelle concernée. Ce travail d'identification doit être mené, successivement, à deux niveaux : tout d'abord, à l'échelon des plans régionaux; ensuite et enfin, à l'échelon des plans locaux. Niveau régional 1ère étape | 2. Met het doel de taak van de geadresseerden van deze omzendbrief te vergemakkelijken, suggereert de Regering hen de hierna vermelde etappes te volgen om de planologische toestand van een goed te bepalen. Immers, een beslissing nemen over een aanvraag om stedenbouwkundige vergunning of attest impliceert dat het project wordt vergeleken met de eisen en verplichtingen van de vigerende plannen die de stedenbouwkundige toestand van het betrokken perceel regelen. Die vergelijking veronderstelt dat de overheid die bevoegd is om een beslissing te nemen over de aanvraag, vooraf heeft kunnen vaststellen welke planologische bepalingen nog van toepassing zijn op het betrokken perceel. Dit identificatiewerk moet achtereenvolgens op twee niveaus worden gedaan : eerst op het niveau van de gewestelijke plannen; daarna op het niveau van de plaatselijke plannen. Gewestelijk niveau 1e etappe |
- Déterminer la zone dans laquelle la parcelle faisant l'objet de la | - Het gebied bepalen waarin het perceel waarop de aanvraag betrekking |
demande est située. | heeft, gelegen is. |
A cette fin, lire la carte des affectations du plan de secteur de | Lees te dien einde de bestemmingskaart van het gewestplan van de |
l'agglomération bruxelloise. | Brusselse agglomeratie. |
2ème étape | 2e etappe |
- Déterminer le périmètre dans lequel la parcelle faisant l'objet de | - De perimeter bepalen waarin het perceel waarop de aanvraag |
la demande est située. | betrekking heeft, gelegen is. |
A cette fin, consulter la carte n° 7 intitulée "carte réglementaire de | Raadpleeg te dien einde de kaart nr. 7 van het GewOP, « verordenende |
l'affectation du sol" du P.R.D. 5 | kaart van de bodembestemming » genoemd 6. |
- Vérifier si le P.R.D. n'a pas abrogé les prescriptions urbanistiques | - Onderzoeken of het GewOP de zowel grafische als geschreven |
tant graphiques que littérales du plan de secteur applicables au | stedenbouwkundige voorschriften van het gewestplan niet heeft |
projet en cause | opgeheven welke op het betrokken project van toepassing zijn. |
A cette fin, examen des articles 2, 3 et 4 de l'arrêté du 3 mars 1995 arrêtant le P.R.D. Ces articles abrogent les prescriptions urbanistiques littérales (article 2), les définitions des termes du glossaire des principaux termes utilisés (article 3) et les prescriptions graphiques (article 4) du plan de secteur, non conformes au P.R.D. Niveau local 3ème étape - Vérifier l'existence éventuelle d'un P.P.A.S. ou d'un permis de lotir non périmé couvrant la parcelle faisant l'objet de la demande. 4ème étape - Vérifier si le P.P.A.S. applicable en l'espèce ne figure pas parmi les dix P.P.A.S. qui ont été abrogés par l'article 5 de l'arrêté du 3 mars 1995 arrêtant le P.R.D.; | Te dien einde, de artikelen 2, 3 en 4 van het besluit van 3 maart 1995 tot vastlegging van het GewOP onderzoeken. Die artikelen heffen de geschreven stedenbouwkundige voorschriften op (artikel 2), alsmede de definities van de termen in de lijst van de voornaamste gebruikte termen (artikel 3) en de grafische vooorschriften (artikel 4) van het gewestplan die niet overeenstemmen met het GewOP. Plaatselijk niveau 3e etappe - Onderzoeken of er eventueel een B.B.P. of een niet verlopen verkavelingsvergunning bestaat voor het perceel waarop de aanvraag betrekking heeft. 4e etappe - Onderzoeken of het B.B.P. dat in dit geval van toepassing is niet behoort tot de tien B.B.P.'s die werden opgeheven door artikel 5 van het besluit van 3 maart 1995 tot vastlegging van het GewOP; |
- Vérifier en l'absence d'abrogation explicite ou implicite 7 par les plans supérieurs, si les dispositions de ce P.P.A.S. applicables au projet en cause ou si le permis de lotir non périmé n'ont pas fait l'objet d'une abrogation par le plan de secteur originel, par le P.R.D. ou par ce qui subsiste du plan de secteur après les abrogations contenues dans le P.R.D., selon le cas 8. Les dispositions abrogées ne peuvent donc être utilisées en vue d'examiner la situation planologique du projet en cause. Pour identifier ces dispositions, il y a lieu d'appliquer la méthode suivante. Il s'agit, pour chaque P.P.A.S. ou chaque permis de lotir non périmé applicable à la parcelle concernée par la demande et encore en vigueur au moment où l'autorité va statuer sur la demande de permis ou de certificat d'urbanisme, de remonter à la date à laquelle ce P.P.A.S. ou ce permis de lotir est devenu obligatoire. Cette date étant connue, il faudra, depuis ce moment, opérer un cheminement dans le temps et confronter les prescriptions du P.P.A.S. ou du permis de lotir avec celles des plans supérieurs existant à cette date ou adoptés depuis lors. Pratiquement, il faudra distinguer selon que le P.P.A.S. ou le permis de lotir est devenu obligatoire avant ou après l'adoption définitive du plan de secteur et dans ce dernier cas, si son caractère obligatoire est intervenu avant ou après l'adoption définitive du P.R.D. - Pour les P.P.A.S. ou permis de lotir devenus obligatoires avant l'adoption définitive du plan de secteur, il faudra vérifier, dans un premier temps, leur conformité avec l'ensemble des prescriptions du plan de secteur. Dans un second temps, pour les dispositions de ces P.P.A.S. ou permis de lotir qui n'auraient pas été implicitement abrogées par le plan de secteur, il faudra, à leur tour, les confronter à l'ensemble des dispositions du volet réglementaire du P.R.D. et voir si elles n'ont pas été implicitement abrogées par elles. Le fait, pour ce volet réglementaire, d'abroger certaines dispositions du plan de secteur n'a pas eu pour conséquence de faire revivre des dispositions des plans inférieurs ou permis de lotir qui auraient été implicitement abrogées par les dispositions du plan de secteur abrogées par celles du volet réglementaire du P.R.D. Idem en ce qui concerne la situation découlant de l'abrogation du volet réglementaire du P.R.D. par une ordonnance subséquente. Ce qui a été abrogé par un plan, fût-il lui-même abrogé, demeure donc | - Onderzoeken of, bij het ontbreken opheffing explicitiet of implicitiet 9 met de hogere plannen, de bepalingen van dit B.B.P. die op het betrokken project van toepassing zijn, of de niet verlopen verkavelingsvergunning niet het voorwerp zijn geweest van een opheffing door, naargelang het geval, het oorspronkelijk gewestplan, door het GewOP, of door wat overblijft van het gewestplan na de opheffingen vervat in het GewOP 10. De opgeheven bepalingen mogen derhalve niet worden gebruikt voor het onderzoek van de planologische toestand van het betrokken project. Om die bepalingen te identificeren, dient de volgende methode te worden toegepast. Voor ieder B.B.P. of voor iedere niet verlopen verkavelingsvergunning die van toepassing zijn op het perceel waarop de aanvraag betrekking heeft en die nog van kracht zijn op het moment dat de overheid een beslissing gaat nemen over de aanvraag om stedenbouwkundige vergunning of attest, dient te worden teruggegaan naar de datum waarop dit B.B.P. of die verkavelingsvergunning bindend is geworden. Eens die datum bekend, zal de tijd vanaf dat moment moeten worden doorlopen en zullen de voorschriften van het B.B.P. of van de verkavelingsvergunning moeten worden vergeleken met die van de hogere plannen welke op die datum bestaan of sindsdien aangenomen zijn. In feite zal een onderscheid moeten worden gemaakt volgens het moment waarop het B.B.P. of de verkavelingsvergunning bindend is geworden, ofwel vóór, ofwel na de definitieve goedkeuring van het gewestplan; in het laatste geval, wordt onderscheid gemaakt volgens het moment waarop het bindend karakter is opgetreden, ofwel vóór, ofwel na d definitieve goedkeuring van het GewOP. - Voor de B.B.P.'s of verkavelingsvergunningen die bindend zijn geworden vóór de definitieve goedkeuring van het gewestplan, zal vooreerst moeten worden onderzocht of zij in overeenstemming zijn met al de voorschriften van het gewestplan. De bepalingen van die B.B.P.'s of verkavelingsvergunningen die door het gewestplan niet stilzwijgend zijn opgeheven, zullen vervolgens moeten worden vergeleken met al de bepalingen van het verordenend luik van het GewOP en daarnaast moet nagegaan worden of zij door laatstgenoemde bepalingen niet stilzwijgend zijn opgeheven. Het feit van de opheffing door dit verordenend luik van sommige bepalingen van het gewestplan niet tot gevolg had dat opnieuw bepalingen van kracht werden van de lagere plannen of de verkavelings-vergunningen welke stilzwijgend zouden zijn opgeheven door de bepalingen van het gwestplan die door het verordenend luik van het GewOP werden opgeheven. Idem wat betreft de toestand die voortvloeit uit de opheffing van het verordenend luik van het GewOP door een navolgende ordonnantie. Wat door een plan is opgeheven, blijft dus definitief opgeheven, zelfs |
définitivement abrogé. | indien het plan zelf opgeheven is. |
- Pour les P.P.A.S. ou permis de lotir devenus obligatoires après la | - Voor de B.B.P.'s of verkavelingsvergunningen die bindend zijn |
geworden na de datum van de definitieve goedkeuring van het | |
date d'adoption définitive du plan de secteur, mais avant la date | gewestplan, maar vóór de datum van definitieve goedkeuring van het |
d'adoption définitive du P.R.D., soit le 3 mars 1995, il faudra | GewOP, hetzij 3 maart 1995, zal uitsluitend moeten worden onderzocht |
uniquement vérifier si les dispositions de ces P.P.A.S. ou permis de | of de bepalingen van die B.B.P. of verkavelings-vergunningen niet |
lotir n'ont pas été implicitement abrogées par le volet réglementaire du P.R.D. | stilzwijgend werden opgeheven door het verordenend luik van het GewOP. |
- Pour les P.P.A.S. ou permis de lotir devenus obligatoires après la | - Voor de B.B.P.'s of verkavelingsvergunningen die bindend zijn |
date d'adoption du P.R.D. il ne faudra à aucune vérification. | geworden na de datum van definitieve goedkeuring van het GewOP, moeten |
geen onderzoeken worden uitgevoerd. | |
Bon aménagement des lieux | Goede plaatselijke ordening |
Avertissement : | Waarschuwing : |
Au terme des quatre étapes précédentes, il est possible que la | Na afloop van de vorige vier etapes is het mogelijk dat het perceel |
parcelle concernée par la demande de permis ou certificat ne soit | waarop de aanvraag om vergunning of attest betrekking heeft niet valt |
couverte ni par un plan régional (lorsque, pour cette parcelle, le | onder een gewestelijk plan (wanneer voor dat perceel het gewestplan is |
plan de secteur a été abrogé), ni par un plan local ou un permis de | opgeheven), noch onder een plaatselijk plan of een niet verlopen |
verkavelngsvergunning (wanneer zij niet bestaan of niet langer bestaan | |
lotir non périmé (lorsqu'ils n'existent pas ou plus (en cas | (in geval van uitdrukkelijke of stilzwijgende opheffing, of nog |
d'abrogation explicite ou implicite, ou encore lorsque leur | wanneer hun toepassing moet worden ongedaan gemaakt door gebrek aan |
application doit être écartée pour défaut de conformité à un plan | overeenstemming met een hoger plan dat vóór hun inwerkingtreding |
supérieur antérieur à leur entrée en vigueur)). Ce vide pourra être | bestond)). Die leemte zal kunnen worden opgevuld bij de toepassing van |
comblé lors de la mise en uvre de l'étape suivante. | de volgende etappe. |
5ème étape | 5e etappe |
- Examen de la demande au regard des exigences de la conception du bon | - De aanvraag onderzoeken ten aanzien van de eisen van de opvatting |
aménagement des lieux. | van goede plaatselijke ordening. |
A cette fin, appliquer la notion de bon aménagement "sensu stricto" | Te dien einde, het begrip goede ordening sensu stricto toepassen in al |
dans tous les cas de figure et, en outre, la notion de bon aménagement | de modelgevallen en, bovendien, de begrip goede ordening sensu lato |
"sensu lato" en l'absence de dispositions planologiques applicables. | bij ontstentenis van toepasbare planologische bepalingen. |
Le principe du respect du bon aménagement des lieux est un principe | Het principe van de inachtneming van de goede plaatselijke ordening is |
fondamental du droit de l'urbanisme; il s'agit d'un principe dont les | een grondbeginsel van het stedenbouwkundig recht; het gaat om een |
contours ont été dégagés par la jurisprudence du Conseil d'Etat mais | principe dat inhoudelijk werd afgebakend door de rechtspraak van de |
qui n'en dispose pas moins d'une assise légale, notamment à l'article | Raad van State, maar dat tegelijk ook over een wettelijke grondslag |
118, § 3, alinéa 2 de l'O.O.P.U. | beschikt, meer bepaald in artikel 118, § 3, 2e lid van de O.O.P.S. |
Ce principe impose qu'un permis d'urbanisme ne puisse être délivré que s'il ne compromet pas le bon aménagement des lieux, s'il répond aux exigences de celui-ci ou si son octroi s'inspire des considérations relatives au bon aménagement du territoire. D'une manière générale, le bon aménagement des lieux vise l'intégration, la compatibilité d'un projet avec l'environnement immédiat, bâti ou non. Toutefois, le pouvoir d'appréciation de l'autorité administrative par rapport à l'intégration ou non d'un projet dans un environnement donné est plus ou moins large selon l'applicabilité ou non à la parcelle concernée de dispositions planologiques en vigueur : il convient, par conséquent, de distinguer la portée `classique' du principe de bon aménagement des lieux et la portée `nouvelle' du même principe selon | Dit principe schrijft voor dat een stedenbouwkundige vergunning slechts kan worden afgeleverd indien zij de goede plaatselijke ordening niet in het gedrang brengt, zij voldoet aan de eisen van die goede ordening, of indien haar toekenning is ingegeven door overwegingen aangaande de goede ruimtelijke ordening. In het algemeen beoogt de goede plaatselijke ordening de inpassing van een project in, de verenigbaarheid ervan met de onmiddellijke, al dan niet bebouwde omgeving. De omvang van de beoordelingsbevoegdheid van de administratieve overheid met betrekking tot de vraag of een project al dan niet in een bepaalde omgeving is ingepast, verschilt evenwel naargelang op het betrokken perceel vigerende planologische bepalingen van toepassing zijn of niet : bijgevolg, dient onderscheid te worden gemaakt tussen de « klassieke » draagwijdte van het principe van goede plaatselijke ordening en de « nieuwe » draagwijdte ervan naargelang de van kracht |
que des dispositions planologiques en vigueur sont applicables au bien | zijnde planologische bepalingen op het betrokken goed kunnen worden |
concerné (portée stricte) ou non (portée large). | toegepast (strikte draagwijdte) of niet (ruime draagwijdte). |
La notion de bon aménagement des lieux | Het begrip goede plaatselijke ordening |
« sensu stricto" La perception de l'intégration ou non d'un projet dans un environnement donné repose sur plusieurs critères - non exhaustifs - dégagés par la jurisprudence du Conseil d'Etat au fil des ans. Parmi les plus fréquemment utilisés, il convient d'épingler notamment : les caractéristiques du quartier; la qualité du site; la distance entre bâtiments ou par rapport à la voirie; la densité d'occupation du sol; l'esthétique du projet; l'impact sur la vue des voisins ou sur les voisins; le climat; la sécurité; la salubrité. Par conséquent, l'autorité administrative compétente pourrait refuser de délivrer un permis d'urbanisme pour un projet, certes conforme aux dispositions planologiques applicables à la parcelle concernée, mais contraire au bon aménagement des lieux au regard d'un ou de plusieurs des critères précités. En revanche, il convient de ne pas perdre de vue qu'au sens classique du bon aménagement des lieux, l'appréciation de celui-ci est toujours | sensu stricto De concrete voorstelling van de inpassing van een project in een bepaalde omgeving is gebaseerd op een reeks criteria hun aantal is onvolledig welke in de loop der jaren in de rechtspraak van de Raad van State zijn geformuleerd. Onder de meest gebruikte dienen meer bepaald de volgende te worden aangehaald : de karakteristieken van de wijk; de kwaliteit van de site; de afstand tussen de gebouwen of tot de weg; de bezettingsdichtheid van de bodem; de esthetische vormgeving van het project; de gevolgen voor het zicht van de buren of voor de buren; het klimaat; de veiligheid; de gezondheid. Bijgevolg zou de bevoegde administratieve overheid kunnen weigeren een stedenbouwkundige vergunning af te geven voor een project dat, weliswaar, in overeenstemming is met de planologische bepalingen die op het betrokken perceel van toepassing zijn, maar dat rekening houdend met een of meer van de voornoemde criteria, strijdig is met de goede plaatselijke ordening. Daarentegen mag niet worden uit het oog verloren dat in de klassieke zin van de goede plaatselijke ordening, de beoordeling ervan nog altijd ondergeschikt blijft aan de overeenstemming van het project op |
accessoire à la conformité du projet d'un point de vue planologique. | planologisch vlak. Indien een project in strijd is met de toepasbare |
Si un projet est contraire aux dispositions planologiques applicables, | planologische bepalingen dient niet te worden onderzocht of het |
il n'y a pas lieu de vérifier sa conformité au bon aménagement des | overeenstemt met de goede plaatselijke ordening. |
lieux. La notion de bon aménagement des lieux « sensu lato » | Het begrip goede plaatselijke ordening « sensu lato » |
Au sens `nouveau' du bon aménagement des lieux, pour apprécier | |
l'intégration ou non d'un projet dans un environnement donné, | In de « nieuwe » betekenis van goede plaatselijke ordening beroept de |
l'autorité administrative se réfère au projet de P.R.A.S. du 30 août 1999, lequel ne constitue pas une norme juridique en tant que telle mais un élément de référence pour définir le bon aménagement des lieux en l'absence de toute autre disposition planologique applicable. Le Conseil d'Etat a précisé, à cet égard, que l'autorité administrative pouvait se référer, pour apprécier si un projet compromet ou non le bon aménagement des lieux, à des normes n'ayant pas ou plus de portée juridique. Ainsi, l'autorité administrative devant statuer sur une demande de permis d'urbanisme peut, en l'absence de toute disposition planologique applicable, se faire une conception semblable à celle qu'un projet de plan régional d'affectation du sol devenu sans effet consacrait, dès lors qu'elle y aboutit au terme d'un examen particulier du cas qui lui est soumis et non parce qu'elle estime | administratieve overheid zich op het ontwerp van G.B.P. van 30 augustus 1999 om te beoordelen of een project al dan niet in een bepaalde omgeving is ingepast; dat ontwerp is geen rechtsnorm op zichzelf, maar een referentie om bij gebrek aan iedere andere toepasbare planologische bepaling te definiëren wat goede plaatselijke ordening is. In dat verband heeft de Raad van State erop gewezen dat de administratieve overheid zich kon beroepen op normen die geen of niet langer rechtskracht hebben om te beoordelen of een project de goede plaatselijke ordening al dan niet in het gedrang brengt. Zo kan de administratieve overheid die een beslissing moet nemen over een aanvraag om stedenbouwkundige vergunning, bij ontstentenis van iedere toepasbare planologische bepaling, uitgaan van een goede ordening van de plaatsen die gelijkt op die welke bevestigd was in een gewestelijk bestemmingsplan dat niet meer geldt, wanneer zij daartoe komt na afloop van een bijzonder onderzoek van het haar voorgelegde geval en niet omdat zij meent zich naar een dergelijk project te |
devoir se conformer à un tel projet (C.E., 21 mars 1988, n° 26.288). | moeten schikken (R.v.S., 21 maart 1988, nr. 26.288). |
Dans son avis du 3 mai 1999 sur le projet de plan régional | In zijn advies van 3 mei 1999 nopens het ontwerp van gewestelijk |
d'affectation du sol, la section de législation du Conseil d'Etat a | bestemmingsplan heeft de afdeling wetgeving van de Raad van State het |
confirmé que « ce projet peut constituer un élément exprimant la | volgende bevestigd : « Indien geen enkele wets- of |
verordeningsbepaling zich hiertegen verzet, kan dat ontwerp een | |
conception que se font les autorités du bon aménagement des lieux, si | gegeven vormen waarbij de opvatting van de overheden over de goede |
aucune disposition législative ou réglementaire ne s'y oppose » et ce | plaatselijke ordening tot uiting wordt gebracht » en dat terwijl dit |
alors que ce projet de plan régional d'affectation du sol sera | ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan geen verordenende waarde en |
dépourvu de valeur réglementaire et de force obligatoire (avis de la | bindende kracht zal hebben (advies van de afd. wetg. van de R. v. S., |
S.L.C.E., 3 mai 1999, L. 29.191/4). Par conséquent, le Gouvernement suggère à l'autorité administrative compétente de se référer au projet de P.R.A.S. pour apprécier, en l'absence de toute disposition planologique applicable, si un projet est conforme au bon aménagement des lieux et, partant, s'il convient de délivrer un permis ou un certificat d'urbanisme. En l'espèce, quatre cas de figure donneront lieu à des applications différentes de ce concept de bon aménagement des lieux : soit la parcelle concernée est couverte par des prescriptions d'un plan régional et d'un plan local/permis de lotir non périmé, et en ce cas le concept de « bon aménagement des lieux » est utilisé "sensu stricto" et de manière relativement marginale; soit la parcelle concernée n'est couverte que par des prescriptions d'un plan régional, et en ce cas le concept de « bon aménagement des lieux » est utilisé "sensu stricto", sans restriction; soit la parcelle concernée n'est couverte que par des prescriptions d'un plan local/permis de lotir non périmé, car elle se situe dans un « trou » du plan de secteur, et en ce cas le concept de « bon aménagement des lieux » est utilisé, d'une part, dans son sens large afin de combler le vide découlant de l'absence de prescriptions du plan de secteur, et d'autre part, dans son sens strict et de manière relativement marginale afin de compléter, si besoin en est, les prescriptions d'un plan local/permis de lotir non périmé; soit la parcelle concernée n'est couverte ni par des prescriptions d'un plan régional, ni par celles d'un plan local/permis de lotir non périmé, et en ce cas, face à un vide juridique intégral, il faudra appliquer le concept de « bon aménagement des lieux » dans son sens le plus étendu, c'est-à-dire à la fois dans son sens strict et dans son sens large. Les documents de référence sont les suivants : | 3 mei 1999, L. 29.191/4). Bijgevolg stelt de Regering aan de bevoegde administratieve overheid voor zich op het ontwerp van G.B.P. te beroepen om, bij ontstentenis van iedere toepasbare planologische bepaling, te beoordelen of een project in overeenstemming is met de goede plaatselijke ordening en om op grond daarvan te oordelen of een stedenbouwkundige vergunning of attest dient te worden afgegeven. In casu zullen vier modelgevallen aanleiding geven tot vier verschillende toepassingen van dit begrip goede plaatselijke ordening : ofwel zijn op het betrokken perceel voorschriften van toepassing van een gewestelijk plan en een plaatselijk plan/niet verlopen verkavelingsvergunning, en in dat geval wordt het begrip goede plaatselijke ordening « sensu stricto » toegepast en op betrekkelijk marginale wijze; ofwel zijn op het betrokken perceel enkel voorschriften van een gewestelijk plan van toepassing, en in dat geval wordt het begrip goede plaatselijke ordening « sensu stricto » toegepast, zonder beperking; ofwel zijn op het betrokken perceel enkel voorschriften van een plaatselijk plan/niet verlopen verkavelingsvergunning van toepassing, omdat het gelegen is in een « gat » van het gewestplan en in dat geval wordt het begrip goede plaatselijke ordening enerzijds in ruime zin toegepast om de leemte op te vullen die voortvloeit uit het ontbreken van voorschriften van het gewestplan en, anderzijds, in strikte zin en op betrekkelijke marginale wijze ten einde zo nodig de voorschriften van een plaatselijk plan/niet verlopen verkavelingsvergunning aan te vullen; ofwel zijn op het betrokken perceel noch voorschriften van een gewestelijk plan, noch voorschriften van een plaatselijk plan/niet verlopen verkavelingsvergunning van toepassing, en dat geval zal men, geconfronteerd met een totaal juridisch vacuüm, het begrip goede plaatselijke ordening moeten toepassen in de meest ruime zin ervan, dat wil zeggen, tegelijk in strikte en in ruime zin. De referentiedocumenten zijn de volgende : |
la carte des affectations du plan de secteur de l'agglomération bruxelloise, | de bestemmingskaart van het gewestplan van de Brusselse agglomeratie, |
les prescriptions urbanistiques littérales du plan de secteur de | de geschreven stedenbouwkundige voorschriften van het gewestplan van |
l'agglomération bruxelloise, | de Brusselse agglomeratie, |
la carte n° 7 du P.R.D., | de kaart nr. 7 van het GewOP, |
les articles 2, 3, 4 et 5 de l'arrêté du Gouvernement de la Région de | de artikelen 2, 3, 4 en 5 van het besluit van de Brusselse |
Bruxelles-Capitale du 3 mars 1995 arrêtant la Plan Régional de | Hoofdstedelijke Regering van 3 maart 1995 tot vaststelling va het |
Développement. | Gewest Ontwikkelingsplan. |
Par ailleurs, le Gouvernement se propose de fournir aux destinataires | Daarnaast neemt de Regering zich voor aan de geadresseerden van de |
de la circulaire qui le souhaitent, les documents suivants : | omzendbrief die het wensen, de volgende documenten te bezorgen : |
la carte des affectations du plan de secteur comportant les | de bestemmingskaart van het gewestplan met de grafische opheffingen |
abrogations graphiques résultant de l'article 4 de l'arrêté du | die voortvloeien uit artikel 4 van het besluit van de Brusselse |
Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 3 mars 1995 | Hoofdstedelijke Regering van 3 maart 1995 tot vaststelling va het |
arrêtant la Plan Régional de Développement, | Gewest Ontwikkelingsplan, |
les prescriptions urbanistiques littérales du plan de secteur telles | de geschreven stedenbouwkundige voorschriften van het gewestplan zoals |
qu'abrogées par les articles 2 et 3 de l'arrêté du Gouvernement de la | opgeheven door de artikelen 2 en 3 van het besluit van de Brusselse |
Région de Bruxelles-Capitale du 3 mars 1995 arrêtant la Plan Régional | Hoofdstedelijke Regering van 3 maart 1995 tot vaststelling va het |
de Développement, | Gewest Ontwikkelingsplan, |
une carte superposant les cartes visées aux points 3 et 5. | een kaart in superpositie van de in de punten 3 en 5 bedoelde kaarten. |
Le Gouvernement tient néanmoins à souligner que les documents repris | |
sous les points 5, 6 et 7 n'ont pas de valeur réglementaire et ont été | De Regering wens evenwel te onderstrepen dat de in de punten 5, 6 en 7 |
conçus dans le seul souci d'apporter une aide logistique aux autorités | bedoelde documenten geen verordenende waarde hebben en dat zij opgevat |
et ne peuvent en aucun cas servir de fondement réglementaire à une | werden met als enig doel logistieke steun te bieden aan de overheden; |
die documenten kunnen in geen geval dienen als reglementaire grondslag | |
décision statuant sur une demande de permis ou de certificat | voor een beslissing over een aanvraag om stedenbouwkundige vergunning |
d'urbanisme. | of attest. |
Cette circulaire remplace la circulaire n° 14 du 13 juin 1999publiée | Deze omzendbrief vervangt de omzendbrief nr. 14 bekendgemaakt in het |
au Moniteur belge du 17 juillet 1999. | Belgisch Staatsblad van 17 juli 1999. |
Le Secrétaire d'Etat chargé de l'aménagement du territoire vous | De Staatssecretaris voor Ruimtelijke Ordening dankt u voor uw |
remercie de votre précieuse collaboration et vous prie de croire, | waardevolle medewerking en tekent, Dames en Heren Burgemeesters en |
Mesdames, Messieurs les Bourgmestres et membres du Collège échevinal, | leden van het Schepencollege, dames en Heren gemachtigde ambtenaren, |
Mesdames, Messieurs les fonctionnaires délégués, Messieurs les membres | |
du Collège d'urbanisme, en ses sentiments respectueux. | Dames en Heren leden van het Stedenbouwkundig College, met bijzondere hoogachting. |
Bruxelles, le 30 août 1999. | Brussel, 30 augustus 1999. |
E. ANDRE | E. ANDRE |
Secrétaire d'Etat à la Région de Bruxelles-Capitale, chargé de | Staatssecretaris bij het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, belast met |
l'Aménagement du Territoire, de la Rénovation urbaine, des Monuments | Ruimtelijke Ordening, Stadsvernieuwing, Monumenten en Landschappen en |
et Sites et du Transport rémunéré des personnes | Bezoldigd Vervoer van Personen |
_______ | _______ |
Note | Nota |
1 L'article 116, § 4, 2°, O.O.P.U. dispose comme suit : "Le | 2 Artikel 116, § 4, 2°, O.O.P.S. bepaalt : « De gemachtigde ambtenaar |
fonctionnaire délégué fonde son avis défavorable sur un des motifs | steunt zijn ongunstig advies op een van volgende redenen : ( . ) 2° de |
suivants : (...) 2° la demande est incompatible avec le projet (...) | aanvraag is onverenigbaar met het ontwerp ( . ) van gewestelijk |
de plan régional d'affectation du sol (...)". | bestemmingsplan ( . ) ». |
3 L'article 118, § 3, O.O.P.U. est ainsi libellé : "Le collège des | 4 Artikel 118, § 3, O.O.P..S. is opgesteld als volgt : « Het College |
bourgmestre et échevins refuse le permis qui, bien qu'il soit fondé | van Burgemeester en Schepenen weigert de vergunning die, hoewel zij |
sur un plan particulier d'affectation du sol ou un permis de lotir non | gegrond is op een bijzonder bestemmingslan of een niet verlopen |
périmé, est incompatible avec les prescriptions du projet (c) de plan | verkavelingsvergunning, onverenigbaar is met de voorschriften van het |
régional d'affectation du sol entré en vigueur". 5 Cette lecture est indispensable. En effet,la portée exacte des articles 2, 3 et 4 de l'arrêté du 3 mars 1995 ne peut se comprendre que par référence au contenu de cette carte, même si celle-ci a été abrogée depuis lors par l'ordonnance du 16 juillet 1998. 7 Selon une jurisprudence constante du Conseil d'Etat, tenant compte du principe de hiérarchie des plans, il y a abrogation implicite des dispositions d'un plan inférieur non conformes à celles d'un plan supérieur, le plan inférieur fût-il antérieur au plan supérieur. 8 Dans le cas d'un P.P.A.S. partiellement abrogé, l'avis conforme du fonctionnaire délégué sera demandé conformément à la procédure établie | in werking getreden ontwerp ( . ) van gewestelijk bestemmingsplan ». 6 Die kaart lezen is noodzakelijk. Immers, de juiste draagwijdte van de artikelen 2, 3 en 4 van het besluit van 3 maart 1995 kan slechts begrepen worden met referte aan de inhoud van die kaart ook al is zij inmiddels door de ordonnantie van 16 juli 1998 opgeheven. 9 Volgens een constante rechtspraak van de Raad van State, rekening houdend met het principe van de hiërarchie van de plannen, is er impliciete opheffing van de bepalingen van een lager plan die niet conform zijn met deze van een hoger plan zelfs indien het lager plan voorafgaat aan het hoger plan. 10 In het geval van een gedeeltelijk opgeheven B.B.P. zal het eensluidend advies van de gemachtigde ambtenaar gevraagd worden overeenkomstig de procedure vastgesteld door artikel 116, § 1, van de |
par l'article 116, § 1er, de l'ordonnance du 29 août 1991. | ordonnantie van 29 augustus 1991. |