Arrêté royal rendant obligatoire la convention collective de travail du 26 janvier 2000, conclue au sein de la Commission paritaire pour les employés de l'industrie alimentaire, modifiant la convention collective de travail du 29 mars 1976 relative à la création d'un fonds de sécurité d'existence dénommé "Fonds social et de garantie des employés de l'industrie alimentaire" et en fixant ses statuts | Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 januari 2000, gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden uit de voedingsnijverheid, tot wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 29 maart 1976 tot oprichting van een fonds voor bestaanszekerheid genoemd "Waarborg- en Sociaal Fonds van de bedienden van de voedingsnijverheid" en tot vaststelling van zijn statuten |
---|---|
MINISTERE DE L'EMPLOI ET DU TRAVAIL | MINISTERIE VAN TEWERKSTELLING EN ARBEID |
10 NOVEMBRE 2001. - Arrêté royal rendant obligatoire la convention | 10 NOVEMBER 2001. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend |
collective de travail du 26 janvier 2000, conclue au sein de la | wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 januari |
2000, gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden uit de | |
Commission paritaire pour les employés de l'industrie alimentaire, | voedingsnijverheid, tot wijziging van de collectieve |
modifiant la convention collective de travail du 29 mars 1976 relative | arbeidsovereenkomst van 29 maart 1976 tot oprichting van een fonds |
à la création d'un fonds de sécurité d'existence dénommé "Fonds social | voor bestaanszekerheid genoemd "Waarborg- en Sociaal Fonds van de |
et de garantie des employés de l'industrie alimentaire" et en fixant | bedienden van de voedingsnijverheid" en tot vaststelling van zijn |
ses statuts (1) | statuten (1) |
ALBERT II, Roi des Belges, | ALBERT II, Koning der Belgen, |
A tous, présents et à venir, Salut. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Vu la loi du 5 décembre 1968 sur les conventions collectives de | Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve |
travail et les commissions paritaires, notamment l'article 28; | arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28; |
Vu la demande de la Commission paritaire pour les employés de | Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de bedienden uit de |
l'industrie alimentaire; | voedingsnijverheid; |
Sur la proposition de Notre Ministre de l'Emploi, | Op de voordracht van Onze Minister van Werkgelegenheid, |
Nous avons arrêté et arrêtons : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Article 1er.Est rendue obligatoire la convention collective de |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
travail du 26 janvier 2000, reprise en annexe, conclue au sein de la | overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 26 januari 2000, |
gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden uit de | |
Commission paritaire pour les employés de l'industrie alimentaire, | voedingsnijverheid, tot wijziging van de collectieve |
modifiant la convention collective de travail du 29 mars 1976 relative | arbeidsovereenkomst van 29 maart 1976 tot oprichting van een fonds |
à la création d'un fonds de sécurité d'existence dénommé "Fonds social | voor bestaanszekerheid genoemd "Waarborg- en Sociaal Fonds van de |
et de garantie des employés de l'industrie alimentaire" et en fixant | bedienden van de voedingsnijverheid" en tot vaststelling van zijn |
ses statuts. | statuten. |
Art. 2.Notre Ministre de l'Emploi est chargé de l'exécution du |
Art. 2.Onze Minister van Werkgelegenheid is belast met de uitvoering |
présent arrêté. | van dit besluit. |
Donné à Bruxelles, le 10 novembre 2001. | Gegeven te Brussel, 10 november 2001. |
ALBERT | ALBERT |
Par le Roi : | Van Koningswege : |
La Ministre de l'Emploi, | De Minister van Werkgelegenheid, |
Mme L. ONKELINX | Mevr. L. ONKELINX |
_______ | _______ |
Note | Nota |
(1) Référence au Moniteur belge : | (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : |
Loi du 5 décembre 1968, Moniteur belge du 15 janvier 1969. | Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. |
Annexe | Bijlage |
Commission paritaire pour les employés de l'industrie alimentaire | Paritair Comité voor de bedienden uit de voedingsnijverheid |
Convention collective de travail du 26 janvier 2000 | Collectieve arbeidsovereenkomst van 26 januari 2000 |
Modification de la convention collective de travail du 29 mars 1976 | Wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 29 maart 1976 tot |
relative à la création d'un fonds de sécurité d'existence dénommé | oprichting van een fonds voor bestaanszekerheid genoemd "Waarborg- en |
"Fonds social et de garantie des employés de l'industrie alimentaire" | Sociaal Fonds van de bedienden van de voedingsnijverheid" en tot |
et en fixant ses statuts (Convention enregistrée le 5 avril 2000 sous | vaststelling van zijn statuten (Overeenkomst geregistreerd op 5 april |
le numéro 54557/CO/220) | 2000 onder het nummer 54557/CO/220) |
CHAPITRE Ier. - Champ d'application | HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied |
Article 1er.§ 1er. La présente convention collective de travail |
Artikel 1.§ 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing |
s'applique aux employeurs et aux employés des entreprises | |
ressortissant à la compétence de la Commission paritaire pour les | op de werkgevers en de bedienden van de ondernemingen die ressorteren |
employés de l'industrie alimentaire à l'exception des secteurs | onder het Paritair Comité voor de bedienden uit de voedingsnijverheid |
suivants : | met uitzondering van de volgende sectoren : |
- boulangeries artisanales, pâtisseries artisanales, salons de | - ambachtelijke bakkerijen, kleinbanketbakkerijen, consumptiesalons |
consommation annexés à une pâtisserie artisanale; | bij een kleinbanketbakkerij; |
- sucreries, raffineries, fabriques de sucre inverti et d'acide | - suikerfabrieken, raffinaderijen, invertsuiker, citroenzuur, |
citrique, candiseries, levureries et distilleries; | kandijfabrieken, gistfabrieken, distilleerderijen; |
- industrie transformatrice de légumes. | - groentenverwerkende nijverheid. |
§ 2. Par "employés" sont visés les employés masculins et féminins. | § 2. Met "bedienden" worden de mannelijke en de vrouwelijke bedienden bedoeld. |
CHAPITRE II. - But | HOOFDSTUK II. - Doel |
Art. 2.L'article 3 des statuts est remplacé par : |
Art. 2.Het artikel 3 van de statuten wordt vervangen door : |
« Art. 3.Le fonds a pour objet : |
« Art. 3.Het fonds heeft tot doel : |
1. la perception des cotisations nécessaires à son fonctionnement; | 1. het innen van de bijdragen nodig voor zijn werking; |
2. la détermination de la nature, de l'étendue et des conditions | 2. het vaststellen van de aard, de omvang en de toekenningsvoorwaarden |
d'octroi de la participation aux frais de formation professionnelle, | van de tegemoetkoming in de kosten voor de beroeps-, vakbonds- en |
syndicale et économique des employés ainsi que l'octroi d'avantages | economische vorming van de bedienden alsook het toekennen van |
sociaux complémentaires aux employés de l'industrie alimentaire; | aanvullende sociale voordelen aan de bedienden van de voedingsnijverheid. |
3. d'assurer le paiement de ces participations aux frais et de ces | 3. de betaling van deze tegemoetkomingen en sociale voordelen te |
avantages sociaux; | verzekeren; |
4. de garantir le paiement de l'indemnité compensatoire à l'allocation | 4. het waarborgen van de uitbetaling van de aanvullende vergoeding bij |
de chômage aux employés âgés licenciés, en vertu de l'article 12 de la | de werkloosheidsuitkering van de ontslagen oudere bedienden, ingevolge |
artikel 12 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 gesloten op | |
convention collective de travail n° 17 conclue le 19 décembre 1974 au | 19 december 1974 in de Nationale Arbeidsraad, tot invoering van een |
sein du Conseil national du travail, instituant un régime d'indemnité | regeling voor aanvullende vergoeding ten gunste van sommige bejaarde |
complémentaire pour certains travailleurs âgés, en cas de | werknemers, indien zij worden ontslagen, algemeen verbindend verklaard |
licenciement, rendue obligatoire par arrêté royal du 16 janvier 1975 | bij koninklijk besluit van 16 januari 1975 (Belgisch Staatsblad van 31 |
(Moniteur belge du 31 janvier 1975); | januari 1975); |
5. le remboursement des charges administratives se rapportant au | 5. de administratieve lasten met betrekking tot de uitbetaling van |
paiement des participations aux frais et des avantages sociaux visés | tegemoetkomingen en sociale voordelen bedoeld in punt 3 te vergoeden |
au point 3, aux organisations représentatives qui prêtent leur | aan de representatieve organisaties die hun medewerking verlenen bij |
concours à leur paiement; | de uitbetaling ervan; |
6. la perception et l'utilisation des cotisations patronales en vue de | 6. de inning en het gebruik van de werkgeversbijdragen ter bevordering |
promouvoir l'emploi; | |
7. de rembourser à l'employeur le surcoût du pécule de vacances | van de tewerkstelling; |
complémentaire contenu à l'article 2 de la convention collective de | 7. de meerkost van het supplementair vakantiegeld bevat in artikel 2 |
travail du 16 décembre 1999 portant assimilation des jours de chômage | van de collectieve arbeidsovereenkomst van 16 december 1999 houdende |
pour force majeure pour les vacances annuelles des employés de | gelijkstelling van dagen werkloosheid wegens overmacht voor de |
jaarlijkse vakantie van de bedienden uit de voedingsnijverheid terug | |
l'industrie alimentaire. » | te betalen aan de werkgever. » |
CHAPITRE III. - Durée de validité | HOOFDSTUK III. - Geldigheidsduur |
Art. 3.La présente convention collective de travail entre en vigueur |
Art. 3.Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking met |
le 1er janvier 2000 et a la même durée de validité que la convention | ingang van 1 januari 2000 en heeft dezelfde geldigheidsduur als de |
collective de travail qu'elle modifie. | collectieve arbeidsovereenkomst die zij wijzigt. |
Vu pour être annexé à l'arrêté royal du 10 novembre 2001. | Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 10 november 2001. |
La Ministre de l'Emploi, | De Minister van Werkgelegenheid, |
Mme L. ONKELINX | Mevr. L. ONKELINX |