Etaamb.openjustice.be
Vue multilingue de Arrêt du --
← Retour vers "Extrait de l'arrêt n° 69/2013 du 22 mai 2013 Numéro du rôle : 5295 En cause : la question préjudicielle relative à l'article 36 des lois sur le Conseil d'Etat, coordonnées le 12 janvier 1973, posée par le Conseil d'Etat. La Cour constituti composée des présidents R. Henneuse et M. Bossuyt, et des juges A. Alen, J.-P. Snappe, J. Spreutels(...)"
Extrait de l'arrêt n° 69/2013 du 22 mai 2013 Numéro du rôle : 5295 En cause : la question préjudicielle relative à l'article 36 des lois sur le Conseil d'Etat, coordonnées le 12 janvier 1973, posée par le Conseil d'Etat. La Cour constituti composée des présidents R. Henneuse et M. Bossuyt, et des juges A. Alen, J.-P. Snappe, J. Spreutels(...) Uittreksel uit arrest nr. 69/2013 van 22 mei 2013 Rolnummer : 5295 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 36 van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, gesteld door de Raad van State. Het Grondwettel samengesteld uit de voorzitters R. Henneuse en M. Bossuyt, en de rechters A. Alen, J.-P. Snappe, J.(...)
COUR CONSTITUTIONNELLE GRONDWETTELIJK HOF
Extrait de l'arrêt n° 69/2013 du 22 mai 2013 Uittreksel uit arrest nr. 69/2013 van 22 mei 2013
Numéro du rôle : 5295 Rolnummer : 5295
En cause : la question préjudicielle relative à l'article 36 des lois In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 36 van de wetten
sur le Conseil d'Etat, coordonnées le 12 janvier 1973, posée par le op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, gesteld door
Conseil d'Etat. de Raad van State.
La Cour constitutionnelle, Het Grondwettelijk Hof,
composée des présidents R. Henneuse et M. Bossuyt, et des juges A. samengesteld uit de voorzitters R. Henneuse en M. Bossuyt, en de
Alen, J.-P. Snappe, J. Spreutels, T. Merckx-Van Goey et F. Daoût, rechters A. Alen, J.-P. Snappe, J. Spreutels, T. Merckx-Van Goey en F.
assistée du greffier P.-Y. Dutilleux, présidée par le président R. Daoût, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder
Henneuse, voorzitterschap van voorzitter R. Henneuse,
après en avoir délibéré, rend l'arrêt suivant : wijst na beraad het volgende arrest :
I. Objet de la question préjudicielle et procédure I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging
Par arrêt n° 217.402 du 20 janvier 2012 en cause de la SPRL « Bij arrest nr. 217.402 van 20 januari 2012 in zake de bvba « Pharmacie
Pharmacie de la Buissière » contre l'Etat belge, partie intervenante : de la Buissière » tegen de Belgische Staat, tussenkomende partij : de
la SA « Universal Pharma », dont l'expédition est parvenue au greffe nv « Universal Pharma », waarvan de expeditie ter griffie van het Hof
de la Cour le 24 janvier 2012, le Conseil d'Etat a posé la question is ingekomen op 24 januari 2012, heeft de Raad van State de volgende
préjudicielle suivante : prejudiciële vraag gesteld :
« En conférant au Conseil d'Etat la compétence d'assortir, dans
certaines conditions, ses arrêts d'une astreinte et ce faisant de se
prononcer sur des droits subjectifs, l'article 36 des lois coordonnées « Schendt artikel 36 van de gecoördineerde wetten op de Raad van
sur le Conseil d'Etat ne viole-t-il pas les articles 144 et 145 de la State, door aan de Raad van State de bevoegdheid te verlenen zijn
arresten, onder bepaalde voorwaarden, vergezeld te doen gaan van een
dwangsom en zodoende zich uit te spreken over subjectieve rechten,
Constitution, 6 et 13 de la Convention européenne des droits de niet de artikelen 144 en 145 van de Grondwet, 6 en 13 van het Europees
Verdrag voor de rechten van de mens, in samenhang gelezen met de
l'homme, combinés aux articles 10 et 11 de la Constitution, en ce artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in zoverre het een verschil in
qu'il instaure une différence de traitement non susceptible de behandeling instelt dat niet objectief en redelijk kan worden
justification objective et raisonnable et emportant des effets verantwoord en dat onevenredige gevolgen met zich meebrengt op het
disproportionnés en termes de protection juridictionnelle effective vlak van daadwerkelijke jurisdictionele bescherming tussen de
entre les justiciables qui peuvent faire arbitrer leurs droits rechtzoekenden die over hun subjectieve rechten uitspraak kunnen laten
subjectifs par des juridictions de l'ordre judiciaire investies d'une doen door rechtscolleges van de rechterlijke orde die een bevoegdheid
compétence de pleine juridiction et soumises en principe au double van volle rechtsmacht bezitten en in beginsel aan de dubbele aanleg
degré de juridiction (article 1385bis du Code judiciaire) et les zijn onderworpen (artikel 1385bis van het Gerechtelijk Wetboek) en de
justiciables assujettis aux astreintes prononcées par le Conseil rechtzoekenden die onderworpen zijn aan de dwangsommen uitgesproken
d'Etat dans le cadre d'un strict contrôle de légalité exercé en door de Raad van State in het kader van een in eerste en laatste
premier et dernier ressort ? ». aanleg uitgeoefende strikte wettigheidstoetsing ? ».
(...) (...)
III. En droit III. In rechte
(...) (...)
B.1.1. La question préjudicielle porte sur la compatibilité de B.1.1. De prejudiciële vraag betreft de bestaanbaarheid van artikel 36
l'article 36 des lois sur le Conseil d'Etat coordonnées le 12 janvier van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973,
1973 avec les articles 10 et 11 de la Constitution, lus en combinaison met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in samenhang gelezen met de
avec ses articles 144 et 145 ainsi qu'avec les articles 6 et 13 de la artikelen 144 en 145 ervan alsook met de artikelen 6 en 13 van het
Convention européenne des droits de l'homme. Europees Verdrag voor de rechten van de mens.
B.1.2. Ledit article 36 dispose : B.1.2. Dat artikel 36 bepaalt :
« § 1er. Lorsque le rétablissement de la légalité signifie que « § 1. Wanneer het herstel van de wettigheid inhoudt dat de
l'annulation d'un acte juridique comme mentionné à l'article 14, doit vernietiging van een rechtshandeling als bedoeld in artikel 14 gevolgd
être suivie d'une nouvelle décision des autorités ou d'un nouvel acte moet worden door een nieuwe overheidsbeslissing of overheidshandeling
des autorités, la personne à la requête de laquelle l'annulation est kan, bij ingebreke blijven van de overheid, de persoon op wiens
prononcée, peut, si l'autorité ne remplit pas ses obligations, verzoek de nietigverklaring is uitgesproken, de Raad van State
demander au Conseil d'Etat d'imposer une astreinte à l'autorité en verzoeken aan de betrokken overheid een dwangsom op te leggen. Wanneer
question. Lorsqu'il ressort d'un arrêt en annulation une obligation uit een vernietigingsarrest voor de administratieve overheid een
d'abstention vis-à-vis de certaines décisions pour l'autorité onthoudingsplicht ten aanzien van bepaalde beslissingen volgt, kan de
administrative, la personne à la requête de laquelle l'annulation est prononcée peut demander au Conseil d'Etat d'ordonner à l'autorité sous peine d'une astreinte, de retirer les décisions qu'elle aurait prises en violation de l'obligation d'abstention découlant de l'arrêt d'annulation. Cette requête n'est recevable que si le requérant a enjoint à l'autorité, par une lettre recommandée à la poste, de prendre une nouvelle décision et qu'au moins trois mois se sont écoulés depuis la notification de l'arrêt en annulation. L'astreinte ne peut être encourue avant que l'arrêt qui la fixe ne soit notifié. § 2. Le Conseil peut fixer l'astreinte soit à un montant global soit à un montant par unité de temps ou par infraction. Dans les deux derniers cas, le Conseil peut également fixer un montant au-delà duquel aucune astreinte n'est encourue. § 3. La chambre qui a prononcé l'astreinte, peut, à la requête de l'autorité condamnée, annuler l'astreinte, en suspendre l'échéance pendant un délai à fixer par elle ou diminuer l'astreinte en cas d'impossibilité permanente ou temporaire ou partielle pour l'autorité condamnée de satisfaire à la condamnation principale. Pour autant que l'astreinte soit encourue avant cette impossibilité, la chambre ne peut ni l'annuler ni la diminuer. § 4. Les dispositions de la cinquième partie du Code judiciaire qui ont trait à la saisie et à l'exécution, sont également applicables à l'exécution de l'arrêt imposant une astreinte. § 5. L'astreinte visée au § 1er est exécutée à la demande du requérant et à l'intervention du Ministre de l'Intérieur. Elle est affectée à un persoon op wiens verzoek de vernietiging is uitgesproken, de Raad van State vragen de overheid het bevel te geven, op verbeurte van een dwangsom, de beslissingen in te trekken die ze zou hebben genomen met schending van de uit het annulatiearrest volgende onthoudingsverplichting. Het verzoek is slechts ontvankelijk wanneer verzoeker de overheid bij een ter post aangetekende brief tot het nemen van een nieuwe beslissing heeft aangemaand en ten minste drie maanden vanaf de kennisgeving van het vernietigingsarrest verlopen zijn. De dwangsom kan niet worden verbeurd alvorens het arrest waarbij zij is vastgesteld, wordt betekend. § 2. De Raad kan de dwangsom hetzij op een bedrag ineens, hetzij op een bedrag per tijdseenheid of per overtreding vaststellen. In de laatste twee gevallen kan de Raad eveneens een bedrag bepalen waarboven geen dwangsom meer verbeurd wordt. § 3. De kamer die de dwangsom heeft opgelegd kan op vordering van de veroordeelde overheid de dwangsom opheffen, de looptijd ervan opschorten gedurende een door haar te bepalen termijn of de dwangsom verminderen in geval van blijvende of tijdelijke of gedeeltelijke onmogelijkheid voor de veroordeelde overheid om aan de hoofdveroordeling te voldoen. Voor zover de dwangsom verbeurd was voordat de onmogelijkheid intrad, kan de kamer haar niet opheffen of verminderen. § 4. De bepalingen van het vijfde deel van het Gerechtelijk Wetboek die op het beslag en de tenuitvoerlegging betrekking hebben, zijn van overeenkomstige toepassing op de tenuitvoerlegging van het arrest waarbij een dwangsom is opgelegd. § 5. De dwangsom bedoeld in § 1 wordt ten uitvoer gelegd op vraag van de verzoeker en met tussenkomst van de Minister van Binnenlandse Zaken. Zij wordt toegewezen aan een begrotingsfonds in de zin van de
fonds budgétaire au sens de la loi organique du 27 décembre 1990 organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van
créant des fonds budgétaires. Ce fonds est dénommé ' Fonds de gestion begrotingsfondsen. Dit fonds wordt genoemd ' Fonds voor het beheer van
des astreintes '. de dwangsommen '.
Les moyens attribués à ce fonds sont utilisés pour la modernisation de De middelen die aan dit fonds worden toegewezen, worden gebruikt voor
l'organisation de la jurisprudence administrative et l'affectation de de modernisering van de organisatie van de administratieve rechtspraak
ces moyens fera l'objet d'un arrêté royal délibéré en Conseil des en worden aangewend bij een in Ministerraad overlegd koninklijk
ministres ». besluit ».
B.2. Tel qu'il ressort des termes de la question préjudicielle ainsi B.2. Zoals blijkt uit de bewoordingen van de prejudiciële vraag alsook
que des motifs de l'arrêt par lequel elle est posée, la Cour est
interrogée sur l'existence de deux différences de traitement à l'égard uit de motivering van het arrest waarin zij wordt gesteld, wordt het
des justiciables qui sont assujettis à une astreinte prononcée par le Hof ondervraagd over het bestaan van twee verschillen in behandeling
Conseil d'Etat en application de l'article 36 des lois coordonnées. ten aanzien van de rechtzoekenden die met toepassing van artikel 36
Une première différence de traitement résulterait du fait que ces justiciables ne bénéficieraient pas d'une protection juridictionnelle équivalente de leurs droits subjectifs par rapport à ceux qui sont assujettis à une astreinte prononcée par les juridictions de l'ordre judiciaire, investies d'une compétence de pleine juridiction et soumises en principe au double degré de juridiction. Une deuxième différence de traitement résulterait du fait que les justiciables assujettis aux astreintes du Conseil d'Etat seraient discriminés en ce que le Conseil d'Etat se voit reconnaître une compétence qui appartiendrait, en principe, aux seules juridictions judiciaires, en van de gecoördineerde wetten zijn onderworpen aan een door de Raad van State uitgesproken dwangsom. Een eerste verschil in behandeling zou het gevolg zijn van het feit dat die rechtzoekenden geen gelijkwaardige jurisdictionele bescherming van hun subjectieve rechten zouden genieten als diegenen die zijn onderworpen aan een dwangsom uitgesproken door de rechtscolleges van de rechterlijke orde, die over volle rechtsmacht beschikken en in beginsel aan de dubbele aanleg zijn onderworpen. Een tweede verschil in behandeling zou het gevolg zijn van het feit dat de aan de dwangsommen van de Raad van State onderworpen rechtzoekenden zouden worden gediscrimineerd doordat de Raad van State een bevoegdheid toegewezen krijgt die in beginsel,
vertu des articles 144 et 145 de la Constitution. krachtens de artikelen 144 en 145 van de Grondwet, alleen aan de
rechtscolleges van de rechterlijke orde zou toekomen.
B.3. Par lettre du 14 novembre 2012, l'Etat belge, représenté par sa B.3. Bij brief van 14 november 2012 heeft de Belgische Staat,
vertegenwoordigd door zijn minister van Sociale Zaken en
ministre des Affaires sociales et de la Santé publique, partie adverse Volksgezondheid, tegenpartij voor de verwijzende rechter, het Hof
devant le juge a quo, a porté à la connaissance de la Cour que la ervan in kennis gesteld dat de beslissing tot overbrenging van een
décision de transfert d'officine, qui constituait l'objet du recours apotheek, die het voorwerp uitmaakte van het beroep voor de
devant le juge a quo, a été retirée par décision ministérielle du 20 verwijzende rechter, bij ministeriële beslissing van 20 juli 2012 is
juillet 2012. Dans la mesure où le recours devant le juge a quo aurait ingetrokken. In zoverre het beroep voor de verwijzende rechter zijn
perdu son objet, il en serait de même de la question préjudicielle voorwerp zou hebben verloren, zou hetzelfde gelden voor de
posée dans le cadre de ce recours. prejudiciële vraag die in het kader van dat beroep is gesteld.
La partie requérante devant le juge a quo soutient, en revanche, que De verzoekende partij voor de verwijzende rechter betoogt daarentegen
la question resterait utile pour la solution du litige dans la mesure dat de vraag nuttig zou blijven voor de oplossing van het geschil in
où le juge a quo, par arrêt n° 221.413 du 20 novembre 2012, n'a pas statué sur le recours mais a remis l'affaire sine die. B.4. Compte tenu de ce nouvel élément, l'affaire doit être renvoyée au juge a quo afin qu'il détermine l'incidence de cette décision ministérielle sur le litige dont il est saisi et l'utilité d'interroger la Cour. Par ces motifs, la Cour renvoie l'affaire au juge a quo. Ainsi prononcé en langue française et en langue néerlandaise, zoverre de verwijzende rechter, bij arrest nr. 221.413 van 20 november 2012, geen uitspraak heeft gedaan over het beroep, maar de zaak sine die heeft verdaagd. B.4. Gelet op dat nieuwe element dient de zaak naar de verwijzende rechter te worden teruggezonden, teneinde te bepalen welke weerslag die ministeriële beslissing op het aan hem voorgelegde geschil heeft, en te bepalen welk nut het heeft een vraag te stellen aan het Hof. Om die redenen, het Hof zendt de zaak terug naar de verwijzende rechter. Aldus uitgesproken in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig
conformément à l'article 65 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 sur artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het
la Cour constitutionnelle, à l'audience publique du 22 mai 2013. Grondwettelijk Hof, op de openbare terechtzitting van 22 mei 2013.
Le greffier, De griffier,
P.-Y. Dutilleux P.-Y. Dutilleux
Le président, De voorzitter,
R. Henneuse R. Henneuse
^