Etaamb.openjustice.be
Protocol van 09 februari 1999
gepubliceerd op 17 maart 1999

Wijziging van het Protocol tussen het Koninkrijk België en het Belgisch-Kongolees Fonds voor Delging en Beheer, autonome instelling van internationaal publiek recht

bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
numac
1999015057
pub.
17/03/1999
prom.
09/02/1999
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

MINISTERIE VAN BUITENLANDSE ZAKEN, BUITENLANDSE HANDEL EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING


9 FEBRUARI 1999. - Wijziging van het Protocol tussen het Koninkrijk België en het Belgisch-Kongolees Fonds voor Delging en Beheer, autonome instelling van internationaal publiek recht


Tussen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Vice-Eerste Minister en Minister van Begroting, de Minister van Buitenlandse Zaken en de Minister van Financiën, enerzijds, en het Belgisch-Kongolees Fonds voor Delging en Beheer, hierna genoemd het Fonds, autonome instelling van internationaal publiek recht, vertegenwoordigd door de Voorzitter en door de Administrateur-Directeur-generaal, anderzijds, is het volgende overeengekomen : Punt 2° van het Protocol van 30 mei 1997 tussen het Koninkrijk België en het Belgisch-Kongolees Fonds, met betrekking tot de uitvoering van het koninklijk besluit van 20 december 1996, wordt vervangen door de onderstaande tekst. De wijziging gaat in op 19 oktober 1998 : « 2° Met inachtneming van de voorschriften inzake administratieve en budgettaire controle neemt de Belgische Staat de verantwoordelijkheid op zich de te betalen bedragen en de begunstigden ervan, vast te leggen. Hij deelt het Fonds mee welke autoriteiten bevoegd zijn om de onderstaande formulieren en de hierna bedoelde nadere gegevens te legaliseren.

Het Fonds is belast met de uitkering in Belgische frank, binnen een zo redelijk mogelijke termijn, van individuele vorderingen, aan de hand van de gegevens die het per aangetekend schrijven van het Ministerie van Buitenlandse Zaken ontvangt. a) De betalingen ter uitvoering van de artikelen 1403 en volgende van het Gerechtelijk Wetboek gebeuren volgens de aldaar beschreven procedure.Het Fonds ontvangt van het Ministerie van Buitenlandse Zaken een eensluidend afschrift van het in het tweede lid van aritkel 1405 van het Gerechtelijk Wetboek bedoelde proces-verbaal. b) Zodra alle voorwaarden zijn vervuld om de begunstigde uit te betalen, bepaalt het Fonds het totale bedrag van de vordering, met inbegrip van de interesten en de kosten, uitgaande van de datum waarop de fondsen aan de Deposito- en Consignatiekas zijn gestort.Bedoelde kas stelt de fondsen ter beschikking van de begunstigde of zijn gevolmachtigde zodra het Fonds in het bezit is van de ondertekende kwitantie, als bedoeld in artikel 2 van bovengenoemd koninklijk besluit, die door het Ministerie van Buitenlandse Zaken werd opgemaakt.

Wanneer de identiteit van de begunstigde niet is vastgesteld, bepaalt het Fonds het totale bedrag van de vordering, met inbegrip van de interesten en de kosten, uitgaande van de datum waarop de fondsen aan de boekhoudkundige van de dienst Geschillen van het Ministerie van Financiën zijn overgemaakt. Op basis van het dossier van het Ministerie van Buitenlandse Zaken legt de boekhoudkundige van de dienst Geschillen vast welke personen voor betaling in aanmerking komen. Zodra bovenvermelde kwitantie, die door het Ministerie van Buitenlandse Zaken werd opgemaakt, aan het Fonds ondertekend is teruggezonden, krijgt de boekhoudkundige van de dienst Geschillen van het Fonds de toelating om de betaling te verrichten. c) In de andere gevallen kan de Raad van Bestuur van het Fonds beslissen over te gaan tot een procedure ad hoc die mutatis mutandis berust op de bovenstaande beginselen en op de in de bijlagen bij dit Protocol vervatte beginselen.Bedoelde beslissingen worden beheerst door het bepaalde in artikel 14 van de Overeenkomst van 6 februari 1965 betreffende het Statuut van het Fonds. Zij zullen tevens ter kennis worden gebracht van de Minister van Begroting die binnen een maand na de verzending van het aangetekend schrijven verzet kan aantekenen.

Het Fonds doet eensluidende afschriften van de documenten die bij toepassing van bovenstaande bepalingen tot stand zijn gekomen en van het betalingsbewijs toekomen aan de Minister van Financiën en de Minister van Buitenlandse Zaken.

De terugvordering van niet-verschuldigde bedragen gebeurt op verzoek van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, door toedoen van het Ministerie van Financiën, Administratie van de BTW, registratie en domeinen, op grond van een executoriale titel. ».

Opgemaakt in vier exemplaren te Brussel, op 9 februari 1999.

Voor het Koninkrijk België : De Vice-Eerste-Minister en Minister van Begroting, H. VAN ROMPUY De Minister van Buitenlandse Zaken, E. DERYCKE De Minister van Financiën, J.-J. VISEUR Voor het Belgisch-Kongoles Fonds voor Delging en Beheer : De Administrateur-Directeur-generaal, Ph. REUL De Voorzitter, A. VAN DE VOORDE

^