← Terug naar "Bericht. - Oproep tot de kandidaten voor mandaten van leden van de commissies voor de evaluatie van
de gerechtelijke stage Artikel 42 van de wet van 31 januari 2007 inzake de gerechtelijke opleiding
en tot oprichting van het Instituut voor Gerec Die commissies zijn belast met de volgende taken: 1° de programma's uitwerken
van de stages bed(...)"
Bericht. - Oproep tot de kandidaten voor mandaten van leden van de commissies voor de evaluatie van de gerechtelijke stage Artikel 42 van de wet van 31 januari 2007 inzake de gerechtelijke opleiding en tot oprichting van het Instituut voor Gerec Die commissies zijn belast met de volgende taken: 1° de programma's uitwerken van de stages bed(...) | Bericht. - Oproep tot de kandidaten voor mandaten van leden van de commissies voor de evaluatie van de gerechtelijke stage Artikel 42 van de wet van 31 januari 2007 inzake de gerechtelijke opleiding en tot oprichting van het Instituut voor Gerec Die commissies zijn belast met de volgende taken: 1° de programma's uitwerken van de stages bed(...) |
---|---|
HOGE RAAD VOOR DE JUSTITIE | HOGE RAAD VOOR DE JUSTITIE |
Bericht. - Oproep tot de kandidaten voor mandaten van leden van de | Bericht. - Oproep tot de kandidaten voor mandaten van leden van de |
commissies voor de evaluatie van de gerechtelijke stage | commissies voor de evaluatie van de gerechtelijke stage |
Artikel 42 van de wet van 31 januari 2007 inzake de gerechtelijke | Artikel 42 van de wet van 31 januari 2007 inzake de gerechtelijke |
opleiding en tot oprichting van het Instituut voor Gerechtelijke | opleiding en tot oprichting van het Instituut voor Gerechtelijke |
Opleiding, stelt bij het Instituut voor Gerechtelijke Opleiding twee | Opleiding, stelt bij het Instituut voor Gerechtelijke Opleiding twee |
commissies voor de evaluatie van de gerechtelijke stage in, een | commissies voor de evaluatie van de gerechtelijke stage in, een |
Nederlandstalige en een Franstalige. | Nederlandstalige en een Franstalige. |
Die commissies zijn belast met de volgende taken: | Die commissies zijn belast met de volgende taken: |
1° de programma's uitwerken van de stages bedoeld in artikel | 1° de programma's uitwerken van de stages bedoeld in artikel |
259octies, § 2, eerste lid, tweede gedachtestreepje en § 3, tweede | 259octies, § 2, eerste lid, tweede gedachtestreepje en § 3, tweede |
lid, tweede gedachtestreepje, van het Gerechtelijk Wetboek; | lid, tweede gedachtestreepje, van het Gerechtelijk Wetboek; |
2° de follow-up van de stagiair waarborgen; | 2° de follow-up van de stagiair waarborgen; |
3° de stageverslagen bedoeld in artikel 259octies van het Gerechtelijk | 3° de stageverslagen bedoeld in artikel 259octies van het Gerechtelijk |
Wetboek ontvangen; | Wetboek ontvangen; |
4° ingeval één of meer stageverslagen ongunstig zijn, aan de minister | 4° ingeval één of meer stageverslagen ongunstig zijn, aan de minister |
van Justitie advies verlenen, eventueel met een voorstel houdende een | van Justitie advies verlenen, eventueel met een voorstel houdende een |
nieuwe affectatie van de stagiair of een voorstel tot voortijdige | nieuwe affectatie van de stagiair of een voorstel tot voortijdige |
beëindiging van de stage; | beëindiging van de stage; |
5° binnen de maand na de ontvangst van alle stageverslagen, overgaan | 5° binnen de maand na de ontvangst van alle stageverslagen, overgaan |
tot de eindevaluatie van de stage en over de stage een omstandig | tot de eindevaluatie van de stage en over de stage een omstandig |
eindverslag opmaken; | eindverslag opmaken; |
6° toezien, in voorkomend geval via aanbevelingen gericht tot de | 6° toezien, in voorkomend geval via aanbevelingen gericht tot de |
stagemeesters, op de harmonisering van de inhoud van de praktische | stagemeesters, op de harmonisering van de inhoud van de praktische |
opleiding van de stagiair en de afstemming ervan op de vereisten van | opleiding van de stagiair en de afstemming ervan op de vereisten van |
de functie. | de functie. |
Artikel 43 van de voornoemde wet verduidelijkt de samenstelling van de | Artikel 43 van de voornoemde wet verduidelijkt de samenstelling van de |
commissies. | commissies. |
Iedere commissie is samengesteld uit: | Iedere commissie is samengesteld uit: |
- een magistraat van het openbaar ministerie die geen lid is van de | - een magistraat van het openbaar ministerie die geen lid is van de |
Hoge Raad voor de Justitie; | Hoge Raad voor de Justitie; |
- een lid van de zittende magistratuur, die geen lid is van de Hoge | - een lid van de zittende magistratuur, die geen lid is van de Hoge |
Raad voor de Justitie; | Raad voor de Justitie; |
- de adjunct-directeur van het opleidinginstituut, of zijn | - de adjunct-directeur van het opleidinginstituut, of zijn |
vertegenwoordiger; | vertegenwoordiger; |
- twee deskundigen inzake onderwijs, inzake pedagogie of inzake | - twee deskundigen inzake onderwijs, inzake pedagogie of inzake |
arbeidspsychologie, die geen lid zijn van de Hoge Raad voor de | arbeidspsychologie, die geen lid zijn van de Hoge Raad voor de |
Justitie. | Justitie. |
Volgens dezelfde procedure wordt voor ieder van die vaste leden een | Volgens dezelfde procedure wordt voor ieder van die vaste leden een |
plaatsvervangend lid aangewezen. | plaatsvervangend lid aangewezen. |
Ze zijn voor een hernieuwbare termijn van vier jaar aangewezen. | Ze zijn voor een hernieuwbare termijn van vier jaar aangewezen. |
Met uitzondering van de betrokken adjunct-directeur van het Instituut | Met uitzondering van de betrokken adjunct-directeur van het Instituut |
voor Gerechtelijke Opleiding worden de leden van de commissies door de | voor Gerechtelijke Opleiding worden de leden van de commissies door de |
verenigde benoemings- en aanwijzingscommissie van de Hoge Raad voor de | verenigde benoemings- en aanwijzingscommissie van de Hoge Raad voor de |
Justitie aangewezen, onder de kandidaten die hebben gereageerd op de | Justitie aangewezen, onder de kandidaten die hebben gereageerd op de |
oproep tot kandidaten. | oproep tot kandidaten. |
Elke commissie wijst een voorzitter aan. | Elke commissie wijst een voorzitter aan. |
De leden van de commissies hebben recht op presentiegeld waarvan het | De leden van de commissies hebben recht op presentiegeld waarvan het |
bedrag overeenkomt met het bepaalde in artikel 259bis-21, § 2, van het | bedrag overeenkomt met het bepaalde in artikel 259bis-21, § 2, van het |
Gerechtelijk Wetboek, en op vergoedingen voor reis- en verblijfkosten. | Gerechtelijk Wetboek, en op vergoedingen voor reis- en verblijfkosten. |
Binnen de Nederlandstalige commissie zijn de volgende mandaten te | Binnen de Nederlandstalige commissie zijn de volgende mandaten te |
begeven: | begeven: |
- twee plaatsvervangende leden, deskundigen inzake onderwijs, inzake | - twee plaatsvervangende leden, deskundigen inzake onderwijs, inzake |
pedagogie of inzake arbeidspsychologie. | pedagogie of inzake arbeidspsychologie. |
De kandidaturen moeten, op straffe van verval, binnen een termijn van | De kandidaturen moeten, op straffe van verval, binnen een termijn van |
een maand na de bekendmaking van deze oproep in het Belgisch | een maand na de bekendmaking van deze oproep in het Belgisch |
Staatsblad bij ter post aangetekende brief worden gericht aan de | Staatsblad bij ter post aangetekende brief worden gericht aan de |
Voorzitter van de verenigde benoemings- en aanwijzingscommissie van de | Voorzitter van de verenigde benoemings- en aanwijzingscommissie van de |
HRJ, IJzerenkruisstraat 67, 1000 Brussel. | HRJ, IJzerenkruisstraat 67, 1000 Brussel. |
De kandidaturen omvatten: | De kandidaturen omvatten: |
- een curriculum vitae; | - een curriculum vitae; |
- een motivatiebrief waarin de kandidaat duidelijk zijn nuttige | - een motivatiebrief waarin de kandidaat duidelijk zijn nuttige |
beroepservaring onderstreept voor een mandaat als lid-magistraat of | beroepservaring onderstreept voor een mandaat als lid-magistraat of |
als lid niet-magistraat van de commissie. | als lid niet-magistraat van de commissie. |