Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 2000 | Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 2000 |
---|---|
MINISTERIE VAN FINANCIEN | MINISTERIE VAN FINANCIEN |
24 DECEMBER 1999. - Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het | 24 DECEMBER 1999. - Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het |
begrotingsjaar 2000 (1) | begrotingsjaar 2000 (1) |
ALBERT II, Koning der Belgen, | ALBERT II, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
De Kamer van Volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij | De Kamer van Volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij |
bekrachtigen hetgeen volgt : | bekrachtigen hetgeen volgt : |
Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid bedoeld in artikel 74, |
Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid bedoeld in artikel 74, |
3°, van de Grondwet. | 3°, van de Grondwet. |
Art. 2.Voor het begrotingsjaar 2000 worden de lopende ontvangsten van |
Art. 2.Voor het begrotingsjaar 2000 worden de lopende ontvangsten van |
de Staat geraamd : | de Staat geraamd : |
Voor de fiscale ontvangsten, op . . . . . F 1 490 497 800 000 | Voor de fiscale ontvangsten, op . . . . . F 1 490 497 800 000 |
Voor de niet-fiscale ontvangsten, op . . . . . F 104 679 800 000 | Voor de niet-fiscale ontvangsten, op . . . . . F 104 679 800 000 |
Zegge te samen . . . . . F 1 595 177 600 000 | Zegge te samen . . . . . F 1 595 177 600 000 |
overeenkomstig Titel I van de hierbijgaande tabel. | overeenkomstig Titel I van de hierbijgaande tabel. |
Art. 3.Voor het begrotingsjaar 2000 worden de kapitaalontvangsten |
Art. 3.Voor het begrotingsjaar 2000 worden de kapitaalontvangsten |
geraamd op de som van 14 355 500 000 frank, overeenkomstig Titel II | geraamd op de som van 14 355 500 000 frank, overeenkomstig Titel II |
van de hierbijgaande tabel. | van de hierbijgaande tabel. |
Art. 4.Voor het begrotingsjaar 2000, wordt de opbrengst van leningen |
Art. 4.Voor het begrotingsjaar 2000, wordt de opbrengst van leningen |
geraamd op 1 165 550 000 000 frank, overeenkomstig Titel III van de | geraamd op 1 165 550 000 000 frank, overeenkomstig Titel III van de |
hierbijgaande tabel. | hierbijgaande tabel. |
Art. 5.De op 31 december 1999 bestaande directe en indirecte |
Art. 5.De op 31 december 1999 bestaande directe en indirecte |
belastingen, in hoofdsom en opdeciemen ten behoeve van de Staat, | belastingen, in hoofdsom en opdeciemen ten behoeve van de Staat, |
worden tijdens het jaar 2000 ingevorderd volgens de wetten, besluiten | worden tijdens het jaar 2000 ingevorderd volgens de wetten, besluiten |
en tarieven waarbij de zetting en invordering ervan worden geregeld, | en tarieven waarbij de zetting en invordering ervan worden geregeld, |
met inbegrip van de wetten, besluiten en tarieven die slechts een | met inbegrip van de wetten, besluiten en tarieven die slechts een |
tijdelijk of voorlopig karakter hebben. | tijdelijk of voorlopig karakter hebben. |
Art. 6.De toepassing van de artikelen 3 en 4, § 1, van de wet van 28 |
Art. 6.De toepassing van de artikelen 3 en 4, § 1, van de wet van 28 |
december 1954, houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het dienstjaar | december 1954, houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het dienstjaar |
1955, is verlengd tot 31 december 2000. | 1955, is verlengd tot 31 december 2000. |
Art. 7.De Koning kan, binnen de perken en onder de voorwaarden die |
Art. 7.De Koning kan, binnen de perken en onder de voorwaarden die |
Hij bepaalt, vrijstelling van belasting verlenen voor de inkomsten van | Hij bepaalt, vrijstelling van belasting verlenen voor de inkomsten van |
leningen die in 2000 door de Staat, de Gemeenschappen, de Gewesten, de | leningen die in 2000 door de Staat, de Gemeenschappen, de Gewesten, de |
provincies, de agglomeraties, de gemeenten en de openbare instellingen | provincies, de agglomeraties, de gemeenten en de openbare instellingen |
of organismen, voornamelijk in het buitenland zouden worden uitgegeven | of organismen, voornamelijk in het buitenland zouden worden uitgegeven |
of geplaatst, en in het bijzonder de Schatkistbons in vreemde munt. | of geplaatst, en in het bijzonder de Schatkistbons in vreemde munt. |
Wat de inkomsten van de effecten betreft van deze leningen die zouden | Wat de inkomsten van de effecten betreft van deze leningen die zouden |
gehouden worden door Belgische verblijfhouders, kunnen de fiscale | gehouden worden door Belgische verblijfhouders, kunnen de fiscale |
vrijstellingen echter alleen worden verleend aan de financiële | vrijstellingen echter alleen worden verleend aan de financiële |
instellingen of de hiermee gelijkgestelde ondernemingen en de | instellingen of de hiermee gelijkgestelde ondernemingen en de |
professionele beleggers bedoeld in artikel 105, 1° en 3°, van het | professionele beleggers bedoeld in artikel 105, 1° en 3°, van het |
koninklijk besluit van 27 augustus 1993 ter uitvoering van het Wetboek | koninklijk besluit van 27 augustus 1993 ter uitvoering van het Wetboek |
van de inkomstenbelastingen 1992. | van de inkomstenbelastingen 1992. |
Art. 8.§ 1. Om het tekort van de ontvangsten in verhouding tot de |
Art. 8.§ 1. Om het tekort van de ontvangsten in verhouding tot de |
uitgaven voor het jaar 2000 te dekken, met inbegrip van de | uitgaven voor het jaar 2000 te dekken, met inbegrip van de |
terugbetalingen van leningen en de eventuele uitgaven als gevolg van | terugbetalingen van leningen en de eventuele uitgaven als gevolg van |
de financiële beheersverrichtingen bedoeld in § 3, 1°, hierna, of om | de financiële beheersverrichtingen bedoeld in § 3, 1°, hierna, of om |
de tijdelijke schatkistonevenwichten in de loop van het begrotingsjaar | de tijdelijke schatkistonevenwichten in de loop van het begrotingsjaar |
te dekken : | te dekken : |
1° wordt de Koning gemachtigd om openbare leningen uit te geven. | 1° wordt de Koning gemachtigd om openbare leningen uit te geven. |
Wanneer de Koning een algemeen uitgiftekader voor leningen heeft | Wanneer de Koning een algemeen uitgiftekader voor leningen heeft |
bepaald dat de grenzen van de bevoegdheden vastlegt die kunnen worden | bepaald dat de grenzen van de bevoegdheden vastlegt die kunnen worden |
gedelegeerd, kan de Minister van Financiën gemachtigd worden om | gedelegeerd, kan de Minister van Financiën gemachtigd worden om |
tijdens het begrotingsjaar de leningen die binnen dit kader vallen uit | tijdens het begrotingsjaar de leningen die binnen dit kader vallen uit |
te geven; | te geven; |
2° wordt de Minister van Financiën gemachtigd om | 2° wordt de Minister van Financiën gemachtigd om |
Schatkistcertificaten, Schatkistbons of om het even welk rentend | Schatkistcertificaten, Schatkistbons of om het even welk rentend |
financieringsinstrument verschillend van de openbare leningen uit te | financieringsinstrument verschillend van de openbare leningen uit te |
geven, | geven, |
en dit zowel in België als in het buitenland en zowel in Belgische | en dit zowel in België als in het buitenland en zowel in Belgische |
frank, in euro en in vreemde munt. | frank, in euro en in vreemde munt. |
§ 2. Het beheer van de overheidsschuld heeft als voornaamste doel de | § 2. Het beheer van de overheidsschuld heeft als voornaamste doel de |
financiële kost van de Staatsschuld te verminderen in het kader van | financiële kost van de Staatsschuld te verminderen in het kader van |
een beheer van de marktrisico's en van de operationele risico's | een beheer van de marktrisico's en van de operationele risico's |
rekening gehouden met de algemene doelstellingen van het begrotings- | rekening gehouden met de algemene doelstellingen van het begrotings- |
en het monetair beleid. | en het monetair beleid. |
Daarom stelt de Minister van Financiën, op voorstel van het | Daarom stelt de Minister van Financiën, op voorstel van het |
strategisch Comité van de schuld dat werkt binnen de Administratie van | strategisch Comité van de schuld dat werkt binnen de Administratie van |
de Thesaurie, de algemene richtlijnen vast die van toepassing zijn op | de Thesaurie, de algemene richtlijnen vast die van toepassing zijn op |
het beheer van de Staatsschuld; deze richtlijnen hebben in het | het beheer van de Staatsschuld; deze richtlijnen hebben in het |
bijzonder betrekking op de structuur van de portefeuille van de schuld | bijzonder betrekking op de structuur van de portefeuille van de schuld |
en op het niveau van de risico's die daaraan kunnen verbonden zijn. | en op het niveau van de risico's die daaraan kunnen verbonden zijn. |
Het strategisch Comité van de schuld neemt de uitvoeringsmaatregelen | Het strategisch Comité van de schuld neemt de uitvoeringsmaatregelen |
voor deze algemene richtlijnen. | voor deze algemene richtlijnen. |
Deze laatste omlijnen de uitvoering van de eigenlijke financiële | Deze laatste omlijnen de uitvoering van de eigenlijke financiële |
verrichtingen door het Agentschap van de schuld opgericht binnen de | verrichtingen door het Agentschap van de schuld opgericht binnen de |
Administratie van de Thesaurie. | Administratie van de Thesaurie. |
§ 3. De Minister van Financiën wordt gemachtigd : | § 3. De Minister van Financiën wordt gemachtigd : |
1° om iedere financiële beheersverrichting af te sluiten binnen de | 1° om iedere financiële beheersverrichting af te sluiten binnen de |
grenzen gesteld in § 2 hiervoor. | grenzen gesteld in § 2 hiervoor. |
Onder financiële beheersverrichting wordt verstaan : | Onder financiële beheersverrichting wordt verstaan : |
a) de dagelijkse beheersverrichtingen van de Schatkist, meer bepaald | a) de dagelijkse beheersverrichtingen van de Schatkist, meer bepaald |
de financiële verrichtingen die noodzakelijk zijn om het dagelijks | de financiële verrichtingen die noodzakelijk zijn om het dagelijks |
kasevenwicht te waarborgen; | kasevenwicht te waarborgen; |
b) de omruilingen van effecten; | b) de omruilingen van effecten; |
c) de aanpassing van de contractuele voorwaarden of van de | c) de aanpassing van de contractuele voorwaarden of van de |
terugbetalingstermijnen van bestaande leningen, gedaan in overleg met | terugbetalingstermijnen van bestaande leningen, gedaan in overleg met |
de geldschieters en conform de marktvoorwaarden; | de geldschieters en conform de marktvoorwaarden; |
d) de interestswaps en de deviezenswaps, de opties, de | d) de interestswaps en de deviezenswaps, de opties, de |
termijncontracten en elk ander instrument van het financieel en | termijncontracten en elk ander instrument van het financieel en |
budgettair risicobeheer dat verband houdt met de Staatsschuld en die | budgettair risicobeheer dat verband houdt met de Staatsschuld en die |
toegelaten zijn door de Minister van Financiën in toepassing van § 2 | toegelaten zijn door de Minister van Financiën in toepassing van § 2 |
hiervoor; | hiervoor; |
e) alle soorten beleggingen, met inbegrip van deze die noodzakelijk | e) alle soorten beleggingen, met inbegrip van deze die noodzakelijk |
zijn voor de continuïteit van de financiering van de Schatkist. | zijn voor de continuïteit van de financiering van de Schatkist. |
2° om, in afwijking van artikel 6 van de wet van 2 augustus 1955 | 2° om, in afwijking van artikel 6 van de wet van 2 augustus 1955 |
houdende opheffing van het Fonds tot delging der Staatsschuld en van | houdende opheffing van het Fonds tot delging der Staatsschuld en van |
artikel 7 van het koninklijk besluit van 27 februari 1956 tot regeling | artikel 7 van het koninklijk besluit van 27 februari 1956 tot regeling |
van de werking van de amortisatiekas opgericht door genoemde wet, bij | van de werking van de amortisatiekas opgericht door genoemde wet, bij |
de rijkskassier ter aflossing teruggezochte effecten aan toonder in | de rijkskassier ter aflossing teruggezochte effecten aan toonder in |
bewaring te houden om ze, indien nodig, beschikbaar te stellen voor de | bewaring te houden om ze, indien nodig, beschikbaar te stellen voor de |
omzetting van inschrijvingen op naam of van gedematerialiseerde | omzetting van inschrijvingen op naam of van gedematerialiseerde |
waarden. | waarden. |
3° om, naast de omruiling van effecten van bestaande leningen tegen | 3° om, naast de omruiling van effecten van bestaande leningen tegen |
nieuwe lineaire obligaties, de intrestprorata's van de effecten in | nieuwe lineaire obligaties, de intrestprorata's van de effecten in |
omloop te betalen aan de rechthebbenden door middel van lineaire | omloop te betalen aan de rechthebbenden door middel van lineaire |
obligaties; | obligaties; |
4° krachtens de overeenkomst van 5 januari 1994 afgesloten met de | 4° krachtens de overeenkomst van 5 januari 1994 afgesloten met de |
Nationale Bank van België, gedematerialiseerde effecten ter | Nationale Bank van België, gedematerialiseerde effecten ter |
vertegenwoordiging van de Staatsschuld te creëren, die dezelfde | vertegenwoordiging van de Staatsschuld te creëren, die dezelfde |
eigenschappen hebben als deze van de in omloop zijnde effecten, met | eigenschappen hebben als deze van de in omloop zijnde effecten, met |
het oog op het uitlenen van deze effecten op korte termijn aan de | het oog op het uitlenen van deze effecten op korte termijn aan de |
Nationale Bank van België in functie van de behoef ten van haar | Nationale Bank van België in functie van de behoef ten van haar |
effectenclearingstelsel; | effectenclearingstelsel; |
5° over te gaan tot de uitgifte van de gedematerialiseerde effecten | 5° over te gaan tot de uitgifte van de gedematerialiseerde effecten |
uitgedrukt in vreemde munt, voorafgaand aan de valutadag van hun | uitgedrukt in vreemde munt, voorafgaand aan de valutadag van hun |
inschrijving, opdat de investeerders kunnen beschikken over deze | inschrijving, opdat de investeerders kunnen beschikken over deze |
effecten op de bedoelde valutadag binnen de clearingstelsels bedoeld | effecten op de bedoelde valutadag binnen de clearingstelsels bedoeld |
in artikel 1, § 2, b en c, van het koninklijk besluit van 14 juni 1994 | in artikel 1, § 2, b en c, van het koninklijk besluit van 14 juni 1994 |
tot vaststelling van de regels van toepassing op het aanhouden op | tot vaststelling van de regels van toepassing op het aanhouden op |
rekening van gedematerialiseerde effecten uitgedrukt in vreemde munten | rekening van gedematerialiseerde effecten uitgedrukt in vreemde munten |
of in rekeneenheden andere dan euro. | of in rekeneenheden andere dan euro. |
§ 4. 1° In afwijking van artikel 4 van de gecoördineerde wetten van 17 | § 4. 1° In afwijking van artikel 4 van de gecoördineerde wetten van 17 |
juli 1991 op de Rijkscomptabiliteit, worden de opbrengsten van de | juli 1991 op de Rijkscomptabiliteit, worden de opbrengsten van de |
financieringsinstrumenten op korte termijn (Schatkistcertificaten, | financieringsinstrumenten op korte termijn (Schatkistcertificaten, |
Schatkistbons en gelijkaardige instrumenten) gestort op de | Schatkistbons en gelijkaardige instrumenten) gestort op de |
orderekeningen van de Thesaurie. | orderekeningen van de Thesaurie. |
2° Ten einde de continuïteit van de financiering van de Schatkist te | 2° Ten einde de continuïteit van de financiering van de Schatkist te |
verzekeren, zijn de machtigingen bedoeld in § 1, 1° en 2°, eveneens | verzekeren, zijn de machtigingen bedoeld in § 1, 1° en 2°, eveneens |
van toepassing op de leningen waarvan de voorwaarden worden vastgelegd | van toepassing op de leningen waarvan de voorwaarden worden vastgelegd |
in de loop van de voorgaande begrotingsjaren en waarvan de opbrengst | in de loop van de voorgaande begrotingsjaren en waarvan de opbrengst |
wordt gestort in de loop van het jaar 2000. | wordt gestort in de loop van het jaar 2000. |
3° De Minister van Financiën wordt ertoe gemachtigd een thesaurie in | 3° De Minister van Financiën wordt ertoe gemachtigd een thesaurie in |
vreemde munt te beheren om elke weerslag te vermijden van de | vreemde munt te beheren om elke weerslag te vermijden van de |
verrichtingen in vreemde munt uitgevoerd in het kader van het | verrichtingen in vreemde munt uitgevoerd in het kader van het |
financieel beleid van de Schatkist, afgestemd op de houding van het | financieel beleid van de Schatkist, afgestemd op de houding van het |
monetair beleid. | monetair beleid. |
4° De opbrengsten van de leningen die voortvloeien uit de | 4° De opbrengsten van de leningen die voortvloeien uit de |
beheersverrichtingen van de Schatkist, alsmede : | beheersverrichtingen van de Schatkist, alsmede : |
a) de voorlopige uitgaven voor het vormen van activa en de bijgaande | a) de voorlopige uitgaven voor het vormen van activa en de bijgaande |
kosten; | kosten; |
b) de ontvangsten betreffende het realiseren van de gevormde activa, | b) de ontvangsten betreffende het realiseren van de gevormde activa, |
de bijkomende uitgaven en de opbrengsten voortvloeiend uit deze | de bijkomende uitgaven en de opbrengsten voortvloeiend uit deze |
activa, kunnen worden geboekt op speciale financiële rekeningen in | activa, kunnen worden geboekt op speciale financiële rekeningen in |
Belgische frank of in vreemde munt, die daartoe geopend worden bij de | Belgische frank of in vreemde munt, die daartoe geopend worden bij de |
Nationale Bank van België, los van de directe rekening van de | Nationale Bank van België, los van de directe rekening van de |
Schatkist en die door de Minister van Financiën worden beheerd. | Schatkist en die door de Minister van Financiën worden beheerd. |
De gevormde activa kunnen ook worden ingeschreven op speciale | De gevormde activa kunnen ook worden ingeschreven op speciale |
effectenrekeningen in Belgische frank, in euro of in vreemde munt, | effectenrekeningen in Belgische frank, in euro of in vreemde munt, |
geopend op naam van de Schatkist bij het effectenclearingstelsel van | geopend op naam van de Schatkist bij het effectenclearingstelsel van |
de Nationale Bank van België of bij andere nationale of internationale | de Nationale Bank van België of bij andere nationale of internationale |
clearingorganismen. | clearingorganismen. |
De Minister van Financiën bepaalt, indien nodig, de beheers- en de | De Minister van Financiën bepaalt, indien nodig, de beheers- en de |
openingsmodaliteiten van die rekening en, alsmede de modaliteiten met | openingsmodaliteiten van die rekening en, alsmede de modaliteiten met |
betrekking tot het periodieke saldo ervan. | betrekking tot het periodieke saldo ervan. |
§ 5. De Minister van Financiën kan aan de ambtenaren generaal van de | § 5. De Minister van Financiën kan aan de ambtenaren generaal van de |
Administratie van de Thesaurie, evenals aan de leden van het personeel | Administratie van de Thesaurie, evenals aan de leden van het personeel |
van het Agentschap van de schuld opgericht binnen de Administratie van | van het Agentschap van de schuld opgericht binnen de Administratie van |
de Thesaurie die hij aanwijst voor de door hem voorziene specifieke | de Thesaurie die hij aanwijst voor de door hem voorziene specifieke |
taken het volgende delegeren : | taken het volgende delegeren : |
a) de machtiging om binnen de grenzen voorzien door de Koning, in | a) de machtiging om binnen de grenzen voorzien door de Koning, in |
functie van de schatkistbehoeften, het bedrag en de financiële | functie van de schatkistbehoeften, het bedrag en de financiële |
voorwaarden van de uitgiften van openbare leningen bepaald bij § 1,1°, | voorwaarden van de uitgiften van openbare leningen bepaald bij § 1,1°, |
alsook de nodige machtigingen voor een goede afhandeling van deze | alsook de nodige machtigingen voor een goede afhandeling van deze |
uitgiften, vast te stellen; | uitgiften, vast te stellen; |
b) de machtigingen bepaald bij § 1, 2°, § 3,1° tot 5° en § 4, 3° en | b) de machtigingen bepaald bij § 1, 2°, § 3,1° tot 5° en § 4, 3° en |
4°. | 4°. |
Art. 9.De Minister van Financiën wordt ertoe gemachtigd om op de |
Art. 9.De Minister van Financiën wordt ertoe gemachtigd om op de |
lasten van Staatsleningen in mindering te brengen : | lasten van Staatsleningen in mindering te brengen : |
1° de inkomsten van de plaatsingen van de opbrengsten van leningen in | 1° de inkomsten van de plaatsingen van de opbrengsten van leningen in |
Belgische frank of in euro gedaan in het kader van de | Belgische frank of in euro gedaan in het kader van de |
beheersverrichtingen van de Schatkist bedoeld in artikel 8, § 3, 1°; | beheersverrichtingen van de Schatkist bedoeld in artikel 8, § 3, 1°; |
2° de inkomsten van de plaatsingen van de opbrengsten van leningen in | 2° de inkomsten van de plaatsingen van de opbrengsten van leningen in |
vreemde munt, gedaan in het kader van de beheersverrichtingen van de | vreemde munt, gedaan in het kader van de beheersverrichtingen van de |
Schatkist in artikel 8, § 3, 1°; | Schatkist in artikel 8, § 3, 1°; |
3° de inkomsten of de kapitalen toegewezen aan de Schatkist als gevolg | 3° de inkomsten of de kapitalen toegewezen aan de Schatkist als gevolg |
van beheersverrichtingen van de Schatkist inzake interesten- of | van beheersverrichtingen van de Schatkist inzake interesten- of |
deviezenswaps, arbitrageverrichtingen, verrichtingen om risico's te | deviezenswaps, arbitrageverrichtingen, verrichtingen om risico's te |
dekken zoals options of andere verrichtingen op Staatsleningen met als | dekken zoals options of andere verrichtingen op Staatsleningen met als |
doel de financiële lasten ervan te verminderen. | doel de financiële lasten ervan te verminderen. |
Art. 10.In afwijking van artikel 17 van het koninklijk besluit nr. |
Art. 10.In afwijking van artikel 17 van het koninklijk besluit nr. |
150 van 18 maart 1935 tot samenschakeling van de wetten betreffende de | 150 van 18 maart 1935 tot samenschakeling van de wetten betreffende de |
inrichting en de werking van de Deposito- en Consignatiekas en tot | inrichting en de werking van de Deposito- en Consignatiekas en tot |
aanbrenging van de wijzigingen daarin, krachtens de wet van 31 juli | aanbrenging van de wijzigingen daarin, krachtens de wet van 31 juli |
1934, zal de rentevoet van de in 2000 uit te keren interesten voor de | 1934, zal de rentevoet van de in 2000 uit te keren interesten voor de |
bij de Deposito- en Consignatiekas in bewaring gegeven consignaties, | bij de Deposito- en Consignatiekas in bewaring gegeven consignaties, |
vrijwillige deposito's en borgtochten van alle categorieën, door de | vrijwillige deposito's en borgtochten van alle categorieën, door de |
Minister van Financiën worden vastgesteld. | Minister van Financiën worden vastgesteld. |
Art. 11.Met het oog op de uitvoering van artikel 5, § 1, van de |
Art. 11.Met het oog op de uitvoering van artikel 5, § 1, van de |
verordening (E.E.G.) nr. 1941/81 betreffende een geïntegreerd | verordening (E.E.G.) nr. 1941/81 betreffende een geïntegreerd |
ontwikkelingsprogramma voor de achtergebleven gebieden van België, | ontwikkelingsprogramma voor de achtergebleven gebieden van België, |
worden de financiële middelen voor de projecten die onder hun | worden de financiële middelen voor de projecten die onder hun |
bevoegdheid vallen, gestort op de begrotingen van de Gewesten. | bevoegdheid vallen, gestort op de begrotingen van de Gewesten. |
Deze financiële middelen worden voorafgenomen op de terugbetalingen | Deze financiële middelen worden voorafgenomen op de terugbetalingen |
aan de Belgische Schatkist, waartoe de Europese Gemeenschappen ten | aan de Belgische Schatkist, waartoe de Europese Gemeenschappen ten |
titel van inningskosten gehouden zijn luidens artikel 3, 1°, vijfde | titel van inningskosten gehouden zijn luidens artikel 3, 1°, vijfde |
lid, van het besluit van 21 april 1970 van de Raad van Ministers van | lid, van het besluit van 21 april 1970 van de Raad van Ministers van |
de Europese Gemeenschappen betreffende de vervanging van de financiële | de Europese Gemeenschappen betreffende de vervanging van de financiële |
bijdragen van de Lidstaten door eigen middelen van de Europese | bijdragen van de Lidstaten door eigen middelen van de Europese |
Gemeenschappen, goedgekeurd door de wet van 23 december 1970. | Gemeenschappen, goedgekeurd door de wet van 23 december 1970. |
De over te hevelen bedragen worden bepaald door de Minister van | De over te hevelen bedragen worden bepaald door de Minister van |
Financiën, zoals beslist of voorzien door de E.E.G.-Commissie. | Financiën, zoals beslist of voorzien door de E.E.G.-Commissie. |
Art. 12.Overeenkomstig artikel 53, 1°, van de bijzondere wet van 16 |
Art. 12.Overeenkomstig artikel 53, 1°, van de bijzondere wet van 16 |
januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de | januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de |
Gewesten, gewijzigd door de bijzondere wet van 16 juli 1993 tot | Gewesten, gewijzigd door de bijzondere wet van 16 juli 1993 tot |
vervollediging van de federale staatsstructuur, en rekening houdend | vervollediging van de federale staatsstructuur, en rekening houdend |
met de toepassing van de in artikel 4, § 6, van dezelfde bijzondere | met de toepassing van de in artikel 4, § 6, van dezelfde bijzondere |
wet bedoelde toewijzing van de nalatigheidsinteresten en de last van | wet bedoelde toewijzing van de nalatigheidsinteresten en de last van |
de verwijlinteresten op de gewestelijke belastingen, alsook met de | de verwijlinteresten op de gewestelijke belastingen, alsook met de |
toepassing door het Vlaams Gewest, op de onroerende voorheffing en met | toepassing door het Vlaams Gewest, op de onroerende voorheffing en met |
ingang van het aanslag jaar 1999, van de in artikel 5, § 3, van | ingang van het aanslag jaar 1999, van de in artikel 5, § 3, van |
dezelfde bijzondere wet voorziene mogelijkheid voor de Gewesten om | dezelfde bijzondere wet voorziene mogelijkheid voor de Gewesten om |
zelf de dienst te verzekeren van de gewestelijke belastingen waarvan | zelf de dienst te verzekeren van de gewestelijke belastingen waarvan |
de opbrengst volledig is toegewezen, worden de financiële middelen van | de opbrengst volledig is toegewezen, worden de financiële middelen van |
de Gewesten voortvloeiend uit de gewestelijke belastingen, met | de Gewesten voortvloeiend uit de gewestelijke belastingen, met |
inbegrip van voormelde interesten, voor het begrotingsjaar 2000 | inbegrip van voormelde interesten, voor het begrotingsjaar 2000 |
geraamd op 39 235 900 000 frank voor het Vlaams Gewest; op 19 102 900 | geraamd op 39 235 900 000 frank voor het Vlaams Gewest; op 19 102 900 |
000 frank voor het Waals Gewest en op 12 239 800 000 frank voor het | 000 frank voor het Waals Gewest en op 12 239 800 000 frank voor het |
Brussels Hoofdstedelijk Gewest. | Brussels Hoofdstedelijk Gewest. |
Art. 13.Overeenkomstig artikel 53, 2°, van de bijzondere wet van 16 |
Art. 13.Overeenkomstig artikel 53, 2°, van de bijzondere wet van 16 |
januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de | januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de |
Gewesten, gewijzigd door de bijzondere wet van 16 juli 1993 tot | Gewesten, gewijzigd door de bijzondere wet van 16 juli 1993 tot |
vervollediging van de federale staatsstructuur, worden de financiële | vervollediging van de federale staatsstructuur, worden de financiële |
middelen van de Gemeenschappen afkomstig uit de toegewezen gedeelten | middelen van de Gemeenschappen afkomstig uit de toegewezen gedeelten |
van de opbrengst van de belasting op de toegevoegde waarde en van de | van de opbrengst van de belasting op de toegevoegde waarde en van de |
personenbelasting, voor het begrotingsjaar 2000, rekening houdend met | personenbelasting, voor het begrotingsjaar 2000, rekening houdend met |
de vermoedelijke saldi van de afrekening van het begrotingsjaar 1999, | de vermoedelijke saldi van de afrekening van het begrotingsjaar 1999, |
geraamd op 320 014 300 000 frank voor de Vlaamse Gemeenschap en op 216 | geraamd op 320 014 300 000 frank voor de Vlaamse Gemeenschap en op 216 |
783 700 000 frank voor de Franse Gemeenschap. | 783 700 000 frank voor de Franse Gemeenschap. |
Art. 14.Overeenkomstig de artikelen 53, 3°, en 35bis van de |
Art. 14.Overeenkomstig de artikelen 53, 3°, en 35bis van de |
bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de | bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de |
Gemeenschappen en de Gewesten, gewijzigd door de bijzondere wet van 16 | Gemeenschappen en de Gewesten, gewijzigd door de bijzondere wet van 16 |
juli 1993 tot vervollediging van de federale staatsstructuur, worden | juli 1993 tot vervollediging van de federale staatsstructuur, worden |
de financiële middelen van de Gewesten afkomstig uit het toegewezen | de financiële middelen van de Gewesten afkomstig uit het toegewezen |
gedeelte van de opbrengst van de personenbelasting, voor het | gedeelte van de opbrengst van de personenbelasting, voor het |
begrotingsjaar 2000, rekening houdend met de vermoedelijke saldi van | begrotingsjaar 2000, rekening houdend met de vermoedelijke saldi van |
de afrekening van het begrotingsjaar 1999, geraamd op 228 999 900 000 | de afrekening van het begrotingsjaar 1999, geraamd op 228 999 900 000 |
frank voor het Vlaams Gewest; op 129 796 500 000 frank voor het Waalse | frank voor het Vlaams Gewest; op 129 796 500 000 frank voor het Waalse |
Gewest en op 35 256 700 000 frank voor het Brussels Hoofdstedelijk | Gewest en op 35 256 700 000 frank voor het Brussels Hoofdstedelijk |
Gewest. | Gewest. |
Art. 15.De ontvangsten ten voordele van de Gemeenschappen en de |
Art. 15.De ontvangsten ten voordele van de Gemeenschappen en de |
Gewesten worden naargelang het geval, gestort hetzij op een speciaal | Gewesten worden naargelang het geval, gestort hetzij op een speciaal |
fonds opgericht op hoofdstuk 18 van de Afzonderlijke sectie van de | fonds opgericht op hoofdstuk 18 van de Afzonderlijke sectie van de |
Algemene Uitgavenbegroting hetzij op een rekening van de | Algemene Uitgavenbegroting hetzij op een rekening van de |
Ordeverrichtingen van de Thesaurie. | Ordeverrichtingen van de Thesaurie. |
Art. 16.Deze wet treedt in werking op 1 januari 2000. |
Art. 16.Deze wet treedt in werking op 1 januari 2000. |
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden | Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden |
bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekend gemaakt. | bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekend gemaakt. |
Gegeven te Brussel, 24 december 1999. | Gegeven te Brussel, 24 december 1999. |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Begroting, | De Minister van Begroting, |
J. VANDE LANOTTE | J. VANDE LANOTTE |
De Minister van Financiën, | De Minister van Financiën, |
D. REYNDERS | D. REYNDERS |
Met 's Lands zegel gezegeld : | Met 's Lands zegel gezegeld : |
De Minister van Justitie, | De Minister van Justitie, |
M. VERWILGHEN | M. VERWILGHEN |
_______ | _______ |
Nota | Nota |
(1) Gewone zitting 1999-2000. | (1) Gewone zitting 1999-2000. |
Kamer van volksvertegenwoordigers | Kamer van volksvertegenwoordigers |
Parlementaire dokumenten. - Wetsontwerp, nr. 500197/001. - Verslag, | Parlementaire dokumenten. - Wetsontwerp, nr. 500197/001. - Verslag, |
nr. 500197/002. - Adviezen van de vaste commissies, nrs. 500197/003 en | nr. 500197/002. - Adviezen van de vaste commissies, nrs. 500197/003 en |
4. - Bijlage, nr. 500197/005. - Bijlage aan het verslag, nr. | 4. - Bijlage, nr. 500197/005. - Bijlage aan het verslag, nr. |
500197/006. | 500197/006. |
Parlementaire Handelingen. - Debatten. Vergaderingen van 20, 21 en 22 | Parlementaire Handelingen. - Debatten. Vergaderingen van 20, 21 en 22 |
december 1999. - Aanneming. Vergadering van 23 december 1999. | december 1999. - Aanneming. Vergadering van 23 december 1999. |
WETSTABEL | WETSTABEL |
Tabel van de ontvangsten | Tabel van de ontvangsten |
Ter informatie worden de bedragen van de ontvangsten ook weergegeven | Ter informatie worden de bedragen van de ontvangsten ook weergegeven |
in euro. | in euro. |
Om een opeenstapeling van fouten bij de afronding te vermijden werden | Om een opeenstapeling van fouten bij de afronding te vermijden werden |
deze bedragen berekend, ongeacht het niveau, door omzetting van de | deze bedragen berekend, ongeacht het niveau, door omzetting van de |
bedragen in Belgische frank. Hieruit vloeit voort dat het mogelijk is | bedragen in Belgische frank. Hieruit vloeit voort dat het mogelijk is |
dat de totalen in euro (per hoofdstuk, sectie en titel) niet | dat de totalen in euro (per hoofdstuk, sectie en titel) niet |
overeenstemmen met het totaal van de samenstellende delen in euro). | overeenstemmen met het totaal van de samenstellende delen in euro). |
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld | Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld |