Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 1998 | Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 1998 |
---|---|
MINISTERIE VAN FINANCIEN | MINISTERIE VAN FINANCIEN |
19 DECEMBER 1997. Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het | 19 DECEMBER 1997. Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het |
begrotingsjaar 1998 (1) | begrotingsjaar 1998 (1) |
ALBERT II, Koning der Belgen, | ALBERT II, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij | De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij |
bekrachtigen hetgeen volgt : | bekrachtigen hetgeen volgt : |
Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid bedoeld in artikel 74, |
Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid bedoeld in artikel 74, |
3°, van de Grondwet. | 3°, van de Grondwet. |
Art. 2.Voor het begrotingsjaar 1998 worden de lopende ontvangsten van |
Art. 2.Voor het begrotingsjaar 1998 worden de lopende ontvangsten van |
de Staat geraamd : | de Staat geraamd : |
Voor de fiscale ontvangsten, op . . . . . F1 360 024 300 000 | Voor de fiscale ontvangsten, op . . . . . F1 360 024 300 000 |
Voor de niet-fiscale ontvangsten, op . . . . . F 104 122 700 000 | Voor de niet-fiscale ontvangsten, op . . . . . F 104 122 700 000 |
Zegge te samen . . . . . F1 464 147 000 000 | Zegge te samen . . . . . F1 464 147 000 000 |
overeenkomstig Titel I van de hierbijgaande tabel. | overeenkomstig Titel I van de hierbijgaande tabel. |
Art. 3.Voor het begrotingsjaar 1998 worden de kapitaalontvangsten |
Art. 3.Voor het begrotingsjaar 1998 worden de kapitaalontvangsten |
geraamd op de som van 27 321 800 000 frank, overeenkomstig Titel II | geraamd op de som van 27 321 800 000 frank, overeenkomstig Titel II |
van de hierbijgaande tabel. | van de hierbijgaande tabel. |
Art. 4.Voor het begrotingsjaar 1998, wordt de opbrengst van leningen |
Art. 4.Voor het begrotingsjaar 1998, wordt de opbrengst van leningen |
geraamd op 803 800 000 000 frank, overeenkomstig Titel III van de | geraamd op 803 800 000 000 frank, overeenkomstig Titel III van de |
hierbijgaande tabel. | hierbijgaande tabel. |
Art. 5.De op 31 december 1997 bestaande directe en indirecte |
Art. 5.De op 31 december 1997 bestaande directe en indirecte |
belastingen, in hoofdsom en opdeciemen ten behoeve van de Staat, | belastingen, in hoofdsom en opdeciemen ten behoeve van de Staat, |
worden tijdens het jaar 1998 ingevorderd volgens de wenen, besluiten | worden tijdens het jaar 1998 ingevorderd volgens de wenen, besluiten |
en tarieven waarbij de zetting en invordering ervan worden geregeld, | en tarieven waarbij de zetting en invordering ervan worden geregeld, |
met inbegrip van de wetten, besluiten en tarieven die slechts een | met inbegrip van de wetten, besluiten en tarieven die slechts een |
tijdelijk of voorlopig karakter hebben. | tijdelijk of voorlopig karakter hebben. |
Art. 6.De toepassing van de artikelen 3 en 4, § 1, van de wet van 28 |
Art. 6.De toepassing van de artikelen 3 en 4, § 1, van de wet van 28 |
december 1954, houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het dienstjaar | december 1954, houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het dienstjaar |
1955, is verlengd tot 31 december 1998. | 1955, is verlengd tot 31 december 1998. |
Art. 7.De Koning kan, binnen de perken en onder de voorwaarden die |
Art. 7.De Koning kan, binnen de perken en onder de voorwaarden die |
Hij bepaalt, vrijstelling van belasting verlenen voor de inkomsten van | Hij bepaalt, vrijstelling van belasting verlenen voor de inkomsten van |
leningen die in 1998 door de Staat, de gemeenschappen, de gewesten, de | leningen die in 1998 door de Staat, de gemeenschappen, de gewesten, de |
provincies, de agglomeraties, de gemeenten en de openbare instellingen | provincies, de agglomeraties, de gemeenten en de openbare instellingen |
of organismen, voornamelijk in het buitenland zouden worden uitgegeven | of organismen, voornamelijk in het buitenland zouden worden uitgegeven |
of geplaatst, en in het bijzonder de Schatkistbons in vreemde munt. | of geplaatst, en in het bijzonder de Schatkistbons in vreemde munt. |
Wat de inkomsten van de effecten betreft van deze leningen die zouden | Wat de inkomsten van de effecten betreft van deze leningen die zouden |
gehouden worden door Belgische verblijfhouders, kunnen de fiscale | gehouden worden door Belgische verblijfhouders, kunnen de fiscale |
vrijstellingen echter alleen worden verleend aan de financiële | vrijstellingen echter alleen worden verleend aan de financiële |
instellingen of de hiermee gelijkgetselde ondernemingen en de | instellingen of de hiermee gelijkgetselde ondernemingen en de |
professionele beleggers bedoeld in artikel 105, 1° en 3°, van het | professionele beleggers bedoeld in artikel 105, 1° en 3°, van het |
koninklijk besluit van 27 augustus 1993 ter uitvoering van het Wetboek | koninklijk besluit van 27 augustus 1993 ter uitvoering van het Wetboek |
van de inkomstenbelastingen 1992. | van de inkomstenbelastingen 1992. |
Art. 8.§ 1. Om het tekort van de ontvangsten in verhouding tot de |
Art. 8.§ 1. Om het tekort van de ontvangsten in verhouding tot de |
uitgaven voor het jaar 1998 te dekken, met inbegrip van de | uitgaven voor het jaar 1998 te dekken, met inbegrip van de |
terugbetalingen van leningen en de eventuele uitgaven als gevolg van | terugbetalingen van leningen en de eventuele uitgaven als gevolg van |
de financiële beheersverrichtingen bedoeld in § 3, 1°, hierna, of om | de financiële beheersverrichtingen bedoeld in § 3, 1°, hierna, of om |
de tijdelijke schatkistonevenwichten in de loop van het begrotingsjaar | de tijdelijke schatkistonevenwichten in de loop van het begrotingsjaar |
te dekken : | te dekken : |
1° wordt de Koning gemachtigd om openbare leningen uit te geven. | 1° wordt de Koning gemachtigd om openbare leningen uit te geven. |
Wanneer de Koning een algemeen uitgiftekader voor leningen heeft | Wanneer de Koning een algemeen uitgiftekader voor leningen heeft |
bepaald dat de grenzen van de bevoegdheden vastlegt die kunnen worden | bepaald dat de grenzen van de bevoegdheden vastlegt die kunnen worden |
gedelegeerd, kan de Minister van Financiën gemachtigd worden om | gedelegeerd, kan de Minister van Financiën gemachtigd worden om |
tijdens het begrotingsjaar de leningen die binnen dit kader vallen uit | tijdens het begrotingsjaar de leningen die binnen dit kader vallen uit |
te geven; | te geven; |
2° wordt de Minister van Financiën gemachtigd om | 2° wordt de Minister van Financiën gemachtigd om |
schatkistcertificaten, Schatkistbons of om het even welk rentend | schatkistcertificaten, Schatkistbons of om het even welk rentend |
financieringsinstrument verschillend van de openbare leningen uit te | financieringsinstrument verschillend van de openbare leningen uit te |
geven. | geven. |
en dit zowel in België als in het buitenland en zowel in Belgische | en dit zowel in België als in het buitenland en zowel in Belgische |
frank als in vreemde munt. | frank als in vreemde munt. |
§ 2. Het beheer van de overheidsschuld heeft als voornaamste doel de | § 2. Het beheer van de overheidsschuld heeft als voornaamste doel de |
financiële kost van de Staatsschuld te verminderen in het kader van | financiële kost van de Staatsschuld te verminderen in het kader van |
een beheer van de marktrisico's en van de operationele risico's | een beheer van de marktrisico's en van de operationele risico's |
rekening gehouden met de algemene doelstellingen van het begrotings- | rekening gehouden met de algemene doelstellingen van het begrotings- |
en het monetair beleid. | en het monetair beleid. |
Daarom stelt de Minister van Financiën, op voorstel van het | Daarom stelt de Minister van Financiën, op voorstel van het |
strategisch Comité van de schuld dat werkt binnen de Administratie van | strategisch Comité van de schuld dat werkt binnen de Administratie van |
de Thesaurie, de algemene richtlijnen vast die van toepassing zijn op | de Thesaurie, de algemene richtlijnen vast die van toepassing zijn op |
het beheer van de Staatsschuld; deze richtlijnen hebben in het | het beheer van de Staatsschuld; deze richtlijnen hebben in het |
bijzonder betrekking op de structuur van de portefeuille van de schuld | bijzonder betrekking op de structuur van de portefeuille van de schuld |
en op het niveau van de risico's die daaraan kunnen verbonden zijn. | en op het niveau van de risico's die daaraan kunnen verbonden zijn. |
Het strategisch Comité van de schuld neemt de uitvoeringsmaatregelen | Het strategisch Comité van de schuld neemt de uitvoeringsmaatregelen |
voor deze algemene richtlijnen. | voor deze algemene richtlijnen. |
Deze laatste omlijnen de uitvoering van de eigenlijke financiële | Deze laatste omlijnen de uitvoering van de eigenlijke financiële |
verrichtingen door het Agentschap van de schuld opgericht binnen de | verrichtingen door het Agentschap van de schuld opgericht binnen de |
Administratie van de Thesaurie. | Administratie van de Thesaurie. |
§ 3. De Minister van Financiën wordt gemachtigd : | § 3. De Minister van Financiën wordt gemachtigd : |
1° Om iedere financiële beheersverrichting af te sluiten binnen de | 1° Om iedere financiële beheersverrichting af te sluiten binnen de |
grenzen gesteld in § 2 hiervoor. Onder financiële beheersverrichting | grenzen gesteld in § 2 hiervoor. Onder financiële beheersverrichting |
wordt verstaan : | wordt verstaan : |
a) de dagelijkse beheersverrichtingen van de Schatkist, meer bepaald | a) de dagelijkse beheersverrichtingen van de Schatkist, meer bepaald |
de financiële verrichtingen die noodzakelijk zijn om het dagelijks | de financiële verrichtingen die noodzakelijk zijn om het dagelijks |
kasevenwicht te waarborgen; | kasevenwicht te waarborgen; |
b) de omruilingen van effecten; | b) de omruilingen van effecten; |
c) de aanpassing van de contractuele voorwaarden of van de | c) de aanpassing van de contractuele voorwaarden of van de |
terugbetalingstermijnen van bestaande leningen, gedaan in overleg met | terugbetalingstermijnen van bestaande leningen, gedaan in overleg met |
de geldschieters en conform de marktvoorwaarden; | de geldschieters en conform de marktvoorwaarden; |
d) de interestswaps en de deviezenswaps, de opties, de | d) de interestswaps en de deviezenswaps, de opties, de |
termijncontracten en elk ander instrument van het financieel en | termijncontracten en elk ander instrument van het financieel en |
budgettair risicobeheer dat verband houdt met de Staatsschuld en die | budgettair risicobeheer dat verband houdt met de Staatsschuld en die |
toegelaten zijn door de Minister van Financiën in toepassing van § 2 | toegelaten zijn door de Minister van Financiën in toepassing van § 2 |
hiervoor; | hiervoor; |
e) alle soorten beleggingen, met inbegrip van deze die noodzakelijk | e) alle soorten beleggingen, met inbegrip van deze die noodzakelijk |
zijn voor de continuïteit van de financiering van de Schatkist. | zijn voor de continuïteit van de financiering van de Schatkist. |
2° Om, in afwijking van artikel 6 van de wet van 2 augustus 1955 | 2° Om, in afwijking van artikel 6 van de wet van 2 augustus 1955 |
houdende opheffing van het Fonds tot delging der Staatsschuld en van | houdende opheffing van het Fonds tot delging der Staatsschuld en van |
artikel 7 van het koninklijk besluit van 27 februari 1956 tot regeling | artikel 7 van het koninklijk besluit van 27 februari 1956 tot regeling |
van de werking van de Amortisatiekas opgericht door genoemde wet, bij | van de werking van de Amortisatiekas opgericht door genoemde wet, bij |
de Rijkskassier ter aflossing teruggezochte effecten aan toonder in | de Rijkskassier ter aflossing teruggezochte effecten aan toonder in |
bewaring te houden om ze, indien nodig, beschikbaar te stellen voor de | bewaring te houden om ze, indien nodig, beschikbaar te stellen voor de |
omzetting van inschrijvingen op naam of van gedematerialiseerde | omzetting van inschrijvingen op naam of van gedematerialiseerde |
waarden. | waarden. |
3° Om, naast de omruiling van effecten van bestaande leningen tegen | 3° Om, naast de omruiling van effecten van bestaande leningen tegen |
nieuwe lineaire obligaties, de intrestprorata's van de effecten in | nieuwe lineaire obligaties, de intrestprorata's van de effecten in |
omloop te betalen aan de rechthebbenden door middel van lineaire | omloop te betalen aan de rechthebbenden door middel van lineaire |
obligaties. | obligaties. |
4° Krachtens de overeenkomst van 5 januari 1994 afgesloten met de | 4° Krachtens de overeenkomst van 5 januari 1994 afgesloten met de |
Nationale Bank van België, gedematerialiseerde effecten ter | Nationale Bank van België, gedematerialiseerde effecten ter |
vertegenwoordiging van de Staatsschuld te creëren, die dezelfde | vertegenwoordiging van de Staatsschuld te creëren, die dezelfde |
eigenschappen hebben als deze van de in omloop zijnde effecten, met | eigenschappen hebben als deze van de in omloop zijnde effecten, met |
het oog op het uitlenen van deze effecten op korte termijn aan de | het oog op het uitlenen van deze effecten op korte termijn aan de |
Nationale Bank van België in functie van de behoeften van haar | Nationale Bank van België in functie van de behoeften van haar |
effectenclearingstelsel. | effectenclearingstelsel. |
5° over te gaan tot de uitgifte van de gedematerialiseerde effecten | 5° over te gaan tot de uitgifte van de gedematerialiseerde effecten |
uitgedrukt in vreemde munt, voorafgaand aan de valutadag van hun | uitgedrukt in vreemde munt, voorafgaand aan de valutadag van hun |
inschrijving, opdat de investeerders kunnen beschikken over deze | inschrijving, opdat de investeerders kunnen beschikken over deze |
effecten op de bedoelde valutadag binnen de clearingstelsels bedoeld | effecten op de bedoelde valutadag binnen de clearingstelsels bedoeld |
in artikel 1, § 2, b en c van het koninklijk besluit van 14 juni 1994 | in artikel 1, § 2, b en c van het koninklijk besluit van 14 juni 1994 |
tot vaststelling van de regels van toepassing op het aanhouden op | tot vaststelling van de regels van toepassing op het aanhouden op |
rekening van gedematerialiseerde effecten uitgedrukt in vreemde munten | rekening van gedematerialiseerde effecten uitgedrukt in vreemde munten |
of in rekeneenheden andere dan ecu. | of in rekeneenheden andere dan ecu. |
§ 4. 1°In afwijking van artikel 4 van de gecoördineerde wetten van 17 | § 4. 1°In afwijking van artikel 4 van de gecoördineerde wetten van 17 |
juli 1991 op de Rijkscomptabiliteit, worden de opbrengsten van de | juli 1991 op de Rijkscomptabiliteit, worden de opbrengsten van de |
financieringsinstrumenten op korte termijn (schatkistcertificaten, | financieringsinstrumenten op korte termijn (schatkistcertificaten, |
schatkistbons en gelijkaardige instrumenten) gestort op de | schatkistbons en gelijkaardige instrumenten) gestort op de |
orderekeningen van de thesaurie. | orderekeningen van de thesaurie. |
2° Teneinde de continuïteit van de financiering van de Schatkist te | 2° Teneinde de continuïteit van de financiering van de Schatkist te |
verzekeren, zijn de machtigingen bedoeld in § 1, 1° en 2° eveneens van | verzekeren, zijn de machtigingen bedoeld in § 1, 1° en 2° eveneens van |
toepassing op de leningen waarvan de voorwaarden worden vastgelegd in | toepassing op de leningen waarvan de voorwaarden worden vastgelegd in |
de loop van de voorgaande begrotingsjaren en waarvan de opbrengst | de loop van de voorgaande begrotingsjaren en waarvan de opbrengst |
wordt gestort in de loop van het jaar 1998. | wordt gestort in de loop van het jaar 1998. |
3° De Minister van Financiën wordt er toe gemachtigd een thesaurie in | 3° De Minister van Financiën wordt er toe gemachtigd een thesaurie in |
vreemde munt te beheren om elke weerslag te vermijden van de | vreemde munt te beheren om elke weerslag te vermijden van de |
verrichtingen in vreemde munt uitgevoerd in het kader van het | verrichtingen in vreemde munt uitgevoerd in het kader van het |
financieel beleid van de Schatkist, afgestemd op het monetair beleid. | financieel beleid van de Schatkist, afgestemd op het monetair beleid. |
4° De opbrengsten van de leningen die voortvloeien uit de | 4° De opbrengsten van de leningen die voortvloeien uit de |
beheersverrichtingen van de Schatkist, alsmede : | beheersverrichtingen van de Schatkist, alsmede : |
a) de voorlopige uitgaven voor het vormen van activa en de bijgaande | a) de voorlopige uitgaven voor het vormen van activa en de bijgaande |
kosten; | kosten; |
b) de ontvangsten betreffende het realiseren van de gevormde activa, | b) de ontvangsten betreffende het realiseren van de gevormde activa, |
de bijkomende uitgaven en de opbrengsten voortvloeiend uit deze | de bijkomende uitgaven en de opbrengsten voortvloeiend uit deze |
activa, | activa, |
kunnen worden geboekt op speciale financiële rekeningen in Belgische | kunnen worden geboekt op speciale financiële rekeningen in Belgische |
franken of in vreemde munt, die daartoe geopend worden bij de | franken of in vreemde munt, die daartoe geopend worden bij de |
Nationale Bank van België, los van de directe rekening van de | Nationale Bank van België, los van de directe rekening van de |
Schatkist en die door de Minister van Financiën worden beheerd. | Schatkist en die door de Minister van Financiën worden beheerd. |
De gevormde activa kunnen ook worden ingeschreven op speciale | De gevormde activa kunnen ook worden ingeschreven op speciale |
effectenrekeningen in Belgische franken of in vreemde munt, geopend op | effectenrekeningen in Belgische franken of in vreemde munt, geopend op |
naam van de Schatkist bij het effectenclearingstelsel van de Nationale | naam van de Schatkist bij het effectenclearingstelsel van de Nationale |
Bank van België of bij andere nationale of internationale | Bank van België of bij andere nationale of internationale |
clearingorganismen. | clearingorganismen. |
De Minister van Financiën bepaalt, indien nodig, de beheers- en de | De Minister van Financiën bepaalt, indien nodig, de beheers- en de |
openingsmodaliteiten van die rekeningen, alsmede de modaliteiten met | openingsmodaliteiten van die rekeningen, alsmede de modaliteiten met |
betrekking tot het periodieke saldo ervan. | betrekking tot het periodieke saldo ervan. |
§ 5. De Minister van Financiën kan aan de ambtenaren-generaal van de | § 5. De Minister van Financiën kan aan de ambtenaren-generaal van de |
Administratie van de Thesaurie evenals aan de leden van het personeel | Administratie van de Thesaurie evenals aan de leden van het personeel |
van het Agentschap van de schuld opgericht binnen de Administratie van | van het Agentschap van de schuld opgericht binnen de Administratie van |
de Thesaurie die hij aanwijst voor de door hem voorziene specifieke | de Thesaurie die hij aanwijst voor de door hem voorziene specifieke |
taken het volgende delegeren : | taken het volgende delegeren : |
a) de machtiging om binnen de grenzen voorzien door de Koning, in | a) de machtiging om binnen de grenzen voorzien door de Koning, in |
functie van de schatkistbehoeften, het bedrag en de financiële | functie van de schatkistbehoeften, het bedrag en de financiële |
voorwaarden van de uitgiftes van openbare leningen bepaald bij § 1, | voorwaarden van de uitgiftes van openbare leningen bepaald bij § 1, |
1°, alsook de nodige machtigingen voor een goede afhandeling van deze | 1°, alsook de nodige machtigingen voor een goede afhandeling van deze |
uitgiften vast te stellen; | uitgiften vast te stellen; |
b) de machtigingen bepaald bij §§ 1, 2°; 3, 1° tot 5° en 4, 3°en 4°. | b) de machtigingen bepaald bij §§ 1, 2°; 3, 1° tot 5° en 4, 3°en 4°. |
§ 6. In afwachting van de oprichting van het Agentschap van de schuld | § 6. In afwachting van de oprichting van het Agentschap van de schuld |
binnen de Administratie van de Thesaurie, dient er verstaan te worden | binnen de Administratie van de Thesaurie, dient er verstaan te worden |
: | : |
a) in § 2, alinea 4 van het huidige artikel : onder "Agentschap van de | a) in § 2, alinea 4 van het huidige artikel : onder "Agentschap van de |
schuld opgericht binnen de Administratie van de Thesaurie" : "de | schuld opgericht binnen de Administratie van de Thesaurie" : "de |
Administratie van de Thesaurie"; | Administratie van de Thesaurie"; |
b) in § 5 van het huidige artikel : onder "leden van het personeel van | b) in § 5 van het huidige artikel : onder "leden van het personeel van |
het Agentschap van de schuld opgericht binnen de Administratie van de | het Agentschap van de schuld opgericht binnen de Administratie van de |
Thesaurie" : "de ambtenaren van de Administratie van de Thesaurie". | Thesaurie" : "de ambtenaren van de Administratie van de Thesaurie". |
Art. 9.De Minister van Financiën wordt ertoe gemachtigd om op de |
Art. 9.De Minister van Financiën wordt ertoe gemachtigd om op de |
lasten van Staatsleningen in mindering te brengen : | lasten van Staatsleningen in mindering te brengen : |
1° de inkomsten van de plaatsingen van de opbrengsten van leningen in | 1° de inkomsten van de plaatsingen van de opbrengsten van leningen in |
Belgische frank gedaan in het kader van de beheersverrichtingen van de | Belgische frank gedaan in het kader van de beheersverrichtingen van de |
Schatkist bedoeld in artikel 8, § 3, 1°; | Schatkist bedoeld in artikel 8, § 3, 1°; |
2° de inkomsten van de plaatsingen van de opbrengsten van leningen in | 2° de inkomsten van de plaatsingen van de opbrengsten van leningen in |
vreemde munt, gedaan in het kader van de beheersverrichtingen van de | vreemde munt, gedaan in het kader van de beheersverrichtingen van de |
Schatkist bedoeld in artikel 8, § 3, 1°; | Schatkist bedoeld in artikel 8, § 3, 1°; |
3° de inkomsten of de kapitalen toegewezen aan de Schatkist als gevolg | 3° de inkomsten of de kapitalen toegewezen aan de Schatkist als gevolg |
van beheersverrichtingen van de Schatkist inzake interesten- of | van beheersverrichtingen van de Schatkist inzake interesten- of |
deviezenswaps, arbitrageverrichtingen, verrichtingen om risico's te | deviezenswaps, arbitrageverrichtingen, verrichtingen om risico's te |
dekken zoals "options" of andere verrichtingen op Staatsleningen met | dekken zoals "options" of andere verrichtingen op Staatsleningen met |
als doel de financiële lasten ervan te verminderen. | als doel de financiële lasten ervan te verminderen. |
Art. 10.In afwijking van artikel 17 van het koninklijk besluit nr. |
Art. 10.In afwijking van artikel 17 van het koninklijk besluit nr. |
150 van 18 maart 1935 tot samenschakeling van de wetten betreffende de | 150 van 18 maart 1935 tot samenschakeling van de wetten betreffende de |
inrichting en de werking van de Deposito- en Consignatiekas en tot | inrichting en de werking van de Deposito- en Consignatiekas en tot |
aanbrenging van de wijzigingen daarin, krachtens de wet van 31 juli | aanbrenging van de wijzigingen daarin, krachtens de wet van 31 juli |
1934, zal de rentevoet van de in 1998 uit te keren interesten voor de | 1934, zal de rentevoet van de in 1998 uit te keren interesten voor de |
bij de Deposito- en Consignatiekas in bewaring gegeven consignaties, | bij de Deposito- en Consignatiekas in bewaring gegeven consignaties, |
vrijwillige deposito's en borgtochten van alle categorieën, door de | vrijwillige deposito's en borgtochten van alle categorieën, door de |
Minister van Financiën worden vastgesteld. | Minister van Financiën worden vastgesteld. |
Art. 11.Met het oog op de uitvoering van artikel 5, § I, van de |
Art. 11.Met het oog op de uitvoering van artikel 5, § I, van de |
verordening (E.E.G.) nr 1941/81 betreffende een geïntegreerd | verordening (E.E.G.) nr 1941/81 betreffende een geïntegreerd |
ontwikkelingsprogramma voor de achtergebleven gebieden van België, | ontwikkelingsprogramma voor de achtergebleven gebieden van België, |
worden de financiële middelen voor de projecten die onder hun | worden de financiële middelen voor de projecten die onder hun |
bevoegdheid vallen, gestort op de begrotingen van de Gewesten. | bevoegdheid vallen, gestort op de begrotingen van de Gewesten. |
Deze financiële middelen worden voorafgenomen op de terugbetalingen | Deze financiële middelen worden voorafgenomen op de terugbetalingen |
aan de Belgische Schatkist, waartoe de Europese Gemeenschappen ten | aan de Belgische Schatkist, waartoe de Europese Gemeenschappen ten |
titel van inningskosten gehouden zijn luidens artikel 3, 1 °, vijfde | titel van inningskosten gehouden zijn luidens artikel 3, 1 °, vijfde |
lid, van het besluit van 21 april 1970 van de Raad van Ministers van | lid, van het besluit van 21 april 1970 van de Raad van Ministers van |
de Europese Gemeenschappen betreffende de vervanging van de financiële | de Europese Gemeenschappen betreffende de vervanging van de financiële |
bijdragen van de Lidstaten door eigen middelen van de Europese | bijdragen van de Lidstaten door eigen middelen van de Europese |
Gemeenschappen, goedgekeurd door de wet van 23 december 1970. | Gemeenschappen, goedgekeurd door de wet van 23 december 1970. |
De over te hevelen bedragen worden bepaald door de Minister van | De over te hevelen bedragen worden bepaald door de Minister van |
Financiën, zoals beslist of voorzien door de E.E.G.-Commissie. | Financiën, zoals beslist of voorzien door de E.E.G.-Commissie. |
Art. 12.Overeenkomstig artikel 53, 1°, van de bijzondere wet van 16 |
Art. 12.Overeenkomstig artikel 53, 1°, van de bijzondere wet van 16 |
januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de | januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de |
Gewesten, gewijzigd door de bijzondere wet van 16 juli 1993 tot | Gewesten, gewijzigd door de bijzondere wet van 16 juli 1993 tot |
vervollediging van de federale staatsstructuur, worden de financiële | vervollediging van de federale staatsstructuur, worden de financiële |
middelen van de Gewesten voortvloeiend uit de gewestelijke | middelen van de Gewesten voortvloeiend uit de gewestelijke |
belastingen, voor het begrotingsjaar 1998 geraamd op 32 020 400 000 | belastingen, voor het begrotingsjaar 1998 geraamd op 32 020 400 000 |
frank voor het Vlaamse Gewest, op 15 919 200 000 frank voor het Waalse | frank voor het Vlaamse Gewest, op 15 919 200 000 frank voor het Waalse |
Gewest en op 9 821 400 000 frank voor het Brussels Hoofdstedelijk | Gewest en op 9 821 400 000 frank voor het Brussels Hoofdstedelijk |
Gewest. | Gewest. |
Art. 13.Overeenkomstig artikel 53, 2°, van de bijzondere wet van 16 |
Art. 13.Overeenkomstig artikel 53, 2°, van de bijzondere wet van 16 |
januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de | januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de |
Gewesten, gewijzigd door de bijzondere wet van 16 juli 1993 tot | Gewesten, gewijzigd door de bijzondere wet van 16 juli 1993 tot |
vervollediging van de federale staatsstructuur, worden de financiële | vervollediging van de federale staatsstructuur, worden de financiële |
middelen van de Gemeenschappen afkomstig uit de toegewezen gedeelten | middelen van de Gemeenschappen afkomstig uit de toegewezen gedeelten |
van de opbrengst van de belasting over de toegevoegde waarde en de | van de opbrengst van de belasting over de toegevoegde waarde en de |
personenbelasting, voor het begrotingsjaar 1998, rekening houdende met | personenbelasting, voor het begrotingsjaar 1998, rekening houdende met |
de vermoedelijke saldi van de afrekening van het begrotingsjaar 1997, | de vermoedelijke saldi van de afrekening van het begrotingsjaar 1997, |
geraamd op 302 183 800 000 frank voor de Vlaamse Gemeenschap en op 208 | geraamd op 302 183 800 000 frank voor de Vlaamse Gemeenschap en op 208 |
902 700 000 frank voor de Franse Gemeenschap. | 902 700 000 frank voor de Franse Gemeenschap. |
Art. 14.Overeenkomstig de artikelen 53, 3°, en 35bis van de |
Art. 14.Overeenkomstig de artikelen 53, 3°, en 35bis van de |
bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de | bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de |
Gemeenschappen en de Gewesten, gewijzigd door de bijzondere wet van 16 | Gemeenschappen en de Gewesten, gewijzigd door de bijzondere wet van 16 |
juli 1993 tot vervollediging van de federale staatsstructuur, worden | juli 1993 tot vervollediging van de federale staatsstructuur, worden |
de financiële middelen van de Gewesten afkomstig uit het toegewezen | de financiële middelen van de Gewesten afkomstig uit het toegewezen |
gedeelte van de opbrengst van de personenbelasting, voor het | gedeelte van de opbrengst van de personenbelasting, voor het |
begrotingsjaar 1998, rekening houdende met de vermoedelijke saldi van | begrotingsjaar 1998, rekening houdende met de vermoedelijke saldi van |
de afrekening van het begrotingsjaar 1997, geraamd op 204 461 600 000 | de afrekening van het begrotingsjaar 1997, geraamd op 204 461 600 000 |
frank voor het Vlaamse Gewest; op 120 341 600 000 frank voor het | frank voor het Vlaamse Gewest; op 120 341 600 000 frank voor het |
Waalse Gewest en op 32 158 600 000 frank voor het Brussels | Waalse Gewest en op 32 158 600 000 frank voor het Brussels |
Hoofdstedelijk Gewest. | Hoofdstedelijk Gewest. |
Art. 15.De ontvangsten ten voordele van de Gemeenschappen en de |
Art. 15.De ontvangsten ten voordele van de Gemeenschappen en de |
Gewesten worden naargelang het geval, gestort hetzij op een speciaal | Gewesten worden naargelang het geval, gestort hetzij op een speciaal |
fonds opgericht op hoofdstuk 18 van de Afzonderlijke sectie van de | fonds opgericht op hoofdstuk 18 van de Afzonderlijke sectie van de |
Algemene Uitgavenbegroting hetzij op een rekening van de | Algemene Uitgavenbegroting hetzij op een rekening van de |
Ordeverrichtingen van de Thesaurie. | Ordeverrichtingen van de Thesaurie. |
Art. 16.Deze wet treedt in werking op 1 januari 1998. |
Art. 16.Deze wet treedt in werking op 1 januari 1998. |
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden | Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden |
bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. | bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. |
Gegeven te Brussel, 19 december 1997. | Gegeven te Brussel, 19 december 1997. |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Financiën, | De Minister van Financiën, |
Ph. MAYSTADT | Ph. MAYSTADT |
De Minister van Begroting, | De Minister van Begroting, |
H. VAN ROMPUY | H. VAN ROMPUY |
Met 's Lands zegel gezegeld : | Met 's Lands zegel gezegeld : |
De Minister van Justitie, | De Minister van Justitie, |
S. DE CLERCK | S. DE CLERCK |
TITEL I. - Lopende ontvangsten | TITEL I. - Lopende ontvangsten |
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld | Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld |
TITEL II. - Kapitaalontvangsten | TITEL II. - Kapitaalontvangsten |
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld | Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld |
TITEL III. - Opbrengst van Leningen | TITEL III. - Opbrengst van Leningen |
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld | Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld |
Voor de raadpleging van de voetnoot, zie beeld | Voor de raadpleging van de voetnoot, zie beeld |