Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Wet van 18/10/2017
← Terug naar "Wet betreffende het onrechtmatig binnendringen in, bezetten van of verblijven in andermans goed "
Wet betreffende het onrechtmatig binnendringen in, bezetten van of verblijven in andermans goed Wet betreffende het onrechtmatig binnendringen in, bezetten van of verblijven in andermans goed
FEDERALE OVERHEIDSDIENST JUSTITIE FEDERALE OVERHEIDSDIENST JUSTITIE
18 OKTOBER 2017. - Wet betreffende het onrechtmatig binnendringen in, 18 OKTOBER 2017. - Wet betreffende het onrechtmatig binnendringen in,
bezetten van of verblijven in andermans goed (1) bezetten van of verblijven in andermans goed (1)
FILIP, Koning der Belgen, FILIP, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij
bekrachtigen hetgeen volgt : bekrachtigen hetgeen volgt :
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling

Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel

Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel

74 van de Grondwet. 74 van de Grondwet.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het Strafwetboek HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het Strafwetboek

Art. 2.In artikel 439 van het Strafwetboek, gewijzigd bij de wet van

Art. 2.In artikel 439 van het Strafwetboek, gewijzigd bij de wet van

26 juni 2000, worden de woorden "in de aanhorigheden ervan 26 juni 2000, worden de woorden "in de aanhorigheden ervan
binnendringt, hetzij met behulp van bedreiging of geweld tegen binnendringt, hetzij met behulp van bedreiging of geweld tegen
personen, of door middel van braak, inklimming of valse sleutels." personen, of door middel van braak, inklimming of valse sleutels."
vervangen door de woorden "in de aanhorigheden ervan hetzij vervangen door de woorden "in de aanhorigheden ervan hetzij
binnendringt met behulp van bedreiging of geweld tegen personen, of binnendringt met behulp van bedreiging of geweld tegen personen, of
door middel van braak, inklimming of valse sleutels, hetzij dit goed door middel van braak, inklimming of valse sleutels, hetzij dit goed
bezet, hetzij erin verblijft zonder toestemming van de bewoners.". bezet, hetzij erin verblijft zonder toestemming van de bewoners.".

Art. 3.In boek II, titel VIII, hoofdstuk IV, van hetzelfde Wetboek

Art. 3.In boek II, titel VIII, hoofdstuk IV, van hetzelfde Wetboek

wordt een artikel 442/1 ingevoegd, luidende : wordt een artikel 442/1 ingevoegd, luidende :
"

Art. 442/1.§ 1. Met gevangenisstraf van acht dagen tot een maand en

"

Art. 442/1.§ 1. Met gevangenisstraf van acht dagen tot een maand en

met geldboete van zesentwintig euro tot honderd euro of met een van met geldboete van zesentwintig euro tot honderd euro of met een van
die straffen alleen wordt gestraft hij die, zonder een bevel van de die straffen alleen wordt gestraft hij die, zonder een bevel van de
overheid hetzij zonder toestemming van een houder van een titel die of overheid hetzij zonder toestemming van een houder van een titel die of
een recht dat toegang verschaft tot de betrokken plaats of gebruik van een recht dat toegang verschaft tot de betrokken plaats of gebruik van
of verblijf in het betrokken goed toestaat en buiten de gevallen of verblijf in het betrokken goed toestaat en buiten de gevallen
waarin de wet het toelaat, op eender welke manier andermans niet waarin de wet het toelaat, op eender welke manier andermans niet
bewoonde huis, appartement, kamer of verblijf, of de aanhorigheden bewoonde huis, appartement, kamer of verblijf, of de aanhorigheden
ervan of enige andere niet bewoonde ruimte of andermans roerend goed ervan of enige andere niet bewoonde ruimte of andermans roerend goed
dat al dan niet als verblijf kan dienen, hetzij binnendringt, hetzij dat al dan niet als verblijf kan dienen, hetzij binnendringt, hetzij
bezet, hetzij erin verblijft zonder zelf houder te zijn van voormelde bezet, hetzij erin verblijft zonder zelf houder te zijn van voormelde
titel of recht. titel of recht.
§ 2. Met gevangenisstraf van acht dagen tot een jaar en met geldboete § 2. Met gevangenisstraf van acht dagen tot een jaar en met geldboete
van zesentwintig euro tot tweehonderd euro of met een van die straffen van zesentwintig euro tot tweehonderd euro of met een van die straffen
alleen wordt gestraft hij die binnen de vastgestelde termijn geen alleen wordt gestraft hij die binnen de vastgestelde termijn geen
gevolg geeft aan het bevel tot ontruiming bedoeld in artikel 12, § 1, gevolg geeft aan het bevel tot ontruiming bedoeld in artikel 12, § 1,
van de wet van 18 oktober 2017 betreffende het onrechtmatig van de wet van 18 oktober 2017 betreffende het onrechtmatig
binnendringen in, bezetten van of verblijven in andermans goed of aan binnendringen in, bezetten van of verblijven in andermans goed of aan
de uithuiszetting bedoeld in artikel 1344decies van Gerechtelijk de uithuiszetting bedoeld in artikel 1344decies van Gerechtelijk
Wetboek. Wetboek.
§ 3. Het in paragraaf 1 bedoelde misdrijf kan alleen worden vervolgd § 3. Het in paragraaf 1 bedoelde misdrijf kan alleen worden vervolgd
op klacht van een persoon die houder is van een titel of een recht op op klacht van een persoon die houder is van een titel of een recht op
het betrokken goed.". het betrokken goed.".
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het Gerechtelijk Wetboek HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het Gerechtelijk Wetboek

Art. 4.In artikel 594 van het Gerechtelijk Wetboek, laatstelijk

Art. 4.In artikel 594 van het Gerechtelijk Wetboek, laatstelijk

gewijzigd bij de wet van 25 december 2016, wordt de bepaling onder gewijzigd bij de wet van 25 december 2016, wordt de bepaling onder
22°, opgeheven bij de wet van 30 juli 2013, hersteld in de volgende 22°, opgeheven bij de wet van 30 juli 2013, hersteld in de volgende
lezing : lezing :
"22° over de verzoeken die bij hem worden ingediend krachtens de wet "22° over de verzoeken die bij hem worden ingediend krachtens de wet
van 18 oktober 2017 betreffende het onrechtmatig binnendringen in, van 18 oktober 2017 betreffende het onrechtmatig binnendringen in,
bezetten van of verblijven in andermans goed.". bezetten van of verblijven in andermans goed.".

Art. 5.Artikel 627 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij

Art. 5.Artikel 627 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij

de wet van 30 juli 2013, dat gewijzigd is bij de wet van 8 mei 2014, de wet van 30 juli 2013, dat gewijzigd is bij de wet van 8 mei 2014,
wordt aangevuld met de bepaling onder 19°, luidende : wordt aangevuld met de bepaling onder 19°, luidende :
"19° de vrederechter van het kanton waar het goed waarvoor het bevel "19° de vrederechter van het kanton waar het goed waarvoor het bevel
tot ontruiming bedoeld in artikel 12 van de wet van 18 oktober 2017 tot ontruiming bedoeld in artikel 12 van de wet van 18 oktober 2017
betreffende het onrechtmatig binnendringen in, bezetten van of betreffende het onrechtmatig binnendringen in, bezetten van of
verblijven in andermans goed geldt, gelegen is.". verblijven in andermans goed geldt, gelegen is.".

Art. 6.In het vierde deel, boek IV, van hetzelfde Wetboek wordt een

Art. 6.In het vierde deel, boek IV, van hetzelfde Wetboek wordt een

hoofdstuk XVter ingevoegd, luidende "Rechtspleging inzake hoofdstuk XVter ingevoegd, luidende "Rechtspleging inzake
uithuiszetting uit plaatsen betrokken zonder recht of titel". uithuiszetting uit plaatsen betrokken zonder recht of titel".

Art. 7.In hoofdstuk XVter, ingevoegd bij artikel 6, wordt een artikel

Art. 7.In hoofdstuk XVter, ingevoegd bij artikel 6, wordt een artikel

1344octies ingevoegd, luidende : 1344octies ingevoegd, luidende :
"

Art. 1344octies.Iedere houder van een recht of titel op het

"

Art. 1344octies.Iedere houder van een recht of titel op het

betrokken goed kan bij verzoekschrift op tegenspraak of, in geval van betrokken goed kan bij verzoekschrift op tegenspraak of, in geval van
volstrekte noodzakelijkheid, bij eenzijdig verzoekschrift, neergelegd volstrekte noodzakelijkheid, bij eenzijdig verzoekschrift, neergelegd
ter griffie van het vredegerecht, een vordering inleiden tot ter griffie van het vredegerecht, een vordering inleiden tot
uithuiszetting uit plaatsen die zonder recht of titel worden uithuiszetting uit plaatsen die zonder recht of titel worden
betrokken. betrokken.
Het verzoekschrift vermeldt, op straffe van nietigheid : Het verzoekschrift vermeldt, op straffe van nietigheid :
1. de dag, de maand en het jaar; 1. de dag, de maand en het jaar;
2. de naam, de voornaam, het beroep en de woonplaats van de verzoeker; 2. de naam, de voornaam, het beroep en de woonplaats van de verzoeker;
3. behalve ingeval het verzoek wordt ingeleid bij eenzijdig 3. behalve ingeval het verzoek wordt ingeleid bij eenzijdig
verzoekschrift, de naam, de voornaam en de woonplaats, of bij gebreke verzoekschrift, de naam, de voornaam en de woonplaats, of bij gebreke
van een woonplaats, de verblijfplaats van de persoon tegen wie de van een woonplaats, de verblijfplaats van de persoon tegen wie de
vordering is ingesteld; vordering is ingesteld;
4. het onderwerp en de korte samenvatting van de middelen van de 4. het onderwerp en de korte samenvatting van de middelen van de
vordering; vordering;
5. de handtekening van de verzoeker of van zijn advocaat, of, ingeval 5. de handtekening van de verzoeker of van zijn advocaat, of, ingeval
het verzoek wordt ingeleid bij eenzijdig verzoekschrift, de het verzoek wordt ingeleid bij eenzijdig verzoekschrift, de
handtekening van de advocaat. handtekening van de advocaat.
Ingeval het verzoek wordt ingeleid bij verzoekschrift op tegenspraak Ingeval het verzoek wordt ingeleid bij verzoekschrift op tegenspraak
wordt een getuigschrift van de woonplaats van de persoon bedoeld in wordt een getuigschrift van de woonplaats van de persoon bedoeld in
het tweede lid, onder de bepaling onder 3 bij het verzoekschrift het tweede lid, onder de bepaling onder 3 bij het verzoekschrift
gevoegd. Het getuigschrift wordt afgegeven door het gemeentebestuur. gevoegd. Het getuigschrift wordt afgegeven door het gemeentebestuur.
Ingeval het verzoek wordt ingeleid bij verzoekschrift op tegenspraak Ingeval het verzoek wordt ingeleid bij verzoekschrift op tegenspraak
worden de partijen of, ingeval het verzoek wordt ingeleid bij worden de partijen of, ingeval het verzoek wordt ingeleid bij
eenzijdig verzoekschrift, wordt de eisende partij door de griffier bij eenzijdig verzoekschrift, wordt de eisende partij door de griffier bij
gerechtsbrief opgeroepen om binnen acht, respectievelijk twee dagen na gerechtsbrief opgeroepen om binnen acht, respectievelijk twee dagen na
de inschrijving van het verzoekschrift op de algemene rol te de inschrijving van het verzoekschrift op de algemene rol te
verschijnen op de zitting die de rechter bepaalt, onverminderd zijn verschijnen op de zitting die de rechter bepaalt, onverminderd zijn
mogelijkheid om deze termijnen op verzoek van een advocaat of mogelijkheid om deze termijnen op verzoek van een advocaat of
gerechtsdeurwaarder in te korten. Bij de oproeping wordt, ingeval het gerechtsdeurwaarder in te korten. Bij de oproeping wordt, ingeval het
verzoek wordt ingeleid bij verzoekschrift op tegenspraak, een verzoek wordt ingeleid bij verzoekschrift op tegenspraak, een
afschrift van het verzoekschrift gevoegd. afschrift van het verzoekschrift gevoegd.
Wanneer de partijen verschijnen, probeert de rechter hen te verzoenen. Wanneer de partijen verschijnen, probeert de rechter hen te verzoenen.
De vrederechter kan op de inleidingszitting de zaak aanhouden of ze De vrederechter kan op de inleidingszitting de zaak aanhouden of ze
verwijzen opdat er op een nabije datum zou worden over gepleit, verwijzen opdat er op een nabije datum zou worden over gepleit,
waarbij hij de duur van de debatten bepaalt. Het vonnis vermeldt dat waarbij hij de duur van de debatten bepaalt. Het vonnis vermeldt dat
de partijen niet tot verzoening kwamen. de partijen niet tot verzoening kwamen.
In afwijking van artikel 747 worden op de inleidingszitting, ingeval In afwijking van artikel 747 worden op de inleidingszitting, ingeval
het verzoek bij verzoekschrift op tegenspraak wordt ingeleid inzake het verzoek bij verzoekschrift op tegenspraak wordt ingeleid inzake
een vordering tot uithuiszetting, conclusietermijnen ambtshalve en op een vordering tot uithuiszetting, conclusietermijnen ambtshalve en op
nabije datum vastgesteld door de vrederechter. De partijen doen hun nabije datum vastgesteld door de vrederechter. De partijen doen hun
opmerkingen uiterlijk op de inleidingszitting gelden.". opmerkingen uiterlijk op de inleidingszitting gelden.".

Art. 8.In hetzelfde hoofdstuk XVter wordt een artikel 1344novies

Art. 8.In hetzelfde hoofdstuk XVter wordt een artikel 1344novies

ingevoegd, luidende : ingevoegd, luidende :
"

Art. 1344novies.§ 1. Dit artikel is van toepassing op elke vordering

"

Art. 1344novies.§ 1. Dit artikel is van toepassing op elke vordering

ingeleid bij verzoekschrift, bij dagvaarding of bij gezamenlijk ingeleid bij verzoekschrift, bij dagvaarding of bij gezamenlijk
verzoekschrift waarbij de uithuiszetting wordt gevorderd van een verzoekschrift waarbij de uithuiszetting wordt gevorderd van een
natuurlijke persoon die zonder recht of titel een plaats betrekt. natuurlijke persoon die zonder recht of titel een plaats betrekt.
§ 2. Wanneer de vordering bij verzoekschrift of bij gezamenlijk § 2. Wanneer de vordering bij verzoekschrift of bij gezamenlijk
verzoekschrift wordt ingeleid, zendt de griffier, behoudens verzet van verzoekschrift wordt ingeleid, zendt de griffier, behoudens verzet van
de persoon die zonder recht of titel een plaats betrekt zoals bepaald de persoon die zonder recht of titel een plaats betrekt zoals bepaald
in paragraaf 4, na een termijn van vier dagen na de inschrijving op de in paragraaf 4, na een termijn van vier dagen na de inschrijving op de
algemene rol van de vordering tot uithuiszetting, via enige vorm van algemene rol van de vordering tot uithuiszetting, via enige vorm van
telecommunicatie, te bevestigen bij gewone brief, een afschrift van telecommunicatie, te bevestigen bij gewone brief, een afschrift van
het verzoekschrift naar het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk het verzoekschrift naar het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk
Welzijn van de woonplaats of, bij gebreke van een woonplaats, van de Welzijn van de woonplaats of, bij gebreke van een woonplaats, van de
verblijfplaats van de persoon die zonder recht of titel een plaats verblijfplaats van de persoon die zonder recht of titel een plaats
betrekt. betrekt.
§ 3. Wanneer de vordering aanhangig wordt gemaakt bij dagvaarding, § 3. Wanneer de vordering aanhangig wordt gemaakt bij dagvaarding,
zendt de gerechtsdeurwaarder, behoudens verzet van de persoon die zendt de gerechtsdeurwaarder, behoudens verzet van de persoon die
zonder recht of titel een plaats betrekt zoals bepaald in paragraaf 4, zonder recht of titel een plaats betrekt zoals bepaald in paragraaf 4,
na een termijn van vier dagen na de betekening van het exploot, via na een termijn van vier dagen na de betekening van het exploot, via
enige vorm van telecommunicatie, te bevestigen bij gewone brief, een enige vorm van telecommunicatie, te bevestigen bij gewone brief, een
afschrift van de dagvaarding naar het Openbaar Centrum voor afschrift van de dagvaarding naar het Openbaar Centrum voor
Maatschappelijk Welzijn van de woonplaats of, bij gebreke van een Maatschappelijk Welzijn van de woonplaats of, bij gebreke van een
woonplaats, van de verblijfplaats van de persoon die zonder recht of woonplaats, van de verblijfplaats van de persoon die zonder recht of
titel een plaats betrekt. titel een plaats betrekt.
§ 4. De persoon die zonder recht of titel een plaats betrekt kan in § 4. De persoon die zonder recht of titel een plaats betrekt kan in
het proces-verbaal van vrijwillige verschijning of bij de griffie het proces-verbaal van vrijwillige verschijning of bij de griffie
binnen een termijn van twee dagen na de oproeping bij gerechtsbrief, binnen een termijn van twee dagen na de oproeping bij gerechtsbrief,
of bij de gerechtsdeurwaarder binnen een termijn van twee dagen na de of bij de gerechtsdeurwaarder binnen een termijn van twee dagen na de
betekening, zijn verzet kenbaar maken tegen de mededeling aan het betekening, zijn verzet kenbaar maken tegen de mededeling aan het
Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn van het afschrift van de Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn van het afschrift van de
inleidende akte. inleidende akte.
Het verzoekschrift op tegenspraak of de dagvaarding vermeldt de tekst Het verzoekschrift op tegenspraak of de dagvaarding vermeldt de tekst
van het eerste lid. van het eerste lid.
§ 5. Het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn biedt, op de § 5. Het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn biedt, op de
meest aangewezen wijze, aan om, binnen zijn wettelijke opdracht, hulp meest aangewezen wijze, aan om, binnen zijn wettelijke opdracht, hulp
te bieden.". te bieden.".

Art. 9.In hetzelfde hoofdstuk XVter wordt een artikel 1344decies

Art. 9.In hetzelfde hoofdstuk XVter wordt een artikel 1344decies

ingevoegd, luidende : ingevoegd, luidende :
"

Art. 1344decies.In geval van uithuiszetting bedoeld in artikel

"

Art. 1344decies.In geval van uithuiszetting bedoeld in artikel

1344novies, § 1, bepaalt de rechter dat de tenuitvoerlegging van de 1344novies, § 1, bepaalt de rechter dat de tenuitvoerlegging van de
uithuiszetting plaatsgrijpt vanaf de achtste dag volgend op de uithuiszetting plaatsgrijpt vanaf de achtste dag volgend op de
betekening van het vonnis, tenzij de rechter bij een met redenen betekening van het vonnis, tenzij de rechter bij een met redenen
omklede beslissing bepaalt dat, wegens uitzonderlijke, ernstige omklede beslissing bepaalt dat, wegens uitzonderlijke, ernstige
omstandigheden, onder meer de mogelijkheden van de persoon die zonder omstandigheden, onder meer de mogelijkheden van de persoon die zonder
recht of titel een plaats betrekt om opnieuw gehuisvest te worden in recht of titel een plaats betrekt om opnieuw gehuisvest te worden in
dusdanige omstandigheden dat geen afbreuk wordt gedaan aan de eenheid, dusdanige omstandigheden dat geen afbreuk wordt gedaan aan de eenheid,
de financiële middelen en de behoeften van het gezin en dit in het de financiële middelen en de behoeften van het gezin en dit in het
bijzonder gedurende de winterperiode, een langere termijn verantwoord bijzonder gedurende de winterperiode, een langere termijn verantwoord
blijkt. In dit geval stelt de rechter, rekening houdend met de blijkt. In dit geval stelt de rechter, rekening houdend met de
belangen van de partijen en onder de voorwaarden die hij bepaalt, de belangen van de partijen en onder de voorwaarden die hij bepaalt, de
termijn vast gedurende welke de uithuiszetting niet kan worden termijn vast gedurende welke de uithuiszetting niet kan worden
uitgevoerd. Wanneer de titel of het recht toebehoort aan een uitgevoerd. Wanneer de titel of het recht toebehoort aan een
natuurlijke persoon of een privaatrechtelijke rechtspersoon, mag deze natuurlijke persoon of een privaatrechtelijke rechtspersoon, mag deze
termijn niet meer dan één maand bedragen. Wanneer de titel of het termijn niet meer dan één maand bedragen. Wanneer de titel of het
recht toebehoort aan een publiekrechtelijke rechtspersoon, mag deze recht toebehoort aan een publiekrechtelijke rechtspersoon, mag deze
termijn niet meer dan zes maanden bedragen. Ingeval de vordering is termijn niet meer dan zes maanden bedragen. Ingeval de vordering is
ingesteld bij eenzijdig verzoekschrift kan er betekend worden bij ingesteld bij eenzijdig verzoekschrift kan er betekend worden bij
middel van aanplakking aan de gevel van het pand dat zonder recht of middel van aanplakking aan de gevel van het pand dat zonder recht of
titel werd bezet. titel werd bezet.
De gerechtsdeurwaarder brengt de persoon die zonder recht of titel de De gerechtsdeurwaarder brengt de persoon die zonder recht of titel de
plaats betrekt in ieder geval ten minste vijf werkdagen van tevoren op plaats betrekt in ieder geval ten minste vijf werkdagen van tevoren op
de hoogte van de werkelijke datum van de uithuiszetting.". de hoogte van de werkelijke datum van de uithuiszetting.".

Art. 10.In hetzelfde hoofdstuk XVter wordt een artikel 1344undecies

Art. 10.In hetzelfde hoofdstuk XVter wordt een artikel 1344undecies

ingevoegd, luidende : ingevoegd, luidende :
"

Art. 1344undecies.Bij de betekening van een vonnis tot

"

Art. 1344undecies.Bij de betekening van een vonnis tot

uithuiszetting bedoeld in artikel 1344decies, deelt de uithuiszetting bedoeld in artikel 1344decies, deelt de
gerechtsdeurwaarder aan de persoon mee dat de goederen die werden gerechtsdeurwaarder aan de persoon mee dat de goederen die werden
binnengebracht door de persoon die de plaats betrekt zonder recht of binnengebracht door de persoon die de plaats betrekt zonder recht of
titel, die zich na verloop van de wettelijke of van de door de rechter titel, die zich na verloop van de wettelijke of van de door de rechter
bepaalde termijn nog in de woning zouden bevinden, op zijn kosten op bepaalde termijn nog in de woning zouden bevinden, op zijn kosten op
de openbare weg zullen worden gezet en, wanneer zij de openbare weg de openbare weg zullen worden gezet en, wanneer zij de openbare weg
belemmeren en de eigenaar van de goederen of zijn rechtverkrijgenden belemmeren en de eigenaar van de goederen of zijn rechtverkrijgenden
die daar achterlaat, door het gemeentebestuur eveneens op zijn kosten die daar achterlaat, door het gemeentebestuur eveneens op zijn kosten
zullen worden weggehaald en gedurende een termijn van zes maanden zullen worden weggehaald en gedurende een termijn van zes maanden
zullen worden bewaard tenzij het gaat om goederen die aan snel bederf zullen worden bewaard tenzij het gaat om goederen die aan snel bederf
onderhevig zijn of schadelijk zijn voor de openbare hygiëne, onderhevig zijn of schadelijk zijn voor de openbare hygiëne,
gezondheid of veiligheid. De gerechtsdeurwaarder bevestigt deze gezondheid of veiligheid. De gerechtsdeurwaarder bevestigt deze
mededeling in het exploot van betekening.". mededeling in het exploot van betekening.".

Art. 11.In hetzelfde hoofdstuk XVter wordt een artikel 1344duodecies

Art. 11.In hetzelfde hoofdstuk XVter wordt een artikel 1344duodecies

ingevoegd, luidende : ingevoegd, luidende :
"

Art. 1344duodecies.§ 1. Bij de betekening van elk vonnis tot

"

Art. 1344duodecies.§ 1. Bij de betekening van elk vonnis tot

uithuiszetting bedoeld in artikel 1344decies, zendt de uithuiszetting bedoeld in artikel 1344decies, zendt de
gerechtsdeurwaarder, behoudens verzet overeenkomstig paragraaf 2, na gerechtsdeurwaarder, behoudens verzet overeenkomstig paragraaf 2, na
een termijn van vier dagen na de betekening van het vonnis, bij gewone een termijn van vier dagen na de betekening van het vonnis, bij gewone
brief, een afschrift van het vonnis naar het Openbaar Centrum voor brief, een afschrift van het vonnis naar het Openbaar Centrum voor
Maatschappelijk Welzijn van de plaats waar het goed gelegen is. Maatschappelijk Welzijn van de plaats waar het goed gelegen is.
§ 2. De persoon wiens uithuiszetting is bevolen kan, binnen een § 2. De persoon wiens uithuiszetting is bevolen kan, binnen een
termijn van twee dagen vanaf de betekening van het vonnis, bij de termijn van twee dagen vanaf de betekening van het vonnis, bij de
gerechtsdeurwaarder zijn verzet kenbaar maken tegen de mededeling van gerechtsdeurwaarder zijn verzet kenbaar maken tegen de mededeling van
het vonnis aan het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn. het vonnis aan het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn.
§ 3. Het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn biedt, op de § 3. Het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn biedt, op de
meest aangewezen wijze, aan om, binnen zijn wettelijke opdracht, hulp meest aangewezen wijze, aan om, binnen zijn wettelijke opdracht, hulp
te bieden.". te bieden.".
HOOFDSTUK 4. - Autonome bepalingen HOOFDSTUK 4. - Autonome bepalingen

Art. 12.§ 1. In de gevallen bedoeld in artikel 442/1, § 1, van het

Art. 12.§ 1. In de gevallen bedoeld in artikel 442/1, § 1, van het

Strafwetboek kan de procureur des Konings, mits hij zijn beslissing Strafwetboek kan de procureur des Konings, mits hij zijn beslissing
ter zake met redenen omkleedt en met eerbiediging van het vermoeden ter zake met redenen omkleedt en met eerbiediging van het vermoeden
van onschuld, op verzoek van de houder van een recht of titel op het van onschuld, op verzoek van de houder van een recht of titel op het
betrokken goed de ontruiming bevelen binnen een termijn van acht dagen betrokken goed de ontruiming bevelen binnen een termijn van acht dagen
vanaf het ogenblik van de kennisgeving van het bevel tot ontruiming vanaf het ogenblik van de kennisgeving van het bevel tot ontruiming
bedoeld in paragraaf 2, tweede lid, aan de in het goed aangetroffen bedoeld in paragraaf 2, tweede lid, aan de in het goed aangetroffen
personen. De procureur des Konings geeft zijn bevel na hen te hebben personen. De procureur des Konings geeft zijn bevel na hen te hebben
gehoord tenzij het verhoor niet kan worden afgenomen wegens de gehoord tenzij het verhoor niet kan worden afgenomen wegens de
concrete omstandigheden van de zaak. concrete omstandigheden van de zaak.
De procureur des Konings kan het bevel uitsluitend geven wanneer, De procureur des Konings kan het bevel uitsluitend geven wanneer,
gelet op de beschikbare gegevens, het in het eerste lid bedoelde gelet op de beschikbare gegevens, het in het eerste lid bedoelde
verzoek op het eerste zicht kennelijk gegrond lijkt. verzoek op het eerste zicht kennelijk gegrond lijkt.
Hij vermeldt in zijn bevel de omstandigheden, eigen aan het verzoek, Hij vermeldt in zijn bevel de omstandigheden, eigen aan het verzoek,
die de maatregel tot ontruiming rechtvaardigen. die de maatregel tot ontruiming rechtvaardigen.
Een proces-verbaal van kennisgeving, bestaand uit een afschrift van Een proces-verbaal van kennisgeving, bestaand uit een afschrift van
het bevel en de datum en het uur van de kennisgeving, wordt opgesteld het bevel en de datum en het uur van de kennisgeving, wordt opgesteld
en in het dossier gevoegd. en in het dossier gevoegd.
§ 2. Het bevel van de procureur des Konings wordt op schrift gesteld § 2. Het bevel van de procureur des Konings wordt op schrift gesteld
en bevat inzonderheid : en bevat inzonderheid :
1° een omschrijving van de plaats waarop de maatregel betrekking heeft 1° een omschrijving van de plaats waarop de maatregel betrekking heeft
en de vermelding van het adres van het goed dat het voorwerp van het en de vermelding van het adres van het goed dat het voorwerp van het
bevel uitmaakt; bevel uitmaakt;
2° de feiten en omstandigheden die aanleiding gegeven hebben tot het 2° de feiten en omstandigheden die aanleiding gegeven hebben tot het
bevel; bevel;
3° de naam, voornamen en woonplaats van de verzoeker met aanduiding 3° de naam, voornamen en woonplaats van de verzoeker met aanduiding
van het recht of de titel op het betrokken goed waarop hij zich van het recht of de titel op het betrokken goed waarop hij zich
beroept; beroept;
4° de termijn bedoeld in paragraaf 1, eerste lid; 4° de termijn bedoeld in paragraaf 1, eerste lid;
5° de sancties die de niet-naleving van dit bevel tot ontruiming tot 5° de sancties die de niet-naleving van dit bevel tot ontruiming tot
gevolg kunnen hebben, inzonderheid deze bedoeld in artikel 442/1, § 2, gevolg kunnen hebben, inzonderheid deze bedoeld in artikel 442/1, § 2,
van het Strafwetboek; van het Strafwetboek;
6° de beroepsmogelijkheid en de termijn waarin die uitgeoefend moeten 6° de beroepsmogelijkheid en de termijn waarin die uitgeoefend moeten
worden. worden.
Dit bevel wordt op een zichtbare plaats aangeplakt aan het betrokken Dit bevel wordt op een zichtbare plaats aangeplakt aan het betrokken
goed. Een afschrift van het bevel wordt via het meest geschikte goed. Een afschrift van het bevel wordt via het meest geschikte
communicatiemiddel meegedeeld aan de korpschef van de lokale politie communicatiemiddel meegedeeld aan de korpschef van de lokale politie
van de politiezone waarbinnen het goed waarop het bevel betrekking van de politiezone waarbinnen het goed waarop het bevel betrekking
heeft, gelegen is en aan de houder van het recht of de titel op het heeft, gelegen is en aan de houder van het recht of de titel op het
betrokken goed, alsook aan het bevoegde Openbaar Centrum voor betrokken goed, alsook aan het bevoegde Openbaar Centrum voor
Maatschappelijk Welzijn. Maatschappelijk Welzijn.
De procureur des Konings staat in voor de tenuitvoerlegging van het De procureur des Konings staat in voor de tenuitvoerlegging van het
bevel tot ontruiming. bevel tot ontruiming.
§ 3. Elke persoon die van oordeel is dat zijn rechten geschaad worden § 3. Elke persoon die van oordeel is dat zijn rechten geschaad worden
door het bevel van de procureur des Konings kan beroep instellen tegen door het bevel van de procureur des Konings kan beroep instellen tegen
het bevel bij een met redenen omkleed verzoekschrift op tegenspraak het bevel bij een met redenen omkleed verzoekschrift op tegenspraak
neergelegd ter griffie van het vredegerecht van het kanton waarin het neergelegd ter griffie van het vredegerecht van het kanton waarin het
betrokken goed gelegen is binnen een termijn van acht dagen te rekenen betrokken goed gelegen is binnen een termijn van acht dagen te rekenen
vanaf de kennisgeving van het bevel door zichtbare aanplakking aan het vanaf de kennisgeving van het bevel door zichtbare aanplakking aan het
te ontruimen goed, zulks op straffe van verval. Het beroep heeft te ontruimen goed, zulks op straffe van verval. Het beroep heeft
schorsende werking. Het bevel van de procureur des Konings kan niet schorsende werking. Het bevel van de procureur des Konings kan niet
ten uitvoer worden gelegd zolang de termijn waarbinnen beroep kan ten uitvoer worden gelegd zolang de termijn waarbinnen beroep kan
worden ingesteld loopt. worden ingesteld loopt.
Dit beroep wordt niet geschorst gedurende een strafvordering die Dit beroep wordt niet geschorst gedurende een strafvordering die
geheel of gedeeltelijk op dezelfde feiten is gegrond. geheel of gedeeltelijk op dezelfde feiten is gegrond.
§ 4. Binnen vierentwintig uur na de neerlegging van het verzoekschrift § 4. Binnen vierentwintig uur na de neerlegging van het verzoekschrift
bepaalt de vrederechter de dag en het uur van de zitting waarop de bepaalt de vrederechter de dag en het uur van de zitting waarop de
zaak kan worden behandeld. De zitting vindt plaats binnen de tien zaak kan worden behandeld. De zitting vindt plaats binnen de tien
dagen na de neerlegging van het verzoekschrift. In afwijking van dagen na de neerlegging van het verzoekschrift. In afwijking van
artikel 1344octies van het Gerechtelijk Wetboek is geen getuigschrift artikel 1344octies van het Gerechtelijk Wetboek is geen getuigschrift
van woonplaats vereist voor de neerlegging van het verzoekschrift. van woonplaats vereist voor de neerlegging van het verzoekschrift.
Bij gerechtsbrief geeft de griffier onverwijld kennis aan de persoon Bij gerechtsbrief geeft de griffier onverwijld kennis aan de persoon
die beroep instelt tegen het bevel alsook aan de houder van het recht die beroep instelt tegen het bevel alsook aan de houder van het recht
of de titel op het goed van de plaats, de dag en het uur van de of de titel op het goed van de plaats, de dag en het uur van de
zitting. Hij deelt eveneens de dag en het uur van de zitting mee aan zitting. Hij deelt eveneens de dag en het uur van de zitting mee aan
de procureur des Konings die het bevel tot ontruiming heeft gegeven. de procureur des Konings die het bevel tot ontruiming heeft gegeven.
Bij de gerechtsbrief wordt een afschrift van het verzoekschrift Bij de gerechtsbrief wordt een afschrift van het verzoekschrift
gevoegd. gevoegd.
De vrederechter doet uitspraak na de aanwezige partijen te hebben De vrederechter doet uitspraak na de aanwezige partijen te hebben
opgeroepen, ten einde hen te horen, alsook te hebben geprobeerd hen te opgeroepen, ten einde hen te horen, alsook te hebben geprobeerd hen te
verzoenen. Behoudens andersluidende bepalingen verloopt de procedure verzoenen. Behoudens andersluidende bepalingen verloopt de procedure
zoals bepaald in artikel 1344octies van het Gerechtelijk Wetboek. zoals bepaald in artikel 1344octies van het Gerechtelijk Wetboek.
De vrederechter doet uitspraak over de gegrondheid van de ontruiming De vrederechter doet uitspraak over de gegrondheid van de ontruiming
en het recht of de titel waarop men zich beroept. In de en het recht of de titel waarop men zich beroept. In de
uitzonderlijke, ernstige omstandigheden onder meer bedoeld in artikel uitzonderlijke, ernstige omstandigheden onder meer bedoeld in artikel
1344decies, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, kan de 1344decies, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, kan de
vrederechter bij een met redenen omklede beslissing een langere vrederechter bij een met redenen omklede beslissing een langere
termijn bepalen dan die waarin het bevel van de procureur des Konings termijn bepalen dan die waarin het bevel van de procureur des Konings
voorziet. Wanneer de titel of het recht toebehoort aan een natuurlijke voorziet. Wanneer de titel of het recht toebehoort aan een natuurlijke
persoon of een privaatrechtelijke rechtspersoon, mag deze termijn niet persoon of een privaatrechtelijke rechtspersoon, mag deze termijn niet
meer dan één maand bedragen. Wanneer de titel of het recht toebehoort meer dan één maand bedragen. Wanneer de titel of het recht toebehoort
aan een publiekrechtelijke rechtspersoon, mag deze termijn niet meer aan een publiekrechtelijke rechtspersoon, mag deze termijn niet meer
dan zes maanden bedragen. dan zes maanden bedragen.
De vrederechter spreekt zich binnen een termijn van tien dagen volgend De vrederechter spreekt zich binnen een termijn van tien dagen volgend
op de zitting uit. op de zitting uit.
Tegen de beslissing van de vrederechter kan geen hoger beroep worden Tegen de beslissing van de vrederechter kan geen hoger beroep worden
ingesteld. ingesteld.

Art. 13.Deze wet wordt geëvalueerd en deze evaluatie wordt aan de

Art. 13.Deze wet wordt geëvalueerd en deze evaluatie wordt aan de

Kamer van volksvertegenwoordigers voorgelegd vóór het einde van het Kamer van volksvertegenwoordigers voorgelegd vóór het einde van het
tweede jaar dat volgt op de bekendmaking van deze wet in het Belgisch tweede jaar dat volgt op de bekendmaking van deze wet in het Belgisch
Staatsblad. Staatsblad.
De Koning bepaalt de nadere evaluatieregels. De Koning bepaalt de nadere evaluatieregels.
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met `s Lands zegel zal worden Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met `s Lands zegel zal worden
bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 18 oktober 2017. Gegeven te Brussel, 18 oktober 2017.
FILIP FILIP
Van Koningswege : Van Koningswege :
De Minister van Justitie, De Minister van Justitie,
K. GEENS K. GEENS
Met 's Lands zegel gezegeld : Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie, De Minister van Justitie,
K. GEENS K. GEENS
_______ _______
Nota Nota
(1) Kamer van volksvertegenwoordigers (www.dekamer.be) : (1) Kamer van volksvertegenwoordigers (www.dekamer.be) :
Stukken : 54-1008 Stukken : 54-1008
Integraal verslag : 25 juli 2017. Integraal verslag : 25 juli 2017.
^