Wet houdende de tweede aanpassing van de financiewet van 21 december 2018 voor het begrotingsjaar 2019 | Wet houdende de tweede aanpassing van de financiewet van 21 december 2018 voor het begrotingsjaar 2019 |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN | FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN |
9 FEBRUARI 2020. - Wet houdende de tweede aanpassing van de | 9 FEBRUARI 2020. - Wet houdende de tweede aanpassing van de |
financiewet van 21 december 2018 voor het begrotingsjaar 2019 | financiewet van 21 december 2018 voor het begrotingsjaar 2019 |
FILIP, Koning der Belgen, | FILIP, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij | De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij |
bekrachtigen, hetgeen volgt : | bekrachtigen, hetgeen volgt : |
TITEL 1 - Algemene bepaling | TITEL 1 - Algemene bepaling |
Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel |
Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel |
74 van de Grondwet. | 74 van de Grondwet. |
TITEL 2 - Financiële bepalingen | TITEL 2 - Financiële bepalingen |
Art. 2.Artikel 15 van de Financiewet van 21 december 2018 wordt |
Art. 2.Artikel 15 van de Financiewet van 21 december 2018 wordt |
vervangen als volgt: | vervangen als volgt: |
" Art. 15. Overeenkomstig artikel 53, eerste lid, 1°, van de | " Art. 15. Overeenkomstig artikel 53, eerste lid, 1°, van de |
bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de | bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de |
gemeenschappen en de gewesten, gewijzigd door de bijzondere wet van 16 | gemeenschappen en de gewesten, gewijzigd door de bijzondere wet van 16 |
juli 1993 tot vervollediging van de federale staatsstructuur, door de | juli 1993 tot vervollediging van de federale staatsstructuur, door de |
bijzondere wet van 13 juli 2001 tot herfinanciering van de | bijzondere wet van 13 juli 2001 tot herfinanciering van de |
gemeenschappen en uitbreiding van de fiscale bevoegdheden van de | gemeenschappen en uitbreiding van de fiscale bevoegdheden van de |
gewesten, door de bijzondere wet van 19 juli 2012 houdende een | gewesten, door de bijzondere wet van 19 juli 2012 houdende een |
correcte financiering van de Brusselse Instellingen en door de | correcte financiering van de Brusselse Instellingen en door de |
bijzondere wet van 6 januari 2014 tot hervorming van de financiering | bijzondere wet van 6 januari 2014 tot hervorming van de financiering |
van de gemeenschappen en de gewesten, tot uitbreiding van de fiscale | van de gemeenschappen en de gewesten, tot uitbreiding van de fiscale |
autonomie van de gewesten en tot financiering van de nieuwe | autonomie van de gewesten en tot financiering van de nieuwe |
bevoegdheden, en rekening houdende met: | bevoegdheden, en rekening houdende met: |
a) de in artikel 4, § 5, van dezelfde bijzondere wet van 16 januari | a) de in artikel 4, § 5, van dezelfde bijzondere wet van 16 januari |
1989 bedoelde toewijzing van nalatigheidintresten, last van | 1989 bedoelde toewijzing van nalatigheidintresten, last van |
verwijlintresten, forfaitaire en proportionele fiscale boeten op de in | verwijlintresten, forfaitaire en proportionele fiscale boeten op de in |
artikel 3 van dezelfde bijzondere wet bedoelde gewestelijke | artikel 3 van dezelfde bijzondere wet bedoelde gewestelijke |
belastingen; | belastingen; |
b) de in artikel 5, § 3, tweede lid, van dezelfde bijzondere wet van | b) de in artikel 5, § 3, tweede lid, van dezelfde bijzondere wet van |
16 januari 1989 bedoelde toestand waarbij het Vlaamse Gewest vanaf het | 16 januari 1989 bedoelde toestand waarbij het Vlaamse Gewest vanaf het |
aanslagjaar 1999 instaat voor de dienst van de in artikel 3, 5°, van | aanslagjaar 1999 instaat voor de dienst van de in artikel 3, 5°, van |
dezelfde bijzondere wet bedoelde onroerende voorheffing; | dezelfde bijzondere wet bedoelde onroerende voorheffing; |
c) de in artikel 5, § 3, van dezelfde bijzondere wet van 16 januari | c) de in artikel 5, § 3, van dezelfde bijzondere wet van 16 januari |
1989 bedoelde toestand waarbij: | 1989 bedoelde toestand waarbij: |
1) het Waalse Gewest vanaf 1 januari 2010 instaat voor de dienst van | 1) het Waalse Gewest vanaf 1 januari 2010 instaat voor de dienst van |
de in artikel 3, 1°, 2° en 3°, van dezelfde bijzondere wet bedoelde | de in artikel 3, 1°, 2° en 3°, van dezelfde bijzondere wet bedoelde |
gewestelijke belastingen; | gewestelijke belastingen; |
2) het Waalse Gewest vanaf 1 januari 2014 instaat voor de dienst van | 2) het Waalse Gewest vanaf 1 januari 2014 instaat voor de dienst van |
de in artikel 3, 10°, 11° et 12°, van dezelfde bijzondere wet bedoelde | de in artikel 3, 10°, 11° et 12°, van dezelfde bijzondere wet bedoelde |
gewestelijke belastingen; | gewestelijke belastingen; |
3) het Vlaamse Gewest vanaf 1 januari 2011 instaat voor de dienst van | 3) het Vlaamse Gewest vanaf 1 januari 2011 instaat voor de dienst van |
de in artikel 3, 10°, 11° en 12°, van dezelfde bijzondere wet bedoelde | de in artikel 3, 10°, 11° en 12°, van dezelfde bijzondere wet bedoelde |
gewestelijke belastingen; | gewestelijke belastingen; |
4) het Vlaamse Gewest vanaf 1 januari 2015 instaat voor de dienst van | 4) het Vlaamse Gewest vanaf 1 januari 2015 instaat voor de dienst van |
de in artikel 3, 4°, 6° tot 8°, van dezelfde bijzondere wet bedoelde | de in artikel 3, 4°, 6° tot 8°, van dezelfde bijzondere wet bedoelde |
gewestelijke belastingen; | gewestelijke belastingen; |
5) het Vlaamse Gewest vanaf 1 januari 2019 instaat voor de dienst van | 5) het Vlaamse Gewest vanaf 1 januari 2019 instaat voor de dienst van |
de in artikel 3, 1°, 2° en 3°, van dezelfde bijzondere wet bedoelde | de in artikel 3, 1°, 2° en 3°, van dezelfde bijzondere wet bedoelde |
gewestelijke belastingen; | gewestelijke belastingen; |
6) het Brussels Hoofdstedelijk Gewest vanaf 1 januari 2018 instaat | 6) het Brussels Hoofdstedelijk Gewest vanaf 1 januari 2018 instaat |
voor de dienst van de in artikel 3, 5°, van dezelfde bijzondere wet | voor de dienst van de in artikel 3, 5°, van dezelfde bijzondere wet |
bedoelde gewestelijke belastingen; | bedoelde gewestelijke belastingen; |
worden de in artikel 3 van dezelfde bijzondere wet bedoelde | worden de in artikel 3 van dezelfde bijzondere wet bedoelde |
overdrachten inzake gewestelijke belastingen, verhoogd met voormelde | overdrachten inzake gewestelijke belastingen, verhoogd met voormelde |
interesten en boeten, voor het begrotingsjaar 2019 geraamd op 2 336 | interesten en boeten, voor het begrotingsjaar 2019 geraamd op 2 336 |
922 euro voor het Vlaamse Gewest, op 2 027 765 891 euro voor het | 922 euro voor het Vlaamse Gewest, op 2 027 765 891 euro voor het |
Waalse Gewest en op 1 317 307 524 euro voor het Brussels | Waalse Gewest en op 1 317 307 524 euro voor het Brussels |
Hoofdstedelijk Gewest.". | Hoofdstedelijk Gewest.". |
Art. 3.Artikel 16 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt: |
Art. 3.Artikel 16 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt: |
" Art. 16. Overeenkomstig artikel 53, eerste lid, 2°, van de | " Art. 16. Overeenkomstig artikel 53, eerste lid, 2°, van de |
bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de | bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de |
gemeenschappen en de gewesten, gewijzigd door de bijzondere wet van 16 | gemeenschappen en de gewesten, gewijzigd door de bijzondere wet van 16 |
juli 1993 tot vervollediging van de federale staatsstructuur, door de | juli 1993 tot vervollediging van de federale staatsstructuur, door de |
bijzondere wet van 13 juli 2001 tot herfinanciering van de | bijzondere wet van 13 juli 2001 tot herfinanciering van de |
gemeenschappen en uitbreiding van de fiscale bevoegdheden van de | gemeenschappen en uitbreiding van de fiscale bevoegdheden van de |
gewesten, door de bijzondere wet van 19 juli 2012 houdende een | gewesten, door de bijzondere wet van 19 juli 2012 houdende een |
correcte financiering van de Brusselse Instellingen en door de | correcte financiering van de Brusselse Instellingen en door de |
bijzondere wet van 6 januari 2014 tot hervorming van de financiering | bijzondere wet van 6 januari 2014 tot hervorming van de financiering |
van de gemeenschappen en de gewesten, tot uitbreiding van de fiscale | van de gemeenschappen en de gewesten, tot uitbreiding van de fiscale |
autonomie van de gewesten en tot financiering van de nieuwe | autonomie van de gewesten en tot financiering van de nieuwe |
bevoegdheden, en rekening houdende met: | bevoegdheden, en rekening houdende met: |
a) de wet van 23 mei 2000 tot bepaling van de criteria bedoeld in | a) de wet van 23 mei 2000 tot bepaling van de criteria bedoeld in |
artikel 39, § 2, van dezelfde bijzondere wet van 16 januari 1989; | artikel 39, § 2, van dezelfde bijzondere wet van 16 januari 1989; |
b) het in artikel 81quinquies, § 2, van dezelfde bijzondere wet van 16 | b) het in artikel 81quinquies, § 2, van dezelfde bijzondere wet van 16 |
januari 1989 bedoelde bedrag dat in mindering wordt gebracht van het | januari 1989 bedoelde bedrag dat in mindering wordt gebracht van het |
in artikel 40quinquies van dezelfde bijzondere wet bedoelde toegewezen | in artikel 40quinquies van dezelfde bijzondere wet bedoelde toegewezen |
gedeelte van de opbrengst van de belasting op de toegevoegde waarde | gedeelte van de opbrengst van de belasting op de toegevoegde waarde |
aan de Vlaamse Gemeenschap; | aan de Vlaamse Gemeenschap; |
c) het in artikel 48/1, §§ 1 en 4, van dezelfde bijzondere wet van 16 | c) het in artikel 48/1, §§ 1 en 4, van dezelfde bijzondere wet van 16 |
januari 1989 bedoelde overgangsbedrag voor de Vlaamse Gemeenschap en | januari 1989 bedoelde overgangsbedrag voor de Vlaamse Gemeenschap en |
de Franse Gemeenschap dat, overeenkomstig artikel 48/1, § 5, van | de Franse Gemeenschap dat, overeenkomstig artikel 48/1, § 5, van |
dezelfde bijzondere wet: | dezelfde bijzondere wet: |
1) in mindering wordt gebracht van het in artikel 47/2 van dezelfde | 1) in mindering wordt gebracht van het in artikel 47/2 van dezelfde |
bijzondere wet bedoelde toegewezen gedeelte van de opbrengst van de | bijzondere wet bedoelde toegewezen gedeelte van de opbrengst van de |
federale personenbelasting aan respectievelijk de Vlaamse Gemeenschap | federale personenbelasting aan respectievelijk de Vlaamse Gemeenschap |
en de Franse Gemeenschap, indien het overgangsbedrag positief is; | en de Franse Gemeenschap, indien het overgangsbedrag positief is; |
2) toegevoegd wordt aan het in artikel 47/2 van dezelfde bijzondere | 2) toegevoegd wordt aan het in artikel 47/2 van dezelfde bijzondere |
wet bedoelde toegewezen gedeelte van de opbrengst van de federale | wet bedoelde toegewezen gedeelte van de opbrengst van de federale |
personenbelasting aan respectievelijk de Vlaamse Gemeenschap en de | personenbelasting aan respectievelijk de Vlaamse Gemeenschap en de |
Franse Gemeenschap, indien het overgangsbedrag negatief is; | Franse Gemeenschap, indien het overgangsbedrag negatief is; |
d) de in artikel 65quinquies, van dezelfde bijzondere wet van 16 | d) de in artikel 65quinquies, van dezelfde bijzondere wet van 16 |
januari 1989 bedoelde responsabiliseringsbijdrage voor de Vlaamse | januari 1989 bedoelde responsabiliseringsbijdrage voor de Vlaamse |
Gemeenschap en de Franse Gemeenschap die in mindering wordt gebracht | Gemeenschap en de Franse Gemeenschap die in mindering wordt gebracht |
van het in artikel 47/2 van dezelfde bijzondere wet bedoelde | van het in artikel 47/2 van dezelfde bijzondere wet bedoelde |
toegewezen gedeelte van de opbrengst van de federale personenbelasting | toegewezen gedeelte van de opbrengst van de federale personenbelasting |
aan respectievelijk de Vlaamse Gemeenschap en de Franse Gemeenschap; | aan respectievelijk de Vlaamse Gemeenschap en de Franse Gemeenschap; |
e) het definitieve saldo van de afrekening van het begrotingsjaar 2018 | e) het definitieve saldo van de afrekening van het begrotingsjaar 2018 |
van de in artikel 36, van dezelfde bijzondere wet van 16 januari 1989 | van de in artikel 36, van dezelfde bijzondere wet van 16 januari 1989 |
bedoelde toegewezen gedeelten van de opbrengst van de btw en van de | bedoelde toegewezen gedeelten van de opbrengst van de btw en van de |
opbrengst van de federale personenbelasting; | opbrengst van de federale personenbelasting; |
worden de in artikel 36 van dezelfde bijzondere wet bedoelde | worden de in artikel 36 van dezelfde bijzondere wet bedoelde |
overdrachten inzake het toegewezen gedeelte van de opbrengst van de | overdrachten inzake het toegewezen gedeelte van de opbrengst van de |
belasting op de toegevoegde waarde en van de opbrengst van de federale | belasting op de toegevoegde waarde en van de opbrengst van de federale |
personenbelasting voor het begrotingsjaar 2019 geraamd op 15 495 388 | personenbelasting voor het begrotingsjaar 2019 geraamd op 15 495 388 |
000 euro voor de Vlaamse Gemeenschap en op 9 919 171 209 euro voor de | 000 euro voor de Vlaamse Gemeenschap en op 9 919 171 209 euro voor de |
Franse Gemeenschap. | Franse Gemeenschap. |
De in het vorige lid bepaalde bedragen aan overdrachten worden | De in het vorige lid bepaalde bedragen aan overdrachten worden |
overeenkomstig artikel 54, § 1, zesde lid, van dezelfde bijzondere wet | overeenkomstig artikel 54, § 1, zesde lid, van dezelfde bijzondere wet |
voor het begrotingsjaar 2019 bevestigd op 15 495 388 000 euro voor de | voor het begrotingsjaar 2019 bevestigd op 15 495 388 000 euro voor de |
Vlaamse Gemeenschap en op 9 919 171 209 euro voor de Franse | Vlaamse Gemeenschap en op 9 919 171 209 euro voor de Franse |
Gemeenschap. | Gemeenschap. |
Overeenkomstig artikel 60 van de wet van 31 december 1983 tot | Overeenkomstig artikel 60 van de wet van 31 december 1983 tot |
hervorming der instellingen voor de Duitstalige Gemeenschap, | hervorming der instellingen voor de Duitstalige Gemeenschap, |
laatstelijk gewijzigd door de wet van 19 april 2014, en rekening | laatstelijk gewijzigd door de wet van 19 april 2014, en rekening |
houdende met: | houdende met: |
a) het in artikel 58novodecies, § 1, van dezelfde wet van 31 december | a) het in artikel 58novodecies, § 1, van dezelfde wet van 31 december |
1983 bedoelde overgangsbedrag voor de Duitstalige Gemeenschap dat, | 1983 bedoelde overgangsbedrag voor de Duitstalige Gemeenschap dat, |
overeenkomstig artikel 58novodecies, § 3, van dezelfde wet: | overeenkomstig artikel 58novodecies, § 3, van dezelfde wet: |
1) in mindering wordt gebracht van het in artikel 58nonies, van | 1) in mindering wordt gebracht van het in artikel 58nonies, van |
dezelfde wet bedoelde toegewezen gedeelte van de opbrengst van de | dezelfde wet bedoelde toegewezen gedeelte van de opbrengst van de |
federale personenbelasting aan de Duitstalige Gemeenschap, indien het | federale personenbelasting aan de Duitstalige Gemeenschap, indien het |
overgangsbedrag positief is; | overgangsbedrag positief is; |
2) toegevoegd wordt aan het in artikel 58nonies, van dezelfde wet | 2) toegevoegd wordt aan het in artikel 58nonies, van dezelfde wet |
bedoelde toegewezen gedeelte van de opbrengst van de federale | bedoelde toegewezen gedeelte van de opbrengst van de federale |
personenbelasting aan de Duitstalige Gemeenschap, indien het | personenbelasting aan de Duitstalige Gemeenschap, indien het |
overgangsbedrag negatief is; | overgangsbedrag negatief is; |
b) de in artikel 60quater, van dezelfde wet van 31 december 1983 | b) de in artikel 60quater, van dezelfde wet van 31 december 1983 |
bedoelde responsabiliseringsbijdrage voor de Duitstalige Gemeenschap | bedoelde responsabiliseringsbijdrage voor de Duitstalige Gemeenschap |
die in mindering wordt gebracht van het in artikel 58nonies, van | die in mindering wordt gebracht van het in artikel 58nonies, van |
dezelfde wet bedoelde toegewezen gedeelte van de opbrengst van de | dezelfde wet bedoelde toegewezen gedeelte van de opbrengst van de |
federale personenbelasting aan de Duitstalige Gemeenschap; | federale personenbelasting aan de Duitstalige Gemeenschap; |
c) het definitieve saldo van de afrekening van het begrotingsjaar 2018 | c) het definitieve saldo van de afrekening van het begrotingsjaar 2018 |
van de in de artikelen 58nonies tot 58undecies, van dezelfde wet van | van de in de artikelen 58nonies tot 58undecies, van dezelfde wet van |
31 december 1983 bedoelde toegewezen gedeelten van de opbrengst van de | 31 december 1983 bedoelde toegewezen gedeelten van de opbrengst van de |
btw en van de opbrengst van de federale personenbelasting; | btw en van de opbrengst van de federale personenbelasting; |
worden de in de artikelen 58nonies tot 58undecies van dezelfde wet | worden de in de artikelen 58nonies tot 58undecies van dezelfde wet |
bedoelde overdrachten inzake het toegewezen gedeelte van de opbrengst | bedoelde overdrachten inzake het toegewezen gedeelte van de opbrengst |
van de belasting op de toegevoegde waarde en van de opbrengst van de | van de belasting op de toegevoegde waarde en van de opbrengst van de |
federale personenbelasting voor het begrotingsjaar 2019 geraamd op 163 | federale personenbelasting voor het begrotingsjaar 2019 geraamd op 163 |
703 029 euro voor de Duitstalige Gemeenschap. | 703 029 euro voor de Duitstalige Gemeenschap. |
Het in het vorige lid bepaalde bedrag aan overdrachten wordt | Het in het vorige lid bepaalde bedrag aan overdrachten wordt |
overeenkomstig artikel 54, § 1, zesde lid, van dezelfde bijzondere wet | overeenkomstig artikel 54, § 1, zesde lid, van dezelfde bijzondere wet |
voor het begrotingsjaar 2019 bevestigd op 163 703 029 euro voor de | voor het begrotingsjaar 2019 bevestigd op 163 703 029 euro voor de |
Duitstalige Gemeenschap.". | Duitstalige Gemeenschap.". |
Art. 4.Artikel 17 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt: |
Art. 4.Artikel 17 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt: |
" Art. 17. Overeenkomstig de artikelen 53, eerste lid, 3°, 64quater en | " Art. 17. Overeenkomstig de artikelen 53, eerste lid, 3°, 64quater en |
64quinquies van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de | 64quinquies van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de |
financiering van de gemeenschappen en de gewesten, gewijzigd door de | financiering van de gemeenschappen en de gewesten, gewijzigd door de |
bijzondere wet van 16 juli 1993 tot vervollediging van de federale | bijzondere wet van 16 juli 1993 tot vervollediging van de federale |
staatsstructuur, door de bijzondere wet van 13 juli 2001 tot | staatsstructuur, door de bijzondere wet van 13 juli 2001 tot |
herfinanciering van de gemeenschappen en uitbreiding van de fiscale | herfinanciering van de gemeenschappen en uitbreiding van de fiscale |
bevoegdheden van de gewesten, door de bijzondere wet van 19 juli 2012 | bevoegdheden van de gewesten, door de bijzondere wet van 19 juli 2012 |
houdende een correcte financiering van de Brusselse Instellingen en | houdende een correcte financiering van de Brusselse Instellingen en |
door de bijzondere wet van 6 januari 2014 tot hervorming van de | door de bijzondere wet van 6 januari 2014 tot hervorming van de |
financiering van de gemeenschappen en de gewesten, tot uitbreiding van | financiering van de gemeenschappen en de gewesten, tot uitbreiding van |
de fiscale autonomie van de gewesten en tot financiering van de nieuwe | de fiscale autonomie van de gewesten en tot financiering van de nieuwe |
bevoegdheden, en rekening houdende met: | bevoegdheden, en rekening houdende met: |
a) het in artikel 48/1, §§ 2 en 4, van dezelfde bijzondere wet van 16 | a) het in artikel 48/1, §§ 2 en 4, van dezelfde bijzondere wet van 16 |
januari 1989 bedoelde overgangsbedrag voor respectievelijk het Vlaamse | januari 1989 bedoelde overgangsbedrag voor respectievelijk het Vlaamse |
Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest dat, | Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest dat, |
overeenkomstig artikel 48/1, § 5, van dezelfde bijzondere wet: | overeenkomstig artikel 48/1, § 5, van dezelfde bijzondere wet: |
1) in mindering wordt gebracht van het in de artikelen 35octies tot | 1) in mindering wordt gebracht van het in de artikelen 35octies tot |
35decies, van dezelfde bijzondere wet bedoelde toegewezen gedeelte van | 35decies, van dezelfde bijzondere wet bedoelde toegewezen gedeelte van |
de opbrengst van de federale personenbelasting aan respectievelijk het | de opbrengst van de federale personenbelasting aan respectievelijk het |
Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk | Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk |
Gewest, indien het overgangsbedrag positief is; | Gewest, indien het overgangsbedrag positief is; |
2) wordt toegevoegd aan het in de artikelen 35octies tot 35decies, van | 2) wordt toegevoegd aan het in de artikelen 35octies tot 35decies, van |
dezelfde bijzondere wet bedoelde toegewezen gedeelte van de opbrengst | dezelfde bijzondere wet bedoelde toegewezen gedeelte van de opbrengst |
van de federale personenbelasting aan respectievelijk het Vlaamse | van de federale personenbelasting aan respectievelijk het Vlaamse |
Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, | Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, |
indien het overgangsbedrag negatief is; | indien het overgangsbedrag negatief is; |
b) de in artikel 64quater, § 3, eerste lid, van dezelfde bijzondere | b) de in artikel 64quater, § 3, eerste lid, van dezelfde bijzondere |
wet van 16 januari 1989 bedoelde bedragen die in mindering komen van | wet van 16 januari 1989 bedoelde bedragen die in mindering komen van |
het in artikel 35decies, van dezelfde bijzondere wet bedoelde | het in artikel 35decies, van dezelfde bijzondere wet bedoelde |
toegewezen gedeelte van de opbrengst van de federale personenbelasting | toegewezen gedeelte van de opbrengst van de federale personenbelasting |
aan respectievelijk het Vlaamse Gewest en het Waalse Gewest; | aan respectievelijk het Vlaamse Gewest en het Waalse Gewest; |
c) de in artikel 65quinquies, van dezelfde bijzondere wet van 16 | c) de in artikel 65quinquies, van dezelfde bijzondere wet van 16 |
januari 1989 bedoelde responsabiliseringsbijdrage voor het Vlaamse | januari 1989 bedoelde responsabiliseringsbijdrage voor het Vlaamse |
Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest die in | Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest die in |
mindering wordt gebracht van het in de artikelen 35octies tot | mindering wordt gebracht van het in de artikelen 35octies tot |
35decies, van dezelfde bijzondere wet bedoelde toegewezen gedeelte van | 35decies, van dezelfde bijzondere wet bedoelde toegewezen gedeelte van |
de opbrengst van de federale personenbelasting aan respectievelijk het | de opbrengst van de federale personenbelasting aan respectievelijk het |
Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk | Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk |
Gewest; | Gewest; |
d) het definitieve saldo van de afrekening van het begrotingsjaar 2018 | d) het definitieve saldo van de afrekening van het begrotingsjaar 2018 |
van de in de artikelen 35octies tot 35decies, 64quater en 64quinquies, | van de in de artikelen 35octies tot 35decies, 64quater en 64quinquies, |
van dezelfde bijzondere wet van 16 januari 1989 bedoelde toegewezen | van dezelfde bijzondere wet van 16 januari 1989 bedoelde toegewezen |
gedeelten van de opbrengst van de federale personenbelasting; | gedeelten van de opbrengst van de federale personenbelasting; |
worden de in de artikelen 35octies tot 35decies, 64quater en | worden de in de artikelen 35octies tot 35decies, 64quater en |
64quinquies van dezelfde bijzondere wet bedoelde overdrachten inzake | 64quinquies van dezelfde bijzondere wet bedoelde overdrachten inzake |
het toegewezen gedeelte van de opbrengst van de federale | het toegewezen gedeelte van de opbrengst van de federale |
personenbelasting voor het begrotingsjaar 2019 geraamd op 2 459 343 | personenbelasting voor het begrotingsjaar 2019 geraamd op 2 459 343 |
790 euro voor het Vlaamse Gewest, op 2 744 342 732 euro voor het | 790 euro voor het Vlaamse Gewest, op 2 744 342 732 euro voor het |
Waalse Gewest en op 1 102 106 685 euro voor het Brussels | Waalse Gewest en op 1 102 106 685 euro voor het Brussels |
Hoofdstedelijk Gewest. | Hoofdstedelijk Gewest. |
De in het vorige lid bepaalde bedragen aan overdrachten worden | De in het vorige lid bepaalde bedragen aan overdrachten worden |
overeenkomstig artikel 54, § 1, zesde tot en met negende lid, van | overeenkomstig artikel 54, § 1, zesde tot en met negende lid, van |
dezelfde bijzondere wet voor het begrotingsjaar 2019 herleid tot 2 407 | dezelfde bijzondere wet voor het begrotingsjaar 2019 herleid tot 2 407 |
722 205 euro voor het Vlaamse Gewest, 2 689 344 015 euro voor het | 722 205 euro voor het Vlaamse Gewest, 2 689 344 015 euro voor het |
Waalse Gewest en 1 080 042 477 euro voor het Brussels Hoofdstedelijk | Waalse Gewest en 1 080 042 477 euro voor het Brussels Hoofdstedelijk |
Gewest.". | Gewest.". |
Art. 5.Artikel 18 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt: |
Art. 5.Artikel 18 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt: |
" Art. 18.De in artikel 2bis van de bijzondere wet van 16 januari 1989 |
" Art. 18.De in artikel 2bis van de bijzondere wet van 16 januari 1989 |
betreffende de financiering van de gemeenschappen en de gewesten, | betreffende de financiering van de gemeenschappen en de gewesten, |
gewijzigd door de bijzondere wet van 16 juli 1993 tot vervollediging | gewijzigd door de bijzondere wet van 16 juli 1993 tot vervollediging |
van de federale staatsstructuur, door de bijzondere wet van 13 juli | van de federale staatsstructuur, door de bijzondere wet van 13 juli |
2001 tot herfinanciering van de gemeenschappen en uitbreiding van de | 2001 tot herfinanciering van de gemeenschappen en uitbreiding van de |
fiscale bevoegdheden van de gewesten, door de bijzondere wet van 19 | fiscale bevoegdheden van de gewesten, door de bijzondere wet van 19 |
juli 2012 houdende een correcte financiering van de Brusselse | juli 2012 houdende een correcte financiering van de Brusselse |
Instellingen en door de bijzondere wet van 6 januari 2014 tot | Instellingen en door de bijzondere wet van 6 januari 2014 tot |
hervorming van de financiering van de gemeenschappen en de gewesten, | hervorming van de financiering van de gemeenschappen en de gewesten, |
tot uitbreiding van de fiscale autonomie van de gewesten en tot | tot uitbreiding van de fiscale autonomie van de gewesten en tot |
financiering van de nieuwe bevoegdheden, bedoelde overdrachten inzake | financiering van de nieuwe bevoegdheden, bedoelde overdrachten inzake |
niet-fiscale ontvangsten van de gewesten worden voor het | niet-fiscale ontvangsten van de gewesten worden voor het |
begrotingsjaar 2019 geraamd op 148 853 861 euro voor het Vlaamse | begrotingsjaar 2019 geraamd op 148 853 861 euro voor het Vlaamse |
Gewest, op 49 737 944 euro voor het Waalse Gewest en op 18 789 209 | Gewest, op 49 737 944 euro voor het Waalse Gewest en op 18 789 209 |
euro voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.". | euro voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.". |
Art. 6.Artikel 19 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 1 maart |
Art. 6.Artikel 19 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 1 maart |
2019, wordt vervangen als volgt: | 2019, wordt vervangen als volgt: |
" Art. 19.De overdrachten bedoeld in de artikelen 54/1, § 3, van de |
" Art. 19.De overdrachten bedoeld in de artikelen 54/1, § 3, van de |
bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de | bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de |
gemeenschappen en de gewesten, gewijzigd door de bijzondere wet van 16 | gemeenschappen en de gewesten, gewijzigd door de bijzondere wet van 16 |
juli 1993 tot vervollediging van de federale staatsstructuur, door de | juli 1993 tot vervollediging van de federale staatsstructuur, door de |
bijzondere wet van 13 juli 2001 tot herfinanciering van de | bijzondere wet van 13 juli 2001 tot herfinanciering van de |
gemeenschappen en uitbreiding van de fiscale bevoegdheden van de | gemeenschappen en uitbreiding van de fiscale bevoegdheden van de |
gewesten, door de bijzondere wet van 19 juli 2012 houdende een | gewesten, door de bijzondere wet van 19 juli 2012 houdende een |
correcte financiering van de Brusselse Instellingen en door de | correcte financiering van de Brusselse Instellingen en door de |
bijzondere wet van 6 januari 2014 tot hervorming van de financiering | bijzondere wet van 6 januari 2014 tot hervorming van de financiering |
van de gemeenschappen en de gewesten, tot uitbreiding van de fiscale | van de gemeenschappen en de gewesten, tot uitbreiding van de fiscale |
autonomie van de gewesten en tot financiering van de nieuwe | autonomie van de gewesten en tot financiering van de nieuwe |
bevoegdheden, inzake de gewestelijke personenbelasting bedoeld in | bevoegdheden, inzake de gewestelijke personenbelasting bedoeld in |
artikel 5/1, § 1, van dezelfde bijzondere wet van 16 januari 1989, na | artikel 5/1, § 1, van dezelfde bijzondere wet van 16 januari 1989, na |
aftrek van de in artikel 5/5, § 4, van dezelfde bijzondere wet | aftrek van de in artikel 5/5, § 4, van dezelfde bijzondere wet |
bedoelde geraamde belastingverminderingen en belastingkredieten, | bedoelde geraamde belastingverminderingen en belastingkredieten, |
worden voor het begrotingsjaar 2019 geraamd op 5 904 828 810 euro voor | worden voor het begrotingsjaar 2019 geraamd op 5 904 828 810 euro voor |
het Vlaamse Gewest, op 2 581 446 197 euro voor het Waalse Gewest en op | het Vlaamse Gewest, op 2 581 446 197 euro voor het Waalse Gewest en op |
834 779 703 euro voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. | 834 779 703 euro voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. |
De overdrachten bedoeld in de artikelen 54/2, van de bijzondere wet | De overdrachten bedoeld in de artikelen 54/2, van de bijzondere wet |
van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de gemeenschappen | van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de gemeenschappen |
en de gewesten, gewijzigd door de bijzondere wet van 16 juli 1993 tot | en de gewesten, gewijzigd door de bijzondere wet van 16 juli 1993 tot |
vervollediging van de federale staatsstructuur, door de bijzondere wet | vervollediging van de federale staatsstructuur, door de bijzondere wet |
van 13 juli 2001 tot herfinanciering van de gemeenschappen en | van 13 juli 2001 tot herfinanciering van de gemeenschappen en |
uitbreiding van de fiscale bevoegdheden van de gewesten, door de | uitbreiding van de fiscale bevoegdheden van de gewesten, door de |
bijzondere wet van 19 juli 2012 houdende een correcte financiering van | bijzondere wet van 19 juli 2012 houdende een correcte financiering van |
de Brusselse Instellingen en door de bijzondere wet van 6 januari 2014 | de Brusselse Instellingen en door de bijzondere wet van 6 januari 2014 |
tot hervorming van de financiering van de gemeenschappen en de | tot hervorming van de financiering van de gemeenschappen en de |
gewesten, tot uitbreiding van de fiscale autonomie van de gewesten en | gewesten, tot uitbreiding van de fiscale autonomie van de gewesten en |
tot financiering van de nieuwe bevoegdheden, inzake de gewestelijke | tot financiering van de nieuwe bevoegdheden, inzake de gewestelijke |
personenbelasting bedoeld in artikel 5/1, § 1, van dezelfde bijzondere | personenbelasting bedoeld in artikel 5/1, § 1, van dezelfde bijzondere |
wet van 16 januari 1989, na aftrek van de in artikel 5/5, § 4, van | wet van 16 januari 1989, na aftrek van de in artikel 5/5, § 4, van |
dezelfde bijzondere wet bedoelde geraamde belastingverminderingen en | dezelfde bijzondere wet bedoelde geraamde belastingverminderingen en |
belastingkredieten, worden voor het begrotingsjaar 2019 geraamd op -2 | belastingkredieten, worden voor het begrotingsjaar 2019 geraamd op -2 |
256 042 euro voor het Vlaamse Gewest, op -1 269 774 euro voor het | 256 042 euro voor het Vlaamse Gewest, op -1 269 774 euro voor het |
Waalse Gewest en op -511 715 euros voor het Brussels Hoofdstedelijk | Waalse Gewest en op -511 715 euros voor het Brussels Hoofdstedelijk |
Gewest. | Gewest. |
Het saldo van de eerste afrekening bedoeld in artikel 54/1, § 4, | Het saldo van de eerste afrekening bedoeld in artikel 54/1, § 4, |
eerste lid, van dezelfde bijzondere wet van 16 januari 1989, inzake de | eerste lid, van dezelfde bijzondere wet van 16 januari 1989, inzake de |
gewestelijke personenbelasting bedoeld in artikel 5/1, § 1, van | gewestelijke personenbelasting bedoeld in artikel 5/1, § 1, van |
dezelfde bijzondere wet van 16 januari 1989, na aftrek van de in | dezelfde bijzondere wet van 16 januari 1989, na aftrek van de in |
artikel 5/5, § 4, van dezelfde bijzondere wet bedoelde geraamde | artikel 5/5, § 4, van dezelfde bijzondere wet bedoelde geraamde |
belastingverminderingen en belastingkredieten, wordt voor het | belastingverminderingen en belastingkredieten, wordt voor het |
begrotingsjaar 2019 geraamd op 199 974 406 euro voor het Vlaamse | begrotingsjaar 2019 geraamd op 199 974 406 euro voor het Vlaamse |
Gewest, op 16 839 894 euro voor het Waalse Gewest en op 795 056 euro | Gewest, op 16 839 894 euro voor het Waalse Gewest en op 795 056 euro |
voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. | voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. |
Het saldo van de afrekeningen bedoeld in artikel 54/1, § 4, tweede | Het saldo van de afrekeningen bedoeld in artikel 54/1, § 4, tweede |
lid, van dezelfde bijzondere wet van 16 januari 1989, inzake de | lid, van dezelfde bijzondere wet van 16 januari 1989, inzake de |
gewestelijke personenbelasting bedoeld in artikel 5/1, § 1, van | gewestelijke personenbelasting bedoeld in artikel 5/1, § 1, van |
dezelfde bijzondere wet van 16 januari 1989, na aftrek van de in | dezelfde bijzondere wet van 16 januari 1989, na aftrek van de in |
artikel 5/5, § 4, van dezelfde bijzondere wet bedoelde geraamde | artikel 5/5, § 4, van dezelfde bijzondere wet bedoelde geraamde |
belastingverminderingen en belastingkredieten, wordt met betrekking | belastingverminderingen en belastingkredieten, wordt met betrekking |
tot het aanslagjaar 2018 voor het begrotingsjaar 2019 geraamd op 28 | tot het aanslagjaar 2018 voor het begrotingsjaar 2019 geraamd op 28 |
669 311 euro voor het Vlaamse Gewest, op 19 578 820 euro voor het | 669 311 euro voor het Vlaamse Gewest, op 19 578 820 euro voor het |
Waalse Gewest en op 11 052 587 euro voor het Brussels Hoofdstedelijk | Waalse Gewest en op 11 052 587 euro voor het Brussels Hoofdstedelijk |
Gewest. | Gewest. |
Het saldo van de afrekeningen bedoeld in artikel 54/1, § 4, tweede | Het saldo van de afrekeningen bedoeld in artikel 54/1, § 4, tweede |
lid, van dezelfde bijzondere wet van 16 januari 1989, inzake de | lid, van dezelfde bijzondere wet van 16 januari 1989, inzake de |
gewestelijke personenbelasting bedoeld in artikel 5/1, § 1, van | gewestelijke personenbelasting bedoeld in artikel 5/1, § 1, van |
dezelfde bijzondere wet van 16 januari 1989, na aftrek van de in | dezelfde bijzondere wet van 16 januari 1989, na aftrek van de in |
artikel 5/5, § 4, van dezelfde bijzondere wet bedoelde geraamde | artikel 5/5, § 4, van dezelfde bijzondere wet bedoelde geraamde |
belastingverminderingen en belastingkredieten, wordt met betrekking | belastingverminderingen en belastingkredieten, wordt met betrekking |
tot het aanslagjaar 2017 voor het begrotingsjaar 2019 geraamd op 26 | tot het aanslagjaar 2017 voor het begrotingsjaar 2019 geraamd op 26 |
154 882 euro voor het Vlaamse Gewest, op 15 367 764 euro voor het | 154 882 euro voor het Vlaamse Gewest, op 15 367 764 euro voor het |
Waalse Gewest en op 8 607 839 euro voor het Brussels Hoofdstedelijk | Waalse Gewest en op 8 607 839 euro voor het Brussels Hoofdstedelijk |
Gewest.". | Gewest.". |
Art. 7.Artikel 20 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt: |
Art. 7.Artikel 20 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt: |
" Art. 20.De aan de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie |
" Art. 20.De aan de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie |
toegekende overdracht inzake het toegewezen gedeelte van de opbrengst | toegekende overdracht inzake het toegewezen gedeelte van de opbrengst |
van de federale personenbelasting bedoeld in artikel 65, § 1, 2° /1 en | van de federale personenbelasting bedoeld in artikel 65, § 1, 2° /1 en |
§ 6, van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de | § 6, van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de |
financiering van de gemeenschappen en de gewesten, gewijzigd door de | financiering van de gemeenschappen en de gewesten, gewijzigd door de |
bijzondere wet van 16 juli 1993 tot vervollediging van de federale | bijzondere wet van 16 juli 1993 tot vervollediging van de federale |
staatsstructuur, door de bijzondere wet van 13 juli 2001 tot | staatsstructuur, door de bijzondere wet van 13 juli 2001 tot |
herfinanciering van de gemeenschappen en uitbreiding van de fiscale | herfinanciering van de gemeenschappen en uitbreiding van de fiscale |
bevoegdheden van de gewesten, door de bijzondere wet van 19 juli 2012 | bevoegdheden van de gewesten, door de bijzondere wet van 19 juli 2012 |
houdende een correcte financiering van de Brusselse Instellingen en | houdende een correcte financiering van de Brusselse Instellingen en |
door de bijzondere wet van 6 januari 2014 tot hervorming van de | door de bijzondere wet van 6 januari 2014 tot hervorming van de |
financiering van de gemeenschappen en de gewesten, tot uitbreiding van | financiering van de gemeenschappen en de gewesten, tot uitbreiding van |
de fiscale autonomie van de gewesten en tot financiering van de nieuwe | de fiscale autonomie van de gewesten en tot financiering van de nieuwe |
bevoegdheden, wordt voor het begrotingsjaar 2019 geraamd op nul euro, | bevoegdheden, wordt voor het begrotingsjaar 2019 geraamd op nul euro, |
rekening houdende met: | rekening houdende met: |
a) het in artikel 48/1, §§ 1 en 4, van dezelfde bijzondere wet van 16 | a) het in artikel 48/1, §§ 1 en 4, van dezelfde bijzondere wet van 16 |
januari 1989 bedoelde overgangsbedrag voor de Gemeenschappelijke | januari 1989 bedoelde overgangsbedrag voor de Gemeenschappelijke |
Gemeenschapscommissie dat, overeenkomstig artikel 48/1, § 5, van | Gemeenschapscommissie dat, overeenkomstig artikel 48/1, § 5, van |
dezelfde bijzondere wet: | dezelfde bijzondere wet: |
1) in mindering wordt gebracht van het in artikel 65 van dezelfde | 1) in mindering wordt gebracht van het in artikel 65 van dezelfde |
bijzondere wet bedoelde toegewezen gedeelte van de opbrengst van de | bijzondere wet bedoelde toegewezen gedeelte van de opbrengst van de |
federale personenbelasting aan de Gemeenschappelijke | federale personenbelasting aan de Gemeenschappelijke |
Gemeenschapscommissie en eventueel van de in de artikelen 47/8 en 47/7 | Gemeenschapscommissie en eventueel van de in de artikelen 47/8 en 47/7 |
van dezelfde bijzondere wet bedoelde dotaties toegekend aan de | van dezelfde bijzondere wet bedoelde dotaties toegekend aan de |
Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, indien het overgangsbedrag | Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, indien het overgangsbedrag |
positief is; | positief is; |
2) toegevoegd wordt aan het in artikel 65 van dezelfde bijzondere wet | 2) toegevoegd wordt aan het in artikel 65 van dezelfde bijzondere wet |
bedoelde toegewezen gedeelte van de opbrengst van de federale | bedoelde toegewezen gedeelte van de opbrengst van de federale |
personenbelasting aan de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, | personenbelasting aan de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, |
indien het overgangsbedrag negatief is; | indien het overgangsbedrag negatief is; |
b) de in artikel 65quinquies, van dezelfde bijzondere wet van 16 | b) de in artikel 65quinquies, van dezelfde bijzondere wet van 16 |
januari 1989 bedoelde responsabiliseringsbijdrage voor de | januari 1989 bedoelde responsabiliseringsbijdrage voor de |
Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie die in mindering komt van het | Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie die in mindering komt van het |
in artikel 65 van dezelfde bijzondere wet bedoelde toe-gewezen | in artikel 65 van dezelfde bijzondere wet bedoelde toe-gewezen |
gedeelte van de opbrengst van de federale personenbelasting aan de | gedeelte van de opbrengst van de federale personenbelasting aan de |
Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en eventueel van de in de | Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en eventueel van de in de |
artikelen 47/8 en 47/7 van dezelfde bijzondere financieringswet | artikelen 47/8 en 47/7 van dezelfde bijzondere financieringswet |
bedoelde dotaties toegekend aan de Gemeenschappelijke | bedoelde dotaties toegekend aan de Gemeenschappelijke |
Gemeenschapscommissie | Gemeenschapscommissie |
c) het definitieve saldo van de afrekening van het begrotingsjaar 2018 | c) het definitieve saldo van de afrekening van het begrotingsjaar 2018 |
van de in de artikelen 65, § 1, 2° /1 en § 6, van de bijzondere wet | van de in de artikelen 65, § 1, 2° /1 en § 6, van de bijzondere wet |
van 16 januari 1989, toegewezen gedeelten van de opbrengst van de | van 16 januari 1989, toegewezen gedeelten van de opbrengst van de |
federale personenbelasting.". | federale personenbelasting.". |
Art. 8.Artikel 21 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt: |
Art. 8.Artikel 21 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt: |
" Art. 21.De overdracht inzake het toegewezen gedeelte van de |
" Art. 21.De overdracht inzake het toegewezen gedeelte van de |
opbrengst van de federale personenbelasting bedoeld in de artikelen | opbrengst van de federale personenbelasting bedoeld in de artikelen |
65bis en 65ter van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende | 65bis en 65ter van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende |
de financiering van de gemeenschappen en de gewesten, gewijzigd door | de financiering van de gemeenschappen en de gewesten, gewijzigd door |
de bijzondere wet van 16 juli 1993 tot vervollediging van de federale | de bijzondere wet van 16 juli 1993 tot vervollediging van de federale |
staatsstructuur, door de bijzondere wet van 13 juli 2001 tot | staatsstructuur, door de bijzondere wet van 13 juli 2001 tot |
herfinanciering van de gemeenschappen en uitbreiding van de fiscale | herfinanciering van de gemeenschappen en uitbreiding van de fiscale |
bevoegdheden van de gewesten, door de bijzondere wet van 19 juli 2012 | bevoegdheden van de gewesten, door de bijzondere wet van 19 juli 2012 |
houdende een correcte financiering van de Brusselse Instellingen en | houdende een correcte financiering van de Brusselse Instellingen en |
door de bijzondere wet van 6 januari 2014 tot hervorming van de | door de bijzondere wet van 6 januari 2014 tot hervorming van de |
financiering van de gemeenschappen en de gewesten, tot uitbreiding van | financiering van de gemeenschappen en de gewesten, tot uitbreiding van |
de fiscale autonomie van de gewesten en tot financiering van de nieuwe | de fiscale autonomie van de gewesten en tot financiering van de nieuwe |
bevoegdheden, wordt, rekening houdende met: | bevoegdheden, wordt, rekening houdende met: |
a) de in artikel 65quinquies, van dezelfde bijzondere wet van 16 | a) de in artikel 65quinquies, van dezelfde bijzondere wet van 16 |
januari 1989 bedoelde responsabiliseringsbijdrage voor de Franse | januari 1989 bedoelde responsabiliseringsbijdrage voor de Franse |
Gemeenschapscommissie die in mindering komt van het in artikel 65bis | Gemeenschapscommissie die in mindering komt van het in artikel 65bis |
van dezelfde bijzondere wet bedoelde toegewezen gedeelte van de | van dezelfde bijzondere wet bedoelde toegewezen gedeelte van de |
opbrengst van de federale personenbelasting aan de Franse | opbrengst van de federale personenbelasting aan de Franse |
Gemeenschapscommissie; | Gemeenschapscommissie; |
b) het definitieve saldo van de afrekening van het begrotingsjaar 2018 | b) het definitieve saldo van de afrekening van het begrotingsjaar 2018 |
van het in de artikelen 65bis en 65ter, van dezelfde bijzondere wet | van het in de artikelen 65bis en 65ter, van dezelfde bijzondere wet |
van 16 januari 1989 bedoelde toegewezen gedeelte van de opbrengst van | van 16 januari 1989 bedoelde toegewezen gedeelte van de opbrengst van |
de federale personenbelasting; voor het begrotingsjaar 2019 geraamd op | de federale personenbelasting; voor het begrotingsjaar 2019 geraamd op |
70 421 311 euro voor de Franse Gemeenschapscommissie en op 17 656 363 | 70 421 311 euro voor de Franse Gemeenschapscommissie en op 17 656 363 |
euro voor de Vlaamse Gemeenschapscommissie.". | euro voor de Vlaamse Gemeenschapscommissie.". |
Art. 9.Artikel 22 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt: |
Art. 9.Artikel 22 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt: |
" Art. 22.De overdracht inzake het toegewezen gedeelte van de |
" Art. 22.De overdracht inzake het toegewezen gedeelte van de |
opbrengst van de federale personenbelasting bedoeld in artikel 46bis | opbrengst van de federale personenbelasting bedoeld in artikel 46bis |
van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de | van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de |
Brusselse Instellingen, gewijzigd door de bijzondere wet van 13 juli | Brusselse Instellingen, gewijzigd door de bijzondere wet van 13 juli |
2001 houdende overdracht van diverse bevoegdheden aan de gewesten en | 2001 houdende overdracht van diverse bevoegdheden aan de gewesten en |
de gemeenschappen, door de bijzondere wet van 13 juli 2001 tot | de gemeenschappen, door de bijzondere wet van 13 juli 2001 tot |
herfinanciering van de gemeenschappen en uitbreiding van de fiscale | herfinanciering van de gemeenschappen en uitbreiding van de fiscale |
bevoegdheden van de gewesten, door de bijzondere wet van 19 juli 2012 | bevoegdheden van de gewesten, door de bijzondere wet van 19 juli 2012 |
tot wijziging van artikel 16bis van de bijzondere wet van 8 augustus | tot wijziging van artikel 16bis van de bijzondere wet van 8 augustus |
1980 tot hervorming der instellingen en van artikel 5bis van de | 1980 tot hervorming der instellingen en van artikel 5bis van de |
bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse | bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse |
Instellingen en door de bijzondere wet van 6 januari 2014 met | Instellingen en door de bijzondere wet van 6 januari 2014 met |
betrekking tot de Zesde Staatshervorming, wordt voor het | betrekking tot de Zesde Staatshervorming, wordt voor het |
begrotingsjaar 2019, met inbegrip van het definitieve saldo van de | begrotingsjaar 2019, met inbegrip van het definitieve saldo van de |
afrekening van het begrotingsjaar 2018, geraamd op 41 502 629 euro.". | afrekening van het begrotingsjaar 2018, geraamd op 41 502 629 euro.". |
Gegeven te Brussel, 30 januari 2020. | Gegeven te Brussel, 30 januari 2020. |
FILIP | FILIP |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën, | De Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën, |
A. DE CROO | A. DE CROO |
Met 's Lands zegel gezegeld : | Met 's Lands zegel gezegeld : |
De Minister van Justitie, | De Minister van Justitie, |
K. GEENS | K. GEENS |
_______ | _______ |
Nota | Nota |
(1) Kamer van volksvertegenwoordigers (www.dekamer.be) | (1) Kamer van volksvertegenwoordigers (www.dekamer.be) |
Stukken : K55-890 | Stukken : K55-890 |
Integraal verslag: 30 januari 2020 | Integraal verslag: 30 januari 2020 |