Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 14 november 2023, gesloten in het Paritair Comité voor de handel in brandstoffen, betreffende de toekenning van een eenmalige koopkrachtpremie aan de werknemers behorende tot het rijdend en het niet rijdend personeel die in dienst zijn of treden van ondernemingen behorend tot het Paritair Comité voor de handel in brandstoffen | Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 14 november 2023, gesloten in het Paritair Comité voor de handel in brandstoffen, betreffende de toekenning van een eenmalige koopkrachtpremie aan de werknemers behorende tot het rijdend en het niet rijdend personeel die in dienst zijn of treden van ondernemingen behorend tot het Paritair Comité voor de handel in brandstoffen |
---|---|
1 SEPTEMBER 2024. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend | 1 SEPTEMBER 2024. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend |
wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 14 november | wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 14 november |
2023, gesloten in het Paritair Comité voor de handel in brandstoffen, | 2023, gesloten in het Paritair Comité voor de handel in brandstoffen, |
betreffende de toekenning van een eenmalige koopkrachtpremie aan de | betreffende de toekenning van een eenmalige koopkrachtpremie aan de |
werknemers behorende tot het rijdend en het niet rijdend personeel die | werknemers behorende tot het rijdend en het niet rijdend personeel die |
in dienst zijn of treden van ondernemingen behorend tot het Paritair | in dienst zijn of treden van ondernemingen behorend tot het Paritair |
Comité voor de handel in brandstoffen (1) | Comité voor de handel in brandstoffen (1) |
FILIP, Koning der Belgen, | FILIP, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve | Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve |
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel | arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel |
28; | 28; |
Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de handel in | Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de handel in |
brandstoffen; | brandstoffen; |
Op de voordracht van de Minister van Werk, | Op de voordracht van de Minister van Werk, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 14 november 2023, | overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 14 november 2023, |
gesloten in het Paritair Comité voor de handel in brandstoffen, | gesloten in het Paritair Comité voor de handel in brandstoffen, |
betreffende de toekenning van een eenmalige koopkrachtpremie aan de | betreffende de toekenning van een eenmalige koopkrachtpremie aan de |
werknemers behorende tot het rijdend en het niet rijdend personeel die | werknemers behorende tot het rijdend en het niet rijdend personeel die |
in dienst zijn of treden van ondernemingen behorend tot het Paritair | in dienst zijn of treden van ondernemingen behorend tot het Paritair |
Comité voor de handel in brandstoffen. | Comité voor de handel in brandstoffen. |
Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van |
Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van |
dit besluit. | dit besluit. |
Gegeven te Brussel, 1 september 2024. | Gegeven te Brussel, 1 september 2024. |
FILIP | FILIP |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
P.-Y. DERMAGNE | P.-Y. DERMAGNE |
_______ | _______ |
Nota | Nota |
(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : | (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : |
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. | Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. |
Bijlage | Bijlage |
Paritair Comité voor de handel in brandstoffen | Paritair Comité voor de handel in brandstoffen |
Collectieve arbeidsovereenkomst van 14 november 2023 | Collectieve arbeidsovereenkomst van 14 november 2023 |
Toekenning van een eenmalige koopkrachtpremie aan de werknemers | Toekenning van een eenmalige koopkrachtpremie aan de werknemers |
behorende tot het rijdend en het niet rijdend personeel die in dienst | behorende tot het rijdend en het niet rijdend personeel die in dienst |
zijn of treden van ondernemingen behorend tot het Paritair Comité voor | zijn of treden van ondernemingen behorend tot het Paritair Comité voor |
de handel in brandstoffen (Overeenkomst geregistreerd op 21 december | de handel in brandstoffen (Overeenkomst geregistreerd op 21 december |
2023 onder het nummer 184879/CO/127) | 2023 onder het nummer 184879/CO/127) |
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied | HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied |
Artikel 1.§ 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing |
Artikel 1.§ 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing |
op de werkgevers en hun werknemers die ressorteren onder de | op de werkgevers en hun werknemers die ressorteren onder de |
bevoegdheid van het Paritair Comité 127 voor de handel in | bevoegdheid van het Paritair Comité 127 voor de handel in |
brandstoffen. | brandstoffen. |
§ 2. Onder "werknemers" wordt verstaan : de arbeiders en arbeidsters, | § 2. Onder "werknemers" wordt verstaan : de arbeiders en arbeidsters, |
aangegeven in de RSZ-categorie 091 of 081, met uitzondering van | aangegeven in de RSZ-categorie 091 of 081, met uitzondering van |
studenten, aangegeven onder de werknemerscode 840. | studenten, aangegeven onder de werknemerscode 840. |
HOOFDSTUK II. - Juridisch kader | HOOFDSTUK II. - Juridisch kader |
Art. 2.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is gesloten in uitvoering |
Art. 2.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is gesloten in uitvoering |
van het sectorakkoord van 14 november 2023 en binnen het kader van het | van het sectorakkoord van 14 november 2023 en binnen het kader van het |
koninklijk besluit van 23 april 2023 betreffende de koopkrachtpremie. | koninklijk besluit van 23 april 2023 betreffende de koopkrachtpremie. |
HOOFDSTUK III. - Toekenning van een eenmalige koopkrachtpremie | HOOFDSTUK III. - Toekenning van een eenmalige koopkrachtpremie |
Art. 3.§ 1. In ondernemingen die in 2022 een hoge of een |
Art. 3.§ 1. In ondernemingen die in 2022 een hoge of een |
uitzonderlijk hoge winst behaalden wordt op 30 november 2023 een | uitzonderlijk hoge winst behaalden wordt op 30 november 2023 een |
éénmalige koopkrachtpremie toegekend aan de arbeiders die voldoen aan | éénmalige koopkrachtpremie toegekend aan de arbeiders die voldoen aan |
de toekenningsvoorwaarden. | de toekenningsvoorwaarden. |
§ 2. Voor de bepaling van het begrip "winst" wordt verwezen naar de | § 2. Voor de bepaling van het begrip "winst" wordt verwezen naar de |
code 9905 van de jaarrekening. | code 9905 van de jaarrekening. |
§ 3. In het kader van de toekenning van de eenmalige koopkrachtpremie | § 3. In het kader van de toekenning van de eenmalige koopkrachtpremie |
is er sprake van hoge winst wanneer de winst (code 9905) positief is. | is er sprake van hoge winst wanneer de winst (code 9905) positief is. |
In dit geval wordt een koopkrachtpremie van maximaal 200 EUR | In dit geval wordt een koopkrachtpremie van maximaal 200 EUR |
toegekend, volgens de modaliteiten in artikel 4. | toegekend, volgens de modaliteiten in artikel 4. |
§ 4. Er is sprake van uitzonderlijke hoge winst wanneer : | § 4. Er is sprake van uitzonderlijke hoge winst wanneer : |
- de winst (code 9905) anderhalve keer groter is (x 1,5) dan de | - de winst (code 9905) anderhalve keer groter is (x 1,5) dan de |
gemiddelde winst (code 9905) van de jaren 2019/2020/2021. Negatieve | gemiddelde winst (code 9905) van de jaren 2019/2020/2021. Negatieve |
jaren worden niet in rekening gebracht. | jaren worden niet in rekening gebracht. |
In dit geval wordt een koopkrachtpremie van maximaal 350 EUR | In dit geval wordt een koopkrachtpremie van maximaal 350 EUR |
toegekend, volgens de modaliteiten in artikel 4; | toegekend, volgens de modaliteiten in artikel 4; |
- de winst (code 9905) zes keer groter is (x 6) dan de gemiddelde | - de winst (code 9905) zes keer groter is (x 6) dan de gemiddelde |
winst (code 9905) van de jaren 2019/2020/2021. Negatieve jaren worden | winst (code 9905) van de jaren 2019/2020/2021. Negatieve jaren worden |
niet in rekening gebracht. In dit geval wordt een koopkrachtpremie van | niet in rekening gebracht. In dit geval wordt een koopkrachtpremie van |
maximaal 750 EUR toegekend volgens de modaliteiten in artikel 4. | maximaal 750 EUR toegekend volgens de modaliteiten in artikel 4. |
§ 5. Bijkomende voorwaarden gelden voor de toekenning van de | § 5. Bijkomende voorwaarden gelden voor de toekenning van de |
koopkrachtpremie : | koopkrachtpremie : |
- Maximaal 50 pct. van de winst (code 9905) kan aangewend worden voor | - Maximaal 50 pct. van de winst (code 9905) kan aangewend worden voor |
de betaling van de koopkrachtpremie voor de arbeiders en bedienden | de betaling van de koopkrachtpremie voor de arbeiders en bedienden |
samen. Overschrijdt het totale bedrag van de te betalen | samen. Overschrijdt het totale bedrag van de te betalen |
koopkrachtpremies deze 50 pct., dan worden de koopkrachtpremies pro | koopkrachtpremies deze 50 pct., dan worden de koopkrachtpremies pro |
rata toegekend. | rata toegekend. |
- Voor ondernemingen waarin het boekjaar niet gelijkloopt met het | - Voor ondernemingen waarin het boekjaar niet gelijkloopt met het |
kalenderjaar 2022, geldt dat gekeken wordt naar het boekjaar waarvan | kalenderjaar 2022, geldt dat gekeken wordt naar het boekjaar waarvan |
de meeste maanden zich situeren in 2022. Voor ondernemingen waarvan | de meeste maanden zich situeren in 2022. Voor ondernemingen waarvan |
het boekjaar afgesloten wordt op 30 juni, wordt gekeken naar het | het boekjaar afgesloten wordt op 30 juni, wordt gekeken naar het |
boekjaar dat afgesloten is op 30 juni 2022. | boekjaar dat afgesloten is op 30 juni 2022. |
- Reeds toegekende koopkrachtpremies of winstpremies zoals voorzien in | - Reeds toegekende koopkrachtpremies of winstpremies zoals voorzien in |
de wet van 22 mei 2001, mogen in mindering worden gebracht van de in | de wet van 22 mei 2001, mogen in mindering worden gebracht van de in |
functie van deze collectieve arbeidsovereenkomst toe te kennen | functie van deze collectieve arbeidsovereenkomst toe te kennen |
koopkrachtpremie. | koopkrachtpremie. |
§ 6. Indien de onderneming de verplichting tot neerlegging van de | § 6. Indien de onderneming de verplichting tot neerlegging van de |
jaarrekening over het boekjaar 2022 niet naleeft, wordt ervan | jaarrekening over het boekjaar 2022 niet naleeft, wordt ervan |
uitgegaan dat de onderneming winst (code 9905 is positief) heeft | uitgegaan dat de onderneming winst (code 9905 is positief) heeft |
gemaakt in het boekjaar 2022, tenzij de onderneming het bewijs van het | gemaakt in het boekjaar 2022, tenzij de onderneming het bewijs van het |
tegendeel levert. | tegendeel levert. |
Art. 4.De werknemer heeft recht op de koopkrachtpremie volgens |
Art. 4.De werknemer heeft recht op de koopkrachtpremie volgens |
onderstaande modaliteiten : | onderstaande modaliteiten : |
1. De werknemer moet effectief in dienst zijn op 31 oktober 2023. | 1. De werknemer moet effectief in dienst zijn op 31 oktober 2023. |
2. De werknemer moet in de referteperiode van 1 november 2022 tot en | 2. De werknemer moet in de referteperiode van 1 november 2022 tot en |
met 31 oktober 2023 minstens 90 effectief gewerkte dagen hebben | met 31 oktober 2023 minstens 90 effectief gewerkte dagen hebben |
gepresteerd (in een 5-dagenweek). Voor deeltijdse werknemers en | gepresteerd (in een 5-dagenweek). Voor deeltijdse werknemers en |
werknemers in andere arbeidsregimes wordt de berekening omgezet in | werknemers in andere arbeidsregimes wordt de berekening omgezet in |
uren en gebeurt een omrekening pro rata de tewerkstellingsbreuk. | uren en gebeurt een omrekening pro rata de tewerkstellingsbreuk. |
3. Het bedrag, zoals voorzien in artikel 3, § 3 en § 4, wordt | 3. Het bedrag, zoals voorzien in artikel 3, § 3 en § 4, wordt |
toegekend pro rata de effectieve prestaties in de referteperiode van 1 | toegekend pro rata de effectieve prestaties in de referteperiode van 1 |
november 2022 tot en met 31 oktober 2023. | november 2022 tot en met 31 oktober 2023. |
Voor deze berekening wordt uitgegaan van de effectief gewerkte dagen | Voor deze berekening wordt uitgegaan van de effectief gewerkte dagen |
ten opzichte van het theoretisch aantal werkdagen per jaar voor de | ten opzichte van het theoretisch aantal werkdagen per jaar voor de |
betrokken medewerker (rekening houdend met wettelijke en conventionele | betrokken medewerker (rekening houdend met wettelijke en conventionele |
vakantie, feestdagen en normale inactiviteitsdagen volgens het | vakantie, feestdagen en normale inactiviteitsdagen volgens het |
toepasselijke uurrooster van de werknemer). | toepasselijke uurrooster van de werknemer). |
Voor de praktische toelichting wordt verwezen naar de bijlage. | Voor de praktische toelichting wordt verwezen naar de bijlage. |
Art. 5.De koopkrachtpremie wordt toegekend onder de vorm van |
Art. 5.De koopkrachtpremie wordt toegekend onder de vorm van |
elektronische consumptiecheques, zoals bepaald in artikel 19quinquies, | elektronische consumptiecheques, zoals bepaald in artikel 19quinquies, |
§ 5 van het koninklijk besluit van 28 november 1969. De werkgevers | § 5 van het koninklijk besluit van 28 november 1969. De werkgevers |
kunnen op het niveau van de onderneming beslissen om de | kunnen op het niveau van de onderneming beslissen om de |
consumptiecheques toe te kennen in papieren vorm, volgens de | consumptiecheques toe te kennen in papieren vorm, volgens de |
modaliteiten zoals in bepaald artikel 19quinquies, § 5 van het | modaliteiten zoals in bepaald artikel 19quinquies, § 5 van het |
koninklijk besluit van 28 november 1969. | koninklijk besluit van 28 november 1969. |
HOOFDSTUK IV. - Geldigheidsduur | HOOFDSTUK IV. - Geldigheidsduur |
Art. 6.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 |
Art. 6.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 |
november 2022 en is gesloten voor bepaalde duur tot en met 31 december | november 2022 en is gesloten voor bepaalde duur tot en met 31 december |
2023. | 2023. |
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 1 september | Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 1 september |
2024. | 2024. |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
P.-Y. DERMAGNE | P.-Y. DERMAGNE |
Bijlage | Bijlage |
Bijlage bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 14 november 2023, | Bijlage bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 14 november 2023, |
gesloten in het Paritair Comité voor de handel in brandstoffen, | gesloten in het Paritair Comité voor de handel in brandstoffen, |
betreffende de toekenning van een eenmalige koopkrachtpremie aan de | betreffende de toekenning van een eenmalige koopkrachtpremie aan de |
werknemers behorende tot het rijdend en het niet rijdend personeel die | werknemers behorende tot het rijdend en het niet rijdend personeel die |
in dienst zijn of treden van ondernemingen behorend tot het Paritair | in dienst zijn of treden van ondernemingen behorend tot het Paritair |
Comité voor de handel in brandstoffen | Comité voor de handel in brandstoffen |
Praktische toelichting | Praktische toelichting |
Begrip winst | Begrip winst |
Voorbeeld 1 | Voorbeeld 1 |
Onderneming heeft in 2022 in de code 9905 een winst van 75 000 EUR | Onderneming heeft in 2022 in de code 9905 een winst van 75 000 EUR |
gemaakt. De onderneming heeft op 31 oktober 2023 20 arbeiders en 3 | gemaakt. De onderneming heeft op 31 oktober 2023 20 arbeiders en 3 |
bedienden in dienst. | bedienden in dienst. |
De jaarrekening van de voorbijgaande jaren tonen volgende cijfers : | De jaarrekening van de voorbijgaande jaren tonen volgende cijfers : |
- 2021 : 60 000 EUR; | - 2021 : 60 000 EUR; |
- 2020 : 12 000 EUR; | - 2020 : 12 000 EUR; |
- 2019 : 80 000 EUR; | - 2019 : 80 000 EUR; |
- Gemiddelde winst voorbije 3 jaar = (60 000 + 12 000 + 80 000) / 3 = | - Gemiddelde winst voorbije 3 jaar = (60 000 + 12 000 + 80 000) / 3 = |
50 666 | 50 666 |
- 50 666 x 1,5 = 76 000. | - 50 666 x 1,5 = 76 000. |
In deze onderneming is er enkel sprake van hoge winst (wegens code | In deze onderneming is er enkel sprake van hoge winst (wegens code |
9905 is positief). Er is geen uitzonderlijk hoge winst, aangezien de | 9905 is positief). Er is geen uitzonderlijk hoge winst, aangezien de |
winst niet hoger is dan 1,5 x de gemiddelde winst van de voorbije 3 | winst niet hoger is dan 1,5 x de gemiddelde winst van de voorbije 3 |
jaren. | jaren. |
Maximaal 37 500 EUR mag besteed worden aan de uitbetaling van de | Maximaal 37 500 EUR mag besteed worden aan de uitbetaling van de |
koopkrachtpremies (voor arbeiders en bedienden samen). | koopkrachtpremies (voor arbeiders en bedienden samen). |
Voor de arbeiders dient maximaal 4 000 EUR aan premies uitbetaald te | Voor de arbeiders dient maximaal 4 000 EUR aan premies uitbetaald te |
worden (200 EUR x 20 arbeiders). | worden (200 EUR x 20 arbeiders). |
Voorbeeld 2 | Voorbeeld 2 |
Een onderneming heeft in 2022 in de code 9905 2 000 EUR winst gemaakt. | Een onderneming heeft in 2022 in de code 9905 2 000 EUR winst gemaakt. |
De onderneming telt 7 arbeiders. | De onderneming telt 7 arbeiders. |
De jaarrekening van de voorgaande jaren tonen volgende cijfers : | De jaarrekening van de voorgaande jaren tonen volgende cijfers : |
- 2021 : 1 200 EUR; | - 2021 : 1 200 EUR; |
- 2020 : - 600 EUR; | - 2020 : - 600 EUR; |
- 2019 : - 850 EUR. | - 2019 : - 850 EUR. |
De gemiddelde winst van de voorbije 3 jaar bedraagt 1 200 EUR. De | De gemiddelde winst van de voorbije 3 jaar bedraagt 1 200 EUR. De |
negatieve jaren worden niet in rekening gebracht. | negatieve jaren worden niet in rekening gebracht. |
Gemiddelde winst x 1,5 = 1 800 EUR. | Gemiddelde winst x 1,5 = 1 800 EUR. |
Deze onderneming heeft volgens de definitie een uitzonderlijk hoge | Deze onderneming heeft volgens de definitie een uitzonderlijk hoge |
winst, aangezien de winst hoger is dan 1,5 x de gemiddelde winst van | winst, aangezien de winst hoger is dan 1,5 x de gemiddelde winst van |
de voorbije 3 jaar. Iedere arbeider heeft recht op maximum 350 EUR | de voorbije 3 jaar. Iedere arbeider heeft recht op maximum 350 EUR |
(rekening houdend met de toekenningsvoorwaarden). | (rekening houdend met de toekenningsvoorwaarden). |
Maar : maximaal 50 pct. van de winst in 2022 mag aangewend worden om | Maar : maximaal 50 pct. van de winst in 2022 mag aangewend worden om |
de koopkrachtpremie te betalen. De onderneming mag bijgevolg maximaal | de koopkrachtpremie te betalen. De onderneming mag bijgevolg maximaal |
1 000 EUR aanwenden voor de betaling van de koopkrachtpremie. Iedere | 1 000 EUR aanwenden voor de betaling van de koopkrachtpremie. Iedere |
arbeider kan bijgevolg maximaal 142,85 EUR koopkrachtpremie ontvangen | arbeider kan bijgevolg maximaal 142,85 EUR koopkrachtpremie ontvangen |
(1 000/7 arbeiders). | (1 000/7 arbeiders). |
Toekenningsvoorwaarden arbeiders[1] | Toekenningsvoorwaarden arbeiders[1] |
Voorbeeld 1 | Voorbeeld 1 |
Arbeider werkt voltijds in de onderneming, die winst heeft gemaakt en | Arbeider werkt voltijds in de onderneming, die winst heeft gemaakt en |
bijgevolg een koopkrachtpremie moet toekennen. De arbeiders werkt in | bijgevolg een koopkrachtpremie moet toekennen. De arbeiders werkt in |
een 38-urenweek, in een 5-dagenweek. | een 38-urenweek, in een 5-dagenweek. |
De arbeider heeft in de periode 1 november 2022 - 31 oktober 2023 | De arbeider heeft in de periode 1 november 2022 - 31 oktober 2023 |
minimaal 90 dagen effectief gewerkt en opent bijgevolg het recht op | minimaal 90 dagen effectief gewerkt en opent bijgevolg het recht op |
200 EUR koopkrachtpremie. De arbeider heeft in de referteperiode 215 | 200 EUR koopkrachtpremie. De arbeider heeft in de referteperiode 215 |
dagen gewerkt. | dagen gewerkt. |
In de onderneming wordt een extralegale verlofdag toegekend aan iedere | In de onderneming wordt een extralegale verlofdag toegekend aan iedere |
werknemer. Het theoretisch aantal werkdagen in deze onderneming en | werknemer. Het theoretisch aantal werkdagen in deze onderneming en |
voor deze arbeider bedraagt : 365 dagen, verminderd met : | voor deze arbeider bedraagt : 365 dagen, verminderd met : |
- 104 weekenddagen; | - 104 weekenddagen; |
- 10 wettelijke feestdagen; | - 10 wettelijke feestdagen; |
- 20 dagen wettelijke vakantie; | - 20 dagen wettelijke vakantie; |
- 1 extralegale verlofdag. | - 1 extralegale verlofdag. |
- In deze onderneming zijn er 230 theoretische werkdagen. | - In deze onderneming zijn er 230 theoretische werkdagen. |
De toe te kennen koopkrachtpremie wordt als volgt berekend : 200 x | De toe te kennen koopkrachtpremie wordt als volgt berekend : 200 x |
(215/230) = 186,95. | (215/230) = 186,95. |
Voorbeeld 2 | Voorbeeld 2 |
Arbeider werkt voltijds in de onderneming, die winst heeft gemaakt en | Arbeider werkt voltijds in de onderneming, die winst heeft gemaakt en |
bijgevolg een koopkrachtpremie moet toekennen. De arbeider werkt in | bijgevolg een koopkrachtpremie moet toekennen. De arbeider werkt in |
een 39-urenweek met 6 ADV dagen, in een 5-dagenweek. | een 39-urenweek met 6 ADV dagen, in een 5-dagenweek. |
De arbeider heeft in de periode 1 november 2022 - 31 oktober 2023 | De arbeider heeft in de periode 1 november 2022 - 31 oktober 2023 |
minimaal 90 dagen effectief gewerkt en opent bijgevolg het recht op | minimaal 90 dagen effectief gewerkt en opent bijgevolg het recht op |
200 EUR koopkrachtpremie. De arbeider heeft in de referteperiode 215 | 200 EUR koopkrachtpremie. De arbeider heeft in de referteperiode 215 |
dagen gewerkt. | dagen gewerkt. |
Het theoretisch aantal werkdagen in deze onderneming en voor deze | Het theoretisch aantal werkdagen in deze onderneming en voor deze |
arbeider bedraagt : 365 dagen, verminderd met : | arbeider bedraagt : 365 dagen, verminderd met : |
- 104 weekenddagen; | - 104 weekenddagen; |
- 10 wettelijke feestdagen; | - 10 wettelijke feestdagen; |
- 20 dagen wettelijke vakantie; | - 20 dagen wettelijke vakantie; |
- 6 ADV dagen. | - 6 ADV dagen. |
- In deze onderneming zijn er 225 theoretische werkdagen. | - In deze onderneming zijn er 225 theoretische werkdagen. |
De toe te kennen koopkrachtpremie wordt als volgt berekend : 200 x | De toe te kennen koopkrachtpremie wordt als volgt berekend : 200 x |
(215/225) = 191,11. | (215/225) = 191,11. |
Voorbeeld 3 | Voorbeeld 3 |
Arbeider werkt deeltijds in de onderneming die winst heeft gemaakt en | Arbeider werkt deeltijds in de onderneming die winst heeft gemaakt en |
een koopkrachtpremie van 200 EUR moet toekennen. | een koopkrachtpremie van 200 EUR moet toekennen. |
De arbeider werkt 30,4 u/38. In de onderneming geldt een 5-dagenweek | De arbeider werkt 30,4 u/38. In de onderneming geldt een 5-dagenweek |
(= 7,6 u/dag). De arbeider heeft in de referteperiode in totaal 1 200 | (= 7,6 u/dag). De arbeider heeft in de referteperiode in totaal 1 200 |
u effectieve prestaties geleverd. | u effectieve prestaties geleverd. |
Om te bepalen of de arbeider recht heeft op de koopkrachtpremie, | Om te bepalen of de arbeider recht heeft op de koopkrachtpremie, |
gebeurt een omrekening in uren. 90 effectief gewerkte dagen, komt | gebeurt een omrekening in uren. 90 effectief gewerkte dagen, komt |
overeen met 684 effectief gewerkte uren (90 x 7,6). | overeen met 684 effectief gewerkte uren (90 x 7,6). |
Om recht te hebben op de koopkrachtpremie, moet de arbeider 547,2 u (= | Om recht te hebben op de koopkrachtpremie, moet de arbeider 547,2 u (= |
30,4/38 x 684 uren) effectief gewerkt hebben. | 30,4/38 x 684 uren) effectief gewerkt hebben. |
1. Recht op de premie | 1. Recht op de premie |
De arbeider heeft meer dan 547,2 uur gewerkt in de referteperiode en | De arbeider heeft meer dan 547,2 uur gewerkt in de referteperiode en |
heeft bijgevolg recht op de premie. | heeft bijgevolg recht op de premie. |
2. Bedrag van de premie | 2. Bedrag van de premie |
Het theoretisch maximale aantal werkuren in de onderneming bedraagt | Het theoretisch maximale aantal werkuren in de onderneming bedraagt |
231 dagen (365 dagen - 104 weekenddagen - 20 dagen wettelijke vakantie | 231 dagen (365 dagen - 104 weekenddagen - 20 dagen wettelijke vakantie |
- 10 feestdagen). | - 10 feestdagen). |
- Theoretisch aantal werkuren binnen de onderneming = 231 x 7,6 u = 1 | - Theoretisch aantal werkuren binnen de onderneming = 231 x 7,6 u = 1 |
755,6 u. | 755,6 u. |
De toe te kennen koopkrachtpremie bedraagt 200 x (1 200/1 755,6) = | De toe te kennen koopkrachtpremie bedraagt 200 x (1 200/1 755,6) = |
136,70 EUR. | 136,70 EUR. |
Voorbeeld 4 | Voorbeeld 4 |
Arbeider is in dienst getreden op 1 maart 2023 en werkt 19/38ste in | Arbeider is in dienst getreden op 1 maart 2023 en werkt 19/38ste in |
een onderneming die winst heeft gemaakt en een koopkrachtpremie van | een onderneming die winst heeft gemaakt en een koopkrachtpremie van |
200 EUR moet toekennen. De tewerkstelling gebeurt in een 5-dagenweek. | 200 EUR moet toekennen. De tewerkstelling gebeurt in een 5-dagenweek. |
De arbeider heeft in de referteperiode 650 uren gepresteerd. | De arbeider heeft in de referteperiode 650 uren gepresteerd. |
Om te bepalen of de arbeider recht heeft op de koopkrachtpremie, | Om te bepalen of de arbeider recht heeft op de koopkrachtpremie, |
gebeurt vooreerst een omrekening van de 90 effectief gewerkte dagen. | gebeurt vooreerst een omrekening van de 90 effectief gewerkte dagen. |
Aangezien de arbeider 19/38 is tewerkgesteld moet de arbeider in de | Aangezien de arbeider 19/38 is tewerkgesteld moet de arbeider in de |
referteperiode minstens 342 uren (= 19/38 x 684 uren) effectief | referteperiode minstens 342 uren (= 19/38 x 684 uren) effectief |
gewerkte uren hebben. | gewerkte uren hebben. |
1. Recht op de premie | 1. Recht op de premie |
De arbeider heeft meer dan 342 uur gewerkt in de referteperiode en | De arbeider heeft meer dan 342 uur gewerkt in de referteperiode en |
heeft bijgevolg recht op de premie. | heeft bijgevolg recht op de premie. |
2. Bedrag van de premie | 2. Bedrag van de premie |
Het theoretisch maximale aantal werkuren in de onderneming bedraagt | Het theoretisch maximale aantal werkuren in de onderneming bedraagt |
231 dagen (365 dagen - 104 weekenddagen - 20 dagen wettelijke vakantie | 231 dagen (365 dagen - 104 weekenddagen - 20 dagen wettelijke vakantie |
- 10 feestdagen). | - 10 feestdagen). |
- Theoretisch aantal werkuren binnen de onderneming = 231 x 7,6 u = 1 | - Theoretisch aantal werkuren binnen de onderneming = 231 x 7,6 u = 1 |
755,6 u. | 755,6 u. |
De toe te kennen koopkrachtpremie bedraagt 200 x (650/1 755,6) = 74 | De toe te kennen koopkrachtpremie bedraagt 200 x (650/1 755,6) = 74 |
EUR. | EUR. |
Overige interpretatievragen | Overige interpretatievragen |
Begrip onderneming | Begrip onderneming |
De onderneming wordt bekeken op het niveau van de entiteit waarop de | De onderneming wordt bekeken op het niveau van de entiteit waarop de |
jaarrekening wordt neergelegd. | jaarrekening wordt neergelegd. |
In de meeste ondernemingen zal dit de juridische entiteit zijn. | In de meeste ondernemingen zal dit de juridische entiteit zijn. |
Uitzendkrachten | Uitzendkrachten |
Uitzendkrachten hebben overeenkomstig artikel 10 van de wet van 24 | Uitzendkrachten hebben overeenkomstig artikel 10 van de wet van 24 |
juli 1987 recht op dezelfde loon- en arbeidsvoorwaarden als de vaste | juli 1987 recht op dezelfde loon- en arbeidsvoorwaarden als de vaste |
werknemers. Uitzendkrachten die aan alle voorwaarden voldoen | werknemers. Uitzendkrachten die aan alle voorwaarden voldoen |
(inclusief de voorwaarde van in dienst zijn op 31 oktober 2023) hebben | (inclusief de voorwaarde van in dienst zijn op 31 oktober 2023) hebben |
onder dezelfde voorwaarden recht op de koopkrachtpremie. | onder dezelfde voorwaarden recht op de koopkrachtpremie. |
Wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de | Wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de |
uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten | uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten |
behoeve van gebruikers. | behoeve van gebruikers. |
Art. 10.Het loon van de uitzendkracht mag niet lager zijn dan datgene |
Art. 10.Het loon van de uitzendkracht mag niet lager zijn dan datgene |
waarop hij recht zou hebben gehad, indien hij onder dezelfde | waarop hij recht zou hebben gehad, indien hij onder dezelfde |
voorwaarden als vast werknemer door de gebruiker was in dienst | voorwaarden als vast werknemer door de gebruiker was in dienst |
genomen. | genomen. |
Van het eerste lid kan worden afgeweken, indien gelijkwaardige | Van het eerste lid kan worden afgeweken, indien gelijkwaardige |
voordelen worden toegekend door een collectieve arbeidsovereenkomst | voordelen worden toegekend door een collectieve arbeidsovereenkomst |
gesloten in het Paritair Comité voor de uitzendarbeid en algemeen | gesloten in het Paritair Comité voor de uitzendarbeid en algemeen |
verbindend verklaard door de Koning. | verbindend verklaard door de Koning. |
Art. 10bis.Gedurende de periode waarin de uitzendkracht bij de |
Art. 10bis.Gedurende de periode waarin de uitzendkracht bij de |
gebruiker werkt, heeft hij, onder dezelfde voorwaarden als de vaste | gebruiker werkt, heeft hij, onder dezelfde voorwaarden als de vaste |
werknemers van die gebruiker, recht op toegang tot de | werknemers van die gebruiker, recht op toegang tot de |
bedrijfsvoorzieningen of diensten die in de onderneming van de | bedrijfsvoorzieningen of diensten die in de onderneming van de |
gebruiker aanwezig zijn, zoals kantines, kinderopvang- en | gebruiker aanwezig zijn, zoals kantines, kinderopvang- en |
vervoerfaciliteiten, tenzij het verschil in behandeling om objectieve | vervoerfaciliteiten, tenzij het verschil in behandeling om objectieve |
redenen gerechtvaardigd is. | redenen gerechtvaardigd is. |
Wat met ondernemingen die na 2019 zijn opgericht? | Wat met ondernemingen die na 2019 zijn opgericht? |
Hier dient uiteraard enkel rekening gehouden te worden met de jaren | Hier dient uiteraard enkel rekening gehouden te worden met de jaren |
waarin een jaarrekening met positief resultaat werd neergelegd. | waarin een jaarrekening met positief resultaat werd neergelegd. |
In dit geval zal de gemiddelde winst dus berekend worden op minder dan | In dit geval zal de gemiddelde winst dus berekend worden op minder dan |
3 jaar. | 3 jaar. |
Wat als een arbeider geen 90 effectief gewerkte dagen (of pro rata | Wat als een arbeider geen 90 effectief gewerkte dagen (of pro rata |
tewerkstellingsbreuk) heeft gerealiseerd? | tewerkstellingsbreuk) heeft gerealiseerd? |
Het bereiken van 90 effectief gewerkte dagen (of omrekening) is de | Het bereiken van 90 effectief gewerkte dagen (of omrekening) is de |
eerste voorwaarde om recht te hebben op de koopkrachtpremie. Een | eerste voorwaarde om recht te hebben op de koopkrachtpremie. Een |
voltijdse arbeider die in de referteperiode bijvoorbeeld maar 60 | voltijdse arbeider die in de referteperiode bijvoorbeeld maar 60 |
effectief gewerkte dagen heeft gepresteerd (voorbeeld omwille van | effectief gewerkte dagen heeft gepresteerd (voorbeeld omwille van |
langdurige afwezigheid, indiensttreding op het einde van de | langdurige afwezigheid, indiensttreding op het einde van de |
referteperiode,...) heeft bijgevolg geen recht op de premie. | referteperiode,...) heeft bijgevolg geen recht op de premie. |
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 1 september | Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 1 september |
2024. | 2024. |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
P.-Y. DERMAGNE | P.-Y. DERMAGNE |
_______ | _______ |
Nota | Nota |
[1] Er wordt bij ieder voorbeeld van uitgegaan dat de arbeider in | [1] Er wordt bij ieder voorbeeld van uitgegaan dat de arbeider in |
dienst is op 31 oktober 2023. | dienst is op 31 oktober 2023. |