Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 18 maart 2008, gesloten in het Paritair Comité voor de zeevisserij, betreffende de invoering van een regeling van aanvullende vergoeding ten gunste van sommige bejaarde werknemers in geval van ontslag wegens brugpensioen | Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 18 maart 2008, gesloten in het Paritair Comité voor de zeevisserij, betreffende de invoering van een regeling van aanvullende vergoeding ten gunste van sommige bejaarde werknemers in geval van ontslag wegens brugpensioen |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG | FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG |
1 OKTOBER 2008. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt | 1 OKTOBER 2008. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt |
verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 18 maart 2008, | verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 18 maart 2008, |
gesloten in het Paritair Comité voor de zeevisserij, betreffende de | gesloten in het Paritair Comité voor de zeevisserij, betreffende de |
invoering van een regeling van aanvullende vergoeding ten gunste van | invoering van een regeling van aanvullende vergoeding ten gunste van |
sommige bejaarde werknemers in geval van ontslag wegens brugpensioen | sommige bejaarde werknemers in geval van ontslag wegens brugpensioen |
(1) | (1) |
ALBERT II, Koning der Belgen, | ALBERT II, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve | Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve |
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel | arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel |
28; | 28; |
Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de zeevisserij; | Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de zeevisserij; |
Op de voordracht van de Minister van Werk, | Op de voordracht van de Minister van Werk, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 18 maart 2008, | overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 18 maart 2008, |
gesloten in het Paritair Comité voor de zeevisserij, betreffende de | gesloten in het Paritair Comité voor de zeevisserij, betreffende de |
invoering van een regeling van aanvullende vergoeding ten gunste van | invoering van een regeling van aanvullende vergoeding ten gunste van |
sommige bejaarde werknemers in geval van ontslag wegens brugpensioen. | sommige bejaarde werknemers in geval van ontslag wegens brugpensioen. |
Art. 2.De Minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van |
Art. 2.De Minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van |
dit besluit. | dit besluit. |
Gegeven te Brussel, 1 oktober 2008. | Gegeven te Brussel, 1 oktober 2008. |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Vice-Eerste Minister en Minister van Werk en Gelijke Kansen, | De Vice-Eerste Minister en Minister van Werk en Gelijke Kansen, |
Mevr. J. MILQUET | Mevr. J. MILQUET |
_______ | _______ |
Nota | Nota |
(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : | (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : |
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. | Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. |
Bijlage | Bijlage |
Paritair Comité voor de zeevisserij | Paritair Comité voor de zeevisserij |
Collectieve arbeidsovereenkomst van 18 maart 2008 | Collectieve arbeidsovereenkomst van 18 maart 2008 |
Invoering van een regeling van aanvullende vergoeding ten gunste van | Invoering van een regeling van aanvullende vergoeding ten gunste van |
sommige bejaarde werknemers in geval van ontslag wegens brugpensioen | sommige bejaarde werknemers in geval van ontslag wegens brugpensioen |
(Overeenkomst geregistreerd op 22 april 2008 onder het nummer | (Overeenkomst geregistreerd op 22 april 2008 onder het nummer |
87952/CO/143) | 87952/CO/143) |
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied | HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied |
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op |
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op |
de reders die ressorteren onder het Paritair Comité voor de | de reders die ressorteren onder het Paritair Comité voor de |
zeevisserij en op sommige werknemers die zij tewerkstellen of | zeevisserij en op sommige werknemers die zij tewerkstellen of |
tewerkgesteld hebben. | tewerkgesteld hebben. |
HOOFDSTUK II. - Rechthebbenden | HOOFDSTUK II. - Rechthebbenden |
Art. 2.Hebben recht op een aanvullende vergoeding voor conventioneel |
Art. 2.Hebben recht op een aanvullende vergoeding voor conventioneel |
brugpensioen ten laste van het "Zeevissersfonds" en onder de | brugpensioen ten laste van het "Zeevissersfonds" en onder de |
voorwaarden bepaald in artikel 3, de zeevissers die ontslagen worden, | voorwaarden bepaald in artikel 3, de zeevissers die ontslagen worden, |
behalve wegens dringende redenen in de zin van de wet van 3 juli 1978 | behalve wegens dringende redenen in de zin van de wet van 3 juli 1978 |
betreffende de arbeidsovereenkomsten (Belgisch Staatsblad van 22 | betreffende de arbeidsovereenkomsten (Belgisch Staatsblad van 22 |
augustus 1978). | augustus 1978). |
Het "Zeevissersfonds" waarborgt in alle gevallen de betaling van de | Het "Zeevissersfonds" waarborgt in alle gevallen de betaling van de |
aanvullende vergoeding voor conventioneel brugpensioen behalve wanneer | aanvullende vergoeding voor conventioneel brugpensioen behalve wanneer |
de wetgeving op de sluiting van ondernemingen van toepassing is. | de wetgeving op de sluiting van ondernemingen van toepassing is. |
Art. 3.§ 1. Komen in aanmerking voor het verkrijgen van het in |
Art. 3.§ 1. Komen in aanmerking voor het verkrijgen van het in |
artikel 2 voorziene recht, de zeevissers waarvan het ontslag werd | artikel 2 voorziene recht, de zeevissers waarvan het ontslag werd |
betekend in de loop van de periode ingaande op 1 januari 2008 en | betekend in de loop van de periode ingaande op 1 januari 2008 en |
eindigend op 31 december 2009 en die : | eindigend op 31 december 2009 en die : |
1° in de loop van voormelde periode de leeftijd bereiken van 58 jaar; | 1° in de loop van voormelde periode de leeftijd bereiken van 58 jaar; |
2° 7 000 aangemonsterde dagen ter zeevisserij tellen; | 2° 7 000 aangemonsterde dagen ter zeevisserij tellen; |
3° recht hebben op de werkloosheidsuitkeringen. | 3° recht hebben op de werkloosheidsuitkeringen. |
§ 2. De leeftijd voorzien in § 1 moet zijn bereikt de dag waarop de | § 2. De leeftijd voorzien in § 1 moet zijn bereikt de dag waarop de |
arbeidsovereenkomst een einde neemt. | arbeidsovereenkomst een einde neemt. |
Art. 4.§ 1. Op het ogenblik van de beëindiging van de |
Art. 4.§ 1. Op het ogenblik van de beëindiging van de |
arbeidsovereenkomst zendt de werknemer in dubbel exemplaar aan het | arbeidsovereenkomst zendt de werknemer in dubbel exemplaar aan het |
sociaal fonds de gegevens met betrekking tot de voorwaarden voorzien | sociaal fonds de gegevens met betrekking tot de voorwaarden voorzien |
in artikel 3. | in artikel 3. |
§ 2. Een in de schoot van het "Zeevissersfonds", overeenkomstig | § 2. Een in de schoot van het "Zeevissersfonds", overeenkomstig |
artikel 12, opgericht toezichtscomité doet uitspraak over de | artikel 12, opgericht toezichtscomité doet uitspraak over de |
geldigheid van de ingezonden gegevens, voornamelijk in verband met | geldigheid van de ingezonden gegevens, voornamelijk in verband met |
artikel 3. | artikel 3. |
Bij aanvaarding van de gegevens zendt het "Zeevissersfonds" een | Bij aanvaarding van de gegevens zendt het "Zeevissersfonds" een |
exemplaar terug aan de werkgever die na verloop van de | exemplaar terug aan de werkgever die na verloop van de |
opzeggingstermijn, het bewijs van volledige werkloosheid overmaakt aan | opzeggingstermijn, het bewijs van volledige werkloosheid overmaakt aan |
de betrokken werkman, die dit bewijs aanbiedt aan de Rijksdienst voor | de betrokken werkman, die dit bewijs aanbiedt aan de Rijksdienst voor |
Arbeidsvoorziening om de voorziene werkloosheidsuitkering te bekomen. | Arbeidsvoorziening om de voorziene werkloosheidsuitkering te bekomen. |
Art. 5.Het conventioneel brugpensioen gaat in op het einde van de |
Art. 5.Het conventioneel brugpensioen gaat in op het einde van de |
opzeggingstermijn voorzien bij de wet van 3 mei 2003 houdende regeling | opzeggingstermijn voorzien bij de wet van 3 mei 2003 houdende regeling |
van de arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst voor de zeevisserij en | van de arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst voor de zeevisserij en |
tot verbetering van het sociaal statuut van de zeevisser en wordt | tot verbetering van het sociaal statuut van de zeevisser en wordt |
verleend tot op de leeftijd van 65 jaar. | verleend tot op de leeftijd van 65 jaar. |
Diegenen die het conventioneel brugpensioen genieten worden voor de | Diegenen die het conventioneel brugpensioen genieten worden voor de |
toepassing van de sociale wetgeving gelijkgesteld met de werklozen die | toepassing van de sociale wetgeving gelijkgesteld met de werklozen die |
werkloosheidsuitkeringen genieten. | werkloosheidsuitkeringen genieten. |
HOOFDSTUK III. - Bedrag en uitkering | HOOFDSTUK III. - Bedrag en uitkering |
Art. 6.Het bedrag van de aanvullende vergoeding wordt berekend zoals |
Art. 6.Het bedrag van de aanvullende vergoeding wordt berekend zoals |
vastgesteld volgens de artikelen 5, 6 en 8 van de collectieve | vastgesteld volgens de artikelen 5, 6 en 8 van de collectieve |
arbeidsovereenkomst nr. 17, gesloten op 19 december 1974 in de | arbeidsovereenkomst nr. 17, gesloten op 19 december 1974 in de |
Nationale Arbeidsraad tot invoering van een regeling van aanvullende | Nationale Arbeidsraad tot invoering van een regeling van aanvullende |
vergoeding ten gunste van sommige bejaarde werknemers indien zij | vergoeding ten gunste van sommige bejaarde werknemers indien zij |
worden ontslagen, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit | worden ontslagen, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit |
van 16 januari 1975 (Belgisch Staatsblad van 31 januari 1975), zoals | van 16 januari 1975 (Belgisch Staatsblad van 31 januari 1975), zoals |
zij achteraf werd gewijzigd door verscheidene collectieve | zij achteraf werd gewijzigd door verscheidene collectieve |
arbeidsovereenkomsten. | arbeidsovereenkomsten. |
Art. 7.Het conventioneel brugpensioen wordt uitgekeerd aan de |
Art. 7.Het conventioneel brugpensioen wordt uitgekeerd aan de |
gerechtigde in de loop van de eerste week volgend op de maand, waarop | gerechtigde in de loop van de eerste week volgend op de maand, waarop |
hij recht heeft op werkloosheidsuitkering. | hij recht heeft op werkloosheidsuitkering. |
De uitkering geschiedt op voorlegging van een bewijskrachtig document | De uitkering geschiedt op voorlegging van een bewijskrachtig document |
waaruit blijkt dat de betrokkene de werkloosheidsvergoeding heeft | waaruit blijkt dat de betrokkene de werkloosheidsvergoeding heeft |
ontvangen. | ontvangen. |
Art. 8.Het conventioneel brugpensioen mag niet met andere |
Art. 8.Het conventioneel brugpensioen mag niet met andere |
vergoedingen of toelagen voortvloeiend uit de stopzetting van de | vergoedingen of toelagen voortvloeiend uit de stopzetting van de |
bedrijvigheid, verleend krachtens wettelijke, conventionele of | bedrijvigheid, verleend krachtens wettelijke, conventionele of |
reglementaire bepalingen, worden gecumuleerd. | reglementaire bepalingen, worden gecumuleerd. |
Het in vorig lid bepaald verbod van cumulatie is niet van toepassing | Het in vorig lid bepaald verbod van cumulatie is niet van toepassing |
op de sluitingsvergoedingen voorzien bij de wet van 28 juni 1966 | op de sluitingsvergoedingen voorzien bij de wet van 28 juni 1966 |
betreffende de schadeloosstelling van de werknemers die ontslagen | betreffende de schadeloosstelling van de werknemers die ontslagen |
worden bij sluiting van de onderneming (Belgisch Staatsblad van 2 juli | worden bij sluiting van de onderneming (Belgisch Staatsblad van 2 juli |
1966) en de inkomsten voortvloeiend uit de uitoefening van een | 1966) en de inkomsten voortvloeiend uit de uitoefening van een |
beroepsactiviteit zoals voorzien bij artikel 14 van het koninklijk | beroepsactiviteit zoals voorzien bij artikel 14 van het koninklijk |
besluit van 7 december 1992 betreffende de toekenning van | besluit van 7 december 1992 betreffende de toekenning van |
werkloosheidsuitkeringen ingeval van conventioneel brugpensioen. | werkloosheidsuitkeringen ingeval van conventioneel brugpensioen. |
Art. 9.Tot de leeftijd van 65 jaar, genieten de gerechtigden van het |
Art. 9.Tot de leeftijd van 65 jaar, genieten de gerechtigden van het |
conventioneel brugpensioen, gedurende de periode dat hen het | conventioneel brugpensioen, gedurende de periode dat hen het |
conventioneel brugpensioen wordt uitbetaald, de fiscale aftrek bedoeld | conventioneel brugpensioen wordt uitbetaald, de fiscale aftrek bedoeld |
in artikel 62bis, § 1, 3°, van het Wetboek van de inkomstenbelasting. | in artikel 62bis, § 1, 3°, van het Wetboek van de inkomstenbelasting. |
Art. 10.De financiële middelen voor uitbetaling van de aanvullende |
Art. 10.De financiële middelen voor uitbetaling van de aanvullende |
vergoedingen aan de zeevissers vermeld in artikel 3, worden geput uit | vergoedingen aan de zeevissers vermeld in artikel 3, worden geput uit |
het "Zeevissersfonds". | het "Zeevissersfonds". |
HOOFDSTUK IV. - Toezicht | HOOFDSTUK IV. - Toezicht |
Art. 11.In de schoot van het "Zeevissersfonds" wordt een |
Art. 11.In de schoot van het "Zeevissersfonds" wordt een |
toezichtscomité opgericht, waarvan de leden door de raad van beheer | toezichtscomité opgericht, waarvan de leden door de raad van beheer |
van het fonds worden aangeduid. | van het fonds worden aangeduid. |
Dit comité heeft tot taak : | Dit comité heeft tot taak : |
1° uitspraak te doen overeenkomstig artikel 4, § 2, over de ingediende | 1° uitspraak te doen overeenkomstig artikel 4, § 2, over de ingediende |
gegevens; | gegevens; |
2° uitspraak te doen over uitzonderlijke gevallen; | 2° uitspraak te doen over uitzonderlijke gevallen; |
3° verslag uit te brengen aan de raad van beheer van het fonds over de | 3° verslag uit te brengen aan de raad van beheer van het fonds over de |
uitvoering van deze collectieve arbeidsovereenkomst. | uitvoering van deze collectieve arbeidsovereenkomst. |
HOOFDSTUK V. - Geldigheid | HOOFDSTUK V. - Geldigheid |
Art. 12.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 |
Art. 12.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 |
januari 2008 houdt op van kracht te zijn op 31 december 2009. | januari 2008 houdt op van kracht te zijn op 31 december 2009. |
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 1 oktober | Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 1 oktober |
2008. | 2008. |
De Vice-Eerste Minister en Minister van Werk en Gelijke Kansen, | De Vice-Eerste Minister en Minister van Werk en Gelijke Kansen, |
Mevr. J. MILQUET | Mevr. J. MILQUET |