Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 15 mei 2019, gesloten in het Paritair Subcomité voor de vlasbereiding, betreffende de toekenning van een aanvullende vergoeding ten gunste van sommige oudere werknemers die op het ogenblik van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst 62 jaar of ouder zijn | Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 15 mei 2019, gesloten in het Paritair Subcomité voor de vlasbereiding, betreffende de toekenning van een aanvullende vergoeding ten gunste van sommige oudere werknemers die op het ogenblik van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst 62 jaar of ouder zijn |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG | FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG |
29 SEPTEMBER 2019. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend | 29 SEPTEMBER 2019. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend |
wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 15 mei 2019, | wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 15 mei 2019, |
gesloten in het Paritair Subcomité voor de vlasbereiding, betreffende | gesloten in het Paritair Subcomité voor de vlasbereiding, betreffende |
de toekenning van een aanvullende vergoeding ten gunste van sommige | de toekenning van een aanvullende vergoeding ten gunste van sommige |
oudere werknemers die op het ogenblik van de beëindiging van de | oudere werknemers die op het ogenblik van de beëindiging van de |
arbeidsovereenkomst 62 jaar of ouder zijn (1) | arbeidsovereenkomst 62 jaar of ouder zijn (1) |
FILIP, Koning der Belgen, | FILIP, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve | Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve |
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel | arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel |
28; | 28; |
Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor de vlasbereiding; | Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor de vlasbereiding; |
Op de voordracht van de Minister van Werk, | Op de voordracht van de Minister van Werk, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 15 mei 2019, gesloten | overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 15 mei 2019, gesloten |
in het Paritair Subcomité voor de vlasbereiding, betreffende de | in het Paritair Subcomité voor de vlasbereiding, betreffende de |
toekenning van een aanvullende vergoeding ten gunste van sommige | toekenning van een aanvullende vergoeding ten gunste van sommige |
oudere werknemers die op het ogenblik van de beëindiging van de | oudere werknemers die op het ogenblik van de beëindiging van de |
arbeidsovereenkomst 62 jaar of ouder zijn. | arbeidsovereenkomst 62 jaar of ouder zijn. |
Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van |
Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van |
dit besluit. | dit besluit. |
Gegeven te Brussel, 29 september 2019. | Gegeven te Brussel, 29 september 2019. |
FILIP | FILIP |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
W. BEKE | W. BEKE |
_______ | _______ |
Nota | Nota |
(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : | (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : |
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. | Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. |
Bijlage | Bijlage |
Paritair Subcomité voor de vlasbereiding | Paritair Subcomité voor de vlasbereiding |
Collectieve arbeidsovereenkomst van 15 mei 2019 | Collectieve arbeidsovereenkomst van 15 mei 2019 |
Toekenning van een aanvullende vergoeding ten gunste van sommige | Toekenning van een aanvullende vergoeding ten gunste van sommige |
oudere werknemers die op het ogenblik van de beëindiging van de | oudere werknemers die op het ogenblik van de beëindiging van de |
arbeidsovereenkomst 62 jaar of ouder zijn (Overeenkomst geregistreerd | arbeidsovereenkomst 62 jaar of ouder zijn (Overeenkomst geregistreerd |
op 24 juni 2019 onder het nummer 152225/CO/120.02) | op 24 juni 2019 onder het nummer 152225/CO/120.02) |
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied van de overeenkomst | HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied van de overeenkomst |
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op |
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op |
de werkgevers en op de arbeiders en arbeidsters, hierna "werknemers" | de werkgevers en op de arbeiders en arbeidsters, hierna "werknemers" |
genaamd, van de ondernemingen die onder het Paritair Subcomité voor de | genaamd, van de ondernemingen die onder het Paritair Subcomité voor de |
vlasbereiding ressorteren. | vlasbereiding ressorteren. |
HOOFDSTUK II. - Rechthebbenden | HOOFDSTUK II. - Rechthebbenden |
Art. 2.§ 1. De tijdens de geldigheidsduur van deze overeenkomst |
Art. 2.§ 1. De tijdens de geldigheidsduur van deze overeenkomst |
ontslagen werknemers, behalve om dringende reden, die op het ogenblik | ontslagen werknemers, behalve om dringende reden, die op het ogenblik |
van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst en tijdens de periode | van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst en tijdens de periode |
van 1 januari 2019 tot en met 31 december 2020 62 jaar of ouder zijn | van 1 januari 2019 tot en met 31 december 2020 62 jaar of ouder zijn |
en die op het ogenblik van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst | en die op het ogenblik van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst |
40 jaar voor de mannen respectievelijk voor de vrouwen 35 jaar in 2019 | 40 jaar voor de mannen respectievelijk voor de vrouwen 35 jaar in 2019 |
en 36 jaar in 2020 beroepsverleden als loontrekkende kunnen | en 36 jaar in 2020 beroepsverleden als loontrekkende kunnen |
rechtvaardigen en die gedurende deze periode recht verkrijgen op | rechtvaardigen en die gedurende deze periode recht verkrijgen op |
wettelijke werkloosheidsvergoedingen, ontvangen een aanvullende | wettelijke werkloosheidsvergoedingen, ontvangen een aanvullende |
vergoeding, zoals bedoeld in artikel 5, ten laste van het "Fonds voor | vergoeding, zoals bedoeld in artikel 5, ten laste van het "Fonds voor |
bestaanszekerheid voor de vlasbereiding". | bestaanszekerheid voor de vlasbereiding". |
§ 2. Onder "het ogenblik van de beëindiging van de | § 2. Onder "het ogenblik van de beëindiging van de |
arbeidsovereenkomst", bedoeld in § 1 hiervoor, wordt verstaan : het | arbeidsovereenkomst", bedoeld in § 1 hiervoor, wordt verstaan : het |
ogenblik dat de werknemer uit dienst treedt na het verstrijken van de | ogenblik dat de werknemer uit dienst treedt na het verstrijken van de |
opzeggingstermijn of, wanneer er geen opzegging werd betekend of | opzeggingstermijn of, wanneer er geen opzegging werd betekend of |
wanneer aan de betekende opzeggingstermijn voortijdig een einde wordt | wanneer aan de betekende opzeggingstermijn voortijdig een einde wordt |
gemaakt, het ogenblik dat de arbeider de onderneming verlaat. | gemaakt, het ogenblik dat de arbeider de onderneming verlaat. |
Art. 3.Naast het vereiste beroepsverleden als loontrekkende, dienen |
Art. 3.Naast het vereiste beroepsverleden als loontrekkende, dienen |
de werknemers, om te kunnen genieten van het stelsel van werkloosheid | de werknemers, om te kunnen genieten van het stelsel van werkloosheid |
met bedrijfstoeslag, bovendien te voldoen aan één van de volgende | met bedrijfstoeslag, bovendien te voldoen aan één van de volgende |
sectorale anciënniteitsvoorwaarden : | sectorale anciënniteitsvoorwaarden : |
- Ofwel 15 jaar loondienst in één of meerdere ondernemingen die onder | - Ofwel 15 jaar loondienst in één of meerdere ondernemingen die onder |
de bevoegdheid vallen van het Paritair Subcomité voor de | de bevoegdheid vallen van het Paritair Subcomité voor de |
vlasbereiding; | vlasbereiding; |
- Ofwel 5 jaar loondienst in één of meerdere ondernemingen die onder | - Ofwel 5 jaar loondienst in één of meerdere ondernemingen die onder |
de bevoegdheid vallen van het Paritair Subcomité voor de vlasbereiding | de bevoegdheid vallen van het Paritair Subcomité voor de vlasbereiding |
tijdens de laatste 10 jaren, waarvan minstens 1 jaar in de laatste 2 | tijdens de laatste 10 jaren, waarvan minstens 1 jaar in de laatste 2 |
jaren. | jaren. |
Wat betreft de gelijkstelling met arbeidsdagen wordt verwezen naar de | Wat betreft de gelijkstelling met arbeidsdagen wordt verwezen naar de |
gelijkstellingen voor het beroepsverleden als loontrekkende. | gelijkstellingen voor het beroepsverleden als loontrekkende. |
Art. 4.In afwijking van artikel 2, § 1 en artikel 3 ontvangen de |
Art. 4.In afwijking van artikel 2, § 1 en artikel 3 ontvangen de |
werklieden die tijdens de periode van 1 januari 2019 tot en met 31 | werklieden die tijdens de periode van 1 januari 2019 tot en met 31 |
december 2019 voldoen aan de genoemde leeftijds- en | december 2019 voldoen aan de genoemde leeftijds- en |
anciënniteitsvoorwaarden, maar pas ontslagen worden buiten de | anciënniteitsvoorwaarden, maar pas ontslagen worden buiten de |
geldigheidsperiode van deze collectieve arbeidsovereenkomst, een | geldigheidsperiode van deze collectieve arbeidsovereenkomst, een |
aanvullende vergoeding, ten laste van het "Fonds voor | aanvullende vergoeding, ten laste van het "Fonds voor |
bestaanszekerheid voor de vlasbereiding", in het kader van collectieve | bestaanszekerheid voor de vlasbereiding", in het kader van collectieve |
arbeidsovereenkomst nr. 107 van 28 maart 2013 betreffende het | arbeidsovereenkomst nr. 107 van 28 maart 2013 betreffende het |
kliksysteem voor het behoud van de aanvullende vergoeding in het kader | kliksysteem voor het behoud van de aanvullende vergoeding in het kader |
van bepaalde stelsels van werkloosheid met bedrijfstoeslag. | van bepaalde stelsels van werkloosheid met bedrijfstoeslag. |
HOOFDSTUK III. - Toekenning van de aanvullende vergoeding | HOOFDSTUK III. - Toekenning van de aanvullende vergoeding |
Art. 5.De in artikel 2, § 1 bedoelde aanvullende vergoeding behelst |
Art. 5.De in artikel 2, § 1 bedoelde aanvullende vergoeding behelst |
het toekennen van gelijkaardige voordelen als voorzien door de | het toekennen van gelijkaardige voordelen als voorzien door de |
collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 gesloten in de Nationale | collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 gesloten in de Nationale |
Arbeidsraad op 19 december 1974. | Arbeidsraad op 19 december 1974. |
Art. 6.In uitvoering van de bepalingen van artikel 5 van de |
Art. 6.In uitvoering van de bepalingen van artikel 5 van de |
collectieve arbeidsovereenkomst van 1 oktober 2003 betreffende de | collectieve arbeidsovereenkomst van 1 oktober 2003 betreffende de |
gecoördineerde statuten van het "Fonds voor bestaanszekerheid voor de | gecoördineerde statuten van het "Fonds voor bestaanszekerheid voor de |
vlasbereiding", gesloten in het bovengenoemd paritair subcomité, | vlasbereiding", gesloten in het bovengenoemd paritair subcomité, |
algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 1 september | algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 1 september |
2004, wordt aan de werknemers bedoeld in de artikelen 2 tot en met 4 | 2004, wordt aan de werknemers bedoeld in de artikelen 2 tot en met 4 |
een aanvullende vergoeding toegekend ten laste van het fonds, waarvan | een aanvullende vergoeding toegekend ten laste van het fonds, waarvan |
het bedrag, de wijze van toekenning en van uitkering hierna zijn | het bedrag, de wijze van toekenning en van uitkering hierna zijn |
vastgesteld. | vastgesteld. |
Bovendien worden de bijzondere werkgeversbijdragen opgelegd door de | Bovendien worden de bijzondere werkgeversbijdragen opgelegd door de |
artikelen 268 tot 271 van de programmawet van 22 december 1989 en door | artikelen 268 tot 271 van de programmawet van 22 december 1989 en door |
artikel 141 van de wet van 29 december 1990 houdende sociale | artikel 141 van de wet van 29 december 1990 houdende sociale |
bepalingen en door de uitvoeringsbesluiten ten laste genomen door het | bepalingen en door de uitvoeringsbesluiten ten laste genomen door het |
fonds. | fonds. |
HOOFDSTUK IV. - Betaling van de aanvullende vergoeding | HOOFDSTUK IV. - Betaling van de aanvullende vergoeding |
Art. 7.De in artikelen 2 tot en met 4 bedoelde werknemers hebben, |
Art. 7.De in artikelen 2 tot en met 4 bedoelde werknemers hebben, |
voor zover zij de wettelijke werkloosheidsuitkeringen ontvangen, recht | voor zover zij de wettelijke werkloosheidsuitkeringen ontvangen, recht |
op de aanvullende vergoeding tot op de datum dat zij de leeftijd | op de aanvullende vergoeding tot op de datum dat zij de leeftijd |
bereiken waarop zij wettelijk pensioengerechtigd zijn en binnen de | bereiken waarop zij wettelijk pensioengerechtigd zijn en binnen de |
voorwaarden zoals door deze pensioenreglementering vastgesteld. | voorwaarden zoals door deze pensioenreglementering vastgesteld. |
De regeling geldt eveneens voor de werknemers die tijdelijk uit het | De regeling geldt eveneens voor de werknemers die tijdelijk uit het |
stelsel zouden getreden zijn en die nadien opnieuw van de regeling | stelsel zouden getreden zijn en die nadien opnieuw van de regeling |
wensen te genieten, voor zover zij opnieuw de wettelijke | wensen te genieten, voor zover zij opnieuw de wettelijke |
werkloosheidsvergoedingen ontvangen. | werkloosheidsvergoedingen ontvangen. |
Art. 8.In afwijking van artikel 7 hebben de in de artikelen 2 tot en |
Art. 8.In afwijking van artikel 7 hebben de in de artikelen 2 tot en |
met 3 bedoelde werknemers die hun hoofdverblijfplaats hebben in een | met 3 bedoelde werknemers die hun hoofdverblijfplaats hebben in een |
land van de Europese Economische Ruimte, ook recht op een aanvullende | land van de Europese Economische Ruimte, ook recht op een aanvullende |
vergoeding ten laste van het "Fonds voor bestaanszekerheid voor de | vergoeding ten laste van het "Fonds voor bestaanszekerheid voor de |
vlasbereiding" voor zover zij geen werkloosheidsuitkeringen kunnen | vlasbereiding" voor zover zij geen werkloosheidsuitkeringen kunnen |
genieten of kunnen blijven genieten in het kader van de regelgeving | genieten of kunnen blijven genieten in het kader van de regelgeving |
inzake stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag, alleen omdat zij | inzake stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag, alleen omdat zij |
hun hoofdverblijfplaats niet of niet meer in België hebben in de zin | hun hoofdverblijfplaats niet of niet meer in België hebben in de zin |
van artikel 66 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 | van artikel 66 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 |
houdende de werkloosheidsreglementering en voor zover zij | houdende de werkloosheidsreglementering en voor zover zij |
werkloosheidsuitkeringen genieten krachtens de wetgeving van hun | werkloosheidsuitkeringen genieten krachtens de wetgeving van hun |
woonland. | woonland. |
Die aanvullende vergoeding moet berekend worden alsof die werknemers | Die aanvullende vergoeding moet berekend worden alsof die werknemers |
werkloosheidsuitkeringen genieten op basis van de Belgische wetgeving. | werkloosheidsuitkeringen genieten op basis van de Belgische wetgeving. |
Art. 9.§ 1. In afwijking van de eerste alinea van artikel 7 en |
Art. 9.§ 1. In afwijking van de eerste alinea van artikel 7 en |
artikel 8 behouden de werknemers die zijn ontslagen in het kader van | artikel 8 behouden de werknemers die zijn ontslagen in het kader van |
deze collectieve overeenkomst het recht op de aanvullende vergoeding | deze collectieve overeenkomst het recht op de aanvullende vergoeding |
ten laste van het "Fonds voor bestaanszekerheid voor de | ten laste van het "Fonds voor bestaanszekerheid voor de |
vlasbereiding", wanneer ze het werk hervatten als loontrekkende bij | vlasbereiding", wanneer ze het werk hervatten als loontrekkende bij |
een andere werkgever dan de werkgever die hen heeft ontslagen en die | een andere werkgever dan de werkgever die hen heeft ontslagen en die |
niet behoort tot dezelfde technische bedrijfseenheid als de werkgever | niet behoort tot dezelfde technische bedrijfseenheid als de werkgever |
die hen heeft ontslagen. | die hen heeft ontslagen. |
§ 2. In afwijking van de eerste alinea van artikel 7 en artikel 8 | § 2. In afwijking van de eerste alinea van artikel 7 en artikel 8 |
behouden de werknemers die zijn ontslagen in het kader van deze | behouden de werknemers die zijn ontslagen in het kader van deze |
overeenkomst ook het recht op de aanvullende vergoeding ten laste van | overeenkomst ook het recht op de aanvullende vergoeding ten laste van |
het "Fonds voor bestaanszekerheid voor de vlasbereiding", ingeval een | het "Fonds voor bestaanszekerheid voor de vlasbereiding", ingeval een |
zelfstandige activiteit in hoofdberoep wordt uitgeoefend, op | zelfstandige activiteit in hoofdberoep wordt uitgeoefend, op |
voorwaarde dat die activiteit niet wordt uitgeoefend voor rekening van | voorwaarde dat die activiteit niet wordt uitgeoefend voor rekening van |
de werkgever die hen heeft ontslagen of voor rekening van een | de werkgever die hen heeft ontslagen of voor rekening van een |
werkgever die behoort tot dezelfde technische bedrijfseenheid als de | werkgever die behoort tot dezelfde technische bedrijfseenheid als de |
werkgever die hen heeft ontslagen. | werkgever die hen heeft ontslagen. |
§ 3. In de in hierboven § 1 en § 2 bedoelde gevallen hebben de | § 3. In de in hierboven § 1 en § 2 bedoelde gevallen hebben de |
ontslagen werknemers, wanneer ze het werk hervatten tijdens de door de | ontslagen werknemers, wanneer ze het werk hervatten tijdens de door de |
opzeggingsvergoeding gedekte periode, op zijn vroegst maar recht op de | opzeggingsvergoeding gedekte periode, op zijn vroegst maar recht op de |
aanvullende vergoeding vanaf de dag waarop ze recht zouden hebben | aanvullende vergoeding vanaf de dag waarop ze recht zouden hebben |
gehad op werkloosheidsuitkeringen indien ze het werk niet hadden | gehad op werkloosheidsuitkeringen indien ze het werk niet hadden |
hervat. | hervat. |
§ 4. In de in hierboven § 1 en § 2 bedoelde gevallen blijft het recht | § 4. In de in hierboven § 1 en § 2 bedoelde gevallen blijft het recht |
op de aanvullende vergoeding bestaan tijdens de hele duur van de | op de aanvullende vergoeding bestaan tijdens de hele duur van de |
tewerkstelling op grond van een arbeidsovereenkomst of tijdens de hele | tewerkstelling op grond van een arbeidsovereenkomst of tijdens de hele |
duur van de uitoefening van een zelfstandige activiteit in hoofdberoep | duur van de uitoefening van een zelfstandige activiteit in hoofdberoep |
volgens de regels bepaald in onderhavige collectieve | volgens de regels bepaald in onderhavige collectieve |
arbeidsovereenkomst en voor heel de periode gedurende welke de | arbeidsovereenkomst en voor heel de periode gedurende welke de |
werknemers die recht hebben op de aanvullende uitkering geen | werknemers die recht hebben op de aanvullende uitkering geen |
werkloosheidsuitkeringen als volledig uitkeringsgerechtigde werkloze | werkloosheidsuitkeringen als volledig uitkeringsgerechtigde werkloze |
meer genieten. | meer genieten. |
De in hierboven § 1 en § 2 bedoelde werknemers leveren aan het "Fonds | De in hierboven § 1 en § 2 bedoelde werknemers leveren aan het "Fonds |
voor bestaanszekerheid voor de vlasbereiding" het bewijs dat zij | voor bestaanszekerheid voor de vlasbereiding" het bewijs dat zij |
opnieuw in dienst zijn genomen op grond van een arbeidsovereenkomst of | opnieuw in dienst zijn genomen op grond van een arbeidsovereenkomst of |
dat zij een zelfstandige activiteit in hoofdberoep uitoefenen. | dat zij een zelfstandige activiteit in hoofdberoep uitoefenen. |
HOOFDSTUK V. - Bedrag van de aanvullende vergoeding | HOOFDSTUK V. - Bedrag van de aanvullende vergoeding |
Art. 10.Het bedrag van de aanvullende vergoeding is gelijk aan de |
Art. 10.Het bedrag van de aanvullende vergoeding is gelijk aan de |
helft van het verschil tussen het netto referteloon en de | helft van het verschil tussen het netto referteloon en de |
werkloosheidsuitkering. | werkloosheidsuitkering. |
Art. 11.De aanvullende vergoeding, waarvan het brutobedrag lager is |
Art. 11.De aanvullende vergoeding, waarvan het brutobedrag lager is |
dan 99,16 EUR per maand, toegekend in het kader van het stelsel van | dan 99,16 EUR per maand, toegekend in het kader van het stelsel van |
werkloosheid met bedrijfstoeslag voor werknemers, wordt verhoogd tot | werkloosheid met bedrijfstoeslag voor werknemers, wordt verhoogd tot |
99,16 EUR bruto per maand. Deze verhoging van het bedrag van de | 99,16 EUR bruto per maand. Deze verhoging van het bedrag van de |
aanvullende vergoeding kan evenwel niet tot gevolg hebben dat het | aanvullende vergoeding kan evenwel niet tot gevolg hebben dat het |
totaal bruto maandbedrag van deze aanvullende vergoeding en de | totaal bruto maandbedrag van deze aanvullende vergoeding en de |
werkloosheidsuitkeringen samen hoger komt te liggen dan de drempel die | werkloosheidsuitkeringen samen hoger komt te liggen dan de drempel die |
voor de werknemer zonder gezinslast in aanmerking wordt genomen voor | voor de werknemer zonder gezinslast in aanmerking wordt genomen voor |
de berekening van de werknemersbijdrage van 6,5 pct., ingehouden op | de berekening van de werknemersbijdrage van 6,5 pct., ingehouden op |
het geheel van de sociale uitkering en de aanvullende vergoeding. | het geheel van de sociale uitkering en de aanvullende vergoeding. |
Art. 12.Het netto referteloon is gelijk aan het bruto maandloon |
Art. 12.Het netto referteloon is gelijk aan het bruto maandloon |
begrensd tot 940,14 EUR en verminderd met de persoonlijke sociale | begrensd tot 940,14 EUR en verminderd met de persoonlijke sociale |
zekerheidsbijdrage en de fiscale inhouding. | zekerheidsbijdrage en de fiscale inhouding. |
Voor de berekening van de persoonlijke sociale zekerheidsbijdrage, op | Voor de berekening van de persoonlijke sociale zekerheidsbijdrage, op |
het loon aan 100 pct., dient rekening gehouden te worden met de | het loon aan 100 pct., dient rekening gehouden te worden met de |
bepalingen van de wet van 20 december 1999 tot toekenning van een | bepalingen van de wet van 20 december 1999 tot toekenning van een |
werkbonus onder de vorm van een vermindering van de persoonlijke | werkbonus onder de vorm van een vermindering van de persoonlijke |
bijdragen van de sociale zekerheid aan werknemers met lage lonen en | bijdragen van de sociale zekerheid aan werknemers met lage lonen en |
aan sommige werknemers die het slachtoffer waren van een | aan sommige werknemers die het slachtoffer waren van een |
herstructurering. | herstructurering. |
De grens van 940,14 EUR is gekoppeld aan het indexcijfer 134,52 (1971 | De grens van 940,14 EUR is gekoppeld aan het indexcijfer 134,52 (1971 |
= 100) en bedraagt 4 032,80 EUR sinds 1 september 2018. Zij is | = 100) en bedraagt 4 032,80 EUR sinds 1 september 2018. Zij is |
gebonden aan de schommelingen van het indexcijfer der | gebonden aan de schommelingen van het indexcijfer der |
consumptieprijzen, overeenkomstig de bepalingen van de wet van 2 | consumptieprijzen, overeenkomstig de bepalingen van de wet van 2 |
augustus 1971 houdende inrichting van een stelsel van koppeling aan | augustus 1971 houdende inrichting van een stelsel van koppeling aan |
het indexcijfer der consumptieprijzen. | het indexcijfer der consumptieprijzen. |
Deze grens wordt daarenboven op 1 januari van elk jaar herzien in | Deze grens wordt daarenboven op 1 januari van elk jaar herzien in |
functie der regelingslonen overeenkomstig de beslissing van de | functie der regelingslonen overeenkomstig de beslissing van de |
Nationale Arbeidsraad. | Nationale Arbeidsraad. |
Het netto referteloon wordt afgerond naar de hogere euro. | Het netto referteloon wordt afgerond naar de hogere euro. |
Art. 13.§ 1. Het brutoloon omvat de contractuele premies die |
Art. 13.§ 1. Het brutoloon omvat de contractuele premies die |
rechtstreeks gebonden zijn aan de door de werknemers verrichte | rechtstreeks gebonden zijn aan de door de werknemers verrichte |
prestaties waarop inhoudingen voor sociale zekerheid worden gedaan en | prestaties waarop inhoudingen voor sociale zekerheid worden gedaan en |
waarvan de periodiciteit van betaling geen maand overschrijdt. | waarvan de periodiciteit van betaling geen maand overschrijdt. |
Het omvat ook de voordelen in natura die aan inhoudingen voor sociale | Het omvat ook de voordelen in natura die aan inhoudingen voor sociale |
zekerheid onderworpen zijn. | zekerheid onderworpen zijn. |
Daarentegen worden de premies of vergoedingen, die als tegenwaarde van | Daarentegen worden de premies of vergoedingen, die als tegenwaarde van |
werkelijke kosten worden verleend, niet in aanmerking genomen. | werkelijke kosten worden verleend, niet in aanmerking genomen. |
§ 2. Voor de per maand betaalde werknemers wordt als brutoloon | § 2. Voor de per maand betaalde werknemers wordt als brutoloon |
beschouwd het loon dat hij (zij) gedurende de in navolgende § 7 | beschouwd het loon dat hij (zij) gedurende de in navolgende § 7 |
bepaalde refertemaand heeft verdiend. | bepaalde refertemaand heeft verdiend. |
§ 3. Voor de werknemers die niet per maand worden betaald, wordt het | § 3. Voor de werknemers die niet per maand worden betaald, wordt het |
brutoloon berekend op grond van het normale uurloon. | brutoloon berekend op grond van het normale uurloon. |
Het normale uurloon wordt bekomen door het loon voor de normale | Het normale uurloon wordt bekomen door het loon voor de normale |
prestaties van de refertemaand te delen door het aantal tijdens die | prestaties van de refertemaand te delen door het aantal tijdens die |
periode gewerkte normale uren. Het aldus bekomen resultaat wordt | periode gewerkte normale uren. Het aldus bekomen resultaat wordt |
vermenigvuldigd met het aantal arbeidsuren bepaald bij de wekelijkse | vermenigvuldigd met het aantal arbeidsuren bepaald bij de wekelijkse |
arbeidstijdregeling van de werknemer; dat product, vermenigvuldigd met | arbeidstijdregeling van de werknemer; dat product, vermenigvuldigd met |
52 en gedeeld door 12, stemt overeen met het maandloon. | 52 en gedeeld door 12, stemt overeen met het maandloon. |
§ 4. Het brutoloon van een werknemer die gedurende de ganse | § 4. Het brutoloon van een werknemer die gedurende de ganse |
refertemaand niet heeft gewerkt, wordt berekend alsof hij (zij) | refertemaand niet heeft gewerkt, wordt berekend alsof hij (zij) |
aanwezig was geweest op alle arbeidsdagen die in de beschouwde maand | aanwezig was geweest op alle arbeidsdagen die in de beschouwde maand |
vallen. | vallen. |
Indien een werknemer, krachtens de bepalingen van zijn (haar) | Indien een werknemer, krachtens de bepalingen van zijn (haar) |
arbeidsovereenkomst, slechts gedurende een gedeelte van de | arbeidsovereenkomst, slechts gedurende een gedeelte van de |
refertemaand moet werken en hij (zij) al die tijd niet heeft gewerkt, | refertemaand moet werken en hij (zij) al die tijd niet heeft gewerkt, |
wordt zijn (haar) brutoloon berekend op grond van het aantal | wordt zijn (haar) brutoloon berekend op grond van het aantal |
arbeidsdagen dat in de arbeidsovereenkomst is vastgesteld. | arbeidsdagen dat in de arbeidsovereenkomst is vastgesteld. |
§ 5. Het brutoloon van een werknemer die gedurende de refertemaand in | § 5. Het brutoloon van een werknemer die gedurende de refertemaand in |
een stelsel van tijdskrediet of loopbaanonderbreking was opgenomen, | een stelsel van tijdskrediet of loopbaanonderbreking was opgenomen, |
wordt berekend conform zijn (haar) initieel contractueel uurrooster | wordt berekend conform zijn (haar) initieel contractueel uurrooster |
vóór de aanvang van de loopbaanonderbreking of het tijdskrediet. | vóór de aanvang van de loopbaanonderbreking of het tijdskrediet. |
Het brutoloon van een werknemer die gedurende de refertemaand in een | Het brutoloon van een werknemer die gedurende de refertemaand in een |
stelsel van halftijds brugpensioen was opgenomen, wordt berekend | stelsel van halftijds brugpensioen was opgenomen, wordt berekend |
conform zijn (haar) initieel contractueel uurrooster vóór de aanvang | conform zijn (haar) initieel contractueel uurrooster vóór de aanvang |
van het halftijds brugpensioen. | van het halftijds brugpensioen. |
§ 6. Het door de werknemer verdiende brutoloon, ongeacht of het per | § 6. Het door de werknemer verdiende brutoloon, ongeacht of het per |
maand of anders wordt betaald, wordt vermeerderd met één twaalfde van | maand of anders wordt betaald, wordt vermeerderd met één twaalfde van |
het totaal der contractuele premies en van de veranderlijke | het totaal der contractuele premies en van de veranderlijke |
bezoldiging waarvan de periodiciteit van betaling geen maand | bezoldiging waarvan de periodiciteit van betaling geen maand |
overschrijdt en door die werknemers in de loop van de twaalf maanden | overschrijdt en door die werknemers in de loop van de twaalf maanden |
die aan het ontslag voorafgaan afzonderlijk werden ontvangen. | die aan het ontslag voorafgaan afzonderlijk werden ontvangen. |
§ 7. Naar aanleiding van het bij artikel 17 voorzien overleg, zal in | § 7. Naar aanleiding van het bij artikel 17 voorzien overleg, zal in |
gemeen akkoord worden beslist met welke refertemaand rekening moet | gemeen akkoord worden beslist met welke refertemaand rekening moet |
worden gehouden. | worden gehouden. |
Indien geen refertemaand is vastgesteld, wordt de kalendermaand, die | Indien geen refertemaand is vastgesteld, wordt de kalendermaand, die |
de datum van het ontslag voorafgaat, in aanmerking genomen. | de datum van het ontslag voorafgaat, in aanmerking genomen. |
HOOFDSTUK VI. - Aanpassing van het bedrag van de aanvullende | HOOFDSTUK VI. - Aanpassing van het bedrag van de aanvullende |
vergoeding | vergoeding |
Art. 14.Het bedrag van de uitgekeerde aanvullende vergoedingen wordt |
Art. 14.Het bedrag van de uitgekeerde aanvullende vergoedingen wordt |
gebonden aan de schommeling van het indexcijfer der consumptieprijzen, | gebonden aan de schommeling van het indexcijfer der consumptieprijzen, |
volgens de modaliteiten die van toepassing zijn inzake | volgens de modaliteiten die van toepassing zijn inzake |
werkloosheidsuitkeringen, overeenkomstig de bepalingen van de wet van | werkloosheidsuitkeringen, overeenkomstig de bepalingen van de wet van |
2 augustus 1971. | 2 augustus 1971. |
Het bedrag van deze vergoedingen wordt daarenboven elk jaar op 1 | Het bedrag van deze vergoedingen wordt daarenboven elk jaar op 1 |
januari herzien in functie van de ontwikkeling van de regelingslonen | januari herzien in functie van de ontwikkeling van de regelingslonen |
overeenkomstig hetgeen dienaangaande wordt beslist in de Nationale | overeenkomstig hetgeen dienaangaande wordt beslist in de Nationale |
Arbeidsraad. | Arbeidsraad. |
Voor de werknemers die in de loop van het jaar tot de regeling | Voor de werknemers die in de loop van het jaar tot de regeling |
toetreden, wordt de aanpassing op grond van het verloop van de | toetreden, wordt de aanpassing op grond van het verloop van de |
regelingslonen verricht, rekening houdend met het ogenblik van het | regelingslonen verricht, rekening houdend met het ogenblik van het |
jaar waarop zij in het stelsel treden; elk kwartaal wordt in | jaar waarop zij in het stelsel treden; elk kwartaal wordt in |
aanmerking genomen voor de berekening van de aanpassing. | aanmerking genomen voor de berekening van de aanpassing. |
HOOFDSTUK VII. - Tijdstip van betaling van de aanvullende vergoeding | HOOFDSTUK VII. - Tijdstip van betaling van de aanvullende vergoeding |
Art. 15.De betaling van de aanvullende vergoeding moet om de |
Art. 15.De betaling van de aanvullende vergoeding moet om de |
kalendermaand gebeuren. | kalendermaand gebeuren. |
HOOFDSTUK VIII. - Cumulatie van de aanvullende vergoeding met andere | HOOFDSTUK VIII. - Cumulatie van de aanvullende vergoeding met andere |
voordelen | voordelen |
Art. 16.De aanvullende vergoeding mag niet worden gecumuleerd met |
Art. 16.De aanvullende vergoeding mag niet worden gecumuleerd met |
andere wegens afdanking verleende speciale vergoedingen of toeslagen, | andere wegens afdanking verleende speciale vergoedingen of toeslagen, |
die worden toegekend krachtens wettelijke of reglementaire bepalingen. | die worden toegekend krachtens wettelijke of reglementaire bepalingen. |
De werknemer, bedoeld in de artikelen 2 en 4 en artikel 9, zal dus | De werknemer, bedoeld in de artikelen 2 en 4 en artikel 9, zal dus |
eerst de uit die bepalingen voortvloeiende rechten moeten uitputten, | eerst de uit die bepalingen voortvloeiende rechten moeten uitputten, |
alvorens aanspraak te kunnen maken op de in artikel 5 en artikel 9 | alvorens aanspraak te kunnen maken op de in artikel 5 en artikel 9 |
voorziene aanvullende vergoeding. | voorziene aanvullende vergoeding. |
HOOFDSTUK IX. - Overlegprocedure | HOOFDSTUK IX. - Overlegprocedure |
Art. 17.Vooraleer één of meerdere werknemers, bedoeld bij artikelen 2 |
Art. 17.Vooraleer één of meerdere werknemers, bedoeld bij artikelen 2 |
tot en met 3, te ontslaan, pleegt de werkgever overleg met de | tot en met 3, te ontslaan, pleegt de werkgever overleg met de |
vertegenwoordigers van het personeel in de ondernemingsraad of, bij | vertegenwoordigers van het personeel in de ondernemingsraad of, bij |
ontstentenis daarvan, met de syndicale afvaardiging. Onverminderd de | ontstentenis daarvan, met de syndicale afvaardiging. Onverminderd de |
bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 9 van 9 maart | bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 9 van 9 maart |
1972, inzonderheid van artikel 12, heeft deze beraadslaging tot doel | 1972, inzonderheid van artikel 12, heeft deze beraadslaging tot doel |
in gemeen overleg te beslissen of, afgezien van de in de onderneming | in gemeen overleg te beslissen of, afgezien van de in de onderneming |
van kracht zijnde afdankingscriteria, werknemers die aan het in | van kracht zijnde afdankingscriteria, werknemers die aan het in |
artikel 2 bepaalde leeftijdscriterium voldoen, bij voorrang kunnen | artikel 2 bepaalde leeftijdscriterium voldoen, bij voorrang kunnen |
worden ontslagen en derhalve het voordeel van de aanvullende regeling | worden ontslagen en derhalve het voordeel van de aanvullende regeling |
kunnen genieten. | kunnen genieten. |
Bij ontstentenis van ondernemingsraad of van syndicale afvaardiging, | Bij ontstentenis van ondernemingsraad of van syndicale afvaardiging, |
heeft dit overleg plaats met de vertegenwoordigers van de | heeft dit overleg plaats met de vertegenwoordigers van de |
representatieve werknemersorganisaties of, bij ontstentenis, met de | representatieve werknemersorganisaties of, bij ontstentenis, met de |
werknemers van de onderneming. | werknemers van de onderneming. |
Vooraleer een beslissing tot ontslag te nemen, nodigt de werkgever | Vooraleer een beslissing tot ontslag te nemen, nodigt de werkgever |
daarenboven de betrokken werknemer bij aangetekende brief uit tot een | daarenboven de betrokken werknemer bij aangetekende brief uit tot een |
onderhoud tijdens de werkuren op de zetel van de onderneming. Dit | onderhoud tijdens de werkuren op de zetel van de onderneming. Dit |
onderhoud heeft tot doel aan de werknemer de gelegenheid te geven zijn | onderhoud heeft tot doel aan de werknemer de gelegenheid te geven zijn |
(haar) bezwaren tegen het door de werkgever voorgenomen ontslag | (haar) bezwaren tegen het door de werkgever voorgenomen ontslag |
kenbaar te maken. | kenbaar te maken. |
Overeenkomstig de collectieve arbeidsovereenkomst van 3 mei 1972, | Overeenkomstig de collectieve arbeidsovereenkomst van 3 mei 1972, |
inzonderheid artikel 7, kan de werknemer zich bij dit onderhoud laten | inzonderheid artikel 7, kan de werknemer zich bij dit onderhoud laten |
bijstaan door de syndicale afgevaardigde. De opzegging kan ten | bijstaan door de syndicale afgevaardigde. De opzegging kan ten |
vroegste geschieden de tweede werkdag na de dag waarop dit onderhoud | vroegste geschieden de tweede werkdag na de dag waarop dit onderhoud |
plaats had of waarop dit onderhoud voorzien was. | plaats had of waarop dit onderhoud voorzien was. |
De ontslagen werknemers hebben de mogelijkheid de aanvullende regeling | De ontslagen werknemers hebben de mogelijkheid de aanvullende regeling |
te aanvaarden of deze te weigeren en derhalve deel uit te maken van de | te aanvaarden of deze te weigeren en derhalve deel uit te maken van de |
arbeidsreserve. | arbeidsreserve. |
HOOFDSTUK X. - Betaling van de aanvullende vergoeding | HOOFDSTUK X. - Betaling van de aanvullende vergoeding |
Art. 18.De betaling van de aanvullende vergoeding bedoeld in artikel |
Art. 18.De betaling van de aanvullende vergoeding bedoeld in artikel |
2, § 1 valt ten laste van het "Fonds voor bestaanszekerheid voor de | 2, § 1 valt ten laste van het "Fonds voor bestaanszekerheid voor de |
vlasbereiding". De werkgevers en werknemers moeten verplicht gebruik | vlasbereiding". De werkgevers en werknemers moeten verplicht gebruik |
maken van het gepast formulier dat kan bekomen worden op de zetel van | maken van het gepast formulier dat kan bekomen worden op de zetel van |
voormeld "Fonds voor bestaanszekerheid voor de vlasbereiding", | voormeld "Fonds voor bestaanszekerheid voor de vlasbereiding", |
Poortakkerstraat 100, 9051 Gent (S.D.W.). | Poortakkerstraat 100, 9051 Gent (S.D.W.). |
HOOFDSTUK XI. - Vrijstelling van aangepaste beschikbaarheid | HOOFDSTUK XI. - Vrijstelling van aangepaste beschikbaarheid |
Art. 19.De arbeiders kunnen op hun vraag vrijgesteld worden van de |
Art. 19.De arbeiders kunnen op hun vraag vrijgesteld worden van de |
verplichting aangepast beschikbaar te zijn (artikel 22, § 3 van het | verplichting aangepast beschikbaar te zijn (artikel 22, § 3 van het |
koninklijk besluit van 3 mei 2007 tot regeling van het stelsel van | koninklijk besluit van 3 mei 2007 tot regeling van het stelsel van |
werkloosheid met bedrijfstoeslag). | werkloosheid met bedrijfstoeslag). |
HOOFDSTUK XII. - Eindbepalingen | HOOFDSTUK XII. - Eindbepalingen |
Art. 20.De administratieve formaliteiten nodig voor de uitvoering van |
Art. 20.De administratieve formaliteiten nodig voor de uitvoering van |
onderhavige overeenkomst worden door de raad van beheer van het "Fonds | onderhavige overeenkomst worden door de raad van beheer van het "Fonds |
voor bestaanszekerheid voor de vlasbereiding" vastgesteld. De | voor bestaanszekerheid voor de vlasbereiding" vastgesteld. De |
administratieve richtlijnen bepaald door de raad van beheer van het | administratieve richtlijnen bepaald door de raad van beheer van het |
"Fonds voor bestaanszekerheid voor de vlasbereiding" moeten door de | "Fonds voor bestaanszekerheid voor de vlasbereiding" moeten door de |
werkgever worden nageleefd. | werkgever worden nageleefd. |
Art. 21.De algemene interpretatiemoeilijkheden van onderhavige |
Art. 21.De algemene interpretatiemoeilijkheden van onderhavige |
collectieve arbeidsovereenkomst worden door de raad van beheer van het | collectieve arbeidsovereenkomst worden door de raad van beheer van het |
"Fonds voor bestaanszekerheid voor de vlasbereiding" beslecht in de | "Fonds voor bestaanszekerheid voor de vlasbereiding" beslecht in de |
geest van en refererend naar de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 | geest van en refererend naar de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 |
van de Nationale Arbeidsraad. | van de Nationale Arbeidsraad. |
Art. 22.De ondertekenende partijen vragen dat deze collectieve |
Art. 22.De ondertekenende partijen vragen dat deze collectieve |
arbeidsovereenkomst algemeen verbindend zou verklaard worden per | arbeidsovereenkomst algemeen verbindend zou verklaard worden per |
koninklijk besluit. | koninklijk besluit. |
Art. 23.Onderhavige overeenkomst is van toepassing vanaf 1 januari |
Art. 23.Onderhavige overeenkomst is van toepassing vanaf 1 januari |
2019 tot en met 31 december 2020. | 2019 tot en met 31 december 2020. |
In afwijking hiervan is het artikel 4 van toepassing voor onbepaalde | In afwijking hiervan is het artikel 4 van toepassing voor onbepaalde |
duur. De bepalingen welke voor onbepaalde duur gelden, kunnen opgezegd | duur. De bepalingen welke voor onbepaalde duur gelden, kunnen opgezegd |
worden door elk van de ondertekenende partijen mits inachtneming van | worden door elk van de ondertekenende partijen mits inachtneming van |
een opzeggingstermijn van drie maanden per aangetekend schrijven aan | een opzeggingstermijn van drie maanden per aangetekend schrijven aan |
de voorzitter van het paritair subcomité en aan de ondertekenende | de voorzitter van het paritair subcomité en aan de ondertekenende |
partijen. | partijen. |
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 29 | Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 29 |
september 2019. | september 2019. |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
W. BEKE | W. BEKE |