Koninklijk besluit tot vaststelling voor de ondernemingen die onder het Paritair Comité voor de ijzernijverheid ressorteren, van de opzeggingstermijnen voor de ontslagen bejaarde werklieden die onder de toepassing vallen van de bepalingen van het koninklijk besluit van 7 december 1992 betreffende de toekenning van werkloosheidsuitkeringen in geval van conventioneel brugpensioen | Koninklijk besluit tot vaststelling voor de ondernemingen die onder het Paritair Comité voor de ijzernijverheid ressorteren, van de opzeggingstermijnen voor de ontslagen bejaarde werklieden die onder de toepassing vallen van de bepalingen van het koninklijk besluit van 7 december 1992 betreffende de toekenning van werkloosheidsuitkeringen in geval van conventioneel brugpensioen |
---|---|
MINISTERIE VAN TEWERKSTELLING EN ARBEID | MINISTERIE VAN TEWERKSTELLING EN ARBEID |
29 APRIL 2001. - Koninklijk besluit tot vaststelling voor de | 29 APRIL 2001. - Koninklijk besluit tot vaststelling voor de |
ondernemingen die onder het Paritair Comité voor de ijzernijverheid | ondernemingen die onder het Paritair Comité voor de ijzernijverheid |
ressorteren, van de opzeggingstermijnen voor de ontslagen bejaarde | ressorteren, van de opzeggingstermijnen voor de ontslagen bejaarde |
werklieden die onder de toepassing vallen van de bepalingen van het | werklieden die onder de toepassing vallen van de bepalingen van het |
koninklijk besluit van 7 december 1992 betreffende de toekenning van | koninklijk besluit van 7 december 1992 betreffende de toekenning van |
werkloosheidsuitkeringen in geval van conventioneel brugpensioen (1) | werkloosheidsuitkeringen in geval van conventioneel brugpensioen (1) |
ALBERT II, Koning der Belgen, | ALBERT II, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, | Gelet op de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, |
inzonderheid op artikel 61, § 1, gewijzigd bij de wet van 20 juli | inzonderheid op artikel 61, § 1, gewijzigd bij de wet van 20 juli |
1991; | 1991; |
Gelet op het koninklijk besluit van 18 juli 1973 tot vaststelling van | Gelet op het koninklijk besluit van 18 juli 1973 tot vaststelling van |
de opzeggingstermijnen voor de ondernemingen die onder het Nationaal | de opzeggingstermijnen voor de ondernemingen die onder het Nationaal |
Paritair Comité voor de ijzernijverheid ressorteren; | Paritair Comité voor de ijzernijverheid ressorteren; |
Gelet op het voorstel van het Paritair Comité voor de ijzernijverheid; | Gelet op het voorstel van het Paritair Comité voor de ijzernijverheid; |
Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari | Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari |
1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen door de wet van 4 juli | 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen door de wet van 4 juli |
1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996; | 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996; |
Gelet op de dringende noodzakelijkheid; | Gelet op de dringende noodzakelijkheid; |
Overwegende dat er, om economische en sociale redenen en in het belang | Overwegende dat er, om economische en sociale redenen en in het belang |
van de werklieden van de ondernemingen die onder het Paritair Comité | van de werklieden van de ondernemingen die onder het Paritair Comité |
voor de ijzernijverheid ressorteren, aanleiding toe bestaat de | voor de ijzernijverheid ressorteren, aanleiding toe bestaat de |
afwijking op de opzeggingstermijnen, zoals ze door het koninklijk | afwijking op de opzeggingstermijnen, zoals ze door het koninklijk |
besluit van 18 juli 1973 zijn vastgesteld, dringend te verlengen, | besluit van 18 juli 1973 zijn vastgesteld, dringend te verlengen, |
teneinde de ontslagen bejaarde werklieden vlugger te laten genieten | teneinde de ontslagen bejaarde werklieden vlugger te laten genieten |
van de aanvullende vergoeding voor sommige bejaarde werknemers; | van de aanvullende vergoeding voor sommige bejaarde werknemers; |
Op de voordracht van Onze Minister van Werkgelegenheid, | Op de voordracht van Onze Minister van Werkgelegenheid, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.Dit besluit is van toepassing op de werkgevers van de |
Artikel 1.Dit besluit is van toepassing op de werkgevers van de |
ondernemingen die onder het Paritair Comité voor de ijzernijverheid | ondernemingen die onder het Paritair Comité voor de ijzernijverheid |
ressorteren en op de bejaarde werklieden die zij tewerkstellen en die | ressorteren en op de bejaarde werklieden die zij tewerkstellen en die |
onder de toepassing vallen van de bepalingen van het koninklijk | onder de toepassing vallen van de bepalingen van het koninklijk |
besluit van 7 december 1992 betreffende de toekenning van | besluit van 7 december 1992 betreffende de toekenning van |
werkloosheidsuitkeringen in geval van conventioneel brugpensioen. | werkloosheidsuitkeringen in geval van conventioneel brugpensioen. |
Art. 2.In afwijking van de bepalingen van artikel 2 van het |
Art. 2.In afwijking van de bepalingen van artikel 2 van het |
koninklijk besluit van 18 juli 1973 tot vaststelling van de | koninklijk besluit van 18 juli 1973 tot vaststelling van de |
opzeggingstermijnen voor de ondernemingen die onder het Nationaal | opzeggingstermijnen voor de ondernemingen die onder het Nationaal |
Paritair Comité voor de ijzernijverheid ressorteren, wordt de | Paritair Comité voor de ijzernijverheid ressorteren, wordt de |
opzeggingstermijn op achtentwintig dagen vastgesteld, ongeacht de | opzeggingstermijn op achtentwintig dagen vastgesteld, ongeacht de |
anciënniteit van de werkman, wanneer de opzegging wordt gegeven door | anciënniteit van de werkman, wanneer de opzegging wordt gegeven door |
de werkgever aan bij artikel 1 bedoelde werklieden die afgedankt zijn | de werkgever aan bij artikel 1 bedoelde werklieden die afgedankt zijn |
om een overschot aan personeel in een onderneming weg te werken. | om een overschot aan personeel in een onderneming weg te werken. |
Art. 3.De opzeggingen, betekend voor de inwerkingtreding van dit |
Art. 3.De opzeggingen, betekend voor de inwerkingtreding van dit |
besluit, blijven hun gevolgen behouden. | besluit, blijven hun gevolgen behouden. |
Art. 4.Dit besluit treedt in werking op 1 juli 2001 en treedt buiten |
Art. 4.Dit besluit treedt in werking op 1 juli 2001 en treedt buiten |
werking op 1 juli 2003. | werking op 1 juli 2003. |
Art. 5.Onze Minister van Werkgelegenheid is belast met de uitvoering |
Art. 5.Onze Minister van Werkgelegenheid is belast met de uitvoering |
van dit besluit. | van dit besluit. |
Gegeven te Brussel, 29 april 2001. | Gegeven te Brussel, 29 april 2001. |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Werkgelegenheid, | De Minister van Werkgelegenheid, |
Mevr. L. ONKELINX | Mevr. L. ONKELINX |
_______ | _______ |
Nota | Nota |
(1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad : | (1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad : |
Wet van 3 juli 1978, Belgisch Staatsblad van 22 augustus 1978. | Wet van 3 juli 1978, Belgisch Staatsblad van 22 augustus 1978. |
Wet van 20 juli 1991,Belgisch Staatsblad van 1 augustus 1991. | Wet van 20 juli 1991,Belgisch Staatsblad van 1 augustus 1991. |