Koninklijk besluit tot vaststelling van de opzeggingstermijnen voor de ondernemingen die onder het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid ressorteren (1) | Koninklijk besluit tot vaststelling van de opzeggingstermijnen voor de ondernemingen die onder het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid ressorteren (1) |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG | FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG |
26 JANUARI 2012. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de | 26 JANUARI 2012. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de |
opzeggingstermijnen voor de ondernemingen die onder het Paritair | opzeggingstermijnen voor de ondernemingen die onder het Paritair |
Comité voor de scheikundige nijverheid ressorteren (PC 116) (1) | Comité voor de scheikundige nijverheid ressorteren (PC 116) (1) |
ALBERT II, Koning der Belgen, | ALBERT II, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, | Gelet op de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, |
artikel 61, § 1, genummerd bij de wet van 20 juli 1991; | artikel 61, § 1, genummerd bij de wet van 20 juli 1991; |
Gelet op het koninklijk besluit van 10 augustus 2009 tot vaststelling | Gelet op het koninklijk besluit van 10 augustus 2009 tot vaststelling |
van de opzeggingstermijnen voor de ondernemingen die onder het | van de opzeggingstermijnen voor de ondernemingen die onder het |
Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid ressorteren (PC 116); | Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid ressorteren (PC 116); |
Gelet op het voorstel van het Paritair Comité voor de scheikundige | Gelet op het voorstel van het Paritair Comité voor de scheikundige |
nijverheid van 4 mei 2011; | nijverheid van 4 mei 2011; |
Gelet op advies 49.889/1 van de Raad van State, gegeven op 5 juli | Gelet op advies 49.889/1 van de Raad van State, gegeven op 5 juli |
2011, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de | 2011, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de |
wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; | wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; |
Op de voordracht van de Minister van Werk, | Op de voordracht van de Minister van Werk, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.Dit besluit is van toepassing op de werkgevers en op de |
Artikel 1.Dit besluit is van toepassing op de werkgevers en op de |
werklieden van de ondernemingen die onder het Paritair Comité voor de | werklieden van de ondernemingen die onder het Paritair Comité voor de |
scheikundige nijverheid ressorteren. | scheikundige nijverheid ressorteren. |
Art. 2.Voor de toepassing van dit besluit, verstaat men onder |
Art. 2.Voor de toepassing van dit besluit, verstaat men onder |
werklieden, de werklieden en de werksters, met inbegrip van diegene | werklieden, de werklieden en de werksters, met inbegrip van diegene |
waarop artikel 65/1 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de | waarop artikel 65/1 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de |
arbeidsovereenkomsten van toepassing is. | arbeidsovereenkomsten van toepassing is. |
Art. 3.§ 1. In afwijking van de bepalingen van artikel 59, tweede en |
Art. 3.§ 1. In afwijking van de bepalingen van artikel 59, tweede en |
derde lid, van de wet van 3 juli 1978 betreffende de | derde lid, van de wet van 3 juli 1978 betreffende de |
arbeidsovereenkomsten wordt, wanneer de opzegging van de werkgever | arbeidsovereenkomsten wordt, wanneer de opzegging van de werkgever |
uitgaat, de te geven opzeggingstermijn bij het beëindigen van de | uitgaat, de te geven opzeggingstermijn bij het beëindigen van de |
arbeidsovereenkomst voor werklieden, gesloten voor onbepaalde tijd, | arbeidsovereenkomst voor werklieden, gesloten voor onbepaalde tijd, |
vastgesteld op : | vastgesteld op : |
- tweeënveertig dagen wat de werklieden betreft die tussen zes maanden | - tweeënveertig dagen wat de werklieden betreft die tussen zes maanden |
en minder dan vijf jaren anciënniteit in de onderneming tellen; | en minder dan vijf jaren anciënniteit in de onderneming tellen; |
- drieënzestig dagen wat de werklieden betreft die tussen vijf en | - drieënzestig dagen wat de werklieden betreft die tussen vijf en |
minder dan tien jaren anciënniteit in de onderneming tellen; | minder dan tien jaren anciënniteit in de onderneming tellen; |
- honderd negentien dagen wat de werklieden betreft die tussen tien en | - honderd negentien dagen wat de werklieden betreft die tussen tien en |
minder dan vijftien jaren anciënniteit in de onderneming tellen; | minder dan vijftien jaren anciënniteit in de onderneming tellen; |
- honderd zevenenveertig dagen wat de werklieden betreft die tussen | - honderd zevenenveertig dagen wat de werklieden betreft die tussen |
vijftien en minder dan twintig jaren anciënniteit in de onderneming | vijftien en minder dan twintig jaren anciënniteit in de onderneming |
tellen; | tellen; |
- honderd negenentachtig dagen wat de werklieden betreft die tussen | - honderd negenentachtig dagen wat de werklieden betreft die tussen |
twintig en minder dan vijfentwintig jaren anciënniteit in de | twintig en minder dan vijfentwintig jaren anciënniteit in de |
onderneming tellen; | onderneming tellen; |
- tweehonderd vijfenveertig dagen wat de werklieden betreft die | - tweehonderd vijfenveertig dagen wat de werklieden betreft die |
vijfentwintig of meer jaren anciënniteit in de onderneming tellen. | vijfentwintig of meer jaren anciënniteit in de onderneming tellen. |
§ 2. In geval van ontslag met het oog op brugpensioen gelden de | § 2. In geval van ontslag met het oog op brugpensioen gelden de |
opzeggingstermijnen zoals bepaald in artikel 59 van de wet van 3 juli | opzeggingstermijnen zoals bepaald in artikel 59 van de wet van 3 juli |
1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten. | 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten. |
Art. 4.De opzeggingen betekend vóór de inwerkingtreding van dit |
Art. 4.De opzeggingen betekend vóór de inwerkingtreding van dit |
besluit blijven al hun gevolgen behouden. | besluit blijven al hun gevolgen behouden. |
Art. 5.Het koninklijk besluit van 10 augustus 2009 tot vaststelling |
Art. 5.Het koninklijk besluit van 10 augustus 2009 tot vaststelling |
van de opzeggingstermijnen voor de ondernemingen die onder het | van de opzeggingstermijnen voor de ondernemingen die onder het |
Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid ressorteren (PC 116), | Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid ressorteren (PC 116), |
wordt opgeheven. | wordt opgeheven. |
Art. 6.De Minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van |
Art. 6.De Minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van |
dit besluit. | dit besluit. |
Gegeven te Brussel, 26 januari 2012. | Gegeven te Brussel, 26 januari 2012. |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
Mevr. D. DE CONINCK | Mevr. D. DE CONINCK |
_______ | _______ |
Nota | Nota |
(1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad : | (1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad : |
Wet van 3 juli 1978, Belgisch Staatsblad van 22 augustus 1978. | Wet van 3 juli 1978, Belgisch Staatsblad van 22 augustus 1978. |
Wet van 20 juli 1991, Belgisch Staatsblad van 1 augustus 1991. | Wet van 20 juli 1991, Belgisch Staatsblad van 1 augustus 1991. |