Koninklijk besluit tot vaststelling van de opzeggingstermijnen in de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Subcomité voor de terugwinning van metalen (1) | Koninklijk besluit tot vaststelling van de opzeggingstermijnen in de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Subcomité voor de terugwinning van metalen (1) |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG | FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG |
26 AUGUSTUS 2003. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de | 26 AUGUSTUS 2003. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de |
opzeggingstermijnen in de ondernemingen die ressorteren onder het | opzeggingstermijnen in de ondernemingen die ressorteren onder het |
Paritair Subcomité voor de terugwinning van metalen (P.C. 142.01) (1) | Paritair Subcomité voor de terugwinning van metalen (P.C. 142.01) (1) |
ALBERT II, Koning der Belgen, | ALBERT II, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, | Gelet op de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, |
inzonderheid op artikel 61, § 1, gewijzigd bij de wet van 20 juli | inzonderheid op artikel 61, § 1, gewijzigd bij de wet van 20 juli |
1991; | 1991; |
Gelet op het Koninklijk besluit van 12 november 1974 tot vaststelling | Gelet op het Koninklijk besluit van 12 november 1974 tot vaststelling |
van de opzeggingstermijnen in de ondernemingen die ressorteren onder | van de opzeggingstermijnen in de ondernemingen die ressorteren onder |
het Paritair Subcomité voor de terugwinning van metalen; | het Paritair Subcomité voor de terugwinning van metalen; |
Gelet op het voorstel van het Paritair Subcomité voor de terugwinning | Gelet op het voorstel van het Paritair Subcomité voor de terugwinning |
van metalen; | van metalen; |
Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari | Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari |
1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen door de wet van 4 juli | 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen door de wet van 4 juli |
1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996; | 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996; |
Gelet op de dringende noodzakelijkheid; | Gelet op de dringende noodzakelijkheid; |
Overwegende dat er aanleiding toe bestaat zonder uitstel de | Overwegende dat er aanleiding toe bestaat zonder uitstel de |
opzeggingstermijnen te wijzigen in het belang van de werklieden van de | opzeggingstermijnen te wijzigen in het belang van de werklieden van de |
ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Subcomité voor de | ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Subcomité voor de |
terugwinning van metalen die een belangrijke anciënniteit tellen en om | terugwinning van metalen die een belangrijke anciënniteit tellen en om |
sociale redenen; | sociale redenen; |
Op de voordracht van Onze Minister van Werk, | Op de voordracht van Onze Minister van Werk, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.Dit besluit is van toepassing op de werkgevers en op de |
Artikel 1.Dit besluit is van toepassing op de werkgevers en op de |
werklieden van de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair | werklieden van de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair |
Subcomité voor de terugwinning van metalen. | Subcomité voor de terugwinning van metalen. |
Art. 2.In afwijking van de bepalingen van artikel 59, tweede en derde |
Art. 2.In afwijking van de bepalingen van artikel 59, tweede en derde |
lid, van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, | lid, van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, |
wordt de te geven opzeggingstermijn bij het beëindigen van de | wordt de te geven opzeggingstermijn bij het beëindigen van de |
arbeidsovereenkomst voor werklieden, gesloten voor onbepaalde tijd, | arbeidsovereenkomst voor werklieden, gesloten voor onbepaalde tijd, |
vastgesteld op : | vastgesteld op : |
- vijf weken wanneer de opzegging van de werkgever uitgaat en twee | - vijf weken wanneer de opzegging van de werkgever uitgaat en twee |
weken wanneer de opzegging van de werknemer uitgaat, wat de werklieden | weken wanneer de opzegging van de werknemer uitgaat, wat de werklieden |
betreft die minder dan vijf jaren ononderbroken in dezelfde | betreft die minder dan vijf jaren ononderbroken in dezelfde |
onderneming in dienst zijn gebleven; | onderneming in dienst zijn gebleven; |
- zes weken wanneer de opzegging van de werkgever uitgaat en twee | - zes weken wanneer de opzegging van de werkgever uitgaat en twee |
weken wanneer de opzegging van de werknemer uitgaat, wat de werklieden | weken wanneer de opzegging van de werknemer uitgaat, wat de werklieden |
betreft die tussen vijf en minder dan tien jaren ononderbroken in | betreft die tussen vijf en minder dan tien jaren ononderbroken in |
dezelfde onderneming in dienst zijn gebleven; | dezelfde onderneming in dienst zijn gebleven; |
- acht weken wanneer de opzegging van de werkgever uitgaat en drie | - acht weken wanneer de opzegging van de werkgever uitgaat en drie |
weken wanneer de opzegging van de werknemer uitgaat, wat de werklieden | weken wanneer de opzegging van de werknemer uitgaat, wat de werklieden |
betreft die tussen tien en minder dan vijftien jaren ononderbroken in | betreft die tussen tien en minder dan vijftien jaren ononderbroken in |
dezelfde onderneming in dienst zijn gebleven; | dezelfde onderneming in dienst zijn gebleven; |
- twaalf weken wanneer de opzegging van de werkgever uitgaat en drie | - twaalf weken wanneer de opzegging van de werkgever uitgaat en drie |
weken wanneer de opzegging van de werknemer uitgaat, wat de werklieden | weken wanneer de opzegging van de werknemer uitgaat, wat de werklieden |
betreft die tussen vijftien en minder dan twintig jaren ononderbroken | betreft die tussen vijftien en minder dan twintig jaren ononderbroken |
in dezelfde onderneming in dienst zijn gebleven; | in dezelfde onderneming in dienst zijn gebleven; |
- zestien weken wanneer de opzegging van de werkgever uitgaat en vier | - zestien weken wanneer de opzegging van de werkgever uitgaat en vier |
weken wanneer de opzegging van de werknemer uitgaat, wat de werklieden | weken wanneer de opzegging van de werknemer uitgaat, wat de werklieden |
betreft die ten minste twintig jaren ononderbroken in dezelfde | betreft die ten minste twintig jaren ononderbroken in dezelfde |
onderneming in dienst zijn gebleven. | onderneming in dienst zijn gebleven. |
Art. 3.In geval van opzegging met het oog op brugpensioen gelden de |
Art. 3.In geval van opzegging met het oog op brugpensioen gelden de |
opzeggingstermijnen zoals bepaald in artikel 59, tweede en derde lid, | opzeggingstermijnen zoals bepaald in artikel 59, tweede en derde lid, |
van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten. | van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten. |
Art. 4.Het koninklijk besluit van 12 november 1974 tot vaststelling |
Art. 4.Het koninklijk besluit van 12 november 1974 tot vaststelling |
van de opzeggingstermijnen in de ondernemingen die ressorteren onder | van de opzeggingstermijnen in de ondernemingen die ressorteren onder |
het Paritair Subcomité voor de terugwinning van metalen wordt | het Paritair Subcomité voor de terugwinning van metalen wordt |
opgeheven. | opgeheven. |
Art. 5.De opzeggingen betekend voor de inwerkingtreding van dit |
Art. 5.De opzeggingen betekend voor de inwerkingtreding van dit |
besluit blijven al hun gevolgen behouden. | besluit blijven al hun gevolgen behouden. |
Art. 6.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het |
Art. 6.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het |
Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. | Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. |
Art. 7.Onze Minister van Werk is belast met de uitvoering van dit |
Art. 7.Onze Minister van Werk is belast met de uitvoering van dit |
besluit. | besluit. |
Gegeven te Châteauneuf-de-Grasse, 26 augustus 2003. | Gegeven te Châteauneuf-de-Grasse, 26 augustus 2003. |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
F. VANDENBROUCKE | F. VANDENBROUCKE |
_______ | _______ |
Nota | Nota |
(1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad : | (1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad : |
Wet van 3 juli 1978, Belgisch Staatsblad van 22 augustus 1978. | Wet van 3 juli 1978, Belgisch Staatsblad van 22 augustus 1978. |
Wet van 20 juli 1991, Belgisch Staatsblad van 1 augustus 1991. | Wet van 20 juli 1991, Belgisch Staatsblad van 1 augustus 1991. |