Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 10 juli 1997, gesloten in het Paritair Subcomité voor de elektriciens : installatie en distributie, betreffende de werkzekerheid | Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 10 juli 1997, gesloten in het Paritair Subcomité voor de elektriciens : installatie en distributie, betreffende de werkzekerheid |
---|---|
MINISTERIE VAN TEWERKSTELLING EN ARBEID | MINISTERIE VAN TEWERKSTELLING EN ARBEID |
25 JANUARI 2000. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend | 25 JANUARI 2000. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend |
wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 10 juli 1997, | wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 10 juli 1997, |
gesloten in het Paritair Subcomité voor de elektriciens : installatie | gesloten in het Paritair Subcomité voor de elektriciens : installatie |
en distributie, betreffende de werkzekerheid (1) | en distributie, betreffende de werkzekerheid (1) |
ALBERT II, Koning der Belgen, | ALBERT II, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve | Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve |
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel | arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel |
28; | 28; |
Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor de elektriciens : | Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor de elektriciens : |
installatie en distributie; | installatie en distributie; |
Op de voordracht van Onze Minister van Werkgelegenheid, | Op de voordracht van Onze Minister van Werkgelegenheid, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 10 juli 1997, gesloten | overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 10 juli 1997, gesloten |
in het Paritair Subcomité voor de elektriciens : installatie en | in het Paritair Subcomité voor de elektriciens : installatie en |
distributie, betreffende de werkzekerheid. | distributie, betreffende de werkzekerheid. |
Art. 2.Onze Minister van Werkgelegenheid is belast met de uitvoering |
Art. 2.Onze Minister van Werkgelegenheid is belast met de uitvoering |
van dit besluit. | van dit besluit. |
Gegeven te Brussel, 25 januari 2000. | Gegeven te Brussel, 25 januari 2000. |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Werkgelegenheid, | De Minister van Werkgelegenheid, |
Mevr. L. ONKELINX | Mevr. L. ONKELINX |
_______ | _______ |
Nota | Nota |
(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : | (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : |
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. | Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. |
Bijlage | Bijlage |
Paritair Subcomité voor de elektriciens : installatie en distributie | Paritair Subcomité voor de elektriciens : installatie en distributie |
Collectieve arbeidsovereenkomst van 10 juli 1997 | Collectieve arbeidsovereenkomst van 10 juli 1997 |
Werkzekerheid | Werkzekerheid |
(Overeenkomst geregistreerd op 29 januari 1998 onder het nummer | (Overeenkomst geregistreerd op 29 januari 1998 onder het nummer |
46976/CO/149.01) | 46976/CO/149.01) |
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied | HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied |
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op |
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op |
de werkgevers en werklieden van de ondernemingen die ressorteren onder | de werkgevers en werklieden van de ondernemingen die ressorteren onder |
het Paritair Subcomité voor de elektriciens : installatie en | het Paritair Subcomité voor de elektriciens : installatie en |
distributie. Voor de toepassing van deze collectieve | distributie. Voor de toepassing van deze collectieve |
arbeidsovereenkomst wordt onder "werklieden" verstaan : de werklieden | arbeidsovereenkomst wordt onder "werklieden" verstaan : de werklieden |
en de werksters. | en de werksters. |
HOOFDSTUK II. - Voorwerp | HOOFDSTUK II. - Voorwerp |
Sectie 1. - Principe. | Sectie 1. - Principe. |
Art. 2.Voor de duur van deze collectieve arbeidsovereenkomst zal in |
Art. 2.Voor de duur van deze collectieve arbeidsovereenkomst zal in |
geen enkele onderneming overgegaan worden tot meervoudig ontslag | geen enkele onderneming overgegaan worden tot meervoudig ontslag |
vooraleer andere tewerkstellingsbehoudende maatregelen - met inbegrip | vooraleer andere tewerkstellingsbehoudende maatregelen - met inbegrip |
van tijdelijke werkloosheid - uitgeput zijn en vooraleer de | van tijdelijke werkloosheid - uitgeput zijn en vooraleer de |
mogelijkheid tot beroepsopleiding voor de getroffen werklieden werd | mogelijkheid tot beroepsopleiding voor de getroffen werklieden werd |
onderzocht. Voor de werklieden ouder dan 45 jaar wordt prioritair naar | onderzocht. Voor de werklieden ouder dan 45 jaar wordt prioritair naar |
tewerkstellingsbehoudende maatregelen gezocht. | tewerkstellingsbehoudende maatregelen gezocht. |
Sectie 2. - Definities. | Sectie 2. - Definities. |
Art. 3.Als "ontslag" wordt beschouwd : elk ontslag, met uitzondering |
Art. 3.Als "ontslag" wordt beschouwd : elk ontslag, met uitzondering |
van het ontslag om dringende redenen en het ontslag met het oog op het | van het ontslag om dringende redenen en het ontslag met het oog op het |
brugpensioen. | brugpensioen. |
Art. 4.Als "meervoudig" ontslag wordt beschouwd : een ontslag van ten |
Art. 4.Als "meervoudig" ontslag wordt beschouwd : een ontslag van ten |
minste 3 werklieden in ondernemingen met 29 werknemers en minder, van | minste 3 werklieden in ondernemingen met 29 werknemers en minder, van |
tenminste 5 werklieden in ondernemingen van 30 tot 59 werknemers en | tenminste 5 werklieden in ondernemingen van 30 tot 59 werknemers en |
van tenminste 8 werklieden in ondernemingen met 60 werknemers en meer, | van tenminste 8 werklieden in ondernemingen met 60 werknemers en meer, |
dit alles in de loop van een periode van zestig kalenderdagen. | dit alles in de loop van een periode van zestig kalenderdagen. |
Sectie 3. - Procedure. | Sectie 3. - Procedure. |
Art. 5.Wanneer zich onvoorzienbare en onvoorziene economische en/of |
Art. 5.Wanneer zich onvoorzienbare en onvoorziene economische en/of |
financiële omstandigheden zouden voordoen waardoor bijvoorbeeld | financiële omstandigheden zouden voordoen waardoor bijvoorbeeld |
tijdelijke werkloosheid of andere equivalente maatregelen | tijdelijke werkloosheid of andere equivalente maatregelen |
sociaal-economisch onhoudbaar worden, wordt de volgende sectorale | sociaal-economisch onhoudbaar worden, wordt de volgende sectorale |
overlegprocedure - tijdens de die niet tot ontslag kan worden | overlegprocedure - tijdens de die niet tot ontslag kan worden |
overgegaan - nageleefd : | overgegaan - nageleefd : |
1. Wanneer de werkgever voornemens is over te gaan tot ontslag van | 1. Wanneer de werkgever voornemens is over te gaan tot ontslag van |
meerdere werknemers, dat als meervoudig ontslag kan worden beschouwd, | meerdere werknemers, dat als meervoudig ontslag kan worden beschouwd, |
licht hij voorafgaandelijk de ondernemingsraad of, bij ontstentenis, | licht hij voorafgaandelijk de ondernemingsraad of, bij ontstentenis, |
de vakbondsafvaardiging in. In geval er geen ondernemingsraad of | de vakbondsafvaardiging in. In geval er geen ondernemingsraad of |
vakbondsafvaardiging bestaat, licht hij voorafgaandelijk en | vakbondsafvaardiging bestaat, licht hij voorafgaandelijk en |
individueel de betrokken werknemers schriftelijk in. | individueel de betrokken werknemers schriftelijk in. |
2. Binnen de vijftien kalenderdagen na de informatie aan de syndicale | 2. Binnen de vijftien kalenderdagen na de informatie aan de syndicale |
vertegenwoordigers van de werklieden dienen partijen op | vertegenwoordigers van de werklieden dienen partijen op |
ondernemingsvlak de besprekingen te starten over de maatregelen die | ondernemingsvlak de besprekingen te starten over de maatregelen die |
ter zake kunnen worden genomen. Indien dit overleg niet tot een | ter zake kunnen worden genomen. Indien dit overleg niet tot een |
oplossing leidt, dan wordt binnen de acht kalenderdagen na het | oplossing leidt, dan wordt binnen de acht kalenderdagen na het |
vaststellen van een niet-akkoord op ondernemingsvlak, beroep gedaan op | vaststellen van een niet-akkoord op ondernemingsvlak, beroep gedaan op |
het verzoeningsbureau op initiatief van de meest gerede partij. | het verzoeningsbureau op initiatief van de meest gerede partij. |
3. In geval er geen ondernemingsraad of vakbondsafvaardiging bestaat | 3. In geval er geen ondernemingsraad of vakbondsafvaardiging bestaat |
in de onderneming, onderhandelen de werkgever en de individuele | in de onderneming, onderhandelen de werkgever en de individuele |
arbeiders over de maatregelen die ter zake moeten genomen worden. | arbeiders over de maatregelen die ter zake moeten genomen worden. |
Indien dit overleg niet tot een oplossing leidt, dan wordt binnen de 8 | Indien dit overleg niet tot een oplossing leidt, dan wordt binnen de 8 |
kalenderdagen na het vaststellen van een niet-akkoord beroep gedaan op | kalenderdagen na het vaststellen van een niet-akkoord beroep gedaan op |
het verzoeningsbureau op initiatief van de meest gerede partij. | het verzoeningsbureau op initiatief van de meest gerede partij. |
Deze procedure is eveneens van toepassing bij faillissement. | Deze procedure is eveneens van toepassing bij faillissement. |
Sectie 4. - Sanctie. | Sectie 4. - Sanctie. |
Art. 6.Bij niet-naleving van de procedure bepaald in artikel 5, dient |
Art. 6.Bij niet-naleving van de procedure bepaald in artikel 5, dient |
de in gebreke zijnde werkgever, naast de normale opzeggingstermijn, | de in gebreke zijnde werkgever, naast de normale opzeggingstermijn, |
aan de betrokken werknemers een vergoeding te betalen. | aan de betrokken werknemers een vergoeding te betalen. |
Deze vergoeding is gelijk aan tweemaal het loon verschuldigd voor de | Deze vergoeding is gelijk aan tweemaal het loon verschuldigd voor de |
genoemde opzeggingstermijn. | genoemde opzeggingstermijn. |
In geval van betwisting wordt beroep gedaan op het verzoeningsbureau | In geval van betwisting wordt beroep gedaan op het verzoeningsbureau |
op vraag van de meest gerede partij. | op vraag van de meest gerede partij. |
De afwezigheid van een werkgever op de in deze procedure voorziene | De afwezigheid van een werkgever op de in deze procedure voorziene |
bijeenkomst van het verzoeningsbureau wordt beschouwd als een | bijeenkomst van het verzoeningsbureau wordt beschouwd als een |
niet-naleving van de bovenstaande procedure. De werkgever kan zich | niet-naleving van de bovenstaande procedure. De werkgever kan zich |
laten vertegenwoordigen door een bevoegde afgevaardigde behorende tot | laten vertegenwoordigen door een bevoegde afgevaardigde behorende tot |
zijn onderneming. | zijn onderneming. |
De sanctie is eveneens van toepassing op de werkgever die een unaniem | De sanctie is eveneens van toepassing op de werkgever die een unaniem |
advies van het verzoeningsbureau niet toepast. | advies van het verzoeningsbureau niet toepast. |
HOOFDSTUK III. - Geldigheid | HOOFDSTUK III. - Geldigheid |
Art. 7.Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking met |
Art. 7.Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking met |
ingang van 1 januari 1997 en houdt op van kracht te zijn op 30 juni | ingang van 1 januari 1997 en houdt op van kracht te zijn op 30 juni |
1999. | 1999. |
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 25 januari | Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 25 januari |
2000. | 2000. |
De Minister van Werkgelegenheid, | De Minister van Werkgelegenheid, |
Mevr. L. ONKELINX | Mevr. L. ONKELINX |