Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 juni 2019, gesloten in het Paritair Subcomité voor de houthandel, betreffende de inspanning ten voordele van personen die behoren tot de risicogroepen | Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 juni 2019, gesloten in het Paritair Subcomité voor de houthandel, betreffende de inspanning ten voordele van personen die behoren tot de risicogroepen |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG | FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG |
24 NOVEMBER 2019. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend | 24 NOVEMBER 2019. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend |
wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 juni 2019, | wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 juni 2019, |
gesloten in het Paritair Subcomité voor de houthandel, betreffende de | gesloten in het Paritair Subcomité voor de houthandel, betreffende de |
inspanning ten voordele van personen die behoren tot de risicogroepen | inspanning ten voordele van personen die behoren tot de risicogroepen |
(1) | (1) |
FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen | FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen |
zullen, Onze Groet. | zullen, Onze Groet. |
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve | Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve |
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel | arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel |
28; | 28; |
Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor de houthandel; | Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor de houthandel; |
Op de voordracht van de Minister van Werk, | Op de voordracht van de Minister van Werk, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 27 juni 2019, gesloten | overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 27 juni 2019, gesloten |
in het Paritair Subcomité voor de houthandel, betreffende de | in het Paritair Subcomité voor de houthandel, betreffende de |
inspanning ten voordele van personen die behoren tot de risicogroepen. | inspanning ten voordele van personen die behoren tot de risicogroepen. |
Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van |
Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van |
dit besluit. | dit besluit. |
Gegeven te Brussel, 24 november 2019. | Gegeven te Brussel, 24 november 2019. |
FILIP | FILIP |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
N. MUYLLE | N. MUYLLE |
_______ | _______ |
Nota | Nota |
(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : | (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : |
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. | Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. |
Bijlage | Bijlage |
Paritair Subcomité voor de houthandel | Paritair Subcomité voor de houthandel |
Collectieve arbeidsovereenkomst van 27 juni 2019 | Collectieve arbeidsovereenkomst van 27 juni 2019 |
Inspanning ten voordele van personen die behoren tot de risicogroepen | Inspanning ten voordele van personen die behoren tot de risicogroepen |
(Overeenkomst geregistreerd op 29 juli 2019 onder het nummer | (Overeenkomst geregistreerd op 29 juli 2019 onder het nummer |
152940/CO/125.03) | 152940/CO/125.03) |
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied | HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied |
Art. 3.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de |
Art. 3.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de |
werkgevers en de werklieden die ressorteren onder het Paritair | werkgevers en de werklieden die ressorteren onder het Paritair |
Subcomité voor de houthandel. | Subcomité voor de houthandel. |
Met "werklieden" bedoelt men : de arbeiders en arbeidsters. | Met "werklieden" bedoelt men : de arbeiders en arbeidsters. |
HOOFDSTUK II. - Juridisch kader | HOOFDSTUK II. - Juridisch kader |
Art. 4.Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten in |
Art. 4.Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten in |
toepassing van afdeling 1 van hoofdstuk VIII van titel XIII van de wet | toepassing van afdeling 1 van hoofdstuk VIII van titel XIII van de wet |
van 27 december 2006 houdende diverse bepalingen (I) en van het | van 27 december 2006 houdende diverse bepalingen (I) en van het |
koninklijk besluit van 19 februari 2013 tot uitvoering van artikel | koninklijk besluit van 19 februari 2013 tot uitvoering van artikel |
189, vierde lid van de wet van 27 december 2006 houdende diverse | 189, vierde lid van de wet van 27 december 2006 houdende diverse |
bepalingen (I). | bepalingen (I). |
HOOFDSTUK III. - Opleidings- en tewerkstellingsinitiatieven ten | HOOFDSTUK III. - Opleidings- en tewerkstellingsinitiatieven ten |
behoeve van personen die behoren tot de risicogroepen | behoeve van personen die behoren tot de risicogroepen |
Art. 5.In toepassing van artikel 3 van zijn statuten, wordt het |
Art. 5.In toepassing van artikel 3 van zijn statuten, wordt het |
"Fonds voor bestaanszekerheid van de houthandel" belast met de | "Fonds voor bestaanszekerheid van de houthandel" belast met de |
uitvoering van deze collectieve arbeidsovereenkomst en met de | uitvoering van deze collectieve arbeidsovereenkomst en met de |
organisatie van opleidings- en tewerkstellingsinitiatieven ten behoeve | organisatie van opleidings- en tewerkstellingsinitiatieven ten behoeve |
van personen die behoren tot de risicogroepen. | van personen die behoren tot de risicogroepen. |
Art. 6.De werkgevers zijn een bijdrage van 0,10 pct. verschuldigd ten |
Art. 6.De werkgevers zijn een bijdrage van 0,10 pct. verschuldigd ten |
gunste van personen behorende tot de risicogroepen. Deze bijdrage is | gunste van personen behorende tot de risicogroepen. Deze bijdrage is |
inbegrepen in de patronale bijdrage aan het "Fonds voor | inbegrepen in de patronale bijdrage aan het "Fonds voor |
bestaanszekerheid van de houthandel". De inning ervan gebeurt door | bestaanszekerheid van de houthandel". De inning ervan gebeurt door |
toedoen van de RSZ. | toedoen van de RSZ. |
Art. 7.Voor de toepassing van dit hoofdstuk worden onder "personen |
Art. 7.Voor de toepassing van dit hoofdstuk worden onder "personen |
die behoren tot de risicogroepen" bedoeld de personen die aan één van | die behoren tot de risicogroepen" bedoeld de personen die aan één van |
de volgende criteria beantwoorden : | de volgende criteria beantwoorden : |
- de laaggeschoolde of onvoldoende geschoolde jongeren; | - de laaggeschoolde of onvoldoende geschoolde jongeren; |
- de werkzoekenden; | - de werkzoekenden; |
- de werklieden van de sector, die door ondernemingen tewerkgesteld | - de werklieden van de sector, die door ondernemingen tewerkgesteld |
zijn die van de tijdelijke werkloosheid wegens economische redenen | zijn die van de tijdelijke werkloosheid wegens economische redenen |
gebruik maken; | gebruik maken; |
- de laaggeschoolde of onvoldoende geschoolde werklieden van de | - de laaggeschoolde of onvoldoende geschoolde werklieden van de |
sector; | sector; |
- de werklieden van de sector die minstens 50 jaar oud zijn; | - de werklieden van de sector die minstens 50 jaar oud zijn; |
- de werklieden met een handicap; | - de werklieden met een handicap; |
- de werklieden van de sector wiens beroepsclassificatie aan de | - de werklieden van de sector wiens beroepsclassificatie aan de |
technische vooruitgang niet meer is aangepast of het risico lopen het | technische vooruitgang niet meer is aangepast of het risico lopen het |
niet meer te zijn. | niet meer te zijn. |
Art. 8.§ 1. Een inspanning van ten minste 0,05 pct. van de loonmassa |
Art. 8.§ 1. Een inspanning van ten minste 0,05 pct. van de loonmassa |
moeten voorbehouden worden aan één of meerdere van de volgende | moeten voorbehouden worden aan één of meerdere van de volgende |
risicogroepen : | risicogroepen : |
1° De werknemers van minstens 50 jaar oud die in de sector werken; | 1° De werknemers van minstens 50 jaar oud die in de sector werken; |
2° De werknemers van minstens 40 jaar oud die in de sector werken en | 2° De werknemers van minstens 40 jaar oud die in de sector werken en |
bedreigd zijn met ontslag : | bedreigd zijn met ontslag : |
a) hetzij doordat hun arbeidsovereenkomst werd opgezegd en de | a) hetzij doordat hun arbeidsovereenkomst werd opgezegd en de |
opzeggingstermijn loopt; | opzeggingstermijn loopt; |
b) hetzij doordat zij tewerkgesteld zijn in een onderneming die erkend | b) hetzij doordat zij tewerkgesteld zijn in een onderneming die erkend |
is als onderneming in moeilijkheden of in herstructurering; | is als onderneming in moeilijkheden of in herstructurering; |
c) hetzij doordat zij tewerkgesteld zijn in een onderneming waar een | c) hetzij doordat zij tewerkgesteld zijn in een onderneming waar een |
collectief ontslag werd aangekondigd; | collectief ontslag werd aangekondigd; |
3° De niet-werkenden en de personen die sinds minder dan een jaar | 3° De niet-werkenden en de personen die sinds minder dan een jaar |
werken en niet-werkend waren op het ogenblik van hun indiensttreding. | werken en niet-werkend waren op het ogenblik van hun indiensttreding. |
Onder "niet-werkenden" wordt verstaan : | Onder "niet-werkenden" wordt verstaan : |
a) de langdurig werkzoekenden, zijnde de personen in het bezit van een | a) de langdurig werkzoekenden, zijnde de personen in het bezit van een |
werkkaart, bedoeld in artikel 13 van het koninklijk besluit van 19 | werkkaart, bedoeld in artikel 13 van het koninklijk besluit van 19 |
december 2001 tot bevordering van de tewerkstelling van langdurig | december 2001 tot bevordering van de tewerkstelling van langdurig |
werkzoekenden; | werkzoekenden; |
b) de uitkeringsgerechtigde werklozen; | b) de uitkeringsgerechtigde werklozen; |
c) de werkzoekenden die laaggeschoold of erg-laaggeschoold zijn in de | c) de werkzoekenden die laaggeschoold of erg-laaggeschoold zijn in de |
zin van artikel 24 van de wet van 24 december 1999 ter bevordering van | zin van artikel 24 van de wet van 24 december 1999 ter bevordering van |
de tewerkstelling; | de tewerkstelling; |
d) de herintreders, zijnde de personen die zich na een onderbreking | d) de herintreders, zijnde de personen die zich na een onderbreking |
van minstens één jaar terug op de arbeidsmarkt begeven; | van minstens één jaar terug op de arbeidsmarkt begeven; |
e) de personen die gerechtigd zijn op maatschappelijke integratie in | e) de personen die gerechtigd zijn op maatschappelijke integratie in |
toepassing van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op | toepassing van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op |
maatschappelijke integratie en personen die gerechtigd zijn op | maatschappelijke integratie en personen die gerechtigd zijn op |
maatschappelijke hulp in toepassing van de organieke wet van 8 juli | maatschappelijke hulp in toepassing van de organieke wet van 8 juli |
1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn; | 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn; |
f) de werknemers die in het bezit zijn van een verminderingskaart | f) de werknemers die in het bezit zijn van een verminderingskaart |
herstructureringen in de zin van het koninklijk besluit van 9 maart | herstructureringen in de zin van het koninklijk besluit van 9 maart |
2006 betreffende het activerend beleid bij herstructureringen; | 2006 betreffende het activerend beleid bij herstructureringen; |
g) de werkzoekenden die niet de nationaliteit van een lidstaat van de | g) de werkzoekenden die niet de nationaliteit van een lidstaat van de |
Europese Unie bezitten, of van wie minstens één van de ouders deze | Europese Unie bezitten, of van wie minstens één van de ouders deze |
nationaliteit niet bezit of niet bezat bij overlijden, of van wie | nationaliteit niet bezit of niet bezat bij overlijden, of van wie |
minstens twee van de grootouders deze nationaliteit niet bezitten of | minstens twee van de grootouders deze nationaliteit niet bezitten of |
niet bezaten bij overlijden; | niet bezaten bij overlijden; |
h) de werkzoekenden die nog geen 26 jaar oud zijn; | h) de werkzoekenden die nog geen 26 jaar oud zijn; |
4° De personen met een verminderde arbeidsgeschiktheid, namelijk : | 4° De personen met een verminderde arbeidsgeschiktheid, namelijk : |
- de personen die voldoen aan de voorwaarden om ingeschreven te worden | - de personen die voldoen aan de voorwaarden om ingeschreven te worden |
in een regionaal agentschap voor personen met een handicap; | in een regionaal agentschap voor personen met een handicap; |
- de personen met een definitieve arbeidsongeschiktheid van minstens | - de personen met een definitieve arbeidsongeschiktheid van minstens |
33 pct.; | 33 pct.; |
- de personen die voldoen aan de medische voorwaarden om recht te | - de personen die voldoen aan de medische voorwaarden om recht te |
hebben op een inkomensvervangende of een integratietegemoetkoming | hebben op een inkomensvervangende of een integratietegemoetkoming |
ingevolge de wet van 27 februari 1987 op de tegemoetkomingen aan | ingevolge de wet van 27 februari 1987 op de tegemoetkomingen aan |
personen met een handicap; | personen met een handicap; |
- de personen die als doelgroepwerknemer tewerkgesteld zijn of waren | - de personen die als doelgroepwerknemer tewerkgesteld zijn of waren |
bij een werkgever die valt onder het toepassingsgebied van het | bij een werkgever die valt onder het toepassingsgebied van het |
Paritair Comité voor de beschutte en de sociale werkplaatsen; | Paritair Comité voor de beschutte en de sociale werkplaatsen; |
- de gehandicapte die het recht op verhoogde kinderbijslag opent op | - de gehandicapte die het recht op verhoogde kinderbijslag opent op |
basis van een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van minstens | basis van een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van minstens |
66 pct.; | 66 pct.; |
- de personen die in het bezit zijn van een attest afgeleverd door de | - de personen die in het bezit zijn van een attest afgeleverd door de |
Algemene Directie Personen met een Handicap van de Federale | Algemene Directie Personen met een Handicap van de Federale |
Overheidsdienst Sociale Zekerheid voor het verstrekken van sociale en | Overheidsdienst Sociale Zekerheid voor het verstrekken van sociale en |
fiscale voordelen; | fiscale voordelen; |
- de persoon met een invaliditeitsuitkering of een uitkering voor | - de persoon met een invaliditeitsuitkering of een uitkering voor |
arbeidsongevallen of beroepsziekten in het kader van programma's tot | arbeidsongevallen of beroepsziekten in het kader van programma's tot |
werkhervatting; | werkhervatting; |
5° De jongeren die nog geen 26 jaar oud zijn en opgeleid worden, | 5° De jongeren die nog geen 26 jaar oud zijn en opgeleid worden, |
hetzij in een stelsel van alternerend leren, hetzij in het kader van | hetzij in een stelsel van alternerend leren, hetzij in het kader van |
een individuele beroepsopleiding in een onderneming, bedoeld in | een individuele beroepsopleiding in een onderneming, bedoeld in |
artikel 27, 6° van het koninklijk besluit van 25 november 1991 | artikel 27, 6° van het koninklijk besluit van 25 november 1991 |
houdende de werkloosheidsreglementering, hetzij in het kader van een | houdende de werkloosheidsreglementering, hetzij in het kader van een |
instapstage, bedoeld in artikel 36quater van hetzelfde koninklijk | instapstage, bedoeld in artikel 36quater van hetzelfde koninklijk |
besluit van 25 november 1991. | besluit van 25 november 1991. |
Voor de toepassing van het vorig lid wordt verstaan onder "sector" : | Voor de toepassing van het vorig lid wordt verstaan onder "sector" : |
het geheel van werkgevers die onder het Paritair Subcomité voor | het geheel van werkgevers die onder het Paritair Subcomité voor |
houthandel ressorteren. | houthandel ressorteren. |
§ 2. Ten minste 0,05 pct. van de loonmassa, bedoeld in artikel 189, | § 2. Ten minste 0,05 pct. van de loonmassa, bedoeld in artikel 189, |
eerste en vierde lid van de wet van 27 december 2006 houdende diverse | eerste en vierde lid van de wet van 27 december 2006 houdende diverse |
bepalingen, moet voorbehouden worden aan personen die nog geen 26 jaar | bepalingen, moet voorbehouden worden aan personen die nog geen 26 jaar |
oud zijn en tot de risicogroepen behoren, bepaald in § 1. | oud zijn en tot de risicogroepen behoren, bepaald in § 1. |
§ 3. Van de in § 1 bedoelde inspanning moet minstens de helft besteed | § 3. Van de in § 1 bedoelde inspanning moet minstens de helft besteed |
worden aan initiatieven ten voordele van één of meerdere van de | worden aan initiatieven ten voordele van één of meerdere van de |
volgende groepen : | volgende groepen : |
a) de in artikel 6, 5° bedoelde jongeren; | a) de in artikel 6, 5° bedoelde jongeren; |
b) de in artikel 6, 3° en 4° bedoelde personen die nog geen 26 jaar | b) de in artikel 6, 3° en 4° bedoelde personen die nog geen 26 jaar |
oud zijn. | oud zijn. |
Art. 9.Bij het aanbod van vormingsplaatsen zal erover gewaakt worden |
Art. 9.Bij het aanbod van vormingsplaatsen zal erover gewaakt worden |
dat de vrouwelijke kandidaten dezelfde kansen tot deelname krijgen als | dat de vrouwelijke kandidaten dezelfde kansen tot deelname krijgen als |
de mannelijke kandidaten. | de mannelijke kandidaten. |
Art. 10.De sector verbindt er zich toe om te onderzoeken hoe het werk |
Art. 10.De sector verbindt er zich toe om te onderzoeken hoe het werk |
kan worden aangepast of welke reclasseringsposten kunnen worden | kan worden aangepast of welke reclasseringsposten kunnen worden |
voorzien voor werklieden uit de sector die door bepaalde | voorzien voor werklieden uit de sector die door bepaalde |
omstandigheden (ongeval, ziekte, veroudering) niet meer in staat zijn | omstandigheden (ongeval, ziekte, veroudering) niet meer in staat zijn |
om het beroep op dezelfde manier uit te oefenen. | om het beroep op dezelfde manier uit te oefenen. |
Tevens verbindt de sector er zich toe om de werkaanbiedingen zodanig | Tevens verbindt de sector er zich toe om de werkaanbiedingen zodanig |
te formuleren dat gehandicapten, die over de nodige bekwaamheden | te formuleren dat gehandicapten, die over de nodige bekwaamheden |
beschikken, ook hun kandidatuur kunnen stellen en een kans maken om | beschikken, ook hun kandidatuur kunnen stellen en een kans maken om |
aangeworven te worden. | aangeworven te worden. |
Bij gelijkwaardige bekwaamheden mag de handicap geen hinderpaal vormen | Bij gelijkwaardige bekwaamheden mag de handicap geen hinderpaal vormen |
voor aanwerving zelfs als deze een redelijke aanpassing vereist van de | voor aanwerving zelfs als deze een redelijke aanpassing vereist van de |
werkmiddelen (in de geest van de wet van 10 mei 2007 ter bestrijding | werkmiddelen (in de geest van de wet van 10 mei 2007 ter bestrijding |
van bepaalde vormen van discriminatie). | van bepaalde vormen van discriminatie). |
HOOFDSTUK IV. - Geldigheidsduur | HOOFDSTUK IV. - Geldigheidsduur |
Art. 11.Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking met |
Art. 11.Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking met |
ingang van 1 januari 2019 en treedt buiten werking op 1 januari 2021. | ingang van 1 januari 2019 en treedt buiten werking op 1 januari 2021. |
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 24 november | Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 24 november |
2019. | 2019. |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
N. MUYLLE | N. MUYLLE |