Koninklijk besluit tot vaststelling voor sommige ondernemingen die onder het Paritair Comité voor de textielnijverheid ressorteren, van de voorwaarden waaronder het gebrek aan werk wegens economische oorzaken de uitvoering van de arbeidsovereenkomst voor werklieden schorst (1) | Koninklijk besluit tot vaststelling voor sommige ondernemingen die onder het Paritair Comité voor de textielnijverheid ressorteren, van de voorwaarden waaronder het gebrek aan werk wegens economische oorzaken de uitvoering van de arbeidsovereenkomst voor werklieden schorst (1) |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG | FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG |
23 JUNI 2019. - Koninklijk besluit tot vaststelling voor sommige | 23 JUNI 2019. - Koninklijk besluit tot vaststelling voor sommige |
ondernemingen die onder het Paritair Comité voor de textielnijverheid | ondernemingen die onder het Paritair Comité voor de textielnijverheid |
(PC 120) ressorteren, van de voorwaarden waaronder het gebrek aan werk | (PC 120) ressorteren, van de voorwaarden waaronder het gebrek aan werk |
wegens economische oorzaken de uitvoering van de arbeidsovereenkomst | wegens economische oorzaken de uitvoering van de arbeidsovereenkomst |
voor werklieden schorst (1) | voor werklieden schorst (1) |
FILIP, Koning der Belgen, | FILIP, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, | Gelet op de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, |
artikel 51, § 1, vervangen bij de wet van 30 december 2001 en | artikel 51, § 1, vervangen bij de wet van 30 december 2001 en |
gewijzigd bij de wetten van 4 juli 2011 en 15 januari 2018, en § 3, | gewijzigd bij de wetten van 4 juli 2011 en 15 januari 2018, en § 3, |
gewijzigd bij de wetten van 29 december 1990 en 26 juni 1992; | gewijzigd bij de wetten van 29 december 1990 en 26 juni 1992; |
Gelet op het advies van het Paritair Comité voor de textielnijverheid, | Gelet op het advies van het Paritair Comité voor de textielnijverheid, |
gegeven op 12 april 2019; | gegeven op 12 april 2019; |
Gelet op advies 66.179/1 van de Raad van State, gegeven op 11 juni | Gelet op advies 66.179/1 van de Raad van State, gegeven op 11 juni |
2019, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de | 2019, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de |
wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; | wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; |
Overwegende dat de veredelingsbedrijven die voor rekening van derden | Overwegende dat de veredelingsbedrijven die voor rekening van derden |
werken en van de bedrijven die uitsluitend voor rekening van derden | werken en van de bedrijven die uitsluitend voor rekening van derden |
"piqureren", zich in een uiterst precaire toestand bevinden, omdat zij | "piqureren", zich in een uiterst precaire toestand bevinden, omdat zij |
enerzijds de grootste gevolgen van de globalisering van de | enerzijds de grootste gevolgen van de globalisering van de |
textielhandel ondervinden en omdat anderzijds de klanten veeleisender | textielhandel ondervinden en omdat anderzijds de klanten veeleisender |
zijn geworden door het effect van customization en een bijzonder groot | zijn geworden door het effect van customization en een bijzonder groot |
aanpassingsvermogen eisen van de betrokken bedrijven waardoor het | aanpassingsvermogen eisen van de betrokken bedrijven waardoor het |
activiteitsniveau heel volatiel en onvoorspelbaar is; | activiteitsniveau heel volatiel en onvoorspelbaar is; |
Overwegende dat zich bovendien recentelijk de bijkomende onzekerheid | Overwegende dat zich bovendien recentelijk de bijkomende onzekerheid |
manifesteert van de Brexit die ook een negatieve weerslag dreigt te | manifesteert van de Brexit die ook een negatieve weerslag dreigt te |
hebben op het activiteitsniveau; | hebben op het activiteitsniveau; |
Overwegende dat de regeling van gedeeltelijke arbeid, ten gevolge van | Overwegende dat de regeling van gedeeltelijke arbeid, ten gevolge van |
deze uitzonderlijke omstandigheden voor de veredelingsbedrijven die | deze uitzonderlijke omstandigheden voor de veredelingsbedrijven die |
voor rekening van derden werken en van de bedrijven die uitsluitend | voor rekening van derden werken en van de bedrijven die uitsluitend |
voor rekening van derden "piqureren" en die onder het Paritair Comité | voor rekening van derden "piqureren" en die onder het Paritair Comité |
voor de textielnijverheid ressorteren, onvermijdelijk voor een langere | voor de textielnijverheid ressorteren, onvermijdelijk voor een langere |
duur dan drie maanden moet kunnen ingevoerd worden; | duur dan drie maanden moet kunnen ingevoerd worden; |
Op de voordracht van de Minister van Werk, | Op de voordracht van de Minister van Werk, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.Dit besluit is van toepassing op de werkgevers en de |
Artikel 1.Dit besluit is van toepassing op de werkgevers en de |
werklieden van de veredelingsbedrijven die voor rekening van derden | werklieden van de veredelingsbedrijven die voor rekening van derden |
werken en van de bedrijven die uitsluitend voor rekening van derden | werken en van de bedrijven die uitsluitend voor rekening van derden |
"piqureren" en die onder het Paritair Comité voor de textielnijverheid | "piqureren" en die onder het Paritair Comité voor de textielnijverheid |
ressorteren. | ressorteren. |
Art. 2.§ 1. Bij volledig of gedeeltelijk gebrek aan werk wegens |
Art. 2.§ 1. Bij volledig of gedeeltelijk gebrek aan werk wegens |
economische oorzaken mag de uitvoering van de arbeidsovereenkomst voor | economische oorzaken mag de uitvoering van de arbeidsovereenkomst voor |
werklieden worden geschorst, of mag een regeling van gedeeltelijke | werklieden worden geschorst, of mag een regeling van gedeeltelijke |
arbeid worden ingevoerd, vanaf de eerste werkdag die op deze van de | arbeid worden ingevoerd, vanaf de eerste werkdag die op deze van de |
kennisgeving volgt. | kennisgeving volgt. |
§ 2. Deze kennisgeving vindt plaats uiterlijk bij de aanvang van de | § 2. Deze kennisgeving vindt plaats uiterlijk bij de aanvang van de |
laatste werkdag die de schorsing voorafgaat. Zij gebeurt ofwel door | laatste werkdag die de schorsing voorafgaat. Zij gebeurt ofwel door |
aanplakking van een bericht op een goed zichtbare plaats in de lokalen | aanplakking van een bericht op een goed zichtbare plaats in de lokalen |
van de onderneming, ofwel door overhandiging aan de werkman of | van de onderneming, ofwel door overhandiging aan de werkman of |
werkster van een geschrift, wanneer de schorsing geen collectief | werkster van een geschrift, wanneer de schorsing geen collectief |
karakter heeft. Bij afwezigheid van de werkman of werkster wordt de | karakter heeft. Bij afwezigheid van de werkman of werkster wordt de |
kennisgeving steeds bij een ter post aangetekende brief verzonden. | kennisgeving steeds bij een ter post aangetekende brief verzonden. |
§ 3. Voor de toepassing van dit artikel wordt als werkdag beschouwd | § 3. Voor de toepassing van dit artikel wordt als werkdag beschouwd |
iedere kalenderdag tijdens dewelke, krachtens het in de onderneming | iedere kalenderdag tijdens dewelke, krachtens het in de onderneming |
toegepast werkrooster, arbeid wordt verricht. | toegepast werkrooster, arbeid wordt verricht. |
Art. 3.De duur van de volledige schorsing van de uitvoering van de |
Art. 3.De duur van de volledige schorsing van de uitvoering van de |
arbeidsovereenkomst mag vier weken niet overschrijden. | arbeidsovereenkomst mag vier weken niet overschrijden. |
Hij mag echter éénmaal per kalenderjaar op acht weken worden gebracht. | Hij mag echter éénmaal per kalenderjaar op acht weken worden gebracht. |
Art. 4.De regeling van gedeeltelijke arbeid kan voor een duur van ten |
Art. 4.De regeling van gedeeltelijke arbeid kan voor een duur van ten |
hoogste zes maanden worden ingevoerd indien zij minder dan drie | hoogste zes maanden worden ingevoerd indien zij minder dan drie |
arbeidsdagen per week of minder dan één arbeidsweek per twee weken | arbeidsdagen per week of minder dan één arbeidsweek per twee weken |
omvat. | omvat. |
Wanneer de regeling van gedeeltelijke arbeid de maximumduur van zes | Wanneer de regeling van gedeeltelijke arbeid de maximumduur van zes |
maanden heeft bereikt, moet de werkgever gedurende een volledige | maanden heeft bereikt, moet de werkgever gedurende een volledige |
arbeidsweek de regeling van volledige arbeid opnieuw invoeren alvorens | arbeidsweek de regeling van volledige arbeid opnieuw invoeren alvorens |
een volledige schorsing of een nieuwe regeling van gedeeltelijke | een volledige schorsing of een nieuwe regeling van gedeeltelijke |
arbeid kan ingaan. | arbeid kan ingaan. |
Art. 5.Het maximum aantal werkloosheidsdagen dat betrekking heeft op |
Art. 5.Het maximum aantal werkloosheidsdagen dat betrekking heeft op |
een regeling van gedeeltelijke arbeid, wordt als volgt vastgesteld : | een regeling van gedeeltelijke arbeid, wordt als volgt vastgesteld : |
- indien het een wekelijkse regeling betreft: vier; | - indien het een wekelijkse regeling betreft: vier; |
- indien het een tweewekelijkse regeling betreft: acht. | - indien het een tweewekelijkse regeling betreft: acht. |
Art. 6.Met toepassing van artikel 51, § 1, vijfde lid, van de wet van |
Art. 6.Met toepassing van artikel 51, § 1, vijfde lid, van de wet van |
3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, vermeldt de in | 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, vermeldt de in |
artikel 2, § 2, bedoelde kennisgeving de datum waarop de volledige | artikel 2, § 2, bedoelde kennisgeving de datum waarop de volledige |
schorsing van de uitvoering van de overeenkomst of de invoering van | schorsing van de uitvoering van de overeenkomst of de invoering van |
een regeling van gedeeltelijke arbeid ingaat, de datum waarop deze | een regeling van gedeeltelijke arbeid ingaat, de datum waarop deze |
schorsing of deze regeling een einde neemt, alsook de data waarop de | schorsing of deze regeling een einde neemt, alsook de data waarop de |
werklieden werkloos worden gesteld. | werklieden werkloos worden gesteld. |
Art. 7.Dit besluit treedt in werking op 1 oktober 2019 en treedt |
Art. 7.Dit besluit treedt in werking op 1 oktober 2019 en treedt |
buiten werking op 30 september 2020. | buiten werking op 30 september 2020. |
Art. 8.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van |
Art. 8.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van |
dit besluit. | dit besluit. |
Gegeven te Brussel, 23 juni 2019. | Gegeven te Brussel, 23 juni 2019. |
FILIP | FILIP |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
K. PEETERS | K. PEETERS |
_______ | _______ |
Nota | Nota |
(1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad : | (1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad : |
Wet van 3 juli 1978, | Wet van 3 juli 1978, |
Belgisch Staatsblad van 22 augustus 1978. | Belgisch Staatsblad van 22 augustus 1978. |
Wet van 29 december 1990, | Wet van 29 december 1990, |
Belgisch Staatsblad van 9 januari 1991. | Belgisch Staatsblad van 9 januari 1991. |
Wet van 26 juni 1992, | Wet van 26 juni 1992, |
Belgisch Staatsblad van 30 juni 1992. | Belgisch Staatsblad van 30 juni 1992. |
Wet van 30 december 2001, | Wet van 30 december 2001, |
Belgisch Staatsblad van 31 december 2001. | Belgisch Staatsblad van 31 december 2001. |
Wet van 4 juli 2011, | Wet van 4 juli 2011, |
Belgisch Staatsblad van 19 juli 2011. | Belgisch Staatsblad van 19 juli 2011. |
Wet van 15 januari 2018, | Wet van 15 januari 2018, |
Belgisch Staatsblad van 5 februari 2018. | Belgisch Staatsblad van 5 februari 2018. |