Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Koninklijk Besluit van 22/06/2020
← Terug naar "Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 13 januari 2020, gesloten in het Paritair Comité voor de casinobedienden, betreffende de risicogroepen "
Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 13 januari 2020, gesloten in het Paritair Comité voor de casinobedienden, betreffende de risicogroepen Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 13 januari 2020, gesloten in het Paritair Comité voor de casinobedienden, betreffende de risicogroepen
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG
22 JUNI 2020. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt 22 JUNI 2020. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt
verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 13 januari 2020, verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 13 januari 2020,
gesloten in het Paritair Comité voor de casinobedienden, betreffende gesloten in het Paritair Comité voor de casinobedienden, betreffende
de risicogroepen (1) de risicogroepen (1)
FILIP, Koning der Belgen, FILIP, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel
28; 28;
Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de casinobedienden; Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de casinobedienden;
Op de voordracht van de Minister van Werk, Op de voordracht van de Minister van Werk,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage

overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 13 januari 2020, overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 13 januari 2020,
gesloten in het Paritair Comité voor de casinobedienden, betreffende gesloten in het Paritair Comité voor de casinobedienden, betreffende
de risicogroepen. de risicogroepen.

Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van

Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van

dit besluit. dit besluit.
Gegeven te Brussel, 22 juni 2020. Gegeven te Brussel, 22 juni 2020.
FILIP FILIP
Van Koningswege : Van Koningswege :
De Minister van Werk, De Minister van Werk,
N. MUYLLE N. MUYLLE
_______ _______
Nota Nota
(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad :
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969.
Bijlage Bijlage
Paritair Comité voor de casinobedienden Paritair Comité voor de casinobedienden
Collectieve arbeidsovereenkomst van 13 januari 2020 Collectieve arbeidsovereenkomst van 13 januari 2020
Risicogroepen (Overeenkomst geregistreerd op 3 maart 2020 onder het Risicogroepen (Overeenkomst geregistreerd op 3 maart 2020 onder het
nummer 157436/CO/217) nummer 157436/CO/217)

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op

de werkgevers en op de bedienden van de ondernemingen die ressorteren de werkgevers en op de bedienden van de ondernemingen die ressorteren
onder het Paritair Comité voor de casinobedienden. onder het Paritair Comité voor de casinobedienden.

Art. 2.Overeenkomstig titel XIII, hoofdstuk VIII, afdeling 1 van de

Art. 2.Overeenkomstig titel XIII, hoofdstuk VIII, afdeling 1 van de

wet van 27 december 2006 houdende diverse bepalingen, gepubliceerd in wet van 27 december 2006 houdende diverse bepalingen, gepubliceerd in
het Belgisch Staatsblad van 28 december 2006, en het besluit van 19 het Belgisch Staatsblad van 28 december 2006, en het besluit van 19
februari 2013 tot uitvoering van het artikel 189, vierde lid van februari 2013 tot uitvoering van het artikel 189, vierde lid van
diezelfde wet, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 8 april diezelfde wet, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 8 april
2013, wordt de inning van 0,15 pct. van de brutolonen van de 2013, wordt de inning van 0,15 pct. van de brutolonen van de
bedienden, voorzien voor onbepaalde duur, bevestigd. bedienden, voorzien voor onbepaalde duur, bevestigd.

Art. 3.De in artikel 1 van deze collectieve arbeidsovereenkomst

Art. 3.De in artikel 1 van deze collectieve arbeidsovereenkomst

bedoelde werkgevers zijn een bijzondere bijdrage van 0,10 pct. bedoelde werkgevers zijn een bijzondere bijdrage van 0,10 pct.
verschuldigd, berekend op basis van het volledige loon van de door hen verschuldigd, berekend op basis van het volledige loon van de door hen
tewerkgestelde bedienden voor de jaren 2019 en 2020. tewerkgestelde bedienden voor de jaren 2019 en 2020.

Art. 4.De in artikel 3 van deze collectieve arbeidsovereenkomst

Art. 4.De in artikel 3 van deze collectieve arbeidsovereenkomst

bedoelde bijzondere bijdrage wordt geïnd door het "Sociaal bedoelde bijzondere bijdrage wordt geïnd door het "Sociaal
Vormingsfonds voor de casinobedienden". Vormingsfonds voor de casinobedienden".

Art. 5.Definitie van risicogroepen

Art. 5.Definitie van risicogroepen

De middelen die aldus ter beschikking gesteld worden, zullen door dit De middelen die aldus ter beschikking gesteld worden, zullen door dit
sociaal vormingsfonds worden aangewend voor de opleiding en sociaal vormingsfonds worden aangewend voor de opleiding en
tewerkstelling van personen behorende tot de risicogroepen : tewerkstelling van personen behorende tot de risicogroepen :
- Langdurig werkzoekenden; - Langdurig werkzoekenden;
- Kortgeschoolde werkzoekenden; - Kortgeschoolde werkzoekenden;
- Werkzoekenden van 45 jaar en ouder; - Werkzoekenden van 45 jaar en ouder;
- Herintreders en herintreedsters; - Herintreders en herintreedsters;
- Leefloners; - Leefloners;
- Personen met een arbeidshandicap; - Personen met een arbeidshandicap;
- Personen die niet de nationaliteit van een lidstaat van de Europese - Personen die niet de nationaliteit van een lidstaat van de Europese
Unie bezitten, of van wie minstens één van de ouders deze Unie bezitten, of van wie minstens één van de ouders deze
nationaliteit niet bezitten of niet bezaten bij overlijden, of van wie nationaliteit niet bezitten of niet bezaten bij overlijden, of van wie
minstens twee van de grootouders deze nationaliteit niet bezitten of minstens twee van de grootouders deze nationaliteit niet bezitten of
niet bezaten bij overlijden; niet bezaten bij overlijden;
- Werkzoekenden in een herinschakelingsstatuut; - Werkzoekenden in een herinschakelingsstatuut;
- (Deeltijds) lerende jongeren; - (Deeltijds) lerende jongeren;
- Kortgeschoolde bedienden; - Kortgeschoolde bedienden;
- Bedienden die geconfronteerd worden met meervoudig ontslag, - Bedienden die geconfronteerd worden met meervoudig ontslag,
herstructurering of de introductie van nieuwe technologieën; herstructurering of de introductie van nieuwe technologieën;
- Bedienden van 45 jaar en ouder; - Bedienden van 45 jaar en ouder;
- De risicogroepen voorzien in het koninklijk besluit van 19 februari - De risicogroepen voorzien in het koninklijk besluit van 19 februari
2013 tot uitvoering van artikel 189, vierde lid van de wet van 27 2013 tot uitvoering van artikel 189, vierde lid van de wet van 27
december 2006 houdende diverse bepalingen (Belgisch Staatsblad van 8 december 2006 houdende diverse bepalingen (Belgisch Staatsblad van 8
april 2013); april 2013);
- Alle bedienden, ongeacht hun opleidingsniveau, wier functie bedreigd - Alle bedienden, ongeacht hun opleidingsniveau, wier functie bedreigd
wordt zonder bijkomende vorming in de sector. wordt zonder bijkomende vorming in de sector.

Art. 6.Tenminste 0,05 pct. van de loonmassa dient te worden

Art. 6.Tenminste 0,05 pct. van de loonmassa dient te worden

voorbehouden aan één of meerdere van volgende risicogroepen : voorbehouden aan één of meerdere van volgende risicogroepen :
1. De werknemers van minstens 45 jaar oud die in de sector werken; 1. De werknemers van minstens 45 jaar oud die in de sector werken;
2. De werknemers van minstens 40 jaar die in de sector werken en 2. De werknemers van minstens 40 jaar die in de sector werken en
bedreigd zijn met ontslag, zoals gespecificeerd in artikel 1, 2 ° van bedreigd zijn met ontslag, zoals gespecificeerd in artikel 1, 2 ° van
het voornoemde koninklijk besluit; het voornoemde koninklijk besluit;
3. De niet-werkenden en de personen die sinds minder dan een jaar 3. De niet-werkenden en de personen die sinds minder dan een jaar
werken en niet-werkend waren op het ogenblik van hun indiensttreding, werken en niet-werkend waren op het ogenblik van hun indiensttreding,
zoals gespecificeerd in artikel 1, 3° van het voornoemde koninklijk zoals gespecificeerd in artikel 1, 3° van het voornoemde koninklijk
besluit; besluit;
4. De personen met een verminderde arbeidsgeschiktheid, zoals 4. De personen met een verminderde arbeidsgeschiktheid, zoals
gespecificeerd in artikel 1, 4° van het voornoemde koninklijk besluit; gespecificeerd in artikel 1, 4° van het voornoemde koninklijk besluit;
5. De jongeren die nog geen 26 jaar oud zijn en opgeleid worden, 5. De jongeren die nog geen 26 jaar oud zijn en opgeleid worden,
hetzij in een stelsel van alternerend leren, hetzij in het kader van hetzij in een stelsel van alternerend leren, hetzij in het kader van
een individuele beroepsopleiding in een onderneming, bedoeld in een individuele beroepsopleiding in een onderneming, bedoeld in
artikel 27, 6° van het koninklijk besluit van 25 november 1991 artikel 27, 6° van het koninklijk besluit van 25 november 1991
houdende de werkloosheidsreglementering, hetzij in het kader van een houdende de werkloosheidsreglementering, hetzij in het kader van een
instapstage, bedoeld in artikel 36quater van hetzelfde koninklijk instapstage, bedoeld in artikel 36quater van hetzelfde koninklijk
besluit van 25 november 1991. besluit van 25 november 1991.

Art. 7.Van de in artikel 6 bedoelde inspanning moet minstens de helft

Art. 7.Van de in artikel 6 bedoelde inspanning moet minstens de helft

(0,025 pct.) besteed worden aan initiatieven ten voordele van één of (0,025 pct.) besteed worden aan initiatieven ten voordele van één of
meerdere van de volgende groepen : meerdere van de volgende groepen :
a) De in artikel 6, 5. bedoelde jongeren; a) De in artikel 6, 5. bedoelde jongeren;
b) De in artikel 6, 3. en 4. bedoelde personen die nog geen 26 jaar b) De in artikel 6, 3. en 4. bedoelde personen die nog geen 26 jaar
oud zijn. oud zijn.

Art. 8.De raad van beheer van hogergenoemd sociaal vormingsfonds zal

Art. 8.De raad van beheer van hogergenoemd sociaal vormingsfonds zal

nadere regelen bepalen ter uitvoering van deze collectieve nadere regelen bepalen ter uitvoering van deze collectieve
arbeidsovereenkomst. arbeidsovereenkomst.

Art. 9.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is gesloten voor een

Art. 9.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is gesloten voor een

bepaalde tijd. Zij treedt in werking op 1 januari 2019 en houdt op van bepaalde tijd. Zij treedt in werking op 1 januari 2019 en houdt op van
kracht te zijn op 31 december 2020. kracht te zijn op 31 december 2020.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 22 juni Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 22 juni
2020. 2020.
De Minister van Werk, De Minister van Werk,
N. MUYLLE N. MUYLLE
^